Advies en nader rapport - Wijziging van de Werkloosheidswet, houdende invoeging van een experimenteerhoofdstuk teneide een mogelijkheid te bieden om de effectiviteit en de doelmatigheid van onderdelen van het reintegratie- en activeringsbeleid in de praktijk vast te stellen (Wet experimenten WW)

Dit advies Raad van State en nader rapport is onder nr. A toegevoegd aan wetsvoorstel 26394 - Wet experimenten WW i.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Wijziging van de Werkloosheidswet, houdende invoeging van een experimenteerhoofdstuk teneide een mogelijkheid te bieden om de effectiviteit en de doelmatigheid van onderdelen van het reintegratie- en activeringsbeleid in de praktijk vast te stellen (Wet experimenten WW); Advies en nader rapport  
Document­datum 05-02-1999
Publicatie­datum 12-03-2009
Nummer KST33614
Kenmerk 26394, nr. A
Van Raad van State
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 1998–1999

26 394

Wijziging van de Werkloosheidswet, houdende invoeging van een experimenteerhoofdstuk teneinde een mogelijkheid te bieden om de effectiviteit en de doelmatigheid van onderdelen van het reïntegratie- en activeringsbeleid in de praktijk vast te stellen (Wet experimenten WW)

A

1 De tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Raad van State is ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 18 december 1998 en het nader rapport d.d. 2 februari 1999, aangeboden aan de Koningin door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 27 november 1998, no. 98.005698, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, drs. J. F. Hoogervorst, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Werkloosheidswet, houdende invoeging van een experimenteerhoofdstuk teneinde een mogelijkheid te bieden om de effectiviteit en de doelmatigheid van onderdelen van het reïntegratie- en activerings-beleid in de praktijk vast te stellen (Wet experimenten WW).

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 27 november 1998, nr. 98.005698, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 18 december 1998, no. W12.98.0545, bied ik U hierbij aan.

1. Met het voorstel wordt beoogd een grondslag te bieden voor experimenten op het beleidsterrein van de reïntegratie van werklozen met een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) waarbij van sommige bestaande wettelijke regels kan worden afgeweken. Het voorstel voldoet op hoofdlijnen aan de eisen die naar het oordeel van de Raad van State aan experimenteerwetgeving moeten worden gesteld. Ten principale kan de Raad dan ook met het voorstel instemmen. De Raad wijst wel op een punt van meer technische aard.

Naar aanleiding van het advies van de Raad van State merk ik het volgende op.

  • 1. 
    Het doet mij genoegen dat de Raad van oordeel is dat het voorstel op hoofdlijnen voldoet aan de eisen die aan experimenteerwetgeving moeten worden gesteld.

2.  In de voorgestelde artikelen 130, derde lid, en 130c, derde lid, WW is de verplichting voor het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) opgenomen in het plan van werkzaamheden, bedoeld in artikel 38, vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, te vermelden hoe het Lisv en de uitvoeringsinstellingen uitvoering zullen geven aan experimenten. In de voorgestelde artikelen 130a en 130b WW ontbreekt een vergelijkbaar artikellid

zonder dat de memorie van toelichting de noodzaak van dit verschil in het licht stelt. De Raad adviseert tot harmonisatie.

  • 2. 
    Het advies tot harmonisatie van de verschillende wetsartikelen op het punt van de verplichte vermelding van de wijze waarop het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en de uitvoeringsinstellingen uitvoering zullen geven aan de experimenten in het plan van werkzaamheden, bedoeld in artikel 38, vierde lid van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 is niet overgenomen. Met de artikelen 130a en 130b van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende algemene maatregelen van bestuur wordt een wettelijke grondslag getroffen voor experimenten waarin – in de wet strikt begrensde – maatregelen worden beproefd. Met de algemene maatregelen van bestuur op grond van de artikelen 130 en 130c van de WW wordt het Lisv een taak opgedragen, die via niet nader bepaalde maatregelen kan worden vervuld. In artikel 130 van de WW betreft dat de herinschakeling van WW-gerechtigden in arbeid in het kader van de sluitende aanpak; artikel 130c van de WW ziet op het voorkomen van werkloosheid.

Het kabinet acht het van belang vooraf inzicht te krijgen in de wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan de experimenten op grond van de artikelen 130 en 130c van de WW. Door het vermelden van de voorgenomen wijze van uitvoering in het (jaarlijkse) plan van werkzaamheden kan worden bezien langs welke wegen het Lisv de gestelde doelen wil bereiken. Tevens kan worden beoordeeld of het Lisv in voldoende mate uitvoering geeft aan de implementatie van de sluitende aanpak. Met betrekking tot de experimenten waarvoor de basis wordt gelegd in de artikelen 130a en 130b acht het kabinet een beoordeling vooraf niet noodzakelijk.

3.  Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

  • 3. 
    De redactionele kanttekeningen van de Raad zijn verwerkt. Artikel 130f van de WW is geformuleerd overeenkomstig een van de modellen voor gecontroleerde delegatie.

De Raad van State geeftUin overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State, H. D. Tjeenk Willink

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst

Bijlage bij het advies van de Raad van State van 18 december 1998, no. W12.98 0545, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.

– Artikel 130f formuleren overeenkomstig een van de modellen van paragraaf 2.4 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.