Brief minister over de agenda van de Landbouw- en Visserijraad van 14 en 15 oktober 2002 in Luxemburg - Landbouw- en Visserijraad - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Woensdag 11 december 2019
kalender

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2002–2003

21 501-32

Landbouw- en Visserijraad

Nr. 2

BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

’s-Gravenhage, 7 oktober 2002

Op 14 en 15 oktober aanstaande zal in Luxemburg de eerstvolgende vergadering plaatsvinden van de landbouw- en visserijministers van de Europese Unie.

Mede namens de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij informeer ik u hierbij over de agenda van deze vergadering.

De voorlopige agenda bevat een achttal onderwerpen. Het Voorzitterschap hoopt tijdens de zitting van de Raad een politiek akkoord te bereiken over twee voorstellen voor wetgeving over zoönosen en zoönoseverwekkers alsmede over een voorstel voor een verordening inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. Verder zal de Raad gevraagd worden een besluit te nemen over een verordening tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 4045/89 i inzake de door de lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw. Er is voorts voorzien in een oriënterend debat over aspecten uit de Mid Term Review. Wat de visserij-onderwerpen betreft, zal er een oriënterend debat zijn over de herziening van het gemeenschappelijk visserijbeleid en is rond het voorstel inzake de structurele maatregelen voor heek en kabeljauw een debat voorzien. Ten slotte zal de Commissie een Actieplan voor visserijbeheer in de Middellandse Zee presenteren.

  • 1. 
    Goedkeuring van de voorlopige agenda
  • 2. 
    Goedkeuring van de lijst met A-punten
  • 3. 
    Zoönoses en zoönoseverwekkers

Tijdens de Raad zal een politiek akkoord worden gezocht en over twee voorstellen voor wetgeving over zoönosen en zoönoseverwekkers. Het is mogelijk dat de voorstellen in een openbaar debat zullen worden besproken.

Het eerste voorstel betreft een richtlijn inzake de bewaking van zoönosen en zoönoseverwekkers. Het voorziet in een systeem om zinvollere en beter vergelijkbare gegevens over het voorkomen van zoönosen bij mensen en dieren te verkrijgen.

Het tweede voorstel betreft een verordening inzake de bestrijding van salmonella en andere door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers. Ingevolge dit voorstel zullen lidstaten worden verplicht gemeenschappelijke streefdoelen voor het terugdringen van zoönoseverwekkers te verwezenlijken. Bovendien zullen de lidstaten in nationale bestrijdingsprogramma’s moeten aangegeven hoe ze deze streefdoelen denken te bereiken.

De voorstellen zijn reeds eerder besproken tijdens de Raad van 27 juni en 15 juli jongstleden. Hierbij werd gesproken over onder meer de financiering van de bestrijding, het toepassingsgebied (scope) van de verordening en de deadlines voor implementatie van de bestrijdingsdoelstellingen voor zoönosen en zoönoseverwekkers. Hiervoor zou ik u willen verwijzen naar de brieven van respectievelijk 5 juli en 7 augustus met het verslag van deze Raden. Naar aanleiding van deze discussies legt het Voorzitterschap de Raad een aangepast voorstel voor. Over dit herziene tekstvoorstel is een grote mate van overeenstemming bereikt in de Raads-werkgroep en de weg lijkt vrij voor een politiek akkoord in de Raad.

Om geen verdere vertraging op te lopen door de discussie over de financiering is op voorstel van het Voorzitterschap een Review-clausule opgenomen in de verordening. Hierin is bepaald dat de Commissie binnen 3 jaar na inwerkingtreding van de Verordening een verslag indient bij EP en de Raad over de financiële regelingen die op communautair en nationaal niveau bestaan om de genomen maatregelen te financieren en over de doeltreffendheid daarvan. Verder is de bepaling waarin wordt gesteld dat de kosten van salmonellaonderzoek (monstername + analyse) voor het bedrijfsleven zijn, geschrapt. Dit betekent dat de lidstaten de keuze hebben om die kosten nationaal te financieren. Dit werkt echter handels-verstorend.

Voor wat betreft de financiering van de bestrijdings- en controlekosten zal ik aangeven dat Nederland streeft naar een spoedige harmonisatie om handelsverstoringen te voorkomen. Daarbij dienst het uitgangspunt te zijn dat de kosten van dierziektenbestrijding in beginsel door het bedrijfsleven worden opgebracht. Nederland is in principe dan ook tegen het voorstel de bepaling te schrappen dat voedselproducenten zelf de kosten dragen van salmonellaonderzoek bij kippen. In het kader van een compromis zal ik wel met de Review-clausule kunnen instemmen. Daarbij zal ik erbij de Commissie echter op aandringen nadrukkelijk ook de effecten van de financiering op de concurrentiepositie van producenten in de verschillende lidstaten in het verslag op te nemen.

  • 4. 
    Genetische gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders

Tijdens de Landbouwraad van 23 september jongstleden heeft het Voorzitterschap verslag gedaan van de voortgang in de behandeling van een voorstel voor een verordening inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. Hiervoor zou ik u willen verwijzen naar mijn brief van 1 oktober met het verslag van deze Raad. Het Voorzitterschap streeft ernaar om tijdens de zitting van de Raad op 14 oktober te komen tot een politiek akkoord over dit voorstel.

Het voorstel moet worden gezien in samenhang met een voorstel dat voorziet in een uitbreiding van de verplichte etikettering van (consumen- ten)eindproducten van GGO’s, GG-levensmiddelen en GG-diervoeders met verplichte traceerbaarheid en etikettering in alle stadia van de productie- en distributieketen. Naar verwachting zal over dit voorstel een politiek akkoord bereikt worden in de Milieuraad van oktober. De belangrijkste elementen in het voorstel van de Commissie voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders zijn:

– het loslaten van het aantoonbaarheidscriteriumals uitgangspunt voor de etikettering en traceerbaarheid van GG-levensmiddelen en GG-diervoeders, – de introductie van drempelwaardenvan maximaal 1% voor de technisch onvermijdbare vermenging met GGO’s, waaronder de regelgeving niet van toepassing is, – de uitbreiding van de reikwijdte van de regelgeving met

GG-diervoeders, – eengecentraliseerde, geharmoniseerde vergunningenprocedure, waarin de beoordeling van zowel milieu- als voedsel- en diervoederveiligheidsaspecten door de Europese Voedselautoriteit centraal staat en de inbreng van de afzonderlijke lidstaten belangrijk is teruggebracht.

Het laatste voorstel van het Deense voorzitterschap is op dit moment nog niet beschikbaar. Dit legt een voorbehoud op de definitieve Nederlandse opstelling in de Raad. Nederland is bovendien van mening dat het voorstel moet worden gezien in samenhang met een voorstel dat voorziet in een uitbreiding van de verplichte etikettering van (consumenten)eindpro-ducten van GGO’s met de verplichte traceerbaarheid en etikettering van GGO’s en afgeleide producten in alle stadia van de productie- en distributieketen. Mogelijk zal over dit voorstel een politiek akkoord bereikt kunnen worden in de Milieuraad van oktober.

In de Raad zal ik benadrukken dat Nederland belang hecht aan een spoedige aanvaarding van het totale pakket aan voorstellen voor de markt-toelating, traceerbaarheid en etikettering van GGO’s, GG-levensmiddelen en GG-diervoeders. Dit pakket is belangrijk voor het realiseren van de door Nederland gewenste verantwoorde ontwikkeling van de biotechnologie in de agrofoodsector door het waarborgen van een hoog beschermingsniveau van milieu- en voedselveiligheid en het bieden van keuzevrijheid aan consumenten. Verder zal ik mijn steun uitspreken voor het voorstel van de Commissie om het aantoonbaarheidscriterium te verlaten.

In de definitieve besluitvorming zal Nederland aan deze steun echter wel de uitdrukkelijke voorwaarden verbinden dat het uiteindelijke EU regime – dus beide voorstellen in onderlinge samenhang – uitvoerbaar, handhaafbaar en fraudebestendig zijn. Ten slotte zal ik aangeven dat Nederland er belang aan hecht dat de inwerkingtreding van beide verordeningen zal leiden tot hervatting van de goedkeuringsprocedure voor toelating van nieuwe GGO’s in de EU.

  • 5. 
    Mid Term Review

Tijdens de Raad van 15 juli jongstleden presenteerde de Commissie de tussenbalans (Mid Term Review)van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Een tweede discussieronde vond plaats tijdens de Raad van 23 september jongstleden, waarin meer specifiek gesproken is over de voorstellen van de Commissie betreffende granen, rogge, durumtarwe, gedroogde voeders, milieubraak en de koolstofbonus. Een verslag van deze landbouwraad is u toegezonden per brief van 11 augustus 2002. In de zitting van de Raad van 14 oktober zal het Voorzitterschap verslag doen van de stand van de besprekingen over onder meer noten, zuivel en rijst.

Aansluitend zal een oriënterend debat plaatsvinden over de voorstellen. Hiertoe zal het Voorzitterschap de Raad een aantal vragen voorleggen. De inhoud van deze vragen is nog niet bekend.

a)  Noten

De Commissie stelt voor om de huidige steunregeling voor noten vereenvoudigd voort te zetten en te vervangen door een jaarlijkse forfaitaire steun. Mijns inziens staat het voorstel op gespannen voet met een verklaring van de Commissie in de Raad van 18 maart jongstleden, waarin ze toezegde dat de marktordening voor dopvruchten nog slechts eenmalig met een jaar zou worden verlengd. Ik zal dan ook volgens deze lijn interveniëren.

b)  Rijst

Voor rijst stelt de Commissie onder meer voor om de interventieprijs te verlagen met 50% ineens. Producenten zouden hiervoor worden gecompenseerd via een inkomenstoeslag. Verder zal het gegarandeerd maximumareaal voor steun verlaagd worden. Ten slotte voorziet het voorstel in een regeling voor particuliere opslag.

Ik steun het voornemen van de Commissie om de interventieprijs voor rijst meer in overeenstemming te brengen met de wereldmarktprijs. Het is noodzakelijk gezien de toekomstige onbeperkte invoer uit derde landen. Bovendien zal als gevolg van de verlaging zonder restituties geëxporteerd kunnen worden. De geboden compensatie lijkt mij vooralsnog ruimhartig. De voorstellen bevatten echter nog een groot aantal onduidelijkheden. Een totale beoordeling van de voorstellen kan derhalve pas gemaakt worden wanneer van de zijde van de Commissie duidelijkheid is verschaft over een aantal punten.

c)  Zuivel

Ten aanzien van het zuivelbeleid komt de Commissie met vier opties:

Optie 1: Handhaving van Agenda 2000.Deze optie houdt in dat géén hervorming meer plaats vindt na implementatie van de huidige afspraken onder Agenda 2000.

Optie 2: Herhaling van Agenda 2000.Deze optie houdt in dat, nadat de Agenda 2000-zuivelhervorming geheel is doorgevoerd, de interventieprijzen voor boter en mager melkpoeder opnieuw worden verlaagd met respectievelijk 15 en 5 procent, de melkveehouders deels worden gecompenseerd en de melkquota opnieuw worden verhoogd met in totaal 3%.

Optie 3: Introductie van een 2-quotasysteem.Deze optie omvat een zogenaamd A-quotum, die qua hoeveelheid overeenkomt met de EU-consumptie, en een zogenaamd C-quotum. Het laatste genoemde quotum is een hoeveelheid melk die zonder exportrestituties naar de wereldmarkt dient te worden geëxporteerd.

Optie 4: Afschaffing melkquota.Deze optie gaat ervan uit dat de melkquotering in het seizoen 2008/09 wordt afgeschaft en dat tegelijkertijd de interventieprijzen voor boter en melkpoeder in één stap met 25% (in plaats van 15%) worden gereduceerd. De inkomenssteun aan melkveehouders, zoals die is vastgesteld onder Agenda 2000, wordt verdubbeld.

In het licht van de lopende WTO-onderhandelingen over de liberalisatie van de wereldhandel en van de uitbreiding, geef ik vooralsnog de voorkeur aan optie 2, een herhaling van Agenda 2000.

  • 6. 
    Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (afdeling Garanties)

Tijdens de Raad ligt het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 4045/89 i inzake de door de lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, ter goedkeuring op tafel. Dit voorstel heeft betrekking op de normen die gelden om het minimum aantal jaarlijkse administratieve nacontroles bij ondernemingen die EU-landbouwsteun ontvangen, te bepalen.

De verwachting is dat het voorstel uiteindelijk als A-punt, dat wil zeggen zonder discussie, op de agenda van de landbouwraad zal worden opgenomen. Nederland kan het voorstel steunen.

  • 7. 
    Hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid

De Raad zal een oriënterend debat voeren over de hervormingsvoorstellen van de Europese Commissie inzake het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Met het oog daarop zal het Voorzitterschap de Raad een aantal vragen voorleggen. De inhoud van deze vragen is nog niet bekend. Ik verwijs u voorts naar mijn brief van 10 september (IZ. 2002/1638) inzake de voorbereiding van de Raad van 23 en 24 september alsmede het verslag van deze Raad.

  • 8. 
    Herstelmaatregelen voor bepaalde bestanden van kabeljauw en heek

De Raad heeft tijdens zijn zitting van juni 2002 een eerste oriënterend debat gevoerd over het voorstel inzake de structurele maatregelen voor heek en kabeljauw. Sindsdien heeft geen verdere behandeling in Raad-skader plaats gehad. Het nu voorziene debat zal wederom oriënterend zijn van karakter, waarbij de voorstellen met betrekking tot regulering van de visserij-inspanning een belangrijke rol in het debat zullen spelen.

De staatssecretaris zal het voorstel op hoofdlijnen steunen, maar blijven aandringen op een strategie waarin de verschillende visserijtakken op proportionele wijze bijdragen in het herstel van de genoemde bestanden. Besluitvorming is niet voorzien.

  • 8. 
    Actieplan voor visserijbeheer in de Middellandse Zee

Commissaris Fischler zal een presentatie geven over het actieplan. Een debat is niet voorzien.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, C. P. Veerman

 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.