'Afwezigheid Nederland bij VN-conferentie onbegrijpelijk' - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 29 september 2020
kalender

'Afwezigheid Nederland bij VN-conferentie onbegrijpelijk'

Met dank overgenomen van Partij van de Arbeid (PvdA) i, gepubliceerd op woensdag 24 juni 2009.

Onder het motto 'onafhankelijk en vrij, maar niet over de partij' verschijnen op pvda.nl regelmatig columns. Dit keer de column van Jan Pronk i. Nederland heeft, samen met enkele andere Westerse landen in april verstek laten gaan op een conferentie van de Verenigde Naties i tegen racisme. Onbegrijpelijk, meent Pronk.

Nederland heeft, samen met enkele andere Westerse landen in april van dit jaar verstek laten gaan op een conferentie van de Verenigde Naties tegen racisme. Het betrof een vervolg op de Wereldconferentie over Racisme die in 2001 in Durban had plaatsgevonden. Dat was een turbulente conferentie geweest, waarin ontwikkelingslanden het Westen heftige verwijten hadden gedaan. Die betroffen niet alleen het verre (slavernij) en recente verleden - de conferentie vond niet zonder reden plaats in het land waar Apartheid had geheerst - maar bijvoorbeeld ook het onrecht de Palestijnen aangedaan. In Durban hadden het Westen en Israël het zwaar te verduren gehad. Maar aan het eind van de conferentie was algemene overeenstemming bereikt over een slotdocument. De VS deden toen niet mee - zij onttrekken zich wel vaker aan debatten in het kader van de Verenigde Naties - maar alle aanwezige landen konden zich in de uitkomst vinden. Het Nederlandse kabinet (Paars II) had zich destijds bezorgd getoond, maar we hadden ons actief met de onderhandelingen bemoeid. Die waren moeizaam verlopen, maar er werd naar elkaar geluisterd en uiteindelijk bleken alle landen bereid tot compromissen. De opluchting was algemeen. Landen die zich in de overeengekomen tekst konden vinden kwamen daar later niet op terug. Ook Nederland niet. De Kamer floot het kabinet niet terug. Het was al met al dan ook een goede tekst. De Verenigde Naties hadden zich bewezen als het universele wereldforum bij uitstek, waar een grote variëteit aan opvattingen over beginselen, normen, waarden en grondrechten kan worden besproken, met de bedoeling om het met elkaar eens te worden. Een dergelijke consensus kan bijdragen aan het indammen van geweld dat voortvloeit uit culturele conflicten. Dat is van belang voor de gehele wereld, inclusief Nederland.

Zo’n consensus moet regelmatig worden onderhouden en bijgesteld. Vandaar de nieuwe conferentie in Geneve, waartoe de Algemene Vergadering van de VN had besloten. Het is onbegrijpelijk dat Nederland die conferentie heeft geboycot. De regering, bij monde van Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen, zei er geen vertrouwen in te hebben. We deden mee aan de vooronderhandelingen, maar haakten af omdat we niet op alle punten onze zin kregen. Let wel: nog voordat de conferentie zelf begon. Verhagen schreef aan de Kamer met geen enkele tekst akkoord te kunnen gaan, zolang deze de tekst welke in Durban was overeengekomen bevestigde. Ik begrijp dit niet. Nederland had zich destijds akkoord verklaard en had zich nadien niet van de tekst gedistantieerd. In moeizame vooronderhandelingen kan geen argument gelegen zijn om af te haken, zeker gezien de ervaringen van de vorige keer.

Ik vind de tekst die uiteindelijk in Geneve is aangenomen een verbetering ten opzichte van de vorige. In het debat in Nederland hebben tegenstanders van de Nederlandse deelname aan de conferentie argumenten gehanteerd die ontleend waren aan tekstvoorstellen die niet in de slotverklaring zijn terechtgekomen. Westerse diplomaten hebben verklaard dat andere landen het Westen tegemoet zijn gekomen. Dat klopt. Ook ditmaal bleek dat in de Verenigde Naties onderhandeld kan worden. Maar je moet dan wel mee onderhandelen.

De verklaring gaat over 'racisme, rassendiscriminatie, xenofobie en gerelateerde intolerantie'. Antisemitisme wordt expliciet veroordeeld en op een lijn gesteld met wat omschreven wordt als anti-Arabisme, Islamofobie en Christianofobie. Israël wordt niet genoemd. Genocide wordt ondubbelzinnig veroordeeld. Over de Holocaust wordt vastgesteld dat deze nooit mag worden vergeten. De verklaring spreekt zich uit tegen het aanzetten tot haat en tegen discriminatie op grond van ras of religie. Negatieve stereotypering van minderheden, inheemsen, immigranten, vreemdelingen en vluchtelingen moet worden tegengegaan.

De vrijheid van meningsuiting wordt essentieel genoemd voor een democratische en plurale samenleving. Die vrijheid wordt niet beperkt. Integendeel, vrijheid van meningsvorming kan, zo zegt de verklaring, een positieve rol spelen bij het tegengaan van discriminatie. Al deze uitspraken zijn even zovele toetsstenen voor het beleid van India, Mexico, Soedan, Zimbabwe en andere landen in het Zuiden van de wereld, als voor het Westen. Daarom is het des te meer onbegrijpelijk dat een aantal Westerse landen het overleg heeft geboycot. Natuurlijk waren er confronterende redevoeringen tijdens de conferentie, zoals die van president Ahmadinehad van Iran. Hij had zich op aandringen van VN Secretaris Generaal Ban Ki Moon gematigd, maar naar diens mening onvoldoende. Ban nam daarom onverwijld en zonder omwegen afstand van Ahmadinehad. En in het debat zelf diende de Noorse minister van Buitenlandse Zaken de President van Iran op staande voet van repliek.

Zo hoort het in de VN. Daar hoort ons land bij te zijn. We hebben een kans gemist. Nederland was altijd een pleitbezorger van de Verenigde Naties, als forum ter beslechting van politieke meningsverschillen. Wij hebben door deze boycot de autoriteit van datzelfde forum geschaad. Het is jammer dat dit gebeurde onder medeverantwoordelijkheid van de PvdA in de regering.

Het is meer dan jammer dat wij ons door onze afwezigheid hebben onttrokken aan mogelijke kritiek van andere landen op toegenomen racisme, xenofobie en intolerantie in ons eigen land. Wij zijn haantje de voorste in het bekritiseren van anderen, maar onttrekken ons aan een debat over onszelf. We staan kennelijk boven discussie. De regering nam de beslissing om weg te blijven enkele maanden nadat een opkomend politiek leider in ons land had opgeroepen om de Koran te verbieden. En zes weken later, dus nadat de regering geweigerd had mee te doen aan een wereldwijd politiek debat over religieuze discriminatie en intolerantie, riep diezelfde politieke leider dat miljoenen Moslims Europa zouden moeten verlaten omdat zij allen hetzij de Sharia willen opleggen, hetzij misdadiger zijn of Jihadist. Bij de Europese verkiezingen werd zijn partij de op een na grootste in ons land.

Wat thans in ons land gebeurt, valt onder de zorgen die aanleiding gaven tot een wereldwijd debat. In het internationale discours heeft ons land gezwegen. En binnen ons land lijkt de tegenspraak verstomd.'

Jan Pronk