Effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Donderdag 5 december 2019
kalender
Met dank overgenomen van Ch.P. (Tof) Thissen i, gepubliceerd op dinsdag 5 april 2011.

Dit wetsvoorstel bevat de begroting van uitgaven en ontvangsten voor het jaar 2011 van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op 15 februari 2011 vond een begrotingsdebat met als thema "NAVO Strategisch Concept" plaats; op 5 april werd gedebatteerd over het onderdeel Ontwikkelingssamenwerking.

Woordvoerder Tof Thissen had daarin een bevlogen en uitermate kritische bijdrage. Hij diende een motie in (zie hieronder), die op 12 april met algemene stemmen is aangenomen.

"Tanzania: begin 2010 heb ik tijdens een donormeeting mogen roepen dat we een half miljoen zouden goedkeuren voor drie jaar (dit bedrag hadden we expres naar 2010 gehaald, ivm “je weet maar nooit wat er volgend jaar beschikbaar is”). Het was van belang voor deze organisatie om dit zo vroeg mogelijk te weten, omdat Misereor haar bijdrage van de onze zou laten afhangen. Zij dragen nl. een percentage bij van het totaal."

Deze toezegging moesten we eind van het jaar al verminderen naar € 350.000 voor 2 jaar. (Per hoge uitzondering, want afbouw moest ineens binnen één jaar gebeuren. Hoe zat het ook weer met ons afbouw beleid en goed donorschap?) Ik moet zeggen dat ik peentjes heb gezweet. Niks voelt lulliger dan een gedane belofte (nota bene met anderen donoren als getuigen) weer te moeten intrekken. Tot overmaat van ramp ziet het er naar uit dat dit contract open gebroken moet worden en teruggebracht naar één jaar. Maar ik heb geleerd te wachten met de communicatie hierover, want de informatie over de financiële situatie, wisselt soms per dag.

Bovenstaande voorbeeld ging over de gezondheidskoepel CSSC (Christian Social Servicese Commission). Cordaid heeft het contract inderdaad uiteindelijk opengebroken en verkort naar 1 jaar (ipv de oorspronkelijke 3 jaar). CSSC zal flink minder activiteiten kunnen doen vanaf 2012. Hiermee komt vooral de capacity building van hun leden (health institutions) in het geding. Deze is juist zo belangrijk nu faith based health facilities toegang proberen te krijgen tot overheidsfondsen. Om toegang te krijgen tot overheids fondsen mn service level agreements met het district, worden er eisen gesteld aan de bedrijfsvoering van de gezondheidsinstellingen en juist daarbij speelt CSSC een grote rol. De duurzaamheid van de faith based gezondheidssector staat hiermee op losse schroeven.

Aan het woord is xxxxxxxxxx van de NGO Cordaid. En zij vertelt mij dat met schaamte. Schaamte omdat het de betrouwbaarheid van jou als persoon en van de ontwikkelingsorganisatie Cordaid dreigt aan te tasten. Betrouwbaarheid die zo essentieel is om mensen zelf in hun kracht te zetten, om zelfredzaamheid en eigen ontwikkeling mogelijk te maken. Zelfredzaamheid die zo van belang is om eigen toekomst mogelijk te maken, om een krachtig gevoel van eigenwaarde te krijgen. Eigenwaarde en trots en zelfbewustzijn die zo van belang zijn om een sterke eigen economie op te bouwen en om ondernemersgeest te wekken en te stimuleren en om vanuit die zelfbewuste ondernemende vanuit positie handelsrelaties aan te gaan die gelijkwaardig zijn, die onafhankelijkheid kan borgen en die wederzijdse eerlijke handel, prijsbeleid en rechtvaardigheid realiseren. En die laatsten zijn essentieel om armoede te bestrijden en mensen eigen perspectief te laten nastreven die overeenkomt met hun dromen, hun interesses, hun talenten en de bronnen in brede betekenis van hun eigen land.

Met dit voorbeeld van Cordaid en de zojuist geformuleerde uitgangspunten van mondiale GroenLinks idealen kijken wij naar dit kabinetsbeleid, naar de forse bezuinigingen, kijken we naar de focusbrief en naar de kabinetsreactie op de het rapport van de WRR ‘Minder pretentie, minder ambitie.’

Koersverandering, radikale omkering en immense bezuinigingen

De nieuwe koers van dit kabinet met betrekking tot Internationale Samenwerking/Ontwikkelingssamenwerking is niet alleen inhoudelijk een radikaal andere - niet langer vanuit de positie en belangen van de Derde Wereld ontwikkelingssamenwerking ontplooien, maar vanuit Nederlands eigen belang- Ook qua bezuinigingen is het een hele forse. 900 miljoen in 2011 en 2012. De pure omvang van deze bezuiniging is heel erg groot en wordt in korte tijd geforceerd opgelegd. Op deze wijze doe je heel erg aan kapitaalvernietiging. Op deze wijze werp je juist blokkades op voor tal van gemeenschappen van mensen die baat hebben bij de langjarige programma’s en projecten om een andere toekomst, een betere toekomst mogelijk te maken. Bovendien vergt goed bestuur dat de projecten en de medefinanciering vanuit de NGO’s zorgvuldig worden overgedragen aan lokale partners in de Derde Wereldlanden. Dit lijkt niet op het stimuleren van zelfredzaamheid. Dit is een kind bij de eerste zwemles in het diepe gooien en roepen: Zwemmen!

In onze bijdrage bij de Algemeen Politieke Beschouwingen afgelopen december stelden wij het kabinet regelmatig de vraag: wie betaalt de rekening van de aanpak van de economische en financiële crisis? Wij concludeerden toen en nu nog steeds dat het vooral de minst draagkrachtigen, de meest kwetsbaren en het milieu en landschap zijn die de rekening betalen voor die crisis waar zij niet de grootste veroorzakers van zijn. Dit geldt des te meer voor al die gemeenschappen van mensen in Derde Wereldlanden die nu geconfronteerd worden met het stopzetten van projecten en programma’s van Ontwikkelingssamenwerking al dan niet via de Medefinanciering en de samenwerking met lokale partners. Kunt u het hen uitleggen dat zij de broekriem van een eigen zelfstandige toekomst moeten aanhalen omdat wij hier met een begrotingsprobleem zitten? Heeft u het hen al uitgelegd?

Deze Kamer heeft ook altijd wetten en begrotingen te beoordelen vanuit de niet onbelangrijke categorie van behoorlijk bestuur. Ontwikkelingssamenwerking is een hele makkelijke prooi voor bezuinigingsdrift. 900 miljoen euro is snel ingeboekt. Wettelijk kader ontbreekt immers. Er zijn derhalve geen wetswijzigingen nodig die aan termijnen gebonden zijn, die advies nodig hebben van de RvS en stapsgewijze beraadslagingen kennen in de Staten-Generaal. Hier past dus ook maar één oordeel van deze Kamer: deze bezuinigingen maken veel opgebouwd vertrouwen kapot, maken veel projecten, die soms nog kasplantjes zijn kapot, deze bezuinigingen zetten de continïteit van de programma’s van NGO’s onder grote druk, deze forse korting is onzorgvuldig en bestuurlijk onbehoorlijk. Mijn fractie houdt een motie achter de hand.

Het generieke bedrag van bezuinigingen is 900 miljoen, zoomen we in op het MFSII, het medefinancieringsprogramma II, dan leidt het voor de NGO’s tot een bezuiniging van 34%.

In het regeerakkoord wordt het maatschappelijk middenveld genoemd en geroemd als één van de krachten van het Nederlandse OS beleid. Bovendien is het maatschappelijk middenveld heel belangrijk in haar rol mbt voorlichting en bewustwording in ons land in vraagstukken van ontwikkelingssamenwerking. Vooral hun werk om ons hier te laten zien dat er sprake is van een zeer grote interdependentie tussen ons soort economische systeem, onze manier van leven en de mogelijkheid van ontwikkelingslanden om zich al dan niet te emanciperen. Ik noem een paar zeer succesvolle initiatieven of activiteiten: de Max Havelaar producten, de Groene Sinterklaas……

Desondanks kiest de regering ervoor om de bijdrage aan de MFS organisaties met een derde te verminderen van jaarlijks 567 miljoen in voorgaande jaren naar 385 miljoen in 2011 en 375 miljoen in de jaren daarna. In de Focusbrief wordt het maatschappelijk middenveld zelfs onder "posterioriteiten" geschaard. De forse korting betekent dat lopende programma’s stopgezet moeten worden en honderden partnerorganisaties in ontwikkelingslanden financiële steun verliezen. Het is belangrijk dat de regering het ondersteunen van het maatschappelijk middenveld - in ontwikkelingslanden en op mondiaal niveau - als prioriteit blijft houden. De Eerste Kamer dient zich hiervoor sterk te maken. Is uw inzet nog steeds dat er bij groei van het BNP extra gelden ten behoeve van OS beschikbaar stelt zoals u in de Tweede Kamer hebt toegezegd? Ook wil de fractie GroenLinks dat de extra korting van 50 miljoen op MFS vanaf 2012 wordt heroverwogen.

Logo South

De fractie van GroenLinks is hevig verontwaardigd over het feit dat de Tweede Kamer, ondanks het feit dat de staatssecretaris het amendement ontraadde, met een uiterst krappe meerderheid de begrotingswijziging heeft aangenomen waardoor in één klap het bedrag voor LOGO South is weggeslagen. Als ik het zojuist had over onbehoorlijk bestuur dan is dit het in de overtreffende trap. Dit kunnen we als Eerste Kamer niet zomaar laten passeren. Het LOGO South programma voorziet in beschikbaar stellen van expertise en ondersteuning van gemeenten in hun internationale samenwerking. De inhoud van de programma’s is gericht op het opzetten en of verbeteren van bevolkingsregistraties, het verzamelen en verwerken van huisafval, het bieden van schoon drinkwater en geode huisvesting alsmede het voor het stimuleren van locale economische ontwikkeling. Via LOGO South werken 50 gemeenten en waterschappen samen ter versterking van het locale bestuur in 17 ontwikkelingslanden. Het LOGO South programma is bijzonder positief geëvalueerd, de uitwisseling van gemeentelijke expertise lever teen significante bijdrage aan de versterking van het lokaal bestuur dat voor immense opgaven staat. Zo’n programma mag je niet in één klap wegvagen, zo’n programma past in ‘Minder pretentie, meer ambitie’, past in de kabinetsideologie van zelfredzaamheid en zou omarmd moeten worden.

Tegenover de onevenredige korting op MFS organisaties en LOGO South, staat een onevenredige stijging aan de uitgaven aan de Wereldbank. Dit is onbegrijpelijk in het licht van het regeerakkoord. Ongeveer een kwart van de middelen die de Wereldbank aan de armste landen geeft (via IDA), bestaan uit begrotingssteun. De regering heeft gezegd juist in deze vorm van steun te willen snijden. Mijn fractie ziet dan ook in afroming van de stijging van de bijdrage aan de Wereldbank de mogelijkheid om de korting op MFSII te mitigeren en LOGO South te redden. Met betrekking tot deze laatste dienen wij bij deze een motie in: MOTIE LOGO South (zie bijlage).

Brede agenda, verbinden van de grote mondiale opgaven

Dit kabinet shopt heel selectief in het advies ‘Minder pretentie, meer ambitie’ van de WRR. De WRR pleit voor een brede agenda. De regering Rutte verbindt de grote vraagstukken niet.

De afgelopen decennia, mede dankzij de aanvankelijk genoemde Commissie Claus, later NCO en nog weer later de NCDO en de inzet van vele NGO’s is het besef in ons land gegroeid dat de wereld een dorp is, dat we in een mondiaa tijdperk leven, dat onze vrede, onze veiligheid, onze vrijheid, onze koopkracht ja zelfs onze emancipatiemogelijkheden en ons geluk niet langer alleen maar afhankelijk is van lokaal Nederlands beleid maar multilateral verbonden is met talrijke ontwikkelingen in en buiten Europa en tussen de werelddelen. Dat is de reden waarom Nederland al een lange traditie heeft van geëngageerde inzet op de thema’s -en laat ik ze maar weer eens duiden in de woorden van het conciliair proces van de wereldwijde christelijke kerken- Vrede, Gerechtigheid en Heelheid van de schlepping. In die alsmaar sneller globaliserende wereld, die steeds kwetsbaarder blijkt voor voedsel, energie of klimaatcrises, dient ook de ontwikkelingssamenwerking zich aan te passen aan de toenemende complexiteit van ontwikkelingsvraagstukken.

De wederzijdse afhankelijkheid tussen Noord en Zuid is groter dan ooit. Voorheen konden we nog zeggen dat het Rijke Noorden het arme Zuiden in een economische wurggreep hield en dat de centrum-periferie theorie gold. De problematische relaties lopen nu minder helder dan die theorieën als verklaringsmodel hanteerden. De scheidslijnen van arm en rijk, van insiders en outsiders van haves and have not’s lopen dwars door elkaar. Ik citeer uit de uitstekende brief van Cordaid/Hivos/ICCO en Oxfam Novib van November 2010: ‘Langzaam groeit ook het besef dat het duurzaam en gezamenlijk beheer van mondiale publieke goederen - zoals klimaat, water, grondstoffen, voedsel en veiligheid - voor iedereen ter wereld van levensbelang is. Want een ongeremde strijd, waarin ieder land voor zich greep tracht te krijgen op deze schaarse goederen, zal het voortbestaan van allen bedreigen. Daarom is het ook in het belang van Nederland, als relatief klein land met één van de meest open economieën ter wereld, om zich flink in te spannen voor een eerlijk en effectief mondiaal beheer van deze internationale publieke goederen.

In het WRR rapport en door denkers als Moyo en Easterly wordt gepleit voor diepgaande veranderingen, zowel in onrechtvaardige mondiale krachtsverhoudingen, als in de ongelijke machtsverhoudingen binnen ontwikkelingslanden. In deze landen komen veranderingen ten goede lang niet altijd door druk van buitenaf tot stand. Vaak is het nodig dat deze door maatschappelijke organisaties van binnenuit worden aangejaagd. Deze organisaties kunnen hun slagkracht nog verder vergroten als zij profiteren van de steun en kennis van grotere internationale organisaties. Het gaat daarbij niet alleen om financiële steun en capaciteitsopbouw, maar ook om bijvoorbeeld gezamenlijke lobby en campagnes of wederzijdse kennisuitwisseling.

Nederland heeft als hulpvaardige handelsnatie al vele jaren de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld ondersteund en daarmee bijgedragen aan het versterken van de internationale rechtsorde en een meer stabiele wereld. Nederland geniet daardoor internationale erkenning. Dit uit zich bijvoorbeeld in een hoge waardering bij de OESO. Nederlandse maatschappelijke organisaties dragen als belangrijk kanaal voor de ondersteuning van het maatschappelijk middenveld in het Zuiden al sinds jaar en dag bij aan de goede reputatie van Nederland op dit terrein’. Einde citaat. Graag uw reactie!

Eigenbelang en rol van het bedrijfsleven

Eigenbelang lijkt bij de huidige regering leidend te zijn in het beleid op ontwikkelingssamenwerking. Zorgwekkend is dat in de eerste zin van de Focusbrief Ontwikkelingssamenwerking het verbeteren van de economische positie van Nederland als eerste doelstelling van het Nederlands buitenlandbeleid wordt genoemd. Bedrijven kunnen een belangrijke positieve bijdrage leveren aan armoedevermindering, bijvoorbeeld door in hun bedrijfsvoering rekening te houden met de impact op klimaat, armoede, duurzaamheid. De regering heeft het voornemen om het bedrijfslevenkanaal fors uit te breiden. Is het economisch eigenbelang hier de motivatie of is dit gebaseerd op een gedegen analyse van de rol en effectiviteit van dit kanaal? Gaat het om eigen belang van het Nederlands bedrijfsleven of om de kansen van eigen ondernemerschap in ontwikkelingslanden? Hoe stimuleer je ondernemerschap en eigen bedrijvigheid daar als je de sociale componenten van het Os-beleid, onderwijs en gezondheidszorg schrapt uit je beleid? Goed opgeleide vaklui, goed opgeliede mensen en gezonde mensen zijn toch condition sine qua non voor ondernemerschap? In overeenstemming met het regeerakkoord zou de bevordering van zelfredzaamheid van ontwikkelingslanden centraal moeten staan. Bij de besteding van OS gelden door het bedrijfsleven zou dan ook de afweging moeten worden gemaakt of deze zelfredzaamheid wordt bevorderd, of juist niet. En gebonden hulp, zo wijst het verleden uit, sorteert geen effect; niemand is er bij gebaat de fouten uit het verleden te herhalen. Multinationale bedrijven krijgen zelfs geld van OS om toegang te krijgen tot locale markten! Mensen daar central of bedrijven hier? Gaat het om het ontwikkelen van bedrijfsleven daar f om de ontwikkeling van de winst en de omzet van bedrijven hier? Is het theam ‘onafhankelijkheid en een zelfstandig en selfsupportend’ bestaan van ontwikkelingslanden het dominante thema of het versterken van de afhankelijkheid van het Noorden van de wereld? Ook voor het grondstoffenbeleid geldt dat wij niet enkel en alleen moeten blijven zorgen voor onze toegankelijkheid tot grondstoffen waar ook ter wereld maar dat we eigen duurzame alternatieven ontwikkelen voor bijv de fossiele grondstoffen en dat we voor het overage ons de vraag zouden moeten stellen: hoe worden ze gewonnen, tegen welke menselijke prijs en betalen we eerlijk?

Landenlijst: DRC

Wat betreft de keuzes die de regering maakt in de Focusbrief Ontwikkelingssamenwerking, zijn wij in het bijzonder bezorgd over het ontbreken van een regionale samenhang bij de landenkeuze en met name het wegvallen van de Democratische Republiek Congo. Als Nederland inzet op landen als Oeganda, Rwanda, Burundi en (Zuid-)Soedan, is het onlogisch om de Democratische Republiek Congo te laten vallen.

Het voorbeeld van Rwanda is wellicht nog de beste illustratie. De politieke ontwikkelingen in dit land hebben directe invloed op het geweld, met name verkrachtingen, in het oosten van Congo. Inzetten op de één en de andere kant negeren, brengt een gevaarlijke bias met zich mee. Het zou de effectiviteit teniet doen van de belangrijke inspanningen die Nederland doet op het gebied van seksueel geweld. Zo is de Nederlandse overheid begonnen aan de hervorming van het juridische systeem om de toegang van seksueel misbruikte vrouwen tot de rechtsgang te verhogen. Een dergelijke cruciale hervorming - in een provincie 3 x zo groot als Nederland, waar geen andere donoren behalve de Duitsers actief zijn - gaat niet over één nacht ijs.

Congo is het tweede armste land van de wereld wat betreft menselijke ontwikkeling (Human Development Index 2010) en heeft het een enorm ontwikkelingspotentieel op de thema's die dit kabinet voorop stelt: veiligheid en rechtsorde, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, voedselzekerheid en water.

Tenslotte zou het opnieuw afglijden van DR Congo hoge kosten met zich mee meebrengen: grote vluchtelingenstromen, kosten van vernieuwde vredesoperaties en afnemende mogelijkheden voor het bedrijfsleven.

Effectiviteit

Er is heel weinig ervaring met de meetbaarheid en dus de effectiviteit van Ontwikkelingssamenwerking. In de briefing die wij begin februari hadden bleek ons dat de Noren en overage Nordic countries het verst zijn om de effectiviteit op het spoor te komen. Het blijft heel lastig om de contributie/bijdrage van ons land, onze NGO’s en talloze particuliere initiatieven op de eigen resultaatsmerites te beschouwen omdat die bijdrage vrijwel altijd gepaard gaat met bijdragen van andere landen en partnerorganisaties. Wat onze fractie van belang vindt om te meten en te beoordelen is of de projecten en programma’s die we in samenwerking met locale partners realiseren toegankelijk zijn voor mannen en vrouwen, of er een open en veilige democratische cultuur en bestuur is, of er emancipatie mogelijk is voor hen die achterop zijn geraakt, of er een civiele samenleving is en of ondernemerschap gestimuleerd wordt langs principes die hier ook gelden. Met andere worden zijn onderwijs, gezondheidszorg, de instituties van de staat bereikbaar en toegankelijk, is er koopkracht, is er vrijheid om te gaan en staan, etc.

Om de vraag naar verklaring van succes te kunnen beantwoorden is publieke zichtbaarheid en verantwoording van de resultaten van essentieel belang voor het draagvlak voor international samenwerking en ontwikkelingssamenwerking. In dit kader is het natuurlijk te betreuren dat u in de politieke samenwerking tussen VVD en CDA in deze coalitie uw gedoogsteun heeft gezocht bij een partij die met onverholen en ongenuanceerde kritiek ontwikkelingssamenwerking met groot dédain en met blindheid voor het belang ervan opzij zet als, mag ik het nog eens zeggen, linkse hobby. En daarmee voorbij gaat aan de enorme betrokkenheid van kerken en kerkelijke groeperingen en talloze particuliere initiatieven in dit land en aan de historische forse inzet van de NGO’s teneinde deze wereld leefbaarder en rechtvaardiger en vrediger te maken. Wat gaat u eraan doen om het door de PVV opgeroepen beeld tegen te gaan, te nuanceren en bij te stellen er zelfs afstand van te nemen? Bent u het met ons eens dat dit noodzakelijk is om te investeren in een breder en beter draagvlak voor Intern. Samenwerking en daarmee het succes van uw bestuurlijke periode? Voor de kwestie van effectiviteit van ontwikkelinssamenwerking is een diep gedragen adhesie in ons land van principieel belang. Graag reactie hierop!