Verslag algemeen overleg van 27 juni 2006 steun aan VN-vredesmissie MONUC - Nederlandse deelname aan vredesmissies - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Maandag 17 december 2018
kalender

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2005–2006

29 521

Nederlandse deelname aan vredesmissies

Nr. 32

1  Samenstelling:

Leden: De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Karimi (GroenLinks), Timmermans (PvdA), ondervoorzitter, Van Bommel (SP), Albayrak (PvdA), Wilders (Groep Wilders), Van Baalen (VVD), Van Aartsen (VVD), voorzitter, Van As (LPF), Herben (LPF), Ormel (CDA), Ferrier (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Van Velzen (SP), De Nerée tot Babberich (CDA), Van Dijk (CDA), Nawijn (groep Nawijn), Fierens (PvdA), Tjon-A-Ten (PvdA), Eijsink (PvdA), Samsom (PvdA), Brinkel (CDA), Szabó (VVD), Jonker (CDA), Koşer Kaya (D66) en Nijs (VVD). Plv. leden: Dijksma (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Arib (PvdA), De Wit (SP), Leerdam (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Griffith (VVD), Varela (LPF), Van den Brink (LPF), Haverkamp (CDA), Rambocus (CDA), Halsema (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Kant (SP), Eski (CDA), Cqörüz (CDA), Wolfsen (PvdA), Waalkens (PvdA), Dubbelboer (PvdA), Van Winsen (CDA), Veenendaal (VVD), Kortenhorst (CDA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Van Fessem (CDA) en Dittrich (D66).

2  Samenstelling:

Leden: Klaas de Vries (PvdA), Bakker (D66), Koenders (PvdA), Van Beek (VVD), Karimi (GroenLinks), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Albayrak (PvdA), voorzitter, Balemans (VVD), Van Baalen (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD), Van Winsen (CDA), Van den Brink (LPF), Mastwijk (CDA), Herben (LPF), ondervoorzitter, Duyvendak (GroenLinks), Kortenhorst (CDA), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Van Velzen (SP), Algra (CDA), Haverkamp (CDA), Aasted Madsen-van Stip-

VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 7 augustus 2006

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken1 en de vaste commissie voor Defensie2 hebben op 27 juni 2006 overleg gevoerd met minister Bot van Buitenlandse Zaken, minister Kamp van Defensie en minister Van Ardenne-van der Hoeven voor Ontwikkelingssamenwerking over:

– de brief van de ministers d.d. 9 juni 2006 inzake de Nederlandse bijdrage aan de EU-troepenmacht ter ondersteuning van de VN-vredesmissie MONUC tijdens de verkiezingen in Congo (artikel 100-brief) (29 521, nr. 27).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Ormel (CDA) merkt op dat zijn fractie in beginsel niet negatief staat tegenover het voornemen van de regering. Het welslagen van de verkiezingen in Congo is inderdaad een wezenlijk onderdeel van de overgang naar beter bestuur en betere kansen voor sociaal-economische ontwikkeling. Het is goed dat de Congolese bevolking eindelijk de kans krijgt zich uit te spreken over de toekomst van het land. Er dient geen vanzelfsprekend verband te zijn tussen een intensieve ontwikkelingssamenwerkingsrelatie en deelname aan vredesoperaties. Nederland is een van de grote donoren aan het transitieproces in Congo, maar dat is op zichzelf al zeer waardevol. Hoe oordeelt minister Van Ardenne over de berichten dat het DDR- en SSR-programma traag verloopt en dat het MDRP weinig effect sorteert? Kan de regering toezeggen dat de Nederlandse militairen uitsluitend worden ingezet voor operaties die gerelateerd zijn aan het welslagen van de verkiezingen? Wanneer gaat de periode van 4 maanden in? Staat de datum van de verkiezingen nu echt vast? De CDA-fractie is van mening dat de missieperiode niet langer dan 4 maanden mag duren.

hout (CDA), Straub (PvdA), Blom (PvdA), Eijsink (PvdA), Brinkel (CDA) en Szabó (VVD). Plv. leden: Van Dam (PvdA), Van der Laan (D66), Waalkens (PvdA), Lenards (VVD), Halsema (GroenLinks), Fierens (PvdA), Meijer (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Visser (VVD),

Oplaat (VVD), De Haan (CDA), Smilde (CDA), Hermans (LPF), Vendrik (GroenLinks), Knops (CDA), Van der Staaij (SGP), De Wit (SP), Jan de Vries (CDA), Ormel (CDA), Ferrier (CDA), Tichelaar (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Jonker (CDA) en Veenendaal (VVD).

Het is de bedoeling de troepen in Gabon en rond Kinshasa regelmatig te laten rouleren. Wat betekent dat voor de positie van de Nederlandse troepen? Zijn er al troepen aangewezen voor de strategische reserve in Europa? Welke landen dragen daaraan bij en hoe groot is die reserve? Hoe lang duurt het voordat deze troepen ter plekke kunnen zijn en is daarvoor nog nationale besluitvorming nodig? Zijn de tekorten in tactisch luchttransport en geneeskundige ondersteuning inmiddels opgeheven? Binnen welke tijdsduur kan een hospitaal met westerse standaarden worden bereikt door de Nederlandse troepen?

Wie zijn direct politiek verantwoordelijk voor de aansturing van generaal Viereck? Hoe is de verhouding tussen de VN-commandolijn en de EU-commandolijn?

Ten slotte vraagt de heer Ormel nadere informatie over de common funding binnen de EU.

De heer Koenders (PvdA) memoreert dat zijn fractie altijd heeft gepleit voor een Nederlandse inzet waarbij ook militairen op de grond een bijdrage leveren aan het fragiele opbouwproces in Congo. De redenen daarvoor zijn evident. Hij neemt aan dat de regering nog steeds een geďntegreerde benadering (ontwikkelingssamenwerking, buitenlandse politiek en militaire inzet) voorstaat.

De missie kan worden gekenmerkt als belangrijk, beperkt en curieus. Ze lijkt, gezien de uitwerking in het mandaat, zowel vraag- als aanbodaspecten te hebben. Dat mandaat stelt de commandant ter plekke voor enkele dilemma’s. Waarom moeten de troepen in Gabon blijven? Is het vanuit een oogpunt van afschrikking niet beter om vanuit Kinshasa te opereren?

Er zullen na de verkiezingen ongetwijfeld facties zijn die de vorming van een regering trachten te voorkomen. Met het oog daarop is het vreemd om een harde deadline te stellen en geen rekening te houden met de ongewisheden na de verkiezingen. De heer Ajello, speciaal EU-vertegen-woordiger in de DRC, heeft de ruimte gekregen om te verklaren dat met het oog op eventuele problemen na de verkiezingen een verlenging van het mandaat tot de mogelijkheden moet behoren. Hoe oordeelt de regering hierover?

Waarom is niet gekozen voor een directe ondersteuning van MONUC? Is het denkbaar dat EU- of NAVO-eenheden worden ingezet als een soort van strategische reserve voor VN-operaties waaraan Nederland niet wil meedoen?

Het ontwapeningsproces verloopt niet naar wens. Op een gegeven moment zal moeten worden nagegaan wat er precies is gebeurd met de Nederlandse bijdrage van 103 mln. De politiemissie van de EU en de betaling van het leger hebben prioriteit maar kan worden zorggedragen voor daadwerkelijke invulling ervan?

Hoe zal de samenwerking tussen de commandanten van EUFOR en MONUC gestalte worden gegeven? Mag ervan worden uitgegaan dat er voldoende special forces zijn in Gabon voor afschrikking en eventuele interventies? Hoe zal er worden gehandeld als groepen zich verzetten tegen de verkiezingsuitslag? Voorkomen moet worden dat acties worden ondernomen die op gespannen voet staan met de noodzaak van politieke neutraliteit. In welke omstandigheden zullen Nederlandse militairen burgers beschermen? De commandant ter plekke zal moeten weten welke prioriteiten de EU hanteert.

De grootste risico’s doen zich voor in Oost-Congo. Klopt het dat de Nederlandse inzet eraan bijdraagt dat UNMOC meer capaciteit heeft om in die regio te opereren? Is de minister bereid, een waarschuwing te laten uitgaan naar Uganda en Rwanda dat zij de uitslag van de verkiezingen hebben te respecteren?

De heer Van Baalen (VVD) stelt vast dat MONUC minder dan 20 000 militairen omvat en dat er slechts rond de 700 EU-militairen zijn in het uitgestrekte Congo. Daarbij komt dan ook nog een groot deel van die troepen achter de hand wordt gehouden in Gabon. De vraag is dus welk effect EUFOR kan hebben op de situatie aldaar en wat precies de bijdrage van de missie kan zijn aan het verkiezingsproces. Afhankelijk van het antwoord van de regering zal hij zijn standpunt ten aanzien van de missie bepalen.

De heer Van Bommel (SP) vindt het een belangrijke missie, niet alleen met het oog op de gewenste stabiliteit in Congo maar in de gehele regio. Als de missie mislukt, zal het effect zich immers doen gelden in die regio. Is het kabinet van mening dat de verkiezingen het enige doel vormen dat ondersteuning verdient, los van de situatie erna? Zullen de Nederlandse militairen hoe dan ook vier manden erna vertrekken? Is er enig perspectief op een goed bestuur? Zullen er bestuurders aan de macht komen die geen banden hebben met het bloedige verleden en de corruptie? Dat lijkt welhaast onmogelijk. Als er gewelddadig wordt gereageerd op de verkiezingsresultaten, moet worden vastgesteld dat het proces is mislukt. De rebellenleiders beschikken nauwelijks over een politieke basis, maar wel over troepen. De kans is dus vrij groot dat zij weinig succes boeken in de verkiezingen en vervolgens naar de wapens zullen grijpen. Op de lange termijn moeten de verkiezingen een oplossing bieden voor problemen als gevolg van kleptocratie, corruptie en politiek en economisch mismanagement. Economische ontwikkeling van de mijnsector is daarbij van groot belang. Veel contracten zijn echter in de oorlogsperiode afgesloten en ook in een overgangsperiode zijn ze niet zomaar te ontbinden. Hoe oordeelt de regering hierover?

Vervolgens vraagt de heer Van Bommel of er gevraagd is om de missie of dat zij is aangeboden. Mogen EU-troepen daadwerkelijke bescherming bieden aan burgers of moet daarbij in alle gevallen een beroep worden gedaan op MONUC? Hoe groot acht het kabinet de kans dat die troepen in een conflict worden gezogen waarin de EUFOR niet de primaire verantwoordelijkheid heeft?

Waarom wordt het grootste deel van de militairen in Gabon gelegerd en niet in Congo zelf?

Ten slotte vraagt de heer Van Bommel naar de stand van zaken van de bilaterale schuldenrelatie.

Mevrouw Karimi (GroenLinks) zegt een integrale benadering van het Grote Merengebied uiterst belangrijk te vinden. Als zodanig ondersteunt zij het beleid van de regering. Congo is een onmetelijk groot land, maar vastgesteld moet worden dat na uitbreiding van het mandaat MONUC wel degelijk betekenis heeft gehad voor het dagelijks leven van de Congo-lezen.

Zij staat in beginsel positief tegenover de EUFOR-missie maar plaatst vraagtekens bij de effectiviteit ervan. Kan inderdaad worden gesproken van een daadwerkelijk en krachtig signaal nu de missie zo marginaal is? Is er sprake van afschrikking als de troepen grotendeels in het buitenland worden gestationeerd?

Wie is nu precies verantwoordelijk voor de inzet van de EUFOR-troepen en waarom is er niet voor gekozen die troepen onderdeel te laten uitmaken van MONUC? Tijdens de hoorzitting is gezegd dat de EU nooit onder verantwoordelijkheid van de VN zal willen optreden. Als dat waar is, zou dat mevrouw Karimi erg verbazen. Wat vindt de regering van deze uitspraak? Hoe zal worden gehandeld in geval van grootschalige opstanden of geweldsuitbarstingen? Algemeen wordt verwacht dat zich na de verkiezingen grote problemen zullen voordoen en daarom ligt het niet voor de hand om strak vast te houden aan de termijn van vier maanden.

Hoe kan ervoor worden gezorgd dat het Congolese leger een onderdeel wordt van de oplossing en wat wordt er gedaan om de EU-politiemissie te ondersteunen?

De heer Van der Staaij (SGP) vindt het een goede zaak dat onder ogen wordt gezien welke bijdrage kan worden geleverd om een einde te maken aan de humanitaire noden in Congo. Het Grote Merengebied is niet voor niets een prioritaire regio. Een integraal beleid is gewenst, maar militair optreden hoeft natuurlijk niet per se een complement te zijn van ontwikkelingshulp. Het omgekeerde is wel het geval: militair optreden dient in het algemeen samen te gaan met ontwikkelingssamenwerking. Kan worden gesproken van een solide en geloofwaardige missie nu in de brief zo vaak het woord «beperkt» wordt gebezigd? De missie heeft een minimale omvang en veel militairen worden niet in Congo zelf gelegerd. Buiten Kinshasa kan de missie weinig betekenen, terwijl juist daar veel meer problemen worden verwacht na de verkiezingen. Het is bovendien de vraag of er sprake is van een reële afschrikwekkende macht. Eigenlijk is de EUFOR-macht meer afwezig dan aanwezig. De missie zal risicomijdend gedrag vertonen en de vraag is al met al of zij een effectieve bijdrage kan leveren. Als het de bedoeling van de EU is om te laten zien waartoe zij in staat is, is dit een misplaatste symboliek. Solana heeft gezegd dat de EU met deze missie bewijst zelfstandig te kunnen optreden. Dat argument spreekt de heer Van der Staaij niet aan. Waarom is niet gekozen voor een versterking van MONUC?

Antwoord van de bewindslieden

De minister van Buitenlandse Zaken merkt allereerst op dat de EU traditioneel een belangrijke rol speelt in Afrika met name op het gebied van het bevorderen van vrede, veiligheid en stabiliteit. Daarbij wordt zo veel mogelijk een geďntegreerde aanpak gevolgd: politiek, diplomatiek, economisch, militair en ook ontwikkelingssamenwerking. De EUFOR-missie is samengesteld op verzoek van de VN. Gedurende de verkiezingen zal er een militaire presentie zijn om MONUC te helpen de situatie onder controle te houden. In beginsel zijn het vooral troepen uit Azië en Afrika die activiteiten verrichten in Afrika. Dat is ook de wens van de Afrikaanse Unie zelf en daarom ook bestaat een groot deel van MONUC uit dergelijke troepen. Het gaat nu om een additionele en beperkte EUFOR-missie van korte duur. Deze goed bewapende en snel inzetbare troepen kunnen worden ingezet ten behoeve van extra beveiliging tijdens de verkiezingen in een beperkt deel van Congo. De aanwezigheid van die troepen is veel meer dan louter symboliek. Er gaat een signaal vanuit naar de negatieve krachten in de DRC. Het spreekt voor zich dat MONUC de belangrijkste stabiliserende factor in de regio blijft gedurende het transitieproces.

De inzet van de missie is gerelateerd aan de verkiezingen en dat betekent dus dat zal worden vastgehouden aan de termijn van vier maanden vanaf 1 augustus 2006, uitsluitend in en rond Kinshasa exclusief een relatief korte periode van op- en afbouw. Als zich omstandigheden voordoen die verlenging rechtvaardigen, is een nieuw mandaat nodig en zal de Kamer opnieuw worden geconsulteerd. Het zou politiek gesproken niet verstandig zijn om nu al uit te spreken dat de periode van aanwezigheid wordt verlengd. Je geeft dan immers te kennen dat je er geen vertrouwen hebt dat het verkiezingsproces in vier maanden kan worden afgewikkeld. Desgevraagd merkt de minister op dat een goed bewapende eenheid van 2100 man kan worden beschouwd als een geduchte krijgsmacht. De uitspraak dat de geschiedenis van Afrika veranderd kan worden door één bataljon gaat misschien wat ver, maar de geschiedenis leert wel dat relatief kleine eenheden een enorm verschil kunnen maken. Nederland stelt met een zekere regelmaat de noodzaak van uitbreiding

van de lijst van gemeenschappelijke kosten voor militaire uitzending (vredesmissies, EU-common funding) aan de orde en zal dat blijven doen. Dat moet resulteren in een betere verdeling van de kosten. De bewindsman wijst erop dat de heer Ajello niet mede namens de regering heeft gesproken en dat hij zijn visie niet deelt. Rwanda en Uganda is te verstaan gegeven dat ze de uitslag van de verkiezingen in Congo hebben te respecteren.

De minister van Defensie merkt allereerst op dat het naast de huidige activiteiten van Nederland onmogelijk is om een aparte logistieke lijn richting Congo op te zetten. Nederland wil een bijdrage leveren onder de voorwaarde dat Duitsland de logistiek voor zijn rekening neemt. Daarover zijn afspraken gemaakt en dat betekent ook, naast hetgeen is neergelegd in het mandaat, dat rekening moet worden gehouden met de besluiten die in Duitsland worden genomen. Uiteraard kan Nederland in de diverse gremia wel een zekere invloed uitoefenen. De omvang van de eenheid is conform het verzoek van de VN en de EU.

De eerste verantwoordelijkheid voor een goed verloop van de verkiezingen ligt bij de Congolese politie. Eventuele ondersteuning moet worden geboden door de Congolese krijgsmacht en als die krijgsmacht daartoe onvoldoende in staat is, is MONUC aan bod. MONUC wordt op zijn beurt ondersteund door een EUFOR-macht. Ongeveer 800 soldaten komen in Kinshasa, 1200 militairen zijn op afroep beschikbaar en er vindt een roulatie plaats tussen die eenheden. Een strategische reserve in Europa van 1500–2000 man is binnen 5–10 dagen inzetbaar. Het EU-onderdeel waarvan Nederland deel uitmaakt, beperkt zich tot Kinshasa.

Er gaat een belangrijk signaal uit van de aanwezigheid van Europese soldaten in Congo. Er wordt veel aan gedaan om de militairen zichtbaar te doen zijn en in Congo weet men dat er heel snel kan worden gereageerd. Maar als na de verkiezingen de situatie echt uit de hand loopt, is de EUFOR-macht ontoereikend en zullen de troepen zich verdedigen waarna terugtrekking zal plaatsvinden. Het is niet realistisch te veronderstellen dat een zo beperkte troepenmacht grootschalige onlusten effectief zal kunnen bestrijden.

De bewindsman sluit zich vervolgens geheel aan bij de opmerkingen van zijn collega van Buitenlandse Zaken over de termijn van vier maanden. De termijn wordt genoemd in het VN-mandaat en ook Duitsland wenst zich daaraan te houden.

Zowel in Gabon als in Kinshasa zal een EU-hospitaalvoorziening worden gesitueerd. Er zal voor worden gezorgd dat de Nederlandse militairen zo nodig binnen redelijk afzienbare tijd naar een dergelijk hospitaal kunnen worden gebracht.

Er is sprake van een aparte EU-commandolijn. De EU-commanders zijn verantwoording verschuldigd aan het Politieke Comité van de EU waarin ook Nederland is vertegenwoordigd. Het is natuurlijk heel legitiem van de EU om ook politieke overwegingen te laten gelden bij haar optreden in Congo. De EU is immers bezig met het op een zorgvuldige manier vorm en inhoud geven aan een Europees veiligheids- en interventiebeleid. Ten slotte wijst hij er in antwoord op een vraag van de heer Ormel op dat het inzetten van luchtsteun in geval van calamiteiten niet voor de hand ligt als de Nederlandse militairen onderdeel uitmaken van een grote massa.

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking wijst erop dat Nederland in het kader van het stabiliteitspact in het Grote Merengebied een integraal beleid wenst te voeren: beter bestuur, beheer van de hulpbronnen, het in kaart brengen van migratiestromen, bestrijding van de illegale handel enzovoorts. Hopelijk zal in december 2006 tijdens de Grote Merentop overeenstemming worden bereikt en zal er geld op tafel te komen om de wederopbouw te ondersteunen. Het grootschalige

demobilisatie- en re-integratieprogamma begint ondertussen vorm en inhoud te krijgen, behoudens in Congo en Burundi waar het vredesproces stagneerde. Gelukkig hebben ook deze landen de politieke wil om de demobilisatie en re-integratie ter hand te nemen. Van de 70 000 strijders die gekozen hebben voor re-integratie, zijn 18 174 kindsoldaten. Na ontwapening zijn deze kinderen overgedragen aan organisaties als Unicef en Save the Children. Het is jammer dat ruim 84 000 militairen en strijders nog niet deelnemen aan het programma en dat de start nogal moeizaam was. De donoren en internationale instellingen oefenen de nodige druk uit op de Congolese autoriteiten die vanzelfsprekend de eerste verantwoordelijkheid hebben op dit punt. Ondertussen kan worden vastgesteld dat het programma op stoom begint te komen. De minister zegt toe de Kamer schriftelijk te informeren over de besteding van de Nederlandse bijdrage van 103 mln.

Congo kan profiteren van een schuldendienstreductie van 10 mld. dollar. 1 mld. dollar is de schuldendienst aan de Wereldbank, de rest is schulden aan bilaterale crediteuren. Nederland heeft al eerder 300 mln. daarvan kwijtgescholden onder de Napelsvoorwaarden. De minister zegt toe na te zullen gaan hoeveel de bilaterale schuld nu nog bedraagt. Met het oog op de huidige situatie zullen crediteuren minder snel overgaan tot schuldkwijtschelding en zal Congo dus eerst zijn financiën op orde moeten brengen.

Nadere gedachtewisseling

De heer Ormel (CDA) zegt nog dat zijn vraag over de inzet van luchtstrijdkrachten is ingegeven door zorg over de veiligheid van de militairen en gezien moet worden tegen de achtergrond van het toetsingskader.

De heer Koenders (PvdA) wijst erop dat er onvoldoende geld is voor de financiering van het leger. Als de soldaten niet betaald worden, gaan zij op een andere manier hun geld halen. Aan de andere kant is er wel veel geld beschikbaar voor gedemobiliseerde soldaten. Het moet de diverse partijen in Congo volstrekt duidelijk zijn dat de EU optreedt in geval van verstoring van verkiezingen. Het is niet verstandig om van tevoren aan te kondigen wanneer wel en niet wordt opgetreden.

De heer Van Baalen (VVD) vraagt of de aanwezigheid van de troepen wordt verlengd in geval van uitstel van de verkiezingen.

De heer Van Bommel (SP) merkt op dat het Congolose leger wegens achterblijvende betalingen een instabiele factor blijft. De door de minister geschetste exitstrategie past bij het mandaat. Elk ander geluid kan valse verwachtingen wekken of worden aangegrepen door partijen om door middel van provocaties het conflict te internationaliseren.

Mevrouw Karimi (GroenLinks) verbaast zich enigszins over de uitspraak van minister Kamp dat de troepenmacht zich zal terugtrekken in geval van calamiteiten na de verkiezingen. MONUC, dat door de EU-missie wordt ondersteund, heeft immers het mandaat om in zo’n situatie op te treden.

De heer Van der Staaij (SGP) meent ook na het antwoord van de regering niet kan worden gesproken van een geloofwaardige en effectieve missie. De vraag is in hoeverre de beperkingen die aan de missie kleven een uitnodiging tot provoceren zijn.

De minister van Buitenlandse Zaken antwoordt dat, als het ernaar uitziet dat de verkiezingen worden uitgesteld, de regering bij de Kamer zal

terugkomen. Er is overigens momenteel geen aanleiding om daarvan uit te gaan.

Op diverse fronten worden acties ondernomen om het leger tot een meer stabiele factor te maken. Onlangs is de soldij verhoogd om het probleem van plunderingen tegen te gaan. Hij spreekt de hoop uit dat met de steun van MONUC de verkiezingen goed zullen verlopen. Congo is een groot land met een ingewikkeld verleden, maar als de bevolking zelf warm loopt voor de verkiezingen, is er alle reden om daaraan steun te geven.

De minister van Defensie antwoordt dat de nodige maatregelen zijn genomen om gewonde soldaten zo snel mogelijk bij de medische voorzieningen te krijgen.

Alle partijen in Congo weten waartoe MONUC in staat is en hetzelfde geldt voor de EU-missie. Als zich problemen voordoen, zullen ze zeker worden aangepakt. De EU-missie heeft echter niet de capaciteit om grootschalige onlusten te weerstaan. Het is bovendien niet haar eerste verantwoordelijkheid en ook past het niet in het mandaat. Een realistische benadering lijkt de bewindsman gewenst.

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking merkt nog op dat de registratie van kiezers een geweldig succes is en dat het referendum over de grondwet vreedzaam is verlopen. Het lijkt haar dat de Kamer deze feiten zou moeten betrekken bij haar afweging.

De heer Ormel (CDA) deelt mee dat zijn fractie de uitzending van 50 militairen naar Congo voor een periode van vier maanden steunt.

De heer Koenders (PvdA) vraagt zich af of het beperken van de missie tot een termijn van vier maanden stabiliserend werkt. Zijn fractie kan desalniettemin instemmen met de missie omdat de verkiezingen een zeer belangrijke factor zijn in het transitieproces.

De heer Van Baalen (VVD) spreekt de hoop uit dat de verkiezingen stabiliteit en vrede in het land dichterbij zullen brengen. Hij blijft twijfels houden over de effectiviteit van MONUC en de EUFOR-missie. Er is echter sprake van een solide mandaat, rules of engagement en duidelijke commando-lijnen zodat de troepen geen onnodige risico’s lopen. Al met al kan zijn fractie instemmen met de missie, ook al heeft zij de indruk dat het een «baat-het-niet-dan-schaadt-het-nietmissie» is.

De heer Van Bommel (SP) is van mening dat er sprake is van een kans op een historische omslag in Congo in de richting van democratie. Als Nederland daaraan een bijdrage kan leveren, hoe bescheiden ook, moet dat niet worden tegengehouden. Daarom kan zijn fractie instemmen met de missie.

Mevrouw Karimi (GroenLinks) herinnert eraan dat haar fractie al meermalen heeft gevraagd om meer betrokkenheid van Nederland bij het Grote Merengebied. MONUC heeft laten zien dat ook een beperkte aanwezigheid effectief kan zijn en Congo verdient steunt bij zijn streven het transitieproces te voltooien. Daarom zal ook haar fractie instemmen met uitzending van de missie.

De heer Van der Staaij (SGP) deelt mee dat zijn twijfels niet zijn weggenomen. Er moet inderdaad iets worden gedaan aan de humanitaire nood in de regio, maar de missie is te beperkt qua inzet en reikwijdte om een substantiële bijdrage te kunnen leveren. Zijn fractie zal niet instemmen met de missie.

De voorzitter constateert dat de fracties van de PvdA, het CDA, de VVD, GroenLinks en de SP instemmen met uitzending van de missie.

De voorzitter van de vaste commissie van Buitenlandse Zaken, Van Aartsen

De voorzitter van de vaste commissie voor Defensie, Albayrak

De adjunct-griffier van de vaste commissie van Buitenlandse Zaken, Van Toor

 
 

2.

Meer informatie

 
 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.