Brief minister over ontwikkeling alerteringssysteem - Terrorismebestrijding - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 12 november 2019
kalender

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2004–2005

29 754

Terrorismebestrijding

Nr. 3

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 november 2004

Bijbrief van 10 september 2004 (TK 29 754, nr. 1) is Uw Kamer geïnformeerd over de ontwikkeling van een systeem aan de hand waarvan overheden, bedrijfsleven en het publiek worden geïnformeerd over actuele dreigingen en risico’s. Zoals ook in die brief is aangekondigd, zal de functionele voorbereiding daarvoor zijn afgerond op 1 januari 2005. Via deze brief breng ik u, mede namens mijn ambtgenoot van Justitie, op de hoogte van de stand van zaken rondom de ontwikkeling van het zogenoemde alerteringssysteem. In deze brief wordt tevens ingegaan op vragen die door Uw Kamer zijn gesteld.

Daaraan voorafgaand zou ik allereerst willen opmerken dat ik heb geconstateerd dat in de samenleving de indruk bestaat dat in Nederland een alerteringssysteem operationeel zou zijn. Deze indruk wil ik nadrukkelijk wegnemen. Op dit moment kennen wijnog geen alerteringssysteem, al dan niet voorzien van kleurcodes.

Functionele voorbereiding gereed op 1 januari 2005

Zoals in genoemde brief aangekondigd zal de functionele voorbereiding ten behoeve van een alerteringssysteem gereed zijn op 1 januari 2005. Dit omvat een beschrijving van de hoofdlijnen van het systeem en een eerste uitwerking daarvan voor een beperkt aantal sectoren. Het te ontwikkelen systeem zal uiteindelijk toepasbaar moeten zijn op het gehele terrein van crisisbeheersing, maar zal primair worden ontwikkeld voor terrorismebestrijding. De focus ligt op dit moment dan ook op terrorismebestrijding en de toepasbaarheid van het systeem daarvoor.

De hoofdlijnen zullen worden geformuleerd op basis van een inventarisatie en analyse van bestaande systemen in binnen- en buitenland, en na definiëring van een aantal randvoorwaarden. De hoofdlijnen worden afgestemd met vertegenwoordigers van het bestuur en het bedrijfsleven, om een zo breed mogelijk draagvlak te creëren.

Op dinsdag 9 november 2004 heeft hiervoor een eerste bijeenkomst plaatsgevonden met vertegenwoordigers van bestuur en bedrijfsleven.

Begin 2005 zal de uitwerking voor meer sectoren worden gestart. Ik wil daarbijwel aangeven dat de ontwikkeling van een alerteringssysteem een continu proces zal zijn: het systeem zal voor vele sectoren in de Nederlandse samenleving moeten worden uitgewerkt en zal ook voortdurend moeten worden aangepast aan ontwikkelingen in de samenleving. Bovendien zal na de toepassing voor terrorisme ook de verbreding voor overige crisestypen vorm dienen te krijgen.

De sectoren waarvoor het systeem als eerste zal worden uitgewerkt, worden bepaald in nauw overleg met het bedrijfsleven zelf. Niet iedere sector is even gevoelig voor terroristische dreiging. Bovendien zal de ene sector al verder zijn met de eigen gedachtevorming over alertering dan de andere.

Ruwe schets van het alerteringssysteem

In grote lijnen zal het systeem er als volgt uit komen te zien. Op basis van informatie betreffende een dreiging wordt de ernst en de waarschijnlijkheid van de dreiging bepaald. Deze afweging leidt tot de vaststelling van een alerteringsniveau. Besluitvorming over het afkondigen van een alerte-ringsniveau in geval van een terroristische dreiging zal gebeuren door de minister van Justitie. Hijzal dit uiteraard doen in nauw overleg met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, tenzij spoed zich hiertegen verzet.

Aan het alerteringsniveau wordt een pakket van maatregelen gekoppeld. Maatregelen die door de overheid moeten worden getroffen, maar ook maatregelen die door het bedrijfsleven moeten worden genomen. Zonodig zullen maatregelen afgedwongen kunnen worden. Dit zal uiteindelijk wettelijk worden geregeld, maar dat kost tijd. Om niet in de tussentijd met lege handen te staan, zullen wij zoeken naar andere manieren om bindende afspraken met de sectoren te maken, bijvoorbeeld in de vorm van convenanten.

De maatregelen kunnen variëren van preventief fouilleren in de lichtere fase tot bijvoorbeeld evacuatie of het verbod tot betreden van bepaalde plaatsen in de hoogste fase. Het alerteringsniveau zal zo veel als mogelijk worden gespecificeerd naar regio en/of sector: als een dreiging zich richt tegen bijvoorbeeld de drinkwatersector in Zuid-Nederland, zal voor de spoorsector in Noord-Nederland uiteraard niet hetzelfde dreigingsniveau hoeven te gelden

Ervaringen met het Amerikaanse systeem

U zult begrijpen dat wijbijhet ontwikkelen van het alerteringssysteem niet over één nacht ijs kunnen en willen gaan. Het kost tijd om een goed en daadkrachtig systeem te ontwikkelen. Wijkijken daarom ook uitdrukkelijk naar de ervaringen die in andere landen zijn opgedaan met een alerte-ringssysteem. In de Verenigde Staten is door de Amerikaanse Rekenkamer onderzoek verricht naar het Amerikaanse alerteringssysteem, het Homeland Security Advisory System. Uit dat onderzoek is een aantal knelpunten naar voren gekomen. Bijde ontwikkeling van ons systeem maken wijgraag gebruik van de Amerikaanse ervaringen op dit gebied, zodat wij die knelpunten kunnen voorkomen.

Een van de geconstateerde knelpunten in het Amerikaanse systeem bijvoorbeeld is dat de maatregelen te globaal zijn omschreven, en dat het

veelal aan staten en bedrijven zelf wordt overgelaten welke maatregelen zijnodig vinden na afkondiging van een alerteringsniveau. Dit willen wij voorkomen door vooraf te bepalen welke categorieën van maatregelen getroffen moeten worden bijwelk niveau van dreiging, uiteraard toegespitst op het type dreiging.

In geval van een dreiging zal dan geen discussie meer hoeven plaats te vinden over de vraag welke maatregelen moeten worden getroffen. Het is dan voor iedereen duidelijk wat hijof zijmoet doen en wat van de ander verwacht mag worden.

Een tweede knelpunt van het Amerikaanse systeem is dat het een federaal systeem is, waarbij het lokaal niveau en bedrijven niet of nauwelijks zijn betrokken. Wijbetrekken nadrukkelijk wel vertegenwoordigers van de medeoverheden en het bedrijfsleven bijde ontwikkeling. Zijhebben immers een eigen rol binnen het systeem: zijzullen maatregelen moeten nemen. We zijn begonnen met het betrekken van de spoorsector, en de komende maanden zullen ook andere sectoren gevraagd worden om mee te denken. Tot nu toe is overigens onze ervaring dat het bedrijfsleven ook graag actief betrokken wìl zijn.

Een derde aspect dat grondige afweging behoeft, is het feit dat in het hoogste niveau van alertering mogelijk maatregelen moeten worden getroffen die zeer ingrijpen in onze vrijheden. Dat vereist een grondige, nauwkeurige en weloverwogen analyse en besluitvorming, opdat niet te lichtzinnig met dergelijke inbreuken op vrijheden wordt omgegaan.

Communicatie met de burger

Hoewel het alerteringssysteem als zodanig met name zijn nut zal bewijzen in de communicatie tussen overheid en bedrijfsleven, is het informeren van de burger een belangrijke, daarvan afgeleide, doelstelling.

In september 2004 heeft de Rijks Voorlichtings Dienst in mijn opdracht onderzoek gedaan naar de vraag aan welke vorm van voorlichting en communicatie over terroristische dreiging en alertering de burger behoefte heeft. Hieruit kwam naar voren dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking niet zit te wachten op een algemene folder «wat te doen bijdreiging». Liever hoort men in een concrete situatie wat er aan de hand is, wat er aan maatregelen genomen is en wat men eventueel zelf kan doen. Dit zullen dan ook de uitgangspunten zijn van de communicatie rondom alertering.

Waar het bedrijfsleven en de overheden straks geïnformeerd zullen worden over het alerteringsniveau, zal de communicatie in de richting van de burger meer betrekking hebben op het effectvan het alerteringsniveau: wat merkt de burger ervan, en kan hijzelf iets doen? Niet in alle gevallen zal het mogelijk zijn om aan de burger een handelingsperspectief te bieden, maar waar dat wel mogelijk is, zal het ook gedaan worden. Daarnaast zal zo open mogelijk gecommuniceerd worden over de dreiging en uiteraard over de maatregelen die de overheid dan wel het bedrijfsleven treffen. Uitgangspunt daarbijis burgers een helder beeld te geven van risico’s en dreigingen zonder dat er «inflatie» optreedt.

Er zal één helder, duidelijk aanspreekpunt gevormd worden van waaruit met de bevolking gecommuniceerd wordt, maar waar burgers ook terecht kunnen met vragen.

Ervaringen met «pilot Spoor»

Eerder dit jaar heeft een pilotproject gedraaid waar in nauw overleg met vertegenwoordigers van de spoorsector een mogelijke invulling is gegeven van een concept-alerteringssysteem. De ervaringen hiermee zijn uitermate positief geweest. Vanuit de zijde van de spoorsector is actief meegedacht en het heeft ons een goede inkijk geboden in de mogelijkheden en onmogelijkheden van het toen voorliggende concept. De toen opgedane ervaringen worden nu uiteraard betrokken in de beschrijving van de hoofdlijnen.

Wat toen echter ook duidelijk bleek, is dat het beschrijven van mogelijke maatregelen in feite slechts de eerste, en gemakkelijkste stap was. Het omzetten van het bedachte in de praktijk is veel weerbarstiger. Draaiboeken moeten worden geschreven, personeel opgeleid, bepaalde zaken moeten worden aangeschaft, denkbaar is zelfs dat soms de organisatie opnieuw gestructureerd moet worden. Dit vergt allemaal tijd. Het opleveren van het alerteringssysteem is derhalve niet het eindpunt. De implementatie van de maatregelen in iedere sector zal daarop nog volgen. De ene sector zal daarin sneller zijn dan de andere, onder meer door verschillen in voorbereiding, maar het is belangrijk om te benadrukken dat daadwerkelijke invoering van het systeem tijd kost. Dit betekent niet dat ik met invoering wacht tot alle sectoren gereed zijn: ik voorzie uitdrukkelijk een gefaseerde invoering.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. Remkes

 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.