Voorlopig verslag - Verandering in de Grondwet, strekkende tot aanvulling van bepalingen inzake de verkiezing van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal, de provinciale staten en de gemeenteraden in verband met de tijdelijke vervanging van hun leden wegens zwangerschap, bevalling of ziekte - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Woensdag 16 oktober 2019
kalender

1.

Tekst

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2004–2005

28 727

Verandering in de Grondwet, strekkende tot aanvulling van bepalingen inzake de verkiezing van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal, de provinciale staten en de gemeenteraden in verband met de tijdelijke vervanging van hun leden wegens zwangerschap, bevalling of ziekte

A

1 Samenstelling:

Algemene Zaken en Huis der Koningin:

Schuurman (CU), Schuyer (D66) (plv.voorzit-ter), Van den Broek-Laman Trip (VVD) (voorzitter), Ketting (VVD), Pastoor (CDA), Rabbinge (PvdA), Bemelmans-Videc (CDA), Dölle (CDA), Platvoet (GL), Kox (SP), Noten (PvdA).

Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat:

Holdijk (SGP), Van Heukelum (VVD), Luijten (VVD), Pastoor (CDA), Meindertsma (PvdA), Bemelmans-Videc (CDA) (plv.voorzitter), Dölle (CDA), Platvoet (GL), Witteveen (PvdA) (voorzitter), Hessing (LPF), Ten Hoeve (OSF), Van Raak (SP), Engels (D66).

VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR ALGEMENE ZAKEN EN HUIS DER KONINGIN EN VOOR BINNENLANDSE ZAKEN EN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT1

Vastgesteld 5 oktober 2004

Het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel heeft de commissies aanleiding gegeven tot het stellen van de navolgende vragen en het maken van de navolgende opmerkingen.

De leden behorende tot de CDA-fractie deelden mee op 26 maart 2002 in eerste lezing ingestemd te hebben met de nuopnieuw aan de orde zijnde ontwerp-grondwetswijziging over tijdelijke vervanging van leden van Tweede Kamer, Eerste Kamer, provinciale staten en gemeenteraden wegens zwangerschap, bevalling of ziekte. Tekst van en toelichting bij de ontwerp-wet ondergingen geen wijzigingen en geven om die reden geen aanleiding tot het opnieuw stellen van vragen.

Wel zijn sindsdien enkele omgevingsfactoren van de ontwerp-wet gewijzigd.

Zo is intussen aan de Tweede Kamer overgelegd een proeve van een regeling van de tijdelijke vervanging, in de vorm van een ontwerp-wetsvoorstel. Die proeve geeft concreet antwoorden op vragen die het Parlement – waaronder de leden van deze fractie – stelde. Een meer inhoudelijke wijziging van de omgevingsfactoren wordt gevormd door het in mei 2003 gesloten zgn. Hoofdlijnenakkoord. Daarin is opgenomen dat het kiesstelsel zal worden herzien en dat – voor wat de Tweede Kamer betreft – gekozen zal worden voor een systeem waarbij een deel van de zetels via districten kan worden toegewezen. Het kabinet heeft intussen in augustus 2004 definitief voor een districtenstelsel gekozen. Gesteld kan worden dat er derhalve een districtenstelsel komt, zij het dat de exacte vormgeving daarvan nog zijn beslag zal moeten krijgen in de parlementaire behandeling van een in te dienen wetsvoorstel. Dat nieuwe gegeven deed deze leden de vraag stellen hoe de thans voorliggende ontwerpgrondwetswijziging zich verhoudt tot de op handen zijnde wijziging van het kiesstelsel. Is die wijziging voor de regering nog aanleiding geweest zich te beraden over de vraag of voor de tweede lezing nog een aanpassing van de wetswijziging had moeten plaats-

vinden, respectievelijk er een gewijzigd voorstel ingediend had moeten worden?

Wat in dit verband opvalt is, dat in de overgelegde proeve van wet op geen enkele wijze rekening is gehouden met de komende stelselwijziging. Had ook dat niet in de rede gelegen? Meer gepreciseerd dachten deze leden met hun vraag over de ontwerp-grondwetswijziging in relatie tot de stelselwijziging aan het gegeven dat bij de Raad van State, in de parlementaire behandeling en ook in hun bijdrage in de Eerste Kamer in eerste lezing uitvoerig aan de orde is geweest de vraag of een vervangingsregeling in Parlement, Staten en Raad wel in overeenstemming is met het persoonlijk karakter van het ambt van volksvertegenwoordiger. Onmiskenbaar geldt dat bij een districtenstelsel voor de gekozenen het persoonlijk karakter van het ambt nog meer accent krijgt. Daardoor wordt naar het oordeel van deze leden – waar het betreft de via een districtenstelsel direct verkozen – de ambivalentie of dat persoonlijk karakter wel doorbroken kan/mag worden alleen maar groter. Had daar op zijn minst – in het verlengde van ons hiervoor gestelde vraag – niet bij stil gestaan moeten worden bij het aanbieden van dat wetsvoorstel in de tweede lezing, nudit nieuwe gegeven aanwezig is?

De voorzitter van de commissie voor Algemene Zaken en Huis der

Koningin,

Van den Broek-Laman Trip

De voorzitter van de commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge

Colleges van Staat,

Witteveen

De griffier van de commissies, Nieuwenhuizen

 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.