Brief minister bij het meerjarenprogramma - Meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgeving - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zaterdag 31 oktober 2020
kalender

Brief minister bij het meerjarenprogramma - Meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgeving

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2003–2004

29 383

Meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgeving

Nr. 1

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 december 2003

In onze brief van 17 oktober 2003 (kamerstuk 29 200 XI, nr. 7) hebben de Staatssecretaris en ik u geïnformeerd over onze voornemens met betrekking tot de herijking van de VROM-regelgeving. Aan het slot van die brief werd aangekondigd dat voor het eind van 2003 een meerjarenprogramma wordt gepresenteerd waarin aan de hand van een globaal tijdschema zichtbaar wordt gemaakt aan welke regelgevingsprojecten prioriteit wordt gegeven en welke in latere fasen zullen volgen. Met deze brief voldoe ik aan deze toezegging.

Samenhangende uitvoeringsprojecten

De brief van 17 oktober bevat onze conclusies met betrekking tot de vereenvoudiging van de regelgeving op de verschillende deelterreinen. In de bijlage bij de brief is voor alle ongeveer 400 bestaande en in voorbereiding zijnde regelingen via een korte aanduiding aangegeven of ze ongewijzigd kunnen blijven, dan wel moeten worden ingetrokken, gewijzigd of samengevoegd met andere regelingen.

Voor een zo efficiënt mogelijke uitvoering van deze voornemens moeten met elkaar samenhangende regelingen zo veel mogelijk tegelijkertijd of ten minste in onderlinge samenhang ter hand worden genomen. Daarom hebben wij de aan te pakken regelingen ondergebracht in ruim 70 deelprojecten die zijn weergegeven in de bijlage bij deze brief. De deelprojecten zijn gegroepeerd volgens de tien clusters die genoemd worden in hoofdstuk 4 van de brief van 17 oktober. Als elfde groep zijn enkele VROM-brede deelprojecten opgenomen.

Prioriteitsstelling

In de brief van 17 oktober hebben wij al aangegeven dat er geruime tijd nodig zal zijn voor de uitvoering van alle herijkingsvoornemens. Dat heeft onder andere te maken met de niet onbeperkte wetgevingscapaciteit op

het ministerie. Die blijft voor een deel ook nodig voor verplichte werkzaamheden, zoals de uitvoering van internationale verplichtingen. Daar komt bij dat er in veel gevallen voordat er regelgeving kan plaatsvinden verdere beleidskeuzen nodig zijn. Soms moeten er ook flankerende maatregelen worden getroffen. Voor dat alles is overleg met het betrokken bedrijfsleven en de betrokken andere overheden nodig over de wijze waarop het beleid en de uitvoering ervan in de toekomst gestalte moet krijgen.

In het meerjarenprogramma worden daarom prioriteiten gesteld. Daarbij wordt rekening gehouden met de winst die met de verschillende voornemens kan worden geboekt en met het daarmee gemoeide beslag op de beschikbare personele capaciteit. Voorrang is gegeven aan projecten waarmee een aanzienlijke vermindering van de administratieve lastendruk kan worden bereikt, aan projecten die bijdragen aan de stroomlijning van procedures, aan projecten die knelpunten voor de woningproductie moeten wegnemen, en aan projecten die met een relatief geringe inspanning zullen leiden tot een merkbare sanering van het aantal regelingen.

Bij de beoordeling van de vraag welke deelprojecten met voorrang ter hand zullen worden genomen en welke in een later stadium zullen volgen, hebben wij absolute voorrang gegeven aan projecten waarbij het gaat om implementatie van Europese regelgeving die aan een strikte termijn is gebonden of om regelgeving die direct samenhangt met die implementatie. Voor het overige hebben wij rekening gehouden met de vraag in hoeverre wordt voldaan aan een of meer van de volgende criteria: + de voorgenomen wijzigingen zullen naar verwachting leiden tot een belangrijke vermindering van de administratieve lasten, indien mogelijk nog in deze kabinetsperiode; + de voorgenomen wijzigingen zullen naar verwachting leiden tot een

belangrijke vermindering van de bestuurslasten; + er is sprake van directe samenhang met andere regelgeving van

VROM, die aanleiding geeft om bij het tempo van die andere regelgeving aan te sluiten; + er is een directe samenhang met voorgenomen regelgeving van

andere departementen; + er kunnen met relatief weinig inspanning al op korte termijn tastbare resultaten worden geboekt ten behoeve van burgers, bedrijven en decentrale overheden.

Conclusies

De genoemde criteria, die ten dele aanvullend zijn op de overwegingen die al in de herijkingsbrief worden genoemd, bleken goed bruikbaar om in de deelprojecten een zekere rangorde aan te brengen. Er is voor gekozen om drie categorieën te onderscheiden. Bij de eerste categorie is al eerder begonnen of wordt in 2004 gestart, bij categorie 2 vindt de start later in deze kabinetsperiode plaats, en bij categorie 3 wordt na deze kabinetsperiode begonnen. Uiteraard is hierbij rekening gehouden met de naar verwachting beschikbare capaciteit.

Hierna volgt een opsomming van de deelprojecten, gerangschikt naar prioriteitsklasse.

Categorie 1: de herijkingsvoornemens waarvan de uitwerking uiterlijk in 2004 zal starten en die dus ook in het wetgevingsprogramma voor 2004 worden opgenomen

1.1         Invulling hoofdstuk 9 Wet milieubeheer

1.2         Aanpassing regelgeving aan Europees stoffenbeleid 1.6         Vergunningverlening asbest 1.8         Asbestwegenregelingen 1.13       Typekeuringsregelingen verwarmingstoestellen

1.15       Koelinstallaties

1.16       Kleiduivenschieten

2.1         Beheersbesluiten hoofdstuk 10 Wm

2.2         Land- en tuinbouwfoliesregelingen 2.6         Verklaring van geen bedenkingen afvalstoffen

3.2         Niet-agrarische 8.40-amvb’s

3.3         Emissie-eisen stookinstallaties

3.5         Milieuverslaglegging

3.6         Recreatieregelingen

3.8         Integrale afvalwaterbepalingen voor niet-inrichtingen

3.9         Regelingen risico’s zware ongevallen

4.1         Planprocedures

4.2         M.e.r.–SMB

5.1         Integratie Wbb in Wm

5.2         Bouwstoffenbesluit en bijbehorende regelgeving

5.3         Regelgeving baggerspecie

6.1         Agrarische 8.40-amvb’s

6.2         Besluit glastuinbouw

6.3         Ammoniak en veehouderij

6.4         Stank en veehouderij

6.5         Bestrijdingsmiddelen 7.1         Vereenvoudigen Wgh; integratie met Wm

8.1         Vereenvoudiging aanschrijfinstrumentarium

8.2         Integreren bouwtechnische eisen milieuregelgeving

8.3         Eisen voor specifieke gebouwen

8.4         Brandveilig gebruik en slopen van gebouwen

9.1         Regelgeving rond corporaties (algemeen)

9.2         Bedrijfswaardegegevens corporaties

9.3         Accountantsverklaring corporaties c.a.

9.4         Huursubsidieregelgeving (actueel inkomen)

9.5         Huurprijzenregelgeving en geschillenbeslechting

9.7         Intrekken Wet bevordering eigenwoningbezit (mede afhankelijk van discussies in de Kamer)

9.8         Wet bevordering eigenwoningbezit (lopende wijziging) (als 9.7)

10.1       Nieuw Besluit op de ruimtelijke ordening

10.2       Woonvisie 11.1       VROM-vergunning

11.3       Awb-conformiteit

11.4       Stroomlijnen proces van wet- en regelgeving

Categorie 2: de voorstellen waarvan de uitwerking niet in 2004, maar nog wel in deze kabinetsperiode ter hand zal worden genomen

1.3         Verduurzamingsmiddelen

1.4         VOS

1.5         Examenregelingen VOS

1.9         GGO’s

1.11       Radioactief besmet schroot

1.12       Overheveling div. regelingen naar Voertuigreglement

1.3         Verduurzamingsmiddelen

1.4         VOS

2.4         Samenvoeging logo-regelingen

2.5         Inzameling huishoudelijke afvalstoffen

3.1         Herziening Inrichtingen- en vergunningenbesluit 3.10       Explosieven voor civiel gebruik

4.3         Schadevergoeding

5.4         Nazorg van stortplaatsen

5.5         Diverse regelingen bodemsanering

7.2         Geluidhinderregelingen

7.3         Geluidsproductieregelingen

9.6         Huisvestingswet (doorlichting)

9.9         Toezicht op corporaties

9.10       Wet op het overleg huurders verhuurder 10.3       Wet voorkeursrecht gemeenten 11.5       Milieuschaderegeling

Categorie 3: de voorstellen waarvan de uitwerking naar verwachting pas na de huidige kabinetsperiode kan starten

1.7               Producteisen asbest

1.10             Radioactieve stoffen 1.14             Kwaliteitseisen brandstoffen

2.3               PCB-besluiten

3.4               Besluit emissie-eisen NOx salpeterzuurfabrieken 3.7               Regelingen emissiegrenswaarden voor inrichtingen

9.11             Balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting 11.2             VROM-subsidiewet

In de bijlage bij deze brief wordt bij ieder deelproject vermeld welke bestaande of in voorbereiding zijnde regelingen worden meegenomen en wordt kort toegelicht wat de bedoeling van het deelproject is. Verder wordt nogmaals de prioriteitsklasse vermeld, wordt bij «Reden voor prioritering» aangegeven wat de belangrijkste overwegingen zijn voor de gekozen indeling en wordt een indicatief jaar van afronding vermeld.

De doorlooptijd van de deelprojecten en de verdere aanpak

Over de afronding van de verschillende deelprojecten kunnen geen harde uitspraken worden gedaan. Het wetgevingsproces is slechts in beperkte mate te sturen. Zeker voor wetten en amvb’s onttrekken veel termijnen zich aan de invloed van het ministerie van VROM omdat ook anderen daarbij een rol spelen. In de herijkingsbrief is aangegeven dat voor de uitvoering van veel van de voornemens verdere beleidskeuzen nodig zijn en flankerende maatregelen moeten worden getroffen. Voor dat alles is overleg met het betrokken bedrijfsleven en de betrokken andere departementen en andere overheden nodig over de wijze waarop het beleid en de uitvoering ervan in de toekomst gestalte moeten krijgen. Voor de uitvoering van de herijkingsvoornemens is daarom niet alleen capaciteit nodig van de afdeling Wetgeving van de directie Juridische zaken, maar ook van zowel juridisch als technisch georiënteerde medewerkers van de desbetreffende beleidsdirecties. Wanneer er in de praktijk capaciteitsproblemen blijken op te treden, kan de consequentie zijn dat projecten die buiten de herijking vallen worden vertraagd of alsnog geen doorgang zullen kunnen vinden.

In de toelichting op de VROM-begroting zal jaarlijks verslag worden gedaan van de voortgang van de uitvoering van de herijkings-voornemens. Zoals in hoofdstuk 8 van de herijkingsbrief is vermeld, wordt

de uitvoering van de herijkingsvoornemens gecoördineerd door een centraal team binnen het ministerie.

In de externe klankbordgroep die gefunctioneerd heeft ter begeleiding van het herijkingsproces is veel waardering geuit voor het open karakter dat de herijking de afgelopen tijd heeft gekenmerkt. De andere partijen (bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, decentrale overheden en andere ministeries) zullen ook in de komende tijd betrokken zijn bij zowel de deelprojecten als de herijking als geheel.

Met de herijking samenhangende onderwerpen

In de brief van 17 oktober hebben wij ook aandacht geschonken aan enkele onderwerpen die niet direct uitmonden in regelgevingsprojecten, maar er wel nauw verband mee hebben.

In verband met de doelstelling om de administratieve lasten in deze kabinetsperiode met een kwart te verlagen is inmiddels een gemengde commissie ingesteld van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de decentrale overheden en het ministerie van VROM, die tot taak heeft nog dit jaar in beeld te brengen wat het vergt om de administratieve lasten terug te dringen met 25% en 35%.

In de brief werd aangegeven dat de herijking een belangrijke bijdrage levert aan de vermindering van de administratieve lasten, maar dat ook veel winst kan worden geboekt door verbetering van de uitvoeringspraktijk. Als voorbeelden werden het bevorderen van ICT-toepassingen en e-governance genoemd.

Binnen VROM wordt een programma opgesteld om praktische, innovatieve ICT-toepassingen op verschillende beleidsterreinen van VROM te introduceren. In dit programma wordt vooral aandacht geschonken aan toepassingen die voor burgers en bedrijven gemakkelijk te benutten zijn, zowel voor het verkrijgen van informatie als voor communicatie met de overheid. Voorbeelden zijn de overheidstransactiepoort, waarmee de elektronische communicatie tussen bedrijfsleven en overheden wordt ondersteund en bevorderd, en een bedrijvenloket waarmee alle informatie over wet- en regelgeving via internet op een klantgerichte manier beschikbaar wordt gemaakt. Bij de uitwerking van de verschillende herijkings-voornemens zal daarom aandacht worden geschonken aan het wegnemen van belemmeringen in wet- en regelgeving bij de realisatie van digitale informatie-uitwisseling, zowel in het verkeer tussen de overheden die met de uitvoering van VROM-beleid belast zijn, als in het verkeer tussen die overheden en de burgers. Over het programma van ICT-toepassingen zult u te zijner tijd worden geïnformeerd.

In hoofdstuk 3 van de herijkingsbrief is een relatie gelegd met de projecten die gericht zijn op versterking van de uitvoering en de handhaving van de VROM-regelgeving. Een dezer dagen zendt de Staatssecretaris u een brief over de door de provincies opgestelde verbeterplannen met betrekking tot de kwaliteit van de milieuhandhaving. Hiermee wordt opnieuw een belangrijke stap gezet in het kader van de professionalisering van de handhaving.

Bij het meldpunt tegenstrijdige regelgeving van het ministerie van Economische Zaken zijn ruim 700 meldingen binnengekomen. De meeste meldingen hebben betrekking op de uitvoeringspraktijk. Veelal kan hier iets aan worden gedaan door een goede communicatie dan wel door gemengd toezicht. Enkele meldingen hebben betrekking op de relatie bouwen en milieu. Door middel van de beoogde VROM-vergunning kan hieraan tegemoet worden gekomen. Enkele meldingen hebben ook

betrekking op de relatie tussen milieu en arbeidsomstandigheden. Samen met de betrokken partijen wordt thans bezien hoe deze problematiek kan worden opgelost.

In hoofdstuk 6 van de brief is aandacht geschonken aan de noodzaak om bij de Nederlandse bijdragen aan de voorbereiding van EG-regelgeving een proactieve opstelling te kiezen. In dit kader is inmiddels gesproken met vertegenwoordigers van de decentrale overheden over enkele pilot-projecten in verschillende fasen van de voorbereiding. Gedacht wordt aan de voorbereiding van het Europese bodembeleid, dat nu nog in de allereerste fase is, aan de richtlijn milieuaansprakelijkheid, die in de fase van besluitvorming komt, en aan de richtlijn inzake de openbaarheid van milieu-informatie, waarvan nu de implementatie aan de orde is.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, S. M. Dekker

MEERJARENPROGRAMMA UITVOERING HERIJKING VROM-REGELGEVING:

Overzicht van de deelprojecten

Cluster 1: Stoffen en producten

1.1 Invulling hoofdstuk 9 Wet milieubeheer

+ Wet milieugevaarlijke stoffen (wijzigen en inbouwen in hfdst. 9 Wm) + Wet inzake de luchtverontreiniging (in hfdst. 9 Wm voorzover het om

toestellen gaat) + Wet geluidhinder (in hfdst. 9 Wm voorzover het om toestellen gaat) + Wet milieubeheer, toestellen (wijzigen)

In de Wet milieubeheer is hoofdstuk 9 gereserveerd voor het onderwerp stoffen en producten. Aan de invulling is al gewerkt, maar het project ligt nu stil in afwachting van de totstandkoming van de Europese regels voor het stoffenbeleid (REACH).

De nieuwe Europese regels kunnen leiden tot een toename van de administratieve lasten. Door de voorgenomen integratie in hoofdstuk 9 van de Wm en de andere in dit programma genoemde voornemens met betrekking tot het stoffenbeleid kan dit effect worden beperkt.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Implementatie van Europese regelgeving

Verwacht jaar van afronding: 2006

1.2 Aanpassing regelgeving aan Europees stoffenbeleid

+ Besluit beoordeling en beperking risico’s bestaande stoffen (intrekken bij implementatie REACH)

+ Besluit gechloreerde paraffines Wms (eventueel intrekken bij implementatie REACH)

+ Besluit implementatie EG-verbodsrichtlijn Wms 1998 (wijzigen, samenvoegen)

+ Besluit melding nieuwe kennis milieugevaarlijke stoffen (intrekken) Cadmiumbesluit Wms 1999 (eventueel intrekken bij implementatie REACH)

+ DBB-besluit Wet milieugevaarlijke stoffen (eventueel intrekken bij implementatie REACH)

+ Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen (intrekken) Registratiebesluit Wet milieugevaarlijke stoffen (wijzigen)

+ Ugilec 121-, Ugilec 141- en DBBT-besluit Wet milieugevaarlijke stoffen (eventueel intrekken bij implementatie REACH)

+ Nadere regels indiening en bekendmaking kennisgeving en overige gegevens van hfdst. 2 Wms (eventueel intrekken bij implementatie REACH)

+ Regeling aandachtstoffen Wms 1994 (intrekken)

+ Regeling inhoud kennisgevingen en meldingen Wms (eventueel intrekken bij implementatie REACH)

+ Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wms (intrekken bij implementatie REACH)

De herijkingsbrief bevat het voornemen om de verbodsregelingen met betrekking tot diverse stoffen samen te brengen in het Besluit implementatie EG-verbodsrichtlijn Wms 1998, waarbij de redactie van de richtlijnen waar mogelijk directer wordt gevolgd. Het is de bedoeling het Registratie-besluit Wms te handhaven, maar een aantal door de VROM-Inspectie aangegeven knelpunten op te lossen.

Deze voornemens zorgen ervoor dat de toename van de administratieve lasten als gevolg van het Europese stoffenbeleid zo beperkt mogelijk wordt gehouden.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Implementatie van Europese regelgeving, beperking van administratieve lasten. Verwacht jaar van afronding: 2006.

1.3 Verduurzamingsmiddelen

+ Besluit koperhoudende houtverduurzamingsmiddelen (samenvoegen) + Besluit PAK-houdende coatings Wms (samenvoegen)

Met betrekking tot houtverduurzamingsmiddelen zal één besluit worden opgesteld waarin naast het onderdeel creosoot van het besluit PAK-houdende coatings en het ontwerp-besluit koperhoudende hout-verduurzamingsmiddelen, ook de bepalingen voor creosoot en carboli-neum op grond van het Besluit implementatie EG-verbodsrichtlijn Wms 1998 worden meegenomen. Daarbij zal duidelijkheid worden gecreëerd over de verhouding tussen de Bestrijdingsmiddelenwet en de Wms. Kritisch zal worden bekeken of dat gedeelte van het ontwerpbesluit koper-houdende houtverduurzamingsmiddelen dat verder gaat dan de EU voorschrijft, met het oog op de uitgangspunten van de herijking moet worden gehandhaafd.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Beperking van administratieve lasten.

Verwacht jaar van afronding: 2007.

1.4 VOS

+ Besluit vluchtige organische stoffen (samenvoegen)

+ Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS richtlijn milieubeheer (wijzigen)

+ Regeling keuring spuitapparatuur Besluit vluchtige organische stoffen Wms (samenvoegen)

+ Regeling typegoedkeuring Besluit vluchtige organische stoffen Wms 2000 (samenvoegen)

Het Besluit vluchtige organische stoffen en de daarbij behorende uitvoeringsregelingen zullen zo veel mogelijk worden vereenvoudigd en samengevoegd.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Kleine beperking van de administratieve lasten.

Verwacht jaar van afronding: 2009

1.5 Examenregelingen VOS

+ Examenreglement Besluit vluchtige organische stoffen Wms 2000

(samenvoegen) + Regeling erkenning en examinering Besluit vluchtige organische

stoffen Wms 2000 (samenvoegen) + Regeling opleiding en examinering ozonlaagafbrekende stoffen

(samenvoegen) + Reglement Beroepscommissie Besluit vluchtige organische stoffen

Wms 2000 (samenvoegen)

Met het ministerie van OCenW zal worden gesproken over de overheveling van regelingen over opleidingseisen en examinering naar dat ministerie.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Samenhang met regelgeving van andere departementen. Verwacht jaar van afronding: 2008

1.6 Vergunningverlening asbest

+ Asbestbesluit milieubeheer (integreren)

Het Asbestbesluit milieubeheer zal worden geïntegreerd in de vergunningverlening op grond van de Wm om de inzichtelijkheid voor burger en bedrijf te vergoten. Daarbij zal afstemming plaatsvinden met de arbeidsomstandighedenregelgeving en wordt rekening gehouden met de verplichte implementatie van de Europese richtlijn.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van administratieve lasten en

bestuurslasten; snel resultaat zichtbaar.

Verwacht jaar van afronding: 2005

1.7 Producteisen asbest

+ Besluit asbestvrije frictiematerialen Wet milieugevaarlijke stoffen

(samenvoegen) + Asbestverwijderingsbesluit 2003 (wijzigen) + Productenbesluit asbest (samenvoegen) + Regeling merkteken asbestonderzoek (samenvoegen) + Regeling merkteken asbestverwijdering (samenvoegen) + Regeling sloop tuinbouwkassen met asbestbevattende voegkit (samenvoegen) + Asbestverwijderingsregeling (wijzigen)

Verwante regelingen worden zo veel mogelijk gewijzigd en samengevoegd om een hanteerbaarder situatie voor de uitvoeringspraktijk te krijgen.

Prioriteit:3

Reden voor prioritering: Kleine beperking van de administratieve lasten.

Verwacht jaar van afronding: 2009

1.8 Asbestwegenregelingen

+   Saneringsregeling asbestwegen Haaksbergen (intrekken)

+   Saneringsregeling asbestwegen tweede fase (intrekken)

+   Saneringsregeling asbestwegen Twente (intrekken)

+   Saneringsregeling overige asbestwegen (intrekken)

De vier bestaande saneringsregelingen voor asbestwegen zullen op korte termijn worden geschrapt omdat de saneringsoperatie binnenkort moet zijn afgerond.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Snel te realiseren.

Verwacht jaar van afronding: 2004

1.9 GGO’s

+ Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke

stoffen (wijzigen) + Regeling genetisch gemodificeerde organismen (wijzigen)

In 2004 worden het besluit en de regeling met betrekking tot GGO’s gewijzigd als gevolg van de richtlijn 2001/18 i en het Biosafety-verdrag. Tevens wordt in een interdepartementale werkgroep bezien op welke wijze de bestaande wet- en regelgeving voor biotechnologie kan worden aangepast om overbodige administratieve lastendruk te verminderen. Dit betreft niet alleen de regelgeving van VROM, maar ook die van andere departementen. Deze werkgroep zal medio 2004 rapporteren. De implementatie van de aanbevelingen van de werkgroep volgt daarna. Daarbij zal het uit de herijking voortvloeiende onderzoek of betere coördinatie/integratie van de twee vergunningen voor ingeperkt gebruik (vergunning krachtens het Besluit ggo en de Wm-vergunning) mogelijk is, worden meegenomen. Het implementeren van de aanbevelingen van de werkgroep zal in 2005 van start gaan.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Evenwichtige verdeling van de wetgevingscapaciteit. Verwacht jaar van afronding: 2008

1.10 Radioactieve stoffen

+ Kernenergiewet (wijzigen)

+ Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve stoffen (samenvoegen) + Besluit kerninstallatie, splijtstoffen en ertsen (wijzigen) + Besluit stralingsbescherming (wijzigen, samenvoegen) + Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (samenvoegen) + Regeling aanwijzing elektronenmicroscopen Kernenergiewet (wijzigen) + Regeling bekendmaking rechtvaardiging gebruik van ioniserende

straling (samenvoegen, intrekken) + Regeling gebruiksartikelen stralingsbescherming (samenvoegen) + Regeling goedgekeurde ioniserende rookmelders (samenvoegen) + Regeling mandaat vervoersvergunningen kernenergiewet (intrekken) + Regeling radionucliden bevattende aanwijsinstrumenten (samenvoegen) Mandaatbesluit kernenergiewet (wijzigen) + Regeling natuurlijke bronnen en ioniserende straling (wijzigen)

Bij de geplande evaluatie van de Kernenergiewet zullen de uitgangspunten van de herijking worden meegenomen. Verder worden de uitvoeringsregelingen kritisch onder de loep genomen. In de herijkings-brief wordt onder andere genoemd het samenvoegen van het Besluit in-, uit- en doorvoer radioactieve afvalstoffen en het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen, waarbij tevens wordt gekeken naar de consistentie en de toegankelijkheid van vooral het laatste besluit. Overlegd zal worden over de vraag of het aantal ministeries dat bevoegd is met betrekking tot het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen kan worden beperkt. In het Besluit stralingsbescherming zal in plaats van een vergunningstelsel een stelsel van meldingsplicht gekoppeld aan algemene regels worden opgenomen voor bijvoorbeeld het gebruik van kleine ingekapselde bronnen voor niveaumetingen in bedrijven.

Prioriteit:3

Reden voor prioritering: De evaluatie moet nog plaatsvinden.

Verwacht jaar van afronding: 2009

1.11 Radioactief besmet schroot

+ Besluit detectie radioactief besmet schroot (wijzigen) + Regeling detectie, registratie en kennisvereisten radioactief besmet schroot (wijzigen)

Bij de evaluatie van dit nieuwe besluit de uitgangspunten van de herijking meenemen in de overwegingen.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: De evaluatie is gepland voor 2004.

Verwacht jaar van afronding: 2006

1.12 Overheveling diverse regelingen naar Voertuigreglement

+ Besluit typekeuring bromfietsen luchtverontreiniging (samenvoegen)

+ Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (samenvoegen)

+ Besluit vervangingskatalysatoren motorvoertuigen luchtverontreiniging (samenvoegen)

+ Besluit geluidsproductie bromfietsen (samenvoegen)

+ Besluit geluidsproductie motorvoertuigen (samenvoegen)

+ Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen (samenvoegen)

+ Vrijstellingsbesluit geluidsproductie motorvoertuigen landsverdediging (samenvoegen)

+ Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer 1998 (wijzigen)

+ Besluit aanwijzing keuringsinstantie besluit typekeuring motorvoertuigen (samenvoegen)

+ Keuringsreglement typekeuring bromfietsen luchtverontreiniging (samenvoegen)

+ Regeling aanwijzing keuringsinstantie typekeuring bromfietsen luchtverontreiniging (samenvoegen)

+ Regeling ex artikel 1 Besluit typekeuring motorrijtuigen (samenvoegen)

+ Regeling ex artikel 2a Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (samenvoegen)

+ Regeling ex artikel 3a Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (samenvoegen)

+ Regeling keuringsvoorschriften motorrijtuigen luchtverontreiniging (samenvoegen)

+ Regeling keuringsvoorschriften typekeuring motorvoertuigen Luchtverontreiniging (samenvoegen)

+ Regeling typering gasgevoede motorrijtuigen luchtverontreiniging (samenvoegen)

+ Uitvoeringsregeling Besluit typekeuring bromfietsen Luchtverontreiniging (samenvoegen)

+ Besluit aanwijzing keuringsinstantie geluidproductie motorvoertuigen (samenvoegen)

+ Regeling keuringsvoorschriften en EEG-documenten geluidproductie motorvoertuigen (samenvoegen)

+ Regeling typekeuring geluidproductie bromfietsen (samenvoegen)

+ Regeling typekeuring uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen (samenvoegen)

Gestreefd wordt naar overheveling van de typekeuringsregelgeving voor motorvoertuigen, bromfietsen en uitlaatsystemen naar het op de Wegenverkeerswet 1994 gebaseerde Voertuigreglement, dit in samenhang met de typekeuringsregelgeving op basis van de Wet luchtverontreiniging. Hiermee staan voor de gebruikers van de voorschriften (de fabrikanten en

importeurs) alle voorschriften die aan voertuigen worden gesteld overzichtelijk op één plek. Uiteraard moet dit gebeuren in samenspraak met het ministerie van V&W

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Relatief grote beperking van het aantal regelingen; verbetering van de overzichtelijkheid. Verwacht jaar van afronding: 2008

1.13 Typekeuringsregelingen verwarmingstoestellen

+ Besluit typekeuring houtkachels luchtverontreiniging koolstof-monoxide (intrekken)

+ Besluit typekeuring verwarmingstoestellen en luchtverontreiniging stikstofoxiden (intrekken)

+ Typekeuringsregeling houtkachels luchtverontreiniging koolstof-monoxide (intrekken)

+ Typekeuring verwarmingstoestellen en luchtverontreiniging stikstofoxiden (intrekken)

Wanneer de eisen van Europese regelgeving dit toelaten, zullen het Besluit typekeuring verwarmingstoestellen luchtverontreiniging stikstofoxiden, het Besluit typekeuring houtkachels luchtverontreiniging kool-stofmonoxide en de beide bij deze besluiten behorende ministeriële regelingen worden geschrapt overeenkomstig de oplossingsrichting om zoveel mogelijk te conformeren aan EG-regels.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering administratieve lasten en bestuurslasten; snel resultaat boeken. Verwacht jaar van afronding: 2004

1.14 Kwaliteitseisen brandstoffen

+ Besluit zwavelgehalte brandstoffen (samenvoegen)

+ Besluit kwaliteitseisen brandstoffen wegverkeer (samenvoegen)

Het Besluit zwavelgehalte brandstoffen en het Besluit kwaliteitseisen brandstoffen wegverkeer zullen worden samengevoegd tot één besluit, waarin per brandstof wordt aangegeven waarvoor de brandstof bestemd is en aan welke kwaliteitseisen die brandstof moet voldoen.

Prioriteit:3

Reden voor prioritering: Kleine beperking van de administratieve lasten.

Verwacht jaar van afronding: 2009

1.15 Koelinstallaties

+ Aanwijzingsregeling Stichting Erkenningsregeling voor de uitoefening van het Koeltechnisch Installatiebedrijf (samenvoegen/wijzigen)

+ Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties 1997 (samenvoegen)

Met het ministerie van SZW zal worden overlegd over het koppelen van de Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties 1997 en de Aanwijzingsregeling Stichting Erkenningsregeling voor de uitoefening van het Koeltechnisch Installatiebedrijf (STEK) aan het Besluit drukapparatuur van SZW. Verder zal worden nagegaan of de Aanwijzingsregeling STEK niet moet worden omgezet in een algemene certificeringsregeling. Deze regelingen zullen worden samengevoegd en overgeheveld naar SZW.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van de administratieve lasten en de

bestuurslasten.

Verwacht jaar van afronding: 2006

1.16 Kleiduivenschieten

+ Ontwerp-besluit kleiduivenschieten (wijzigen) + Ontwerp-regeling aanwijzing van schietbanen (samenvoegen) + Ontwerp-regeling aanwijzing van topsporters (samenvoegen) + Ontwerp-regeling aanwijzen van milieugevaarlijke stoffen in kleiduiven (samenvoegen)

In overleg met de branche is geconcludeerd dat regelgeving noodzakelijk is. Die zal, gelet op de uitgangspunten van de herijking zo eenvoudig mogelijk moeten worden gehouden.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Snel te realiseren. Verwacht jaar van afronding:

2004

Cluster 2: Afvalstoffen

2.1 Beheerbesluiten hoofdstuk 10 Wet milieubeheer

+ Besluit beheer batterijen (wijzigen)

+ Besluit beheer personenwagenbanden (intrekken)

+ Besluit beheer wit- en bruingoed (intrekken)

+ Besluit inzamelingvergunning afvalstoffen en beheer afgewerkte olie (intrekken)

+ Besluit luchtemissies afvalverbranding (intrekken)

+ Besluit beheer verpakkingen, papier en karton (wijzigen)

+ Besluit beheer wit- en bruingoed (nieuw) (wijzigen)

+ Regeling aanwijzing producten wit- en bruingoed (intrekken)

+ Regeling acceptatie geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen op stortplaatsen (intrekken)

+ Regeling afgewerkte olie (intrekken)

+ Regeling eisen werking CFK- en HCF houdende koel- en vries-apparatuur 2002 (intrekken)

+ Regeling meetmethoden luchtemissies afvalverbranding (intrekken)

+ Regeling scheiden en gescheiden houden van gevaarlijke afvalstoffen (intrekken)

+ Regeling verpakking en verpakkingsafval (intrekken)

+ Regeling beheer autobanden (intrekken)

Bovengenoemde besluiten en regelingen worden in kader van Epema ingetrokken en vervangen door een beperkt aantal nieuwe regelingen. Tevens worden de regelingen die zien op het beheer van producten in het afvalstadium vereenvoudigd om de administratieve lasten omlaag te brengen.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Daling van de administratieve lasten, aanzienlijke

vermindering van de bestuurslasten voor medeoverheden.

Verwacht jaar van afronding: 2006

2.2 Land- en tuinbouwfoliesregelingen

+ Besluit beheer land- en tuinbouwfolies (intrekken)

+ Regeling aanwijzing land- en tuinbouwfolie (intrekken)

Het Besluit beheer land- en tuinbouwfolies en de Regeling aanwijzing land- en tuinbouwfolies worden ingetrokken. De regelingen worden soms deels niet nageleefd vanwege technische oorzaken. Aan de andere kant heeft de markt het probleem inmiddels zelf opgepakt, waardoor een aanvaardbaar milieuresultaat kan worden behaald. De regelingen hebben derhalve geen toegevoegde waarde meer.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Daling van de administratieve lasten en de

bestuurslasten; snel resultaat zichtbaar.

Verwacht jaar van afronding: 2004

2.3 PCB-besluiten

+ P.C.B.-, P.C.T.- en chlooretheen-besluit Wms (samenvoegen) + Regeling verwijdering PCB’s (samenvoegen)

Het P.C.B.-, P.C.T.- en chlooretheen-besluit Wet milieugevaarlijke stoffen en de Regeling verwijdering PCB’s kunnen door procedurele en technische verbeteringen, en harmonisatie van begrippen en systemen worden opgenomen in één nieuw Besluit beheer PCB’s.

Prioriteit:3

Reden voor prioritering: Hoewel het project leidt tot verduidelijking van de

regelgeving, leidt het niet tot vermindering van de administratieve lasten

of de bestuurslasten.

Verwacht jaar van afronding: 2008

2.4 Samenvoeging logo-regelingen

+ Regeling nadere regels aanduiding van batterijen en accu’s die kwik,

cadmium of lood bevatten (samenvoegen) + Regeling nadere regels KCA-logo (samenvoegen)

De regelingen over logo’s worden samengevoegd.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Hoewel het project leidt tot verduidelijking van de

regelgeving, leidt het niet tot vermindering van de administratieve lasten

of de bestuurslasten.

Verwacht jaar van afronding: 2008

2.5 Inzameling huishoudelijke afvalstoffen

+ Wet milieubeheer (aanpassen artikel 10.26)

+ Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke afvalstoffen, nabij elk perceel (intrekken)

De Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke afvalstoffen bij elk perceel wordt ingetrokken. De gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Uit het oogpunt van decentralisatie is het dan niet noodzakelijk om te bepalen binnen welke maximale afstand van de perceelgrens de gemeente moet zorgdragen voor de inzameling van huishoudelijk afval.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Daling bestuurslasten; relatief snel resultaat

zichtbaar.

Verwacht jaar van afronding: 2006

2.6 Verklaring van geen bedenkingen afvalstoffen

+ Besluit tot verschillende wijzigingen Ivb (wijzigen)

De handelingen die thans een verklaring van geen bedenkingen vergen zijn duidelijk opgenomen in het LAP en om deze reden mag van het bevoegd gezag worden verwacht dat het handelt conform het LAP. Om deze reden en uit een oogpunt van decentralisatie is voorgesteld om het instrument van de vvgb uit het Ivb en uit de wet te schrappen (de wetswijziging kan wachten totdat zich een geschikte gelegenheid voordoet). Dit project is een vervolg op Epema.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Daling bestuurslasten; leidt snel tot resultaat.

Verwacht jaar van afronding: 2004

Cluster 3: Inrichtingen, water en externe veiligheid

3.1 Herziening inrichtingen- en vergunningenbesluit

+ Inrichtingen- en vergunningbesluit milieubeheer (wijzigen)

Het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb), de centrale amvb met betrekking tot bedrijven, zal integraal worden herzien. Daarbij zal de verdeling van bevoegdheden over de bevoegde instanties zo eenduidig mogelijk worden gemaakt, zal de omschrijving van de categorieën worden verhelderd en gestroomlijnd, zullen overbodige verplichtingen tot het verstrekken van gegevens bij de vergunningaanvraag worden geschrapt, zal worden gestreefd naar stroomlijning van de gang van zaken bij vergunningaanvragen en zal de adviesrol van de VROM-Inspectie worden beperkt.

Vooruitlopend op de algehele herziening zal het Inrichtingen- en vergunningenbesluit worden aangepast op die punten waar zich in de praktijk grote knelpunten voordoen. Een van de belangrijkste wijzigingen is die van categorie 28 (bepaalde afvalstoffeninrichtingen) om de problematiek rondom de termen «hoofdzaak» en «uitsluitend» op te lossen.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Belangrijke daling van administratieve lasten en

bestuurslasten.

Verwacht jaar van afronding: 2006

3.2 Niet-agrarische 8.40-amvb’s

+   Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit hefschroefvliegtuigen bij ziekenhuizen milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit horeca-, sport en recreatieinrichtingen (samenvoegen)

+   Besluit inrichting voor motorvoertuigen Wm (samenvoegen)

+   Besluit LPG-tankstations milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit tandartspraktijken milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit tankstations milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit textielreinigingsbedrijven milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer (samenvoegen)

+   Lozingenbesluit bodembescherming (samenvoegen)

+   Regeling op-, overslag en distributie milieubeheer (samenvoegen)

+ Regeling slibvangputten en vet- of olie-afscheiders (eventueel samenvoegen)

+ Regeling amalgaamafscheiders tandartspraktijken milieubeheer (eventueel samenvoegen)

+ Regeling meldingen tandartspraktijken milieubeheer (eventueel samenvoegen)

De 8.40-amvb’s zullen alle of groepsgewijs worden samengevoegd. Daarbij worden ze tevens onderzocht op nut en noodzaak van de voorschriften en wordt gekeken of een indeling in verschillende categorieën van bedrijven of activiteiten kan worden gemaakt met verschillende sets van voorschriften. In samenhang hiermee wordt overwogen om alle bedrijven die niet op basis van de IPPC-richtlijn vergunningplichtig zijn, onder de 8.40-amvb’s te brengen of om voor bedrijven die nu nog vergun-ningplichtig zijn maar niet onder de IPPC-richtlijn vallen, standaardvoorschriften voor bepaalde aspecten in 8.44-amvb’s op te nemen. Het Lozingenbesluit bodembescherming zal worden gesplitst, waarbij regels voor lozingen vanuit Wm-inrichtingen in de 8.40/8.44-amvb’s zullen worden opgenomen. Daarnaast zullen waar mogelijk en doelmatig regels voor lozingen op oppervlaktewater, gebaseerd op de Wvo, in de besluiten worden opgenomen.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Belangrijke daling van administratieve lasten en bestuurslasten. Vermindering van regeldruk voor kleinere bedrijven. Verwacht jaar van afronding: 2006

3.3 Emissie-eisen stookinstallaties

+ Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A (samenvoegen) + Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B (samenvoegen) + Regeling meetmethoden emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer

A (samenvoegen en wijzigen) + Regeling meetmethoden emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer

B (samenvoegen)

Het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A (Bees-A) en het vergelijkbare Bees-B zullen worden herschreven en verduidelijkt. Daarbij zal voor het Bees-A worden aangesloten bij de Europese richtlijn voor grote stookinstallaties (LCP). De haalbaarheid van het samenvoegen van beide besluiten tot één besluit wordt nader onderzocht. Bovendien zullen de bijbehorende regelingen voor meetmethoden bij stookinstallaties worden geactualiseerd en verduidelijkt.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Daling van administratieve lasten en bestuurslasten. Verwacht jaar van afronding: 2008

3.4 Besluit emissie-eisen NOx salpeterzuurfabrieken

+ Besluit emissie-eisen NOx salpeterzuurfabrieken (intrekken)

Intrekken van Besluit emissie-eisen NOx salpeterzuurfabrieken, zodra de emissiehandel rondom NOx is geregeld.

Prioriteit:3

Reden voor prioritering: Is afhankelijk van regeling emissiehandel.

Verwacht jaar van afronding: 2008

3.5 Milieuverslaglegging

+ Besluit milieuverslaglegging (wijzigen)

+ Uitvoeringsregeling milieuverslaglegging (wijzigen)

Het wijzigen van het besluit en de uitvoeringsregeling milieuverslaglegging alsmede een wijziging van de wet in verband met het niet meer verplicht stellen van de publieksmilieuverslaglegging. Afschaffing van de verplichting tot het opstellen van een publieksmilieujaarverslag zou naar verwachting moeten leiden tot een vermindering van administratieve lasten in de orde van grootte van € 15 000 000.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van administratieve lasten.

Verwacht jaar van afronding: 2005

3.6 Recreatieregelingen

+ Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (wijzigen)

+ Amvb jachthavens (samenvoegen, wijzigen)

+ Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (wijzigen)

+ Besluit hygiëne, gezondheid en veiligheid kampeerterreinen (intrekken)

+ Regeling aanwijzing toezichthouders Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (intrekken)

Met het ministerie van LNV wordt overlegd over het schrappen van het zeer gedetailleerde Besluit hygiëne, gezondheid en veiligheid kampeerterreinen dat is gebaseerd op de Wet op de openluchtrecreatie van het ministerie van LNV. Het lijkt hier te gaan om een onnodig besluit dat niet meer past in het huidige tijdsgewricht. Vergelijkbare voorschriften zullen worden geschrapt uit het in voorbereiding zijnde Besluit jachthavens en uit het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwem-gelegenheden.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van administratieve lasten; samenhang met regelgeving van andere ministeries. Verwacht jaar van afronding: 2005

3.7 Regelingen emissiegrenswaarden voor inrichtingen

+   Regeling grenswaarden afvalwater s-PVC productie (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden afvalwater VCM-bedrijven (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden luchtemissies VCM-inrichtingen milieubeheer

(samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor asbest in afvalwater (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor cadmium in afvalwater (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor chloroform in afvalwater (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor DDT in afvalwater (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor drins in afvalwater (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor ECD in afvalwater (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor HCB in afvalwater (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor HCBD in afvalwater (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor hexachloorcyclohexaan (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor kwik (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor PCP in afvalwater (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor PER in afvalwater (samenvoegen)

+   Regeling grenswaarden voor TCB in afvalwater (samenvoegen)

+ Regeling grenswaarden voor TRI in afvalwater (samenvoegen) + Regeling grenswaarden voor tetra in afvalwater (samenvoegen) + Regeling grenswaarden VCM-luchtemissie PCV-inrichtingen milieubeheer (samenvoegen)

Ter implementatie van verschillende EU- en OSPAR-richtlijnen zijn in het verleden per stof ministeriële regelingen opgesteld. Deze zullen worden samengevoegd tot één regeling waardoor de regelgeving overzichtelijker wordt.

Prioriteit:3

Reden voor prioritering: Beperkte vermindering van de administratieve

lasten.

Verwacht jaar van afronding: 2009

3.8 Integrale afvalwaterbepalingen voor niet-inrichtingen

+ Wijziging hfdst. 10, titel 5 van de Wm, afvalwater (wijzigen) + Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 (samenvoegen) + Besluit lozingsvoorschriften niet-inrichtingen milieubeheer (wijzigen en

samenvoegen) + Lozingenbesluit bodembescherming (wijzigen en samenvoegen) + Uitvoeringsregeling Lozingenbesluit bodembescherming (samenvoegen)

Er zal een integrale amvb op grond van de Wm, de Wbb en de Wvo worden opgesteld, waarin de individuele ontheffingsplicht waar mogelijk wordt vervangen door algemene regels. Om dit mogelijk te maken is ook een aanpassing op wetniveau (met name hoofdstuk 10, titel 5 van de Wm) nodig. Het resultaat van het project zullen naar verwachting twee amvb’s zijn:

– een amvb huishoudens (+ ministeriële regeling) waarin naast regels voor lozen van afvalwater vanuit huishoudens ook andere regels die betrekking hebben op huishoudens kunnen worden opgenomen (opslaan in ondergrondse tanks). – een amvb voor de overige niet-inrichtingen (+ ministeriële regeling). Daarnaast zullen de afvalwaterregels worden opgenomen in 8.40-amvb’s (zie 3.2). Waar mogelijk en doelmatig vindt samenvoeging plaats met besluiten en regelingen op grond van de Wvo.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Belangrijke vermindering van de administratieve

lasten en bestuurslasten.

Verwacht jaar van afronding: 2007

3.9 Regelingen risico’s zware ongevallen

+ Besluit risico’s zware ongevallen 1999 (wijzigen) + Regeling risico’s zware ongevallen 1999 (wijzigen)

Integratie met bepalingen uit Arbo-wet, Wet rampenbestrijding en Wet milieubeheer.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Belangrijke vermindering van vooral de bestuurslasten. Verwacht jaar van afronding: 2006

3.10 Explosieven voor civiel gebruik

+ Wet explosieven voor civiel gebruik (wijzigen)

+ Regeling erkenning en onkostenvergoeding goedkeuring Wet explosieven voor civiel gebruik (wijzigen)

Met de ministeries van BZK en Justitie zal worden overlegd over op één plaats leggen van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wet explosieven voor civiel gebruik in plaats van de huidige versnipperde verdeling van verantwoordelijkheden. Gedacht kan worden aan één centrale instantie als het Korps Landelijke Politiediensten of aan de korpschefs van de politieregio’s onder duidelijke regie van het verantwoordelijke ministerie.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Beperking van de bestuurslasten.

Verwacht jaar van afronding: 2009

Cluster 4: Planstelsels en luchtkwaliteit

4.1 Planprocedures

+   Wetsvoorstel harmonisatie planprocedures (wijzigen)

+   Wet milieubeheer hfdst. 10 (wijzigen)

+   Wet milieubeheer hfdst. 4 (wijzigen)

+   Besluit aanwijzing overheidsinstellingen ex artikel 4.2 Wm (intrekken)

De verplichting tot het opstellen van milieubeleidsplannen zal worden geschrapt. Aansluiting zal worden gezocht bij de structuurvisie van het wetsvoorstel voor de nieuwe Wro. Ook de verplichting tot het opstellen van zelfstandige milieuprogramma’s zal vervallen. Het milieuprogramma wordt gehandhaafd als verplicht onderdeel van de begroting van provincies en gemeenten.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van bestuurslasten; aansluiting bij

de nieuwe Wro.

Verwacht jaar van afronding: 2006

4.2 M.e.r./SMB

+   Hoofdstuk 7 Wm (wijzigen)

+   Besluit milieu-effectrapportage 1994 (wijzigen)

+   Regeling startnotitie milieu-effectrapportage (intrekken)

+   Regeling m.e.r.-plicht mestverwerkingsinrichting (intrekken)

Zie de voornemens, weergegeven in paragraaf 4.4.3 van de herijkings-brief. Vereenvoudiging van de m.e.r. zal de doorlooptijd van procedures en van besluitvormingsprocessen kunnen bekorten en daarmee administratieve lasten kunnen verminderen, en kunnen leiden tot een daling van het aantal op te stellen MER-rapporten (wellicht met enkele tientallen per jaar). Daar staat tegenover dat de SMB-plicht voor meer plannen gaat gelden dan waarvoor momenteel een milieubeoordeling verplicht is. Er wordt naar gestreefd om ondanks deze uitbreiding per saldo een lastenverlichting bij de milieubeoordeling tot stand te brengen.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Implementatie van Europese regelgeving; beperking van administratieve lasten Verwacht jaar van afronding: 2005

4.3 Schadevergoeding

+ Titel 15.5 Wet milieubeheer (intrekken)

+ Besluit Fonds luchtverontreiniging 1990 (intrekken)

Titel 15.5 (Fonds Luchtverontreiniging) van de Wet milieubeheer zal worden ingetrokken in samenhang met de totstandkoming van de bij project 11.5 genoemde algemene milieuschaderegeling waarmee invulling zal worden gegeven aan verplichtingen die voortvloeien uit de toekomstige EG-richtlijn inzake milieuaansprakelijkheid. Het is denkbaar dat in dit kader ook titel 15.4 van de Wm (vergoeding van kosten en schade) ter hand wordt genomen.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Samenhang met project 11.5.

Verwacht jaar van afronding: 2006

Cluster 5: Bodem

5.1 Integratie Wbb in Wm

+ Wet bodembescherming (in Wm) (samenvoegen)

Evenals de andere sectorale milieuwetten zal ook de Wet bodembescherming worden ingebouwd inde Wet milieubeheer om te komen tot een integraal toetsingskader. Bij de inbouw van de Wet bodembescherming zal niet worden uitgegaan van de Wet bodembescherming in zijn huidige vorm. In ieder geval zullen in de Wet milieubeheer voor het onderdeel bodem algemene uitgangspunten worden vastgelegd die de basis bieden voor nadere besluiten, regelingen en beslissingen. Ook ligt het in de bedoeling om op rijksniveau de algemene regels voor standaard-gevallen op te stellen. Daarbij zijn afwijkingen op decentraal niveau mogelijk en kan maatwerk voor complexe gevallen worden geboden.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Heldere en meer toegankelijke milieuwetgeving. De nieuwe regelgeving met betrekking tot bodem zal leiden tot een vermindering van administratieve en bestuurslasten leiden. Verwacht jaar van afronding: 2007

5.2 Bouwstoffenbesluit en bijbehorende regelgeving

+ Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming

(vervangen door een eenvoudiger regeling) + Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit 1998 (intrekken) + Vrijstellingsregeling samenstellings- en imissiewaarden Bouwstoffenbesluit (intrekken) + Besluit vaststelling model meldingsformulier voor het gebruik van

bouwstoffen op of in de bodem (intrekken) + Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen (wijzigen) + Vrijstellingsregeling grondverzet (in Wm) (samenvoegen) + Tijdelijke vrijstellingsregeling eisen grond en baggerspecie (wijzigen)

In de herijkingsbrief wordt geconcludeerd dat tot een radicale wijziging moet worden gekomen en in plaats van het Bouwstoffenbesluit een nieuwe en veel eenvoudiger regeling tot stand moet worden gebracht. Onderdelen van deze eenvoudiger regeling zullen zijn een belangrijke vereenvoudiging van de bewijslast, nadrukkelijke aansluiting bij de Bouwproductenrichtlijn, een heroverweging van het normstelsel en een eenvoudig regime voor primaire bouwstoffen. Voor grond en bagger-

specie komt er een zelfstandig beleidskader: zie project 5.3. Zodra de nieuwe regeling tot stand is gebracht, zal het Bouwstoffenbesluit in de huidige vorm worden ingetrokken. Om tegemoet te komen aan de wens tot een snelle oplossing van de belangrijkste kritiekpunten zal vooruitlopend op het nieuwe besluit voor een interim-periode een tijdelijke ministeriële regeling worden opgesteld.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vervanging van het Bouwstoffenbesluit door de beoogde nieuwe regeling heeft een aanzienlijke vermindering van administratieve en bestuurslasten tot gevolg en zal veel knelpunten in de uitvoeringspraktijk doen verdwijnen. Verwacht jaar van afronding: 2007 (voor het totale project)

5.3 Regelgeving baggerspecie

+   Besluit voor baggerspeciestortplaatsen in oppervlaktewater (intrekken)

+   Regeling stortplaatsen voor baggerspecie op land (wijzigen)

+   Regeling beoordeling reinigbaarheid baggerspecie (wijzigen)

+   Vrijstellingsregeling voor baggerspecie Bouwstoffenbesluit (wijzigen)

Voor grond en baggerspecie zal een zelfstandig beleidskader worden ontwikkeld, omdat deze omvangrijke stromen thans in diverse wettelijke regimes zijn geregeld, waaronder het huidige Bouwstoffenbesluit. Het nieuwe regime dient tegelijkertijd met de nieuwe regeling omtrent bouwstoffen in werking te treden.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Als bij het Bouwstoffenbesluit.

Verwacht jaar van afronding: 2005

5.4 Nazorg van stortplaatsen

+ Wet milieubeheer: regeling nazorg stortplaatsen (hoofdstuk 15 Wm) (wijzigen)

De procedurele en wetstechnische voorstellen van de Evaluatiecommissie Leemtewet Wm moeten worden verwerkt in de Wet milieubeheer of de WRO. Onderzocht wordt nog op welke wijze alsnog randvoorwaarden kunnen worden gesteld aan de nabestemming van stortplaatsen. De gewenste wetsaanpassingen zijn relatief klein en leiden niet tot toename van de regeldruk. Wel worden hiermee bestaande knelpunten voor de praktijk opgelost. Onderzocht moet worden of de nabestemming van stortplaatsen ingevolge de herziening van de WRO kan worden geregeld, of dat wijziging van de Wm nodig is.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Geen urgente knelpunten en vermindering van administratieve en bestuurlijke lasten. Gelet op andere prioriteiten op het terrein van bodem, wordt gewacht met het starten van dit project. Verwacht jaar van afronding: 2008

5.5 Diverse regelingen bodemsanering

+ Besluit overige niet-meldingplichtige gevallen bodemsanering (wijzigen) + Regeling beoordeling reinigbaarheid grond bodemsanering (wijzigen) + Regeling aanwijzing vervangende tekst van handleiding bodemsanering tankstations (intrekken)

Onderzocht zal worden of voor licht verontreinigde bodem (niet ernstige gevallen) het aantal niet-meldingsplichtige situaties kan worden uitgebreid.

Voor de Regeling beoordeling reinigbaarheid grond bodemsanering zal een grondslag worden gezocht in de Wm in plaats van de Wbb. Dit omdat de regeling een functie heeft in het kader van het Besluit Stortplaatsen en stortverboden Wm maar niet langer een functie zal hebben in het kader van de combinatie Wet belastingen op milieugrondslag / Wet bodembescherming.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Geen directe noodzaak vanuit de praktijk om regelingen te wijzigen en geen significante vermindering van administratieve en bestuurlijke lasten. Verwacht jaar van afronding: 2008

Cluster 6: Landbouw

6.1 Agrarische 8.40-amvb’s

+   Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit mestbassins milieubeheer (samenvoegen)

+   Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (samenvoegen)

+   Besluit landbouwbedrijven (samenvoegen)

+   Lozingenbesluit bodembescherming (samenvoegen)

+   Regeling kennisgevingsformulier Besluit mestbassins Hinderwet (intrekken)

Het in voorbereiding zijnde Besluit landbouwbedrijven, dat in de plaats komt van het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer en het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer, zal worden aangepast aan de uitgangspunten van de herijking. Dit zal een reductie in administratieve lasten tot gevolg hebben.

Het nieuwe Besluit landbouwbedrijven zal gefaseerd tot stand komen. In de eerste tranche zal de werkingssfeer van het besluit worden uitgebreid naar gemechaniseerde loonbedrijven en inrichtingen voor de opslag van vaste mest. Als tweede tranche volgt uitbreiding van de werkingssfeer met mestbassins ter vervanging van het Besluit mestbassins milieubeheer. Ten aanzien van mestbassins zal worden volstaan met doelvoorschriften en zorgbepalingen waarbij de technische uitvoeringseisen aan het bedrijfsleven worden overgelaten. In een volgende fase zullen de kleinere intensieve veehouderijen onder de werkingssfeer van het nieuwe besluit worden gebracht en zal tegelijkertijd het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij in dat besluit worden geïntegreerd. Net als bij 3.2 speelt hier de splitsing van het Lozingenbesluit bodembescherming en het waar mogelijk en doelmatig opnemen van regels voor lozingen op oppervlaktewater, gebaseerd op de Wvo.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Aanzienlijke daling van administratieve en

bestuurlijke lasten. Samenhang met de niet-agrarische 8.40 amvb’s. De

uitvoering van de eerste tranche is reeds gestart.

Verwacht jaar van afronding: Eerste tranche 2004. Tweede tranche 2006.

Derde tranche na 2007.

6.2 Besluit glastuinbouw

+ Besluit glastuinbouw (mede o.g.v. Wvo en Bmw) (wijzigen)

Op basis van de ervaringen die tot nu toe zijn opgedaan zal op korte termijn een reductie in administratieve lasten worden gerealiseerd. Nu moet 15 keer per jaar een formulier worden opgestuurd naar de bevoegde instanties. Enerzijds brengt deze verplichting voor bedrijven een vrij hoge administratieve lastendruk met zich mee, anderzijds heeft het bevoegd gezag in het kader van de handhaving en monitoring ook geen behoefte aan het grote aantal formulieren en worden deze niet gecontroleerd. Het Besluit glastuinbouw zal dan ook op korte termijn worden aangepast zodat kan worden volstaan met één jaarrapportage. De administratieve lasten zullen daardoor aanzienlijk dalen.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Aanzienlijke daling van administratieve lasten;

relatief makkelijk te realiseren.

Verwacht jaar van afronding: 2004

6.3 Ammoniak en veehouderij

+ Wet ammoniak en veehouderij (wijzigen)

Ter uitvoering van het Hoofdlijnenakkoord zal de Wet ammoniak en veehouderij worden aangepast. De omvang van het gebied dat op grond van deze wet aanvullend wordt beschermd zal substantieel worden verminderd door opgaande naaldbossen zonder hoge actuele natuurwaarden niet meer als kwetsbare gebieden aan te merken. Tegelijkertijd zal echter de zonering rondom de kwetsbare delen van de vogel- en habitatrichtlijngebieden en van de beschermde natuurmonumenten worden uitgebreid, zoals gemeld bij brief van 11 september 2003 (kamerstuk 24 445, nr. 65).

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Politieke wens op basis van het Hoofdlijnenakkoord. Verwacht jaar van afronding: 2005

6.4 Stank en veehouderij

+ Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden (wijzigen)

In het kader van de herijking is besloten om af te zien van de invoering van een algemene wet stank en veehouderij. Dat maakt het wel dringend gewenst om de werkingssfeer van de bestaande stankwet voor de reconstructiegebieden (formeel: Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden) uit te breiden met de extensiveringsgebieden met het primaat wonen. Dit sluit aan op de brief van de Staatssecretaris van VROM van 14 november 2003 (kamerstuk 24 445, nr. 67).

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Wegnemen van knelpunten.

Verwacht jaar van afronding: 2005

6.5 Bestrijdingsmiddelen

+ Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (samenvoegen) + Besluit uniforme beginselen gewasbeschermingsmiddelen (samenvoegen) + Regeling toelatingseisen landbouwkundig onmisbare gewasbeschermingsmiddelen (intrekken)

+ Regeling uitvoering milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen 2000 (wijzigen)

+ Regeling beheer resten en gebruikte verpakkingen hout-verduurzamingsmiddelen (intrekken)

Om de overzichtelijkheid en consistentie te bevorderen zal een algehele integratie van alle toelatingscriteria voor zowel bestaande als nieuwe gewasbeschermingsmiddelen plaatsvinden door samenvoeging van het Besluit milieucriteria bestrijdingsmiddelen en het Besluit uniforme beginselen gewasbeschermingsmiddelen in één besluit. De Regeling uitvoering milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen 2000 wordt geactualiseerd en in omvang teruggebracht. De regeling beheer resten en gebruikte verpakkingen houtverduurzamingsmiddelen zal worden ingetrokken aangezien het hier lijkt te gaan om een onnodige regeling die niet meer leeft bij de doelgroep en uitvoerders.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Samenhang met regelingen van het ministerie van LNV. De wijzigingen zijn op korte termijn te realiseren en zullen een aanzienlijke vereenvoudiging van de regelgeving en regeldruk betekenen. Verwacht jaar van afronding: 2004 samenvoeging Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen en Besluit uniforme beginselen gewasbeschermingsmiddelen; 2005 wijziging Regeling uitvoering milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen 2000.

Cluster 7: Geluid

7.1 Vereenvoudigen Wgh; integratie met Wm

+ Wet geluidhinder (op termijn in Wm) (samenvoegen, wijzigen)

De Wet geluidhinder en de uitvoeringsregelgeving worden vereenvoudigd volgens de lijnen die zijn aangegeven in de herijkingsbrief: een beperkt aantal landelijke grenswaarden; meer beleidsruimte voor de decentrale overheden. De wet zal daarbij op termijn worden ingebouwd in de Wm (landelijke grenswaarden en richtwaarden) en de Wro (lokale afweging en kwaliteitskeuze). Luchtvaartlawaai wordt geheel via de nieuwe Wet luchtvaart geregeld.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Beperking van de bestuurslasten; versnelling van

procedures.

Verwacht jaar van afronding: 2008

7.2 Geluidhinderregelingen

+   Besluit geluidhinder spoorwegen (wijzigen)

+   Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart (wijzigen)

+   Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart (wijzigen)

+   Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen (wijzigen)

+   Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen (wijzigen)

+   Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994 (intrekken)

+   Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg (wijzigen)

+   Besluit zonering buitenlands luchtvaartterrein Zuid-Limburg (wijzigen)

+   Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer 1998 (wijzigen)

+   Besluit geluidgevoelige ruimten van een woning (samenvoegen)

+   Meet- en rekenvoorschrift geluidbelasting binnen gebouwen (samenvoegen)

+   Meet- en rekenvoorschrift hoofdstuk V Wet geluidhinder (samenvoegen)

+   Meet- en rekenvoorschrift industrielawaai (samenvoegen)

+   Regeling bepaling geluidszones langs wegen 1993 (samenvoegen)

+   Regeling saneringsprogramma industrielawaai (intrekken)

+   Regeling saneringsprogramma verkeerslawaai (samenvoegen)

+   Reken- en meetvoorschrift Railverkeerslawaai (samenvoegen)

+   Reken- en meetvoorschrift Wegverkeerslawaai (samenvoegen)

+   Uitvoeringsregeling sanering verkeerslawaai (samenvoegen?)

De genoemde regelingen zullen in overeenstemming worden gebracht met de in de herijkingsbrief neergelegde uitgangspunten zoals die zullen worden neergelegd in de nieuwe wettelijke regeling (zie project 7.1). Verwante regelingen zullen zo veel mogelijk worden samengevoegd.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Het project leidt tot vermindering van bestuurslasten, hangt samen met andere VROM-regelgeving en met regelgeving van andere departementen en leidt tot zichtbaar resultaat. Wel zullen eerst de hoofdlijnen van project 7.1 duidelijk moeten zijn voordat met dit project kan worden begonnen. Verwacht jaar van afronding: 2007

7.3 Geluidsproductieregelingen

+   Besluit geluidinformatie huishoudelijke apparaten (samenvoegen)

+   Besluit geluidproductie sportmotoren (samenvoegen)

+   Besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder (samenvoegen)

+   Regeling geluidemissie buitenmaterieel (samenvoegen)

+   Regeling geluidproductie sportmotoren (samenvoegen)

+   Regeling etikettering en energieverbruik koel- en vriesapparatuur (samenvoegen)

Deze toestellenregelingen zullen uiteindelijk worden gebaseerd op het nieuwe hoofdstuk Stoffen en producten van de Wm. De samenvoeging en vereenvoudiging behoeven daar echter niet op te wachten; ook op basis van de Wet geluidhinder zijn die mogelijk.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Leidt tot een beperkte vermindering van de administratieve lasten en de bestuurslasten. Verwacht jaar van afronding: 2007

Cluster 8: Bouwen

8.1 Vereenvoudiging aanschrijfinstrumentarium

+ Woningwet (wijzigen)

Het aanschrijfinstrumentarium in de Woningwet (het instrument voor gemeenten om gebouweigenaren aan te schijven met het oog op de naleving van de wet) afstemmen op de Algemene wet bestuursrecht.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van bestuurslasten, snel resultaat

zichtbaar.

Verwacht jaar van afronding: 2005

8.2 Integreren bouwtechnische eisen milieuregelgeving

+ Bouwbesluit 2003 (wijzigen) + 8.40-amvb’s (19 stuks) wijzigen

Integreren van bouwtechnische eisen uit milieuregelgeving in het Bouwbesluit 2003. De administratieve lasten zullen dalen als bedrijven alleen maar te maken hebben met eisen uit het Bouwbesluit.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van administratieve lasten; samenhang met andere VROM-regelgeving. Verwacht jaar van afronding: 2006

8.3 Eisen voor specifieke gebouwen

+ Bouwbesluit 2003 (wijzigen)

Vereenvoudigen of schrappen van verschillende eisen voor specifieke gebouwen, zoals woonwagens en celgebouwen.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: samenhang met andere VROM-regelgeving, snel

resultaat zichtbaar.

Verwacht jaar van afronding: gedeelte in 2005 en gedeelte in 2006

8.4 Brandveilig gebruik en slopen van gebouwen

+ Bouwbesluit 2003 (wijzigen) of + nieuwe amvb

Landelijk uniformeren van bepalingen over brandveilig gebruik en slopen van gebouwen die nu zijn opgenomen in gemeentelijke verordeningen. Daling administratieve lasten: landelijk geldende eisen i.p.v. verschillende gemeentelijke verordeningen. T.a.v. de gebruiksvoorschriften geldt nog: deze zullen rechtstreekse werking hebben, hierdoor is er in minder gevallen een vergunning nodig. Doordat gemeenten geen eigen voorschriften hoeven op te stellen en geen formulieren en voorlichtingsmateriaal hoeven te maken, ontstaat een flinke daling van de bestuurslasten.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Daling van administratieve lasten en bestuurslasten; samenhang met andere VROM-regelgeving; snel resultaat zichtbaar. Verwacht jaar van afronding: 2006

Cluster 9: Huurwetgeving en corporaties

9.1 Regelgeving rond corporaties (algemeen)

+ Woonwet (wetsvoorstel intrekken)

+ Woningwet (wijzigen)

+ Besluit beheer sociale huursector (wijzigen)

Regelgeving toespitsen op het behoud maatschappelijk gebonden vermogen. Dit leidt tot minder verplichtingen voor de corporaties (verslagen worden minder uitgebreid), en dus tot een daling van de administratieve lasten.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van de administratieve lasten; snel

resultaat zichtbaar.

Verwacht jaar van afronding: 2006 (Woonwet intrekken in 2004)

9.2 Bedrijfswaardegegevens corporaties

+ Besluit beheer sociale huursector (wijziging bijlage IV, art. 39a, lid 1)

Wijziging bijlage IV BBSH, art. 39a, lid 1, uit oogpunt van deregulering: minder verplichtingen voor de corporaties. Er komen minder prognosejaren (3 i.p.v. 5).

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van de administratieve lasten; snel

resultaat zichtbaar.

Verwacht jaar van afronding: 2005

9.3 Accountantsverklaring corporaties c.a.

+ Besluit beheer sociale huursector (wijziging bijlage III) + Regeling tot wijziging van de bijlagen I en II BBSH

Wijziging bijlage III BBSH en Regeling tot wijziging van de bijlagen I en II BBSH. Daling van de administratieve lasten, minder verplichtingen voor de corporaties in de jaarlijkse verantwoording vooraf (prognose) en achteraf (verslagjaar). Tevens beperking aantal prognosejaren.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van de administratieve lasten; snel

resultaat zichtbaar.

Verwacht jaar van afronding: 2005

9.4 Huursubsidieregelgeving (actueel inkomen)

+ Besluit vangnetregeling huursubsidie (intrekken)

+ Huursubsidiewet (aanpassen)

+ Regeling herrekening actueel inkomen (aanpassen)

Onderzocht wordt of gewerkt kan worden met een actueel inkomensbegrip.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van de bestuurslasten; snel resultaat zichtbaar. Verwacht jaar van afronding: 2006

9.5 Huurprijzenregelgeving en geschillenbeslechting

+   Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (aanpassen)

+   BW boek 7 (aanpassen)

+   Uitvoeringsbesluit huurprijzen woonruimte (aanpassen)

+   Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte (aanpassen)

Met betrekking tot de geschillenbeslechting kan volgens de herijkingsbrief worden gekozen voor één ZBO of voor het overlaten aan de sector zelf. De administratieve lasten (gedefinieerd als de kosten om te voldoen aan informatieverplichtingen voortvloeiend uit wet- en regelgeving van de overheid) zullen voor de verhuurders vervallen wanneer een geschillen-

commissie door de sector zelf wordt opgericht. Het is niet ondenkbaar dat de verhuurders hiervoor andere informatieverplichtingen in de plaats krijgen.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van de administratieve lasten.

Verwacht jaar van afronding: 2006

9.6 Huisvestingswet (doorlichting)

+ Huisvestingswet (heroverweging lopende en voorgenomen wijzigingen; algehele doorlichting) + Huisvestingsbesluit

De wet en het besluit moeten worden heroverwogen en zo nodig ingetrokken; de rijksregels moeten tot een minimum worden beperkt. Dat heeft ook consequenties voor de lopende en voorgenomen wijzigingen (doorwerking ruimtelijk beleid, incl. novelles; uitvoering motie-Albayrak).

Prioriteit: 2 (de heroverweging van de lopende wijzigingen vindt wel op

zeer korte termijn plaats).

Reden voor prioritering: Daling bestuurslasten: gemeenten krijgen minder

regels; samenhang met andere VROM-regelgeving.

Verwacht jaar van afronding: 2007/8 (lopende wijzigingen in 2004)

9.7 Intrekken Wet bevordering eigenwoningbezit

+   Wet bevordering eigenwoningbezit (intrekken)

+   Besluit bevordering eigenwoningbezit (intrekken)

+   Regeling bevordering eigenwoningbezit 2001/2 (intrekken)

+   Regeling normrente en spaarpremie (intrekken)

+   Regeling huur- en koopsubsidiegrenzen 2003 (aanpassen).

Niet langer verlenen van subsidie voor koopwoningen. Het intrekken van de Wet bevordering eigenwoningbezit en de aanhangende regelgeving leidt tot het wegvallen van de administratieve lasten bij financiële instellingen en terugdringen van regelgeving.

Prioriteit:1(mede afhankelijk van de uitkomst van discussies in de Kamer) Reden voor prioritering: Snel resultaat zichtbaar. Verwacht jaar van afronding: 2005

9.8 Wet bevordering eigenwoningbezit (lopende wijziging)

+ Wijziging van de Wet bevordering eigenwoningbezit (bij nader rapport

intrekken) + Uitbreiden is niet zinvol als de wet wordt ingetrokken, zie 9.7.

Prioriteit:1(mede afhankelijk van de uitkomst van discussies in de Kamer) Reden voor prioritering: Vermijden van onnodige regels. Verwacht jaar van afronding: 2004

9.9 Toezicht op corporaties

+ Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (wijzigen) + Besluit beheer sociale huursector (wijzigen)

Onderzoek van één toezichtinstantie i.p.v. CFV, VROM-inspectie en DGW/S&R. Het aanwijzen van één toezichtinstantie leidt tot deregulering

en terugdringen van administratieve lasten: alle gegevens hoeven maar één keer aangeleverd en doorgelopen te worden.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Dit scoort alleen op administratieve lasten.

Verwacht jaar van afronding: 2007

9.10 Wet op het overleg huurders verhuurder

+ Wet op het overleg huurders verhuurder (aanpassen)

Wet op het overleg huurders verhuurder aanpassen (zeggenschap regelen) in verband met het intrekken van het voorstel Woonwet. Op basis van de evaluatie van de Wet op het overleg huurders verhuurder zijn in de brief van 6 december 2001 aan de Tweede Kamer (TK 28 160 nr.1) toezeggingen gedaan voor verbetering van een aantal wettelijke bepalingen in deze wet. De wet zou, inclusief de voorgestelde aanpassingen intergraal in de Woonwet worden opgenomen. Gelet op het op dat moment (december 2001) beoogde tijdpad voor invoering van de Woonwet, was separate wijziging van de Wet op het overleg huurders verhuurder niet opportuun. Nu de Woonwet zal worden ingetrokken zullen deze wijzigingen alsnog in de Wet op het overleg huurders verhuurder worden opgenomen voor zover niet in strijd met herijkingsuitgangspunten (administratieve lasten).

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Noodzakelijk gevolg van het in het kader van de herijking genomen besluit om de Woonwet niet in te voeren. Verwacht jaar van afronding: 2007

9.11 Balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting

+ Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting (intrekken) + Regeling indieningstermijn Wet balansverkorting geldelijke steun

volkshuisvesting (intrekken) + Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting

(intrekken)

Deze regelingen kunnen op termijn, indien ze geheel zijn uitgewerkt, worden ingetrokken. Er lopen nu nog financiële verplichtingen op.

Prioriteit:3

Reden voor prioritering: Intrekken kan niet eerder dan nadat de regelingen

zijn uitgewerkt

Verwacht jaar van afronding: na het uitgewerkt zijn

Cluster 10: Ruimtelijke regelgeving en stedelijke vernieuwing

10.1 Nieuw Besluit op de ruimtelijke ordening

+ Besluit op de ruimtelijke ordening (aanpassing van het besluit zoals dat nu wordt voorbereid)

Voorzien in een zo licht mogelijke voorbereiding van het bestemmingsplan met de mogelijkheid van differentiatie.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Sterke vermindering van bestuurslasten; samenhang met andere VROM-regelgeving. Verwacht jaar van afronding: 2006

10.2 Woonvisie

+ Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing (zo nodig wijzigen; waarschijnlijk geen regelgeving)

Woonvisie zonodig in MOP (en structuurvisie in Wro) opnemen, in verband met het intrekken van het voorstel Woonwet.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Vermindering van bestuurslasten; snel resultaat

zichtbaar.

Verwacht jaar van afronding: 2005

10.3 Wet voorkeursrecht gemeenten

+ Wet voorkeursrecht gemeenten (wijzigen)

De regeling van het voorkeursrecht wordt aanzienlijk vereenvoudigd volgens de in paragraaf 4.10.2 van de herijkingsbrief aangegeven lijnen.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Daling van de bestuurslasten.

Verwacht jaar van afronding: 2006

Cluster 11: VROM-brede onderwerpen

11.1 VROM-vergunning

In 2004 zal worden gestart met het project «VROM-vergunning», waarin nader vorm wordt gegeven aan een ontwikkelingsvergunning,gericht op zowel de realisatie van een fysiek object (bouw, verbouw, oprichting of aanleg) als op het gebruik van het object. Voor zover het gaat om bestaande vergunningen, gebaseerd op regelgeving van VROM, zal in de toekomst kunnen worden volstaan met één aanvraag, één voorbereidingsprocedure, één besluit van het bevoegd gezag en één procedure voor rechtsbescherming. In overleg met andere departementen en andere overheden zal in de eerste maanden van het project worden nagegaan en besloten of uitbreiding tot vergunningen op basis van andere wetgeving en autonome vergunningen van gemeenten en provincies tot de mogelijkheden behoort. Bij de verdere uitwerking zullen in ieder geval de decentrale overheden, die in het algemeen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering, nauw betrokken worden.

Omdat een volledig integrale vergunning, inclusief één integraal toetsingskader, een omvangrijk en tijdrovend proces van wetgeving vergt (zie ook de herijkingsbrief, pagina 12), worden in het project ook de mogelijkheden tot fasering en partiële integratie als tussenstap onderzocht. De mogelijkheden tot fasering worden in het bijzonder onder de loep genomen om al binnen twee jaar (taakstellende termijn) regelgeving ontworpen te hebben waarmee ten minstehet principe van één loket, één besluit en één procedure van rechtsbescherming kan worden gehanteerd. In ieder geval worden bij de «VROM-vergunning» betrokken: + de bouwvergunning, + de aanlegvergunning, + de Wet milieubeheer-vergunning,

+ de planologische toetsing op basis van het bestemmingsplan (voor zover niet reeds in de bouwvergunning en aanlegvergunning opgenomen). Wat de VROM-wetgeving betreft, wordt nagegaan of deze vergunningen kunnen worden uitgebreid met:

+ meldingen en ontheffingen op grond van de Wet milieubeheer en

andere milieuwetten, + het projectbesluit dat mogelijk bij nota van wijziging wordt ingebracht

in het wetsvoorstel Wet ruimtelijke ordening. In samenwerking met gemeenten zal worden getracht al tijdens de ontwikkeling het stelsel enkele pilot-projecten te starten, waarbij in «laboratorium-achtige» situaties de procedure van de nieuwe vergunning aan de praktijk wordt getoetst.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Op termijn aanzienlijke beperking van de administratieve lasten.

Verwacht jaar van afronding: Nog onbekend, omdat dit mede afhankelijk is van de besluitvorming over de fasering. Taakstellend wordt getracht een eerste resultaat (zie hierboven) binnen twee jaar gereed te hebben.

11.2 VROM-subsidiewet

+   Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer (samenvoegen)

+   Subsidieregeling Stad & Milieu (intrekken)

+   Subsidieregeling gebiedsgericht beleid (samenvoegen)

+   Subsidieregeling PIEK (samenvoegen)

+   Besluit woonsubsidies (nu nog in de maak)

+   Subsidieregeling milieugerichte technologie 2002 (intrekken)

Er wordt een VROM-brede subsidiewet tot stand gebracht ter vervanging van de bepalingen van o.a. de subsidiebepalingen in de Wet milieubeheer, en een VROM-brede subsidie-amvb ter vervanging van de bepalingen van o.a. het Besluit milieusubsidies. Daaraan worden de hiervoor genoemde regelingen gekoppeld.

Prioriteit:3

Reden voor prioritering: Leidt niet snel tot resultaat.

Verwacht jaar van afronding: 2008

11.3 Awb-conformiteit

Zowel in de ruimtelijke ordenings- als in de milieuwetgeving komen regels voor die afwijken van de algemene regels van de Algemene wet bestuursrecht. Het gaat dan bijvoorbeeld om afwijkende beslistermijnen en om beroepsprocedures. Dat is niet alleen lastig en onoverzichtelijk voor de initiatiefnemers én degenen die daarop willen reageren, maar ook ondoelmatig voor de overheid. Mede in verband met de ontwikkeling van de VROM-vergunning is het van belang om volledig aan te sluiten bij de Awb-procedures.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Verlaging van administratieve lasten en bestuurslasten. Verwacht jaar van afronding: 2006

11.4 Stroomlijnen proces van wet- en regelgeving

In hoofdstuk 5 van de herijkingsbrief is ingegaan op voorschriften in de VROM-regelgeving, vooral in de Wet milieubeheer, die het proces van regelgeving stroperig maken en het daardoor moeilijk maken om snel en adequaat te reageren op gebleken behoeften. Voorbeelden daarvan zijn de bijzondere procedures bij de totstandkoming van veel amvb’s: voorpublicatie, voorhang, inspraak en nahang. Ook de implementatie van Europese regelgeving is ingewikkelder dan nodig zou zijn. Er zullen wijzi-

gingen worden voorbereid die deze knelpunten zo veel mogelijk wegnemen.

Prioriteit:1

Reden voor prioritering: Versnelling van de uitvoering van de herijking.

Verwacht jaar van afronding: 2006

11.5 Milieuschaderegeling

Uit de in voorbereiding zijnde Europese richtlijn inzake milieuaansprakelijkheid volgt dat de overheid de verplichting krijgt een vangnetregeling in het leven te roepen voor het herstel van milieuschade waarvan de kosten niet kunnen worden verhaald op de veroorzaker. Er is een samenhang met het in project 4.3 genoemde voornemen om de titels 15.4 (vergoeding van kosten en schade) en 15.5 (Fonds Luchtverontreiniging) van de Wet milieubeheer in te trekken.

Prioriteit:2

Reden voor prioritering: Implementatie van Europese regelgeving.

Verwacht jaar van afronding: 2006

 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.