Verslag van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid - Regels betreffende openbaarmaking van gegevens per werkgever met betrekking tot verkrijging van rechten op WAO-uitkeringen door werknemers (Wet instroomcijfers WAO) - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 19 november 2019
kalender

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2001–2002

28 159

Regels betreffende openbaarmaking van gegevens per werkgever met betrekking tot verkrijging van rechten op WAO-uitkeringen door werknemers (Wet instroomcijfers WAO)

Nr. 4

VERSLAG

Vastgesteld 12 februari 2002

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.

ALGEMEEN

1 Samenstelling:

Leden: Terpstra (VVD), voorzitter Biesheuvel (CDA), Schimmel (D66), Noorman-den Uyl (PvdA), ondervoorzitter, Kamp (VVD), Van Lente (VVD), Van Dijke (ChristenUnie), Bakker (D66), Visser-van Doorn (CDA), De Wit (SP), Van der Knaap (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Balkenende (CDA), Van Gent (GroenLinks), Smits (PvdA), Verburg (CDA), Bussemaker (PvdA), Spoelman (PvdA), Örgü (VVD), Van der Staaij (SGP), Santi (PvdA), Wilders (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA), Bolhuis (PvdA).

Plv. leden: E. Meijer (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Giskes (D66), Kortram (PvdA), Blok (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Van Middelkoop (ChristenUnie), Van Vliet (D66), Stroeken (CDA), Marijnissen (SP), J. Ten Hoopen (CDA), Vendrik (GroenLinks), Mosterd (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Schoenmakers (PvdA), Dankers (CDA), Dijssel-bloem (PvdA), Middel (PvdA), Weekers (VVD), Van Walsem (D66), Oudkerk (PvdA), De Vries (VVD), Van Splunter (VVD), Van der Hoek (PvdA) en Hamer (PvdA).

  • 1. 
    Inleiding

De leden van de PvdA-fractie nemen met waardering kennis van onderhavig wetsvoorstel. De openbaarmaking van gegevens over instroom-cijfers in de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (WAO) van bedrijven heeft als doel zichtbaar te maken hoe de instroom in de WAO per bedrijf zich verhoudt tot vergelijkbare bedrijven. De bekendmaking kan in het bedrijf een debat op gang brengen over het verzuimbeleid, het beleid om instroom in de WAO te voorkomen en het reïntegratiebeleid. Terecht constateert de regering dat de omvang van het verzuim en de instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen tot op grote hoogte beïnvloedbaar is door werkgever en werknemers. Kan de regering ter illustratie voorbeelden geven van sectoren waarbinnen grote verschillen bestaan tussen bedrijven, bijvoorbeeld de gezondheidszorg?

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel instroomcijfers WAO. Deze leden hebben gemengde gevoelens bij dit wetsvoorstel daar zij naast positieve punten ook negatieve punten zien, waarover zij vragen hebben te stellen alvorens zij een definitief standpunt innemen.

Vooraleerst missen deze leden in de memorie van toelichting een gedegen motivering voor de totstandkoming van dit wetsvoorstel. Verwezen wordt enkel naar een aantal door de Kamer gestelde vragen op grond waarvan de regering heeft besloten een wetsvoorstel in te dienen. Deze leden zouden van de regering een eigen motivering willen zien voor de indiening van dit voorstel.. Dit achten zij met name van belang nu de

Raad van State de regering heeft voorgesteld het wetsvoorstel te heroverwegen en dus niet in te dienen.

De leden van de VVD-fractie zijn voor maatregelen die het WAO-volume doen dalen. Het is deze leden echter niet duidelijk of dit wetsvoorstel daartoe zal leiden, noch of dit door de regering met dit voorstel wordt beoogd. Deze leden vragen de regering dan ook helder aan te geven in hoeverre en in welke mate met dit wetsvoorstel een daling van het WAO-volume wordt beoogd en of zij er zeker van is dat het openbaar maken van WAO-gegevens ook daadwerkelijk tot een daling van het WAO-volume zal leiden. Indien zulks niet het geval is, vragen deze leden de regering de concrete meerwaarde van dit wetsvoorstel aan te geven, omdat het hier dan vooral symboolwetgeving betreft. Deze leden hopen overigens dat dit laatste niet het geval is.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Wetsvoorstel instroomcijfers WAO. Deze leden onderschrijven van harte de veronderstelling dat werkgevers én werknemers al die informatie dienen te ontvangen die zij nodig hebben om gestalte te kunnen geven aan hun verantwoordelijkheden op het gebied van verzuimpreventie en reïntegratie. Voorliggend wetsvoorstel sluit bij deze veronderstelling aan. Wel hebben deze leden nog enkele vragen met betrekking tot de noodzaak en de proportionaliteit van het wetsvoorstel.

De leden van de CDA-fractie onderschrijven het belang voor werkgevers om inzicht te hebben in hun «WAO-performance» ten opzichte van andere werkgevers. Bij de jaarlijkse premiebeschikking in het kader van de Wet Pemba zullen bedrijven echter reeds branchevergelijkende informatie van het UWV ontvangen, zoals opgenomen in de Wet verbetering poortwachter. Hierbij wordt de werkgever geïnformeerd of hij een hoger arbeidsongeschiktheidsrisico heeft dan het gemiddelde arbeidsongeschikt-heidsrisico van zijn sector en in welke mate dat het geval is. De leden van de CDA-fractie vragen of de informatiebehoefte van werkgevers is onderzocht. Hebben werkgevers wel behoefte aan openbaarmaking van het WAO-instroompercentage per werkgever naast de informatie die zij ontvangen in het kader van de Wet Poortwachter? Wat is voor werkgevers de meerwaarde van het opbaar maken van de instroomcijfers?

Volgens de leden van de CDA-fractie zal de oplossing van het probleem van een hoge WAO-instroom binnen bedrijven in de eerste plaats liggen in het overleg tussen de sociale partners. Als blijkt dat werkgevers en werknemers er samen niet uit komen, dan kan het openbaar maken van WAO-instroomcijfers een goede maatregel zijn. Ervaren werknemersorganisaties in de praktijk geen problemen, dan berust dit wetsvoorstel op een schijndiscussie en brengt meer politieke discussie de oplossing van het probleem wellicht verder weg. Deze leden vragen daarom of de regering signalen heeft ontvangen van de vakbeweging dat zij van werkgevers onvoldoende toegang krijgen tot de voor een goede uitoefening van hun taken noodzakelijke informatie over WAO-instroom en ziekteverzuim. Tevens vragen zij of is onderzocht hoe groot de behoefte is binnen de vakbeweging aan openbaarmaking van het WAO-instroompercentage per werkgever.

De leden van de fractie van D66 hebben met instemming kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij zijn met de regering van oordeel dat het openbaar maken van WAO-instroomcijfers bijdraagt aan het prikkelen van werkgevers om de WAO-instroom zoveel mogelijk te beperken door goed preventie- en reïntegratiebeleid.

De leden van de GroenLinks-fractie zijn zeer verheugd over onderhavige wetsvoorstel. Zij pleiten al langer voor openbaarmaking van de instroom-cijfers WAO. Openbaarmaking is van belang voor sociale partners om meer gericht opdrachten te verlenen aan reïntegratiebedrijven en biedt hen de mogelijkheid om effectiviteit en kwaliteit van reïntegratieverlening te peilen. Op bedrijfsniveau biedt het de personeelsvertegenwoordiging of ondernemingsraad de mogelijkheid de discussie over arbeidsomstandigheden, preventie en reïntegratie op de agenda te kunnen zetten. Bedrijven zelf krijgen verder op deze wijze zicht in hun WAO-performance ten opzichte van andere werkgevers binnen of buiten de eigen sector. Deze leden denken dat dit zeer belangrijk is. De motiverende preventieve werking die verder van de openbaarmaking van WAO gegevens op micro-en macroniveau uitgaat vinden zij evenals de regering zeer belangrijk. Ondanks deze algemene positieve insteek willen de leden van de Groen-Links-fractie graag nog een aantal vragen stellen en opmerkingen maken.

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel Wet instroomcijfers WAO. Zij hebben in de afgelopen tijd al verschillende keren aangegeven positief te staan tegenover openbaarmaking van cijfers betreffende de WAO-instroom bij grote bedrijven. Zij zijn van mening dat dit wetsvoorstel ertoe kan bijdragen dat werkgevers worden geprikkeld actief preventiebeleid te voeren en instroom in de WAO te beperken. De openbaarmaking van instroomcijfers zal daarin een aanvulling zijn op de financiële stimulans tot maatregelen die de werkgevers nu al ondervinden. Het zal preventie-en integratiebeleid voortdurend een punt van aandacht en discussie maken binnen een bedrijf, zodat in een vroeg stadium al eventueel aan de bel kan worden getrokken. Dit kan het arbeidsomstandighedenbeleid alleen maar ten goede zal komen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie merken wel op dat dit wederom een eenzijdige prikkel is voor de werkgever, terwijl de werknemer in verhouding buiten schot blijft. Ook de werknemer heeft zijn eigen verantwoordelijkheid in het geheel. Is de regering van mening dat er op dit moment voldoende prikkels voor de werknemer bestaan als het gaat om verbetering van de arbeidsomstandigheden, reïntegratie en beperking van de instroom in de WAO, en dat er sprake is van voldoende evenwicht in prikkels voor werkgevers en werknemers?

De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Het wetsvoorstel beoogt inzichtelijk te maken wat de instroom in de WAO is, uitgesplitst naar de individuele werkgevers. De aan het woord zijnde leden staan positief tegenover initiatieven die worden ondernomen om het aantal WAO’ers terug te dringen, maar hebben bij de in dit wetsvoorstel gekozen opzet wel een aantal vragen.

In de eerste plaats vragen zij of de regering nog een nadere toelichting wil geven op de onderbouwing van de noodzakelijkheid van dit wetsvoorstel. De regering stelt dat de openbaarmaking van de WAO-instroomcijfers kan worden gezien in het verlengde van de wens om het aantal WAO’ers terug te dringen. Maar kan zij ook nader aangeven waarom juist voor het instrument van openbaarmaking gekozen is? Kan de regering ook aangeven wat de toegevoegde waarde is hiervan ten opzichte van de maatregelen op grond van de Wet verbetering poortwachter?

  • 2. 
    Inhoud van het wetsvoorstel

Zal het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) overigens minimaal elk jaar tevens sectorgegevens publiceren opdat ook een goed overzicht ontstaat van verschillen tussen sectoren? Kan bij een dergelijk sectoraal overzicht ook worden aangegeven welk aandeel van de werkne- mers een formeel erkende arbeidshandicap heeft? Is de regering bereid voor de rijksoverheid in het algemeen en voor het Ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid in het bijzonder aan te geven welk aandeel van de werknemers een arbeidshandicap heeft?

Het is de leden van de PvdA-fractie bekend dat ziekenhuizen of verpleeghuizen die in redelijke mate vergelijkbaar zijn, zeer uiteenlopende verzuim-percentages kennen. Managers van deze instellingen geven aan dat de lage verzuimpercentages vooral bereikt worden door zorgvuldig en humaan personeelsbeleid toe te passen, waarbij werknemers invloed krijgen op en regelmogelijkheden worden gegund bij werkomstandigheden en arbeidstijden. Welke instrumenten anders dan de openbaarmaking van de instroomgegevens kunnen worden ingezet om het debat te stimuleren binnen en tussen bedrijven over dergelijk beleid en het uitwisselen van gegevens hierover. Kan daarbij de natuurlijke concurrentie die bestaat tussen bedrijven teveel een hinderpaal zijn?

Kan meer specifiek worden aangegeven op welke manier de gegevens op werkgeversniveau openbaar worden gemaakt en hoe vaak? Zullen de gegevens actief worden gepubliceerd? Zal bekend worden gemaakt dat de gegevens ergens opvraagbaar zijn? Ligt het voor de hand om in ieder geval de gegevens zo ruim mogelijk via internet beschikbaar te stellen. Zullen gegevens voor ieder opvraagbaar zijn? Indien er beperkingen zijn, kan worden gemotiveerd waarom?

De regering is voornemens de gegevens alleen bekend te maken voor bedrijven met een zeker aantal werknemers. Aan welk aantal wordt gedacht?

De leden van de VVD-fractie constateren dat de regering kleinere werkgevers wil uitsluiten van dit wetsvoorstel, omdat door het kleine aantal werknemers jaarlijks grote schommelingen te zien zullen zijn. Deze leden vinden deze keuze legitiem. Waar wenst de regering de grens qua aantallen werknemers te trekken? Het mag dan zo zijn dat de regering dit formeel bij ministeriële regeling vastlegt, deze leden vinden het niet acceptabel indien zij niet reeds bij deze behandeling van onderhavig wetsvoorstel over de precieze grens worden geïnformeerd. Zij verzoeken de regering dan ook nadrukkelijk aan hun verzoek om informatie ter zake gehoor te geven.

Begrijpen deze leden het goed dat enkel instroompercentages per werkgever binnen een groep per sector zullen worden gepubliceerd en dus noch absolute aantallen in de WAO gestroomde werknemers noch de WAO-lasten en het WAO-lastenpercentage per bedrijf?

De regering geeft aan dat aan openbaarmaking ook het nadeel kleeft dat er een vertekend beeld kan ontstaan voor werkgevers die verhoudingsgewijs veel groepen met een hoger WAO-risico in dienst hebben. De leden van de VVD-fractie vragen zich af of het bij de presentatie van de cijfers schetsen van de omgevingsfactoren, zoals de regering voornemens is te doen, dit probleem feitelijk ondervangen zal. Ook stapt de regering erg gemakkelijk over de kritiek van de Raad van State heen waar wordt gesteld dat een en ander door ongenuanceerde publiciteit ook kan leiden tot een averechts effect en zelfs de continuïteit van een onderneming op het spel kan komen te staan hetgeen tot werkloosheid kan leiden. Deze leden vragen de regering waarom zij denkt dat dit enkel door de publicatie van de instroompercentages kan worden voorkomen, zeker in het geval het bedrijven betreft uit bedrijfstakken die naar de aard van de daar plaatsvindende werkzaamheden een verhoudingsgewijs hoog WAO-risico kennen.

De leden van de VVD-fractie hebben de afgelopen jaren reeds herhaaldelijk aangegeven dat de verantwoordelijkheden in het WAO-dossier en zeker de daarbij behorende financiële prikkels te eenzijdig bij werkgevers is komen te liggen en te weinig ligt bij werknemers.

Zij zijn dan ook gevoelig voor de stelling van de Raad van State dat, vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid van werkgevers, werknemers en overheid, dit wetsvoorstel wel erg eenzijdig de nadruk legt op de verantwoordelijkheid van werkgevers. De Raad van State spreekt hier zelfs van een disproportionele werking van de wet en het ontstaan van onbegrip en gebrek aan samenwerking. Het antwoord van de regering in het nader rapport achten deze leden onvoldoende en niet overtuigend. Het gaat niet aan slechts te verwijzen naar de financiële Pemba-prikkel die de werkgever kent en dit wetsvoorstel als verlengd hieraan te betitelen. Deze leden zouden graag een nadere en meer overtuigende reactie van de regering op deze rake kritiek willen ontvangen. Naast de eenzijdigheid van de maatregel en het ontbreken van voldoende verantwoordelijkheids-prikkel aan werknemerszijde, in financiële en niet-financiële zin, vragen zij de regering ook in te gaan op de vraag hoe redelijk een publicatieplicht is als het gaat om grote groepen werknemers die in de WAO stromen om reden die op geen enkele wijze door werkgevers te voorkomen zijn, zoals bijvoorbeeld privé-omstandigheden of arbeidsongeschiktheid ten gevolge van vakantie- of sportactiviteiten. Ook vragen zij of, en zo ja welke, andere EU-landen reeds een vergelijkbare publicatieplicht van instroomcijfers in arbeidsongeschiktheidsregelingen op bedrijfsniveau (per werkgever) kennen.

De leden van de VVD-fractie zijn voorstander van het snel terugdringen van het WAO-volume. Daarvoor is naar hun mening reeds teveel tijd verloren gegaan. Maatregelen daartoe dienen echter wel effectief te zijn en niet louter symbolisch. Deze leden hebben reeds eerder uitgesproken welwillend naar voorstellen ter zake te kijken, dus ook naar de publicatieplicht van WAO-instroomcijfers. Zij hopen dan ook dat de regering hun kritische vragen en opmerkingen in dit verslag op een zodanig overtuigende wijze weet te beantwoorden dat zij hun steun aan dit wetsvoorstel kunnen verlenen.

De leden van de CDA-fractie hebben voorts vragen over de kwaliteit van de door het UWV te publiceren informatie. Aangegeven wordt dat het WAO-instroompercentage geen inzicht biedt in de oorzaken van arbeidsongeschiktheid (bijvoorbeeld het aantal arbeidsgehandicapten dat de werkgever in dienst heeft) noch in het gevoerde beleid van de werkgever en geen rekening houdt met de mate van arbeidsongeschiktheid. Deze leden vragen wat dit betekent voor de praktische bruikbaarheid van de cijfers. Welke informatie kunnen werkgevers- en werknemers(-organisa-ties) nog wel uit de te publiceren cijfers halen?

De regering heeft er bewust van afgezien om overzichten van de slechtst en de best scorende werkgevers openbaar te maken, om zo de eventuele indruk van een strafmaatregel tegen te gaan. De leden van de CDA-fractie vragen in hoeverre hiermee wordt voorkomen dat dergelijke overzichten in de massamedia verschijnen. Deze leden vrezen dat aan de hand van de gepubliceerde gegevens een soort van «top 10» met een eenvoudige rekensom vast te stellen is.

Aangegeven wordt dat bij de presentatie van de instroomcijfers nadrukkelijk gewezen zal worden op het feit dat deze cijfers op zich geen inzicht bieden in de oorzaken van de arbeidsongeschiktheid of het gevoerde beleid van de werkgever, teneinde een mogelijk verkeerde interpretatie door het publiek te voorkomen. De leden van de CDA-fractie vragen zich af hoe de regering het risico inschat dat de media de publicatie desondanks aangrijpen voor ongenuanceerde berichtgeving. De leden van de CDA-fractie vragen of het mogelijk is de instroomcijfers van bedrijven binnen een sector op basis van vertrouwelijkheid te presenteren aan de betrokken brancheorganisaties, zodat werkgevers en werknemers binnen de betreffende sector deze cijfers kunnen gebruiken ter ondersteuning van hun beleid gericht op reïntegratie en verzuimpreventie. De aan het woord zijnde leden vragen in hoeverre deze wijze van bekend- making als alternatief kan dienen en wat de meerwaarde is van het volledig openbaar maken van de cijfers.

De leden van de D66-fractie zouden de regering willen vragen uit te leggen waarom geen rekening wordt gehouden met de mate van arbeidsongeschiktheid.

Voorts vernemen zij graag wat ongeveer de grootte van de bedrijven zullen zijn die onder deze wet zullen gaan vallen. Het kabinet spreekt van «een te bepalen aantal werknemers» wanneer zal dit bepaald worden?

De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat veel onderdelen van het wetsvoorstel nog nader uitgewerkt moeten worden in een ministeriële regeling. Komt deze ministeriële regeling nog voor de plenaire behandeling van het wetsvoorstel naar de Kamer? Bij deze ministeriele regeling worden de categorieën van werkgevers aangegeven waarvan de instroomcijfers bekend worden gemaakt en de groepering zal plaats vinden per sector. Kan de regering hier iets preciezer op in gaan? Op welke wijze zal in de regeling rekening worden gehouden met aspecten van overzichtelijkheid en hanteerbaarheid?

Voor deze leden, evenals het Landelijk instituut sociale verzekeringen al opmerkte, is het van belang dat bij de presentatie van de cijfers rekening wordt gehouden met de mate van arbeidsongeschiktheid. Op welke wijze gaat dit worden vormgegeven?

Dat actuele reïntegratie-inspanningen van werkgevers buiten beeld blijven is logisch, aangezien het ondoenlijk is om die actuele inspanningen steeds te verwerken. Wel vragen de leden van de GroenLinks-fractie zich af of niet mogelijk is om naast de publicatie van een jaarlijks instroomcijfer tegelijkertijd een jaarlijks uitstroompercentage te publiceren. Wat denkt de regering van deze suggestie? De jaarlijkse uitstroom zou dan globaal opgedeeld kunnen worden in uitstroom naar werk of naar andere sociale regelingen, zoals de Werkloosheidswet, de Algemene bijstandswet of de Algemene ouderdomswet.

Kan de regering toelichten waarom het van ondergeschikt belang is of de WAO-instroom al dan niet veroorzaakt wordt voor een voormalig arbeidsgehandicapte? Er kan toch duidelijk een vertekend beeld ontstaan voor werkgevers die juist veel groepen met een hoger WAO-risico in dienst hebben. Deze leden vinden dit ongewenst. Via de Wet (re)integratie arbeidsgehandicapten worden werkgevers die arbeidsgehandicapten in dienst nemen toch ook financieel gecompenseerd als deze personen onverhoopt uitstromen naar de WAO? Is hier op geen enkele wijze tegemoet te komen door bijvoorbeeld twee percentages te presenteren, een percentage met het totaal aantal arbeidsongeschikte werknemers en een percentage zonder dat de voormalig arbeidsgehandicapten worden meegenomen?

Komt er een beroepsmogelijkheid voor werkgevers die het niet eens zijn met het gepubliceerde WAO-instroomcijfer? Op welke wijze kunnen werkgevers in het verweer gaan als zij het oneens zijn met het gepubliceerde cijfer?

De leden van de SP-fractie erkennen de sleutelrol die werkgevers hebben in het terugdringen van de WAO-instroom. Maar zij erkennen ook het feit dat werkgevers niet in alle gevallen enige invloed uit kunnen oefenen op de mate van arbeidsgeschiktheid van hun werknemers. Met name voor kleine werkgevers kan pech een grote invloed hebben op het WAO-instroompercentage. De aan het woord zijnde leden willen daarom graag weten aan welk aantal werknemers wordt gedacht om de grens tussen kleine en grote werkgevers aan te geven.

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat de regering in de memorie van toelichting aangeeft dat het in dit voorstel niet gaat om een strafmaatregel. Ook in reactie op advies van de Raad van State zegt zij dat er geen sprake is van een eerste straf (Pemba) en een tweede straf (openbaarmaking) dan wel een beloning. De leden van de fractie van de ChristenUnie vinden dat men hier vervalt in een semantische discussie. Het effect van de maatregel zal wel degelijk een straffende uitwerking hebben op de betreffende werkgever, en zo zal het ook worden ervaren. Maar de bedoeling van een «straf» is dat het daar niet bij blijft, maar dat juist daardoor een gedragsverandering plaatsvindt, in dit geval beleidsverandering. In dit licht menen de leden van de fractie van de ChristenUnie daarom ook dat het goed zou zijn dat aan de andere kant ook bekend zal worden gemaakt welke bedrijven voorop lopen in het aannemen van (voormalig) WAO-ers, zodat ook op deze wijze andere werkgevers worden aangespoord hier in hun beleid ook rekening mee te houden. Deze leden vragen hierop een reactie van regering.

De leden van de fractie van de ChristenUnie staan positief tegenover dit wetsvoorstel. Maar zij menen wel dat wanneer eenmaal tot openbaarmaking overgegaan wordt, andere factoren die ook een rol spelen bij de hoogte van de WAO-instroom moeten worden meegewogen. Wanneer blijkt dat die factoren een vertekend en onterecht beeld geven, zal nuancering van de cijfers gewenst zijn.

De regering meent dat het van ondergeschikt belang is of de WAO-instroom al dan niet bepaald wordt door voormalig arbeidsgehandicapten of door werknemers met een hoog WAO-risico. Deze leden menen dat dit wel degelijk van belang kan zijn. Zij vragen of de regering, evenals zij, verwacht dat dit wetsvoorstel daarom niet een negatieve invloed zal hebben op het beleid van werkgevers wat betreft het aannemen van voormalig arbeidsgehandicapten of werknemers met een hoog WAO-risico. Wat vindt de regering van de suggestie om deze uitstroom te verdisconteren in de te publiceren gegevens, zodat de indienstneming van deze risicogroep niet wordt ontmoedigd?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen waarom bij de publicatie van de WAO-instroomcijfers geen inzicht kan worden gegeven in de oorzaken van arbeidsongeschiktheid in de betreffende bedrijven. Ditzelfde geldt voor het feit dat voorbij wordt gegaan aan de mate van arbeidsongeschiktheid. Het kabinet heeft tot doel dat de gegevens zo genuanceerd mogelijk openbaar worden gemaakt. Uitwerking van de cijfers naar bijvoorbeeld de oorzaken en de mate van arbeidsongeschiktheid zal aan dit beoogde streven bijdragen.

De regering zegt dat de gegevens over de WAO-instroom zo genuanceerd mogelijk zal worden gepubliceerd. Daarnaast zal rekening worden gehouden met de hanteerbaarheid en inzichtelijkheid. Aangezien deze aspecten, zo wordt ook door de regering beaamd, mede bepalend zijn voor de effectiviteit van de maatregel, vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie of iets meer op kan worden ingegaan op de uitvoering hiervan. Op welke manier wordt dat concreet gemaakt en in hoeverre verwacht de regering dat die nuancering en hanteerbaarheid wel mogelijk is?

De leden van de fractie van de ChristenUnie merken op dat één van de door de regering genoemde effecten van de publicatie van WAO-gege-vens is, dat werknemers zicht krijgen op de «WAO-performance» van hun werkgever in verhouding tot andere werkgever. Genoemde leden vragen waarom dit een beoogd effect is en wat men daar mee zou willen bereiken. Denkt de regering dan met name aan de mogelijkheid van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging om aan te dringen op een beter arbeidsomstandigheden-, verzuim- en reïntegratiebeleid? Tenslotte vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie wat de regering aan informatievoorziening zal gaan doen voor de betrokken werkgevers. Deze leden hechten aan goed voorlichting omdat ook daar een preventieve werking van uit zal gaan.

De leden van de SGP-fractie constateren dat de bedoeling van de openbaarmaking is dat de WAO-instroom inzichtelijk wordt gemaakt. Het is niet de bedoeling van de regering om slecht presterende bedrijven aan de schandpaal te nagelen. Toch kan dit wel het gevolg zijn. Deze leden verwijzen daarbij naar de openbaarmaking van de prestatiegegevens van scholen. Daarbij worden de slecht presterende scholen soms publiekelijk in een negatief daglicht geplaatst, zonder dat voldoende inzicht bestaat in de achtergrond van de prestaties.

In antwoord op de kritiek van de Raad van State dat een verkeerde interpretatie door het publiek mogelijk is, stelt de regering dat bij de presentatie van de gegevens hieraan aandacht zal worden besteed. Wil de regering nader uiteenzetten op welke wijze dit zal gebeuren, en op welke grond zij verwacht dat dit daadwerkelijk zal kunnen bijdragen aan het voorkomen van verkeerde beeldvorming die door het presenteren van «harde cijfers» gemakkelijk kan ontstaan? In hoeverre kunnen betrokken bedrijven zelf een toelichting geven op de score?

De leden van de SGP-fractie zouden het betreuren wanneer het neveneffect is dat bedrijven die juist een ruimhartig beleid voeren ten aanzien van de instroom van ex- of gedeeltelijk arbeidsongeschikten, worden geconfronteerd met nadelige effecten van een slechte score van het percentage WAO’ers. Natuurlijk kunnen de cijfers worden genuanceerd worden belicht, maar de aan het woord zijnde leden vragen zich af of deze bedrijven uit voorzorg een terughoudender opstelling in het personeelsbeleid zouden kunnen kiezen. Wat is het oordeel van de regering hierover? De leden van de SGP-fractie vragen hoe de regering denkt dat van goed scorende bedrijven daadwerkelijk een voorbeeldfunctie kan uitgaan voor bedrijven die een minder goed preventiebeleid voeren en daardoor met een hoge WAO-instroom worden geconfronteerd. Op welke manier kunnen de beleidsachtergronden van positieve resultaten goed voor het voetlicht worden gebracht?

  • 3. 
    Financiële gevolgen en de gevolgen voor de rechterlijke macht en administratieve belasting voor werkgevers

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe groot de regering de kans acht dat bedrijven bezwaar maken tegen de bekendmaking? Zal de rechter niet gevoelig zijn voor het argument van bedrijven dat uit WAO-instroom-cijfers indirect de WAO-last voor een bedrijf is af te leiden? Kan nader worden onderbouwd waarom openbaarmaking van WAO-gegevens niet wordt beschouwd als een besluit in het kader van de Algemene wet bestuursrecht?

ARTIKELEN

Artikel I

De leden van de SGP-fractie vragen waarom het aantal WAO’ers wordt gedeeld door het gemiddeld aantal werknemers. Is het niet beter om te delen door het gemiddeld aantal fte, zo vragen deze leden. Leidt het delen door het aantal werknemers niet tot een vertekend beeld wanneer een bedrijf veel werknemers in deeltijd in dienst heeft, te meer daar deze deeltijdwerknemers gedeeltelijk arbeidsongeschikten zouden kunnen zijn?

De voorzitter van de commissie, Terpstra

De griffier van de commissie, Nava

 
 
 

2.

Meer informatie

 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.