Brief minister over een ongewenst inkomenseffect voor alleenstaande gedeeltelijk arbeidsongeschikten - Bevordering van het naar arbeidsvermogen verrichten van werk of van werkhervatting van verzekerden die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn en tot het treffen van een regeling van inkomen voor deze personen alsmede voor verzekerden die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zaterdag 8 augustus 2020
kalender

Brief minister over een ongewenst inkomenseffect voor alleenstaande gedeeltelijk arbeidsongeschikten - Bevordering van het naar arbeidsvermogen verrichten van werk of van werkhervatting van verzekerden die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn en tot het treffen van een regeling van inkomen voor deze personen alsmede voor verzekerden die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2005–2006

30 034

Bevordering van het naar arbeidsvermogen verrichten van werk of van werkhervatting van verzekerden die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn en tot het treffen van een regeling van inkomen voor deze personen alsmede voor verzekerden die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)

Nr. 59

BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag,14 april 2006

Op 1 januari 2006 is de Wet Invoering en financiering Wet WIA van kracht geworden. Deze wet regelt dat uitkeringsgerechtigden die tot 1 januari een IOAW-uitkering in combinatie met een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvingen, met ingang van 1 januari een arbeidsongeschiktheidsuitkering in combinatie met een hogere toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangen. Door deze verhoging van de toeslag zijn gedeeltelijk arbeidsongeschikten voor de aanvulling tot het relevante sociaal minimum niet meer aangewezen op een IOAW-uitkering. Daardoor kunnen zij vanaf 1 januari doorgaans bij één loket (het UWV) terecht. De hogere toeslag op grond van de Toeslagenwet vult nu immers aan tot het bruto sociaal minimum, waardoor het niet meer nodig is een IOAW-uitkering aan te vragen bij gemeenten. Deze wijziging leidt tot een vereenvoudiging van regelgeving, een vereenvoudigde uitvoering en een vermindering van lasten voor burgers.

Voor een deel van de doelgroep leidt deze wijziging echter tot een inkomenseffect dat niet voorzien was. Alleenstaanden ontvangen door deze wijziging weliswaar een uitkering die bruto gelijk is aan het relevante sociaal minimum, maar door verschillen in het bruto-netto-traject bij loondervingsuitkeringen ten opzichte van het bruto-netto-traject bij de IOAW-uitkering, wordt voor dit deel van de doelgroep niet het netto sociaal minimum bereikt. Het verschil bedraagt maximaal € 61,50 op maandbasis. Hierdoor zouden deze personen voor een inkomen op het netto sociaal minimum alsnog bijstand moeten aanvragen en gebruik moeten maken van een tweede loket. Bovendien zullen niet al deze personen in aanmerking komen voor bijstand aangezien hiervoor een vermogenstoets geldt (dit geldt niet voor de IOAW of de Toeslagenwet).

Het bovenstaande onvoorziene effect acht ik niet wenselijk. Met UWV heb ik daarom de mogelijkheden van een reparatiemaatregel besproken. Dit heeft er toe geleid dat ik in nauw overleg met UWV heb besloten dat UWV

alle alleenstaanden die in september 2006 een uitkering in verband met gedeeltelijk arbeidsongeschiktheid met een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangen, een eenmalige uitkering verstrekt. Deze uitkering bedraagt het maximale jaarlijkse nettoverschil tussen het bruto en het netto sociaal minimum. Dit zal geschieden op grond van een nog te treffen ministeriële regeling op basis van artikel 9 van de Kaderwet SZW-subsidies.

Dit betekent ook dat er een geringe overcompensatie zal optreden. Niet alleen de groep die een negatief effect heeft ervaren als gevolg van de overgang met de Wet Invoering en financiering Wet WIA wordt gecompenseerd, maar ook alleenstaande gedeeltelijke arbeidsongeschikten met een inkomen beneden het sociaal minimum die voor 1 januari geen IOAW-uitkering hadden. Deze groep van gedeeltelijk arbeidsongeschikten heeft geen recht op een zogeheten kopje op de uitkering en was voor de aanvulling tot het netto relevante sociaal minimum aangewezen op bijstand (tenzij er sprake was van relevant vermogen). Voorzover deze aanvullende bijstand niet was aangevraagd en er dus sprake was van onderbenutting, wordt deze onderbenutting nu opgeheven.

Het UWV heeft aangegeven dat zij een dergelijke regeling, waarbij in september een eenmalige uitkering verstrekt wordt, kan uitvoeren. Naast deze eenmalige reparatiemaatregel, zal in samenspraak met UWV worden onderzocht welke structurele oplossing mogelijk is voor deze problematiek. Ik informeer u hierover uiterlijk op 1 juli.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A. J. de Geus

 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.