Brief houdende intrekking van een of meer wetsvoorstellen

In een 'brief houdende intrekking van één of meer wetsvoorstellen' geeft de indiener van één of meerdere wetsvoorstellen aan deze wet(ten) in te trekken. Hierdoor wordt de wet niet verder behandeld.

De brief begint met het vette nummer en de titel van de betreffende wet. Hierna volgt de titel van de brief. Dit is 'Brief van de minister van [...]' of 'Brief van de staatssecretaris van [...]' indien het om een regeringswetsvoorstel gaat. De titel luidt 'Brief van het lid [...]' indien het een initiatiefwetsvoorstel is. Na de titel volgt de aanhef. De brief is gericht aan de Kamervoorzitter. Afhankelijk van de voortgang van behandeling is de aanhef dus 'Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal' of 'Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal'. Hierna volgt de datum en plaats.

Bij regeringswetsvoorstellen wordt in de brief een korte introductie en verantwoording toegevoegd. Daarbij wordt vermeld wanneer het wetsvoorstel werd aangeboden aan de Kamer. Ook wordt er verantwoording gegeven voor de intrekking van de wet. De brief wordt afgesloten met de zin 'Daartoe gemachtigd door de Koning trek ik het voorstel van wet hierbij in.' Hierna volgt een ondertekening door de minister.

In het geval van een initiatiefwetsvoorstel kan het lid kiezen voor een vergelijkbare korte uitleg of voldoen met de stelling de betreffende wet in te trekken.