Nota 'Breed Initiatief Maatschappelijke Binding' - Breed Initiatief Maatschappelijke Binding - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 26 januari 2021
kalender

Nota 'Breed Initiatief Maatschappelijke Binding' - Breed Initiatief Maatschappelijke Binding

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2004–2005

30 054

Breed Initiatief Maatschappelijke Binding

Nr. 1

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 maart 2005

Hierbij bied iku, namens het kabinet, de nota «Breed Initiatief Maatschappelijke Binding» aan. De nota gaat over de initiatieven van het kabinet ter versterking van de positieve, op sociale samenhang gerichte krachten in de samenleving. Meer in het bijzonder gaat de nota in op de achtergronden, de opzet en de resultaten van de manifestatie van 26 januari. Op die dag hebben leden van het kabinet gesproken met de belangrijkste maatschappelijke organisaties die op hun werkvelden actief zijn. De nota geeft ookaan hoe het kabinet verder wil gaan met het Breed Initiatief.

De nota «Weerbaarheid tegen radicaliseringsinvloeden», die uw Kamer eerder is toegezegd, wordt na behandeling in de Ministerraad zo spoedig mogelijkaan u toegezonden.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, M. C. F. Verdonk

NOTA BREED INITIATIEF MAATSCHAPPELIJKE BINDING

  • 1. 
    Acties ter versterking van binding en betrokkenheid

Op 26 januari van dit jaar hebben de minister-president en ministers van het kabinet in de Ridderzaal gesproken met vertegenwoordigers van maatschappelijke, godsdienstige en levensbeschouwelijke organisaties over een Breed Initiatief Maatschappelijke Binding. De gesprekken hadden tot doel een extra impuls te geven aan de vele initiatieven die er in het land zijn om het sociale klimaat te verbeteren en de binding van burgers aan de samenleving te versterken. Tijdens de bijeenkomst zijn afspraken gemaakt over nieuwe initiatieven en over het intensiveren of toespitsen van acties die al eerder zijn ingezet, zowel vanuit het kabinet als vanuit de betrokken maatschappelijke organisaties, gemeenten en bedrijfsleven.

Het Breed Initiatief wordt in deze nota gepresenteerd. De nota zet uiteen wat de achtergronden zijn van het initiatief, wat het precies inhoudt, welke plaats het heeft in het kabinetsbeleid, wat er tot nu toe is gedaan en hoe het kabinet hiermee verder wil gaan.

Paragraaf 2 van deze nota behandelt de achtergronden van en de aanleiding tot het kabinetsinitiatief. Paragraaf 3 zet uiteen hoe het Breed Initiatief Maatschappelijke Binding is opgezet. Paragraaf 4 geeft de resultaten van de eerste publieke presentatie van het Breed Initiatief. In paragraaf 5 wordt aangegeven wat er verder gaat gebeuren met het Breed Initiatief.

  • 2. 
    Achtergronden: zorg over sociale samenhang

Bij velen leeft zorg over de manier waarop wij in de samenleving met elkaar omgaan. Individualisering, secularisering, informatisering en internationalisering hebben bestaande verbanden aangetast. Daar zijn wel nieuwe vormen van onderlinge verbondenheid voor in de plaats gekomen, maar er zijn groepen burgers die economisch, sociaal en cultureel een te grote afstand ten opzichte van de hoofdstroom van de samenleving hebben. Dit geldt in het bijzonder voor delen van de migrantenbevolking. De snelle veranderingen in de samenleving brengen spanningen met zich mee die manifest worden bij dramatische gebeurtenissen zoals de moord op Theo van Gogh.

Deze ontwikkelingen vragen om een vergroting van de veerkracht en de weerbaarheid van de samenleving. Een productieve economie is nodig, maar dat is niet voldoende. Om de uitdagingen van deze tijd aan te kunnen is het ook nodig dat de sociale samenhang wordt versterkt. Deze tijd vraagt om nieuwe vormen van gemeenschapszin en betrokkenheid. Versterking van binding en betrokkenheid van groepen en personen die nu onvoldoende meedoen, vergroot de weerbaarheid van de samenleving.

Binding en betrokkenheid ontstaan waar mensen elkaar ontmoeten en met elkaar samenwerken om iets gemeenschappelijks tot stand te brengen: in het bedrijf, op kantoor, op school, op het sportveld, in uitgaansgelegenheden, in gebedshuizen, in wijken en buurten. Deze samenwerkingsverbanden dragen bij aan sociale samenhang wanneer de waarden die zij nastreven in overeenstemming zijn met breed gedragen algemene waarden en wanneer er sprake is van betrokkenheid bij de samenleving als geheel. Hier komen de wegen van overheid en maatschappelijke organisaties bij elkaar, want het is de taak van de overheid om bij te dragen aan de verwezenlijking van de centrale waarden van de samenleving.

De spanningen in het samen leven die de afgelopen jaren manifest zijn geworden hebben niet alleen maar tot bezorgdheid geleid. Inmiddels is bij burgers ookde behoefte gegroeid om zelf de handen uit de mouwen te steken. Landelijk, maar ook lokaal zijn er tal van initiatieven van individuele burgers en organisaties die tot doel hebben mensen met elkaar in gesprek te brengen, nieuwkomers wegwijs te maken in de samenleving, vormen te vinden voor uitwisseling en kennismaking, verantwoordelijkheid te nemen voor het aanzien van buurten, van gedachten te wisselen over de manier waarop we met elkaar omgaan, gemeenschappelijke activiteiten op te zetten op scholen, bij bedrijven het bewustzijn van hun rol in de samenleving te versterken. Dat leidt tot acties met titels als: «Geef je glimlach voor een gezellig Nederland», «StadsDiner: bekend maakt bemind», «Rust, reinheid en regelmaat op school», «Derde dag van de dialoog», «Een slinger door Nederland». De database die het Forum voor Democratische Ontwikkeling heeft opgezet bevat ruim 400 van dit soort initiatieven. De database maakt deel uit van de website «Zestienmiljoen-mensen.nl» van de rijksvoorlichtingsdienst. De website is opgezet als onderdeel van het initiatief van het kabinet om het debat over waarden en normen in de samenleving te stimuleren.

Ookis er het initiatief van mensen uit de reclamewereld: «Nederland niet kapot te krijgen». Via billboards en via de media roepen zij het publiek op zelf iets te gaan doen aan het versterken van de sociale samenhang. Ook dit initiatief heeft een website geopend waarop initiatiefnemers hun plannen en acties bekend kunnen maken.

  • 3. 
    Breed initiatief maatschappelijke binding

Het kabinet is zijn ambtstermijn gestart met het motto «Meedoen, meer werk, minder regels». De ontwikkelingen die in het voorgaande zijn geschetst, maken duidelijk dat meedoen nu hard nodig is. Om in Nederland op een ontspannen manier met elkaar te kunnen blijven omgaan is een klimaat nodig van wederzijdse acceptatie en betrokkenheid bij elkaar. Dat is geen terugkeer naar de jaren vijftig van de vorige eeuw, het is al helemaal geen hernieuwde verzuiling, maar het is wel een reactie op een gebrekaan sociale samenhang. Ookal zijn we het erover eens dat in onze samenleving de individuele vrijheid het primaat heeft en ookmoet hebben, dat neemt niet weg dat sociale samenhang onmisbaar is voor leefbaarheid en veiligheid.

Het kabinet is zich hiervan bewust en wil het zijne bijdragen aan behoud en versterking van de sociale samenhang, maar het kabinet is zich er ook van bewust dat het binding en betrokkenheid niet zelf kan organiseren. Wel kan het kabinet het klimaat en de omstandigheden creëren om de initiatieven van burgers en organisaties die hierop zijn gericht optimaal tot hun recht te doen komen. Daarom is het kabinet in november van het vorig jaar gestart met het Breed Initiatief Maatschappelijke Binding.

Het directe doel van het Breed Initiatief is om acties en initiatieven van gemeenten, maatschappelijke, godsdienstige en levensbeschouwelijke organisatie en burgers die zijn gericht op het versterken van binding en betrokkenheid te stimuleren, te ondersteunen en op een positieve wijze voor het voetlicht te brengen.

Omdat binding tot stand komt in alle sectoren van de samenleving waar mensen met elkaar te maken hebben, is het hele kabinet bij het Breed Initiatief betrokken. Weliswaar berust de coördinatie bij de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, maar de afzonderlijke bewindspersonen zijn verantwoordelijkvoor de acties op hun eigen werkveld.

Het Breed Initiatief wordt door middel van twee publieke manifestaties onder de aandacht van de bevolking gebracht. De eerste manifestatie van

het initiatief heeft op 26 januari plaatsgevonden. Op die dag is de bijeenkomst in de Ridderzaal belegd die in de introductie van deze brief is genoemd. Tijdens deze bijeenkomst hebben de meest betrokken bewindslieden elkafzonderlijkgesproken met de organisaties waarmee zij in hun werkveld het meest te maken hebben. De bijeenkomst is geopend en afgesloten door de minister-president. De minister-president en de twee vice-premiers hebben bij tourbeurt deelgenomen aan de gesprekken met de afzonderlijke bewindslieden. De bijeenkomst is afgesloten met een gezamenlijke verklaring.

In een afzonderlijke avondbijeenkomst is door de minister-president en leden van het kabinet gesproken met godsdienstige en levensbeschouwelijke organisaties. In de gesprekken is een eerste aanzet gegeven tot een dialoog tussen deze organisaties en de overheid.

De betrokken departementen, SZW, EZ, OCW, VWS, VROM, BZK/BVK, Justitie/V&I hebben ieder op hun eigen wijze de bijeenkomst voorbereid. Voorbereidingsconferenties hebben plaatsgevonden en er zijn bilaterale gesprekken gevoerd met de deelnemende organisaties. Voor elk van de maatschappelijke velden is een eerste lijst van mogelijke actiepunten opgesteld met het doel deze op de bijeenkomst van 26 januari verder te bespreken en zo nodig aan te vullen.

  • 4. 
    Resultaten van de Ridderzaalbijeenkomst

De toon en de resultaten van de gesprekken die tijdens de Ridderzaalbijeenkomst zijn gevoerd bevestigen de constateringen die eerder in deze nota zijn gedaan. In alle sectoren van de samenleving leeft een sterke wens om een eind te maken aan de negatieve stemming die de afgelopen jaren is ontstaan over het samen leven in ons land. Bij velen is er de behoefte om daadwerkelijkiets te doen aan het gebrekaan vertrouwen en de afstand tussen bevolkingsgroepen. De problemen die er zijn worden onderkend en niet gebagatelliseerd, maar het gevoelen is algemeen dat ze oplosbaar zijn. Op elkvan de besproken thema’s is een invalshoek gekozen, zijn actiepunten vastgesteld en zijn afspraken gemaakt. Ze worden hier per thema kort weergegeven.

Werk: meer openheid op de arbeidsmarkt

Aan het gesprek over de mogelijkheden om op de arbeidsmarkt en in bedrijven binding en betrokkenheid te versterken is deelgenomen door vertegenwoordigers uit het georganiseerde bedrijfsleven, de vakbonden, de arbeidsbemiddeling en instellingen die actief zijn in het tegengaan van discriminatie en het bevorderen van arbeidskansen van specifieke groepen werkenden en werkzoekenden. De deelnemers vinden elkaar in de opvatting dat werkhet middel bij uitstekis om binding en betrokkenheid in de samenleving te bewerkstelligen. Daarvoor is het nodig dat belemmeringen voor deelname aan de arbeidsmarkt worden weggenomen, werkzoekenden hun kansen grijpen en op de werkvloer open met elkaar gesproken kan worden. Gezamenlijk willen zij zich inspannen om de integratie op de werkvloer te bevorderen. Dit houdt onder meer in:

  • • 
    Er komt een gezamenlijkinitiatief om het gesprekop de werkvloer op gang te brengen en te houden.
  • • 
    Werkgevers- en werknemersorganisaties zullen in samenwerking met minderhedenorganisaties het gesprektussen bevolkingsgroepen op de werkvloer bevorderen.
  • • 
    Het voeren van goed werkgeverschap gericht op diversiteit en ontplooiing van de werknemers.
  • • 
    Een banenoffensief voor vluchtelingen.
  • • 
    Een sluitende aanpakop lokaal niveau door een flexibele inzet van

middelen om iedere werkzoekende te bemiddelen naar werk, scholing of duale banen.

  • • 
    Mensen met een baan en een netwerkgaan iemand zonder baan en netwerkcoachen of een stageplekaanbieden. Voor hoger opgeleiden wordt een actie gestart: adopteer een cv.
  • • 
    Inventariseren van reeds genomen maatregelen en activiteiten en daar nieuwe impulsen aan geven.

Ondernemerschap: kansen voor nieuweondernemers

Aan de tafel van de staatssecretaris van Economische Zaken is gesproken over binding door ondernemerschap. De deelnemers stelden vast dat ondernemerschap ookvoor nieuwe Nederlanders de mogelijkheid biedt zich een plaats te verwerven en zo hun verdere binding en betrokkenheid bij de samenleving te vergroten. Bovendien dragen nieuwe ondernemers bij aan het Nederlandse ondernemingsklimaat met nieuwe ideeën, producten, diensten en methodes van ondernemerschap. Afgesproken is om de kansen voor nieuwe ondernemers te vergroten door onder meer de volgende acties.

  • • 
    Het wegnemen van knelpunten voor alle ondernemers, zoals administratieve lasten.
  • • 
    Het verbeteren van het imago van ondernemerschap en het vergroten van de animo voor ondernemerschap door de inzet van goede voorbeelden en door voorlichting en door ondernemerschap in het onderwijs onder de aandacht te brengen.
  • • 
    Het blijkt in de praktijk soms moeilijk te zijn om zakelijke kredieten voor kleine bedragen via een bank te verkrijgen. Voor nieuwe ondernemers vormt dit soms een barrière om bedrijven te starten. Het ministerie van Economische Zaken, banken en branche-organisaties en accountants gaan de komende maanden hiervoor oplossingen vinden.
  • • 
    Het stimuleren van de mogelijkheden om vanuit een uitkeringssituatie via ondernemerschap weer aan het werkte gaan. Het UWV en CWI kunnen een belangrijke bijdrage leveren.
  • • 
    Het versterken van de groeimogelijkheden voor nieuwe ondernemers onder meer door het actief toegankelijk maken van reguliere netwerken van ondernemers. Voor branches is hierbij een speciale rol weggelegd.
  • • 
    Het intensiveren van coachingsmogelijkheden voor nieuwe ondernemers. Bijvoorbeeld door het gebruiken en uitbouwen van netwerken van coaches.
  • • 
    In het actieprogramma «Nieuwe ondernemers» van de ministeries van EZ, SZW en V&I zullen deze acties worden uitgewerkt.

Onderwijs: Scholen, de plaats om leerlingen bij elkaar te brengen

Deelnemers uit het onderwijsveld zijn het erover eens dat het onderwijs kinderen en jongeren met een zeer verschillende achtergrond bij elkaar brengt en voorbereidt op de arbeidsmarkt en op de samenleving. Leerlingen en studenten moeten in een veilige omgeving in vrijheid met elkaar om kunnen gaan en kunnen werken aan hun ontwikkeling. Het is nodig dat leerkrachten, docenten en ouders in staat worden gesteld om kinderen en jongeren zo’n omgeving te bieden. De minister van OCW gaat daarom samen met de scholen, de hoger-onderwijsinstellingen, het beroepsonderwijs en de ouders werkmaken van onder meer de volgende onderwerpen:

  • • 
    Ondersteuning en verdere deskundigheidsbevordering van ouders met behulp van een trainingsmodule.
  • • 
    Ondersteuning en verdere deskundigheidsbevordering van leraren en docenten met behulp van coachings- of mentoringtrajecten en het opzetten van een landelijknetwerkvan leerlingbegeleiders.
  • • 
    Meer aandacht in de (na)scholing en de onderwijspraktijk voor de

signalerende rol en de handelingsbekwaamheid van leraren en docenten ten aanzien van ondermeer probleemleerlingen, uitval en radicalisering.

  • • 
    Inspelen op maatschappelijke veranderingen door verdere uitwerking en implementatie van de kerndoelen met daarbij expliciete aandacht voor gedeeld burgerschap.
  • • 
    Organiseren van regionale rondetafelgesprekken om in samenspraak met leraren, docenten, leerlingen en ouders de diversiteit aan problemen en oplossingen boven tafel te krijgen.
  • • 
    In samenwerking met de Inspectie van het Onderwijs zal een meldpunt worden ingericht voor ernstige problemen met leerlingen.
  • • 
    Het bevorderen van het totstandkomen van een Islam-studie c.q. Imam-opleiding.
  • • 
    Oprichten van een allochtone ouderorganisatie en een vereniging van leraren op islamitische scholen.
  • • 
    Verder activeren van het platform kleurrijke scholen.

Jeugd in de wijk: sport als «bindmiddel»

De deelnemers aan het thema «Jeugd in de wijk» concentreerden zich op de mogelijkheden die sport en georganiseerde vrijetijdsbesteding bieden voor het vergroten van binding en betrokken. Zij namen als uitgangspunt de stelling: maatschappelijke binding bereik je doordat jongeren elkaar ontmoeten. Sport- en vrijetijdsactiviteiten bieden een uitgelezen ontmoetingskans. Dan moet wel aan een aantal randvoorwaarden zijn voldaan. Zo is het belangrijkdat zoveel mogelijkjongeren zo blijvend mogelijkbereikt worden. Dat vraagt om structurele activiteiten, het bestrijden van vooroordelen op basis van culturele verschillen en het wegnemen van belemmeringen om elkaar te ontmoeten. De partners van de tafel «jeugd in de wijk» gaan gezamenlijk en vanuit hun eigen verantwoordelijkheid acties ondernemen. De gezamenlijke acties zijn:

  • • 
    Deelnemers gaan gezamenlijknaar vijf wijken, om in dialoog met alle betrokkenen sport- en vrijetijdsactiviteiten als bindmiddel in te zetten.
  • • 
    Deelnemers gaan actief op zoeknaar nieuwe coalities, zoals samenwerking tussen sport- en allochtone jeugdorganisaties en tussen sportverenigingen en welzijnsorganisaties.
  • • 
    Aansprekende initiatieven en manifestaties verbinden we met het versterken van de bestaande sport, buurt en onderwijs infrastructuur.
  • • 
    De Buurt-Onderwijs-Sportimpuls van VWS zal mede ingezet worden om maatschappelijke binding te bereiken.

De woonomgeving: niet laten bij praten

Sociale cohesie in de buurt begint met de inzet van bewoners, niet alleen in aandachtswijken van de grote steden maar ook in dorpen en kleine steden. De minister van VROM wil samen met bewonersorganisaties, lokale overheden, corporaties en maatschappelijke organisaties bottom upinitiatieven faciliteren en stimuleren. Vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid zal een bijdrage worden geleverd aan het activeren van groepen in de samenleving die thans niet betrokken zijn in eigen buurt en directe woonomgeving door:

  • • 
    In tien gemeenten via het LandelijkSamenwerkingsverband Aandachtswijken burgerinitiatieven te ondersteunen met als motto «Kan Wèl». Mensen die in hun directe woonomgeving een activiteit of project initiëren worden ondersteund en begeleid. Via lokale media worden initiatiefnemers opgeroepen zich te melden.
  • • 
    Het initiatief «Welkom in Rotterdam» waarin nieuwe Rotterdammers wegwijs worden gemaakt door burgers, te verbreden naar andere gemeenten. Daarbij wordt een beweging op gang gebracht die geheel gaat leunen op bedrijven, sportclubs, vrijwilligersorganisaties etcetera

waarbij nieuwkomers in gemeenten worden gekoppeld aan even zovele vrijwilligers die hen wegwijs maken in de stad. Amsterdam heeft zich al gemeld.

  • • 
    Kansarme jongeren in twaalf wijken op initiatief van woningcorporaties «Kamers met kansen» aan te bieden, waardoor de combinatie wonen, leren en werken voor hen wordt mogelijk gemaakt. Hiermee worden succesvolle formules van foyers en werkhotels in Nederland op grote schaal toegepast.
  • • 
    Het wegnemen van belemmeringen die activiteiten, gericht op maatschappelijke binding in de weg staan.

Samen leven: veiligheid en verdraagzaamheid in de directe leefomgeving

Binding in de samenleving vergt veiligheid, samenwerking en verdraagzaamheid. Daar is een overheid voor nodig, maar het hangt met name af van burgers die zich in vele organisaties in de directe leefomgeving inzetten voor die verbondenheid, samenwerking, verdraagzaamheid en leefbaarheid. Juist dergelijke maatschappelijke organisaties en verbanden staan dicht bij de burger en pakken met hen in wijken en buurten activiteiten aan die verloedering tegengaan, overlast voorkomen, cohesie terugbrengen en tolerantie bevorderen. De door de minister van Justitie uitgenodigde organisaties zijn – ieder op eigen manier en met een eigen functie – daar dagelijks mee bezig; zowel in de klassieke openbare ruimte, alsookin de nieuwe van het internet.

Er is al een breed scala aan activiteiten, maar de onmiskenbare verharding in de samenleving, dient mede te worden bestreden met nieuwe initiatieven en een uitbreiding van positieve activiteiten op nieuwe terreinen. Daar kan de overheid bij helpen. Meer in het bijzonder wezen de aanwezige organisaties op de volgende behoeften en aandachtspunten:

  • • 
    Een «marktplaats» voor de organisaties om elkaar, (lagere) overheden en andere berokkenen te ontmoeten, teneinde kennis en ervaring uit te wisselen, nieuwe ideeën op te doen en eventuele knelpunten te bespreken (jaarlijkse bijeenkomst).
  • • 
    Een «makelaar» om ideeën, nieuwe initiatieven, mensen en middelen bij elkaar te brengen en ervaring aan te kunnen boren.
  • • 
    Een «open oog» bij besturen voor regels, maatregelen en beleid die onnodig belemmerend zijn voor activiteiten, vrijwilligers of organisaties, en voor mogelijke oplossingen.
  • • 
    Een «open oor» bij de overheid waar maatschappelijke organisaties met hun ideeën terecht kunnen en waar zij kunnen wijzen op witte vlekken, nieuwe ontwikkelingen en bedreigingen in de directe leefomgeving.

Grondrechten, burgerschap en veiligheid: de rechtstaat is van iedereen

De toegenomen pluriformiteit van de samenleving maakt het nodig de waarden en grondrechten van de democratische rechtsstaat breed onder de aandacht te brengen. De minister voor BVK gaat samen met de organisaties die hierin actief zijn initiatieven uitwerken die het besef vergroten dat veiligheid, grondrechten en democratie alleen kunnen bestaan als ze door een overgrote meerderheid van de bevolking worden ondersteund. Meer in het bijzonder:

  • • 
    Instelling van een Huis voor de Democratie en Geschiedenis.
  • • 
    Voortzetten van debat en gesprekken over de verschillende maatschappelijke vrijheden: meningsuiting, godsdienst, betoging, privacy.
  • • 
    Uitbouwen van voorlichting over de grondrechten en de betekenis van de rechtsstaat, bedoeld voor een breed publiek, in het bijzonder scholieren.

Binding en veiligheid zijn nauw met elkaar verbonden. In een veilige omgeving is er vertrouwen tussen mensen en waar vertrouwen is kunnen mensen zich op elkaar betrokken voelen. Veiligheid is een zaak van burgers én van de overheid. Samenwerking tussen politie, burgers en organisaties in wijken en buurten vergroot de veiligheid. Samen met de betrokkenen gaat de minister van BZK dit uitwerken. Meer in het bijzonder:

  • • 
    Verder stimuleren van de rol van de politie in wijken en buurten; in het kader van haar taakuitvoering zal de politie in de wijken extra alert zijn op ontwikkelingen die de sociale cohesie daadwerkelijk bedreigen. Daarbij zal de politie haar bijdrage leveren om samen met andere partners criminaliteit en overlast aan te pakken. Verder zal de politie om radicalisering te voorkomen, te isoleren of in te dammen onder andere in samenwerking met de AIVD investeren in verbetering van de informatie- en analysefunctie.
  • • 
    Integrale aanpakvan veelplegers. Met name door middel van de integrale aanpakvan veelplegers wordt inmiddels gericht gewerkt aan terugdringing van criminaliteit en overlast.
  • • 
    Verbetering van de ondersteuning van de politie bij het bestrijden van discriminatie. De minister van BZK zet zich in om de functionaliteit van het LandelijkBureau Discriminatiezaken (LBD) binnen de Nederlandse politie te behouden.
  • • 
    Bevorderen van interetnische en interreligieus debat en dialoog op lokaal niveau.
  • • 
    Tijdige signalering van radicaliseringverschijnselen en probleemgerichte aanpakhiervan.
  • • 
    Verspreiden van «best practices», zoals StadsDiners, Islamdebat, in samenwerking met VNG en V&I.

Het tegengaan van de dreiging van de radicale islam vereist de brede inzet van alle bestuursorganen, zowel op internationaal, nationaal als lokaal niveau. Zij moeten daarvoor alle beschikbare instrumenten inzetten, uiteenlopend van het stimuleren van gematigde krachten tot en met het strafrecht wanneer de wet wordt overtreden. Het AIVD-rapport «Van dawa tot jihad» biedt daarvoor aanknopingspunten. Het voorkomen, isoleren of indammen van radicalisering is een belangrijke manier om terrorisme duurzaam te bestrijden.

Meedoen: afstand overbruggen door wederzijdse actie

Allochtonen gaan weinig om met autochtonen en velen van hen houden zich afzijdig van de samenleving. Autochtonen laten zich weinig gelegen liggen aan allochtonen en maken zich zorgen over radicalisering onder moslims. Van beide kanten is er onbekendheid en gebrek aan betrokkenheid. Wederzijdse binding is nodig om de afstand te overbruggen. De minister voor V&I en de organisaties van en voor allochtonen én autochtonen ontwikkelen hiervoor acties. Meer in het bijzonder:

  • • 
    Het LandelijkOverleg Minderheden verbreden tot een Integratieraad met ookautochtone organisaties.
  • • 
    Initiatieven ter versterking van wederzijdse loyaliteit en burgerschap, meer concreet: een voorstel van het Comité 4 en 5 mei om tijdens de 5 meiviering het belang van dialoog en burgerschap te blijven benadrukken als elementen die onlosmakelijk verbonden zijn met vrijheid en democratie.
  • • 
    Initiatieven om islamitische radicalisering in eigen kring bespreekbaar te maken.
  • • 
    Vergroten van de openheid van bestaande netwerken en organisaties voor nieuwe Nederlanders.
  • • 
    Initiatieven ontwikkelen die er aan bijdragen dat ouders hun opgroeiende kinderen beter kunnen begeleiden in het omgaan met cultuurverschillen.

Godsdienstig en levensbeschouwelijke organisaties gaan dialoog aan

Het gesprekmet godsdienstige en levensbeschouwelijke organisaties, ingeleid en voorgezeten door de minister-president, had een wat ander karakter dan de gesprekken met de maatschappelijke organisaties. De organisaties waren nog niet eerder op deze manier bij elkaar geweest. De contacten tussen de overheid en deze organisaties zijn in de afgelopen jaren beperkt geweest.

Alle deelnemers geven te kennen het initiatief van het kabinet zeer te waarderen. Een meer geregeld overleg met de overheid stellen zij op prijs. Daarmee kan ook worden voorkomen dat de overheid alleen contact zoekt met godsdienstige en levensbeschouwelijke organisaties bij calamiteiten. In de bijeenkomst geven de organisaties aan wat hun bijdrage is aan de versterking van binding en betrokkenheid. Ze wijzen op initiatieven en samenwerking op lokaal niveau. Wederzijds is er de bereidheid om open te staan voor elkaars ervaringen en om van elkaar te leren. De gedachte van een gezamenlijkplatform waar organisaties elkaar en de overheid geregeld ontmoeten, krijgt van veel kanten steun.

Wel wordt de bijeenkomst door alle betrokkenen ervaren als het begin van een dialoog die moet worden voortgezet. De voorbereidingen voor de voorzetting van deze dialoog zijn inmiddels in gang gezet.

  • 5. 
    Hoe verder, wie doet wat?

De bijeenkomst op 26 januari is eerder in deze nota aangeduid als de eerste publieke manifestatie van het Breed Initiatief Maatschappelijke Binding. In vervolg op de bijeenkomst worden in de komende maanden de actiepunten opgepakt en verder uitgewerkt. Dit gebeurt door de betrokken departementen en hun partners in de samenleving. Zoals al opgemerkt heeft het initiatief een dynamisch karakter. Er is openheid voor nieuwe acties en bijdragen vanuit andere werkvelden. Bovendien komt er op korte termijn een tweede publieke manifestatie van het initiatief.

De specifieke aard van het initiatief brengt met zich dat de deelnemers gezamenlijkverantwoordelijkzijn voor de resultaten. Het kabinet kan worden aangesproken op wat eerder in deze nota is genoemd: het creëren van het klimaat en de omstandigheden waaronder initiatieven van burgers en organisaties gericht op versterking van binding en betrokkenheid optimaal tot hun recht kunnen komen. Meer in het bijzonder neemt het kabinet de taak op zich om deze initiatieven te stimuleren en onder de aandacht te brengen van de bevolking.

De verschillende bewindslieden zijn reeds actief aan de slag gegaan met de bij hun werkveld betrokken organisaties om de geformuleerde acties in gang te zetten. In een aantal gevallen organiseren bewindslieden vervolg-bijeenkomsten om verder te praten over de aanpak van de acties in hun werkveld. De gemaakte afspraken op 26 januari worden dus voortvarend opgepakt.

De bijeenkomst van 26 januari had als belangrijkste functie om het Breed Initiatief integraal te presenteren aan het publiek. De bijeenkomst vormde voor de betrokken departementen en de organisaties ook het startsignaal om aan de slag te gaan. In het voorgaande is overigens duidelijkgemaakt

dat ze daar al eerder mee zijn begonnen door middel van voorbereidingsconferenties en onderlinge contacten.

Ookvoor de afzonderlijke departementen en meer in het bijzonder voor hun bewindslieden geldt dat hun taakin de eerste plaats is dat zij het initiatief gaande houden en dat zij de betrokken burgers en organisaties stimuleren en activeren om mee te doen. Wanneer daartoe aanleiding is zullen de departementen rapporteren over de voortgang van het initiatief in hun veld.

Om het initiatief nog verder te verbreden en onder de aandacht te brengen, komt er een tweede publieke manifestatie. Deze krijgt een ander karakter dan de eerste bijeenkomst. In de tweede manifestatie staan initiatieven van burgers centraal. De tweede bijeenkomst heeft vooral tot doel de initiatieven van burgers op een positieve manier onder de aandacht te brengen. Dit kan anderen aanmoedigen zich erbij aan te sluiten of zelf initiatief te nemen.

Op de tweede bijeenkomst zullen in aanwezigheid van dezelfde leden van het kabinet als bij de eerste bijeenkomst initiatieven van burgers worden gepresenteerd en besproken. Daarbij zullen ook die organisaties worden uitgenodigd die activiteiten uitvoeren die verwant zijn aan de initiatieven die worden gepresenteerd.

Tijdens deze bijeenkomst zal worden gesproken over vragen als: wat is de betekenis van dit initiatief voor het bevorderen van binding? Wat zijn de resultaten? Is het overdraagbaar naar andere situaties? Kan het worden verbreed? Welke condities zijn van belang voor een optimaal resultaat? Kan de overheid hierin een rol spelen?

Na de tweede bijeenkomst behouden de verschillende bewindslieden hun taken ten aanzien van de voortgang op hun eigen thema. Zij houden de vinger aan de pols voor wat betreft de uitvoering gemaakte afspraken.

 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.