Nota van wijziging i.v.m. o.a. vervanging van de term bejaardenoord door verzorgingshuis en van de term inrichting door instelling - Het onderbrengen van de zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een bejaardenoord, in de aanspraken op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en tijdelijke regeling van de subsidiėring van bejaardenoorden door de Ziekenfondsraad (Overgangswet verzorgingshuizen) - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zondag 16 december 2018
kalender

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 1995–1996

24 606

Het onderbrengen van de zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een bejaardenoord, in de aanspraken op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en tijdelijke regeling van de subsidiėring van bejaardenoorden door de Ziekenfondsraad (Overgangswet bejaardenoorden)

Nr. 7

NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 13 mei 1996

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In het opschrift, de considerans, artikel 1, eerste lid, onder e, het opschrift van hoofdstuk II, artikel 10, het opschrift van hoofdstuk V, artikel 15, eerste en derde lid, het opschrift van hoofdstuk X, de artikelen 20, 28, 29, onderdeel A en 44, 45, 47, 49, 52, 54 en 62 worden telkenmale de woorden «bejaardenoord» en «bejaardenoorden», vervangen door «verzorgingshuis», respectievelijk «verzorgingshuizen.

B

In de considerans wordt voor «te subsidiėren», toegevoegd: , alsmede enige activiteiten van deze instellingen,.

C

Artikel 1, eerste lid, onder b, komt te luiden:

  • b. 
    verzorgingshuis: een instelling waarin aan ten minste vijf personen van 65 jaar of ouder duurzaam verblijf en verzorging wordt verschaft;.

D

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

  • a. 
    Het eerste lid komt te luiden:
  • 1. 
    De Ziekenfondsraad is belast met het verstrekken van subsidies aan verzorgingshuizen voor zorg:
  • a. 
    bestaande uit duurzaam of kortdurend verblijf en verzorging dan wel verzorging gedurende de dag of nacht;
  • b. 
    die er op gericht is personen in staat te stellen zelfstandig te blijven wonen en die zonder die zorg aangewezen zouden zijn op duurzaam verblijf en verzorging.
  • b. 
    In het tweede lid wordt «welk bedrag in het komende jaar beschikbaar is» vervangen door: welk bedrag dan wel welke bedragen in het komende jaar beschikbaar zijn.

E

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

  • a. 
    In het tweede lid wordt «wordt» vervangen door: worden.
  • b. 
    In het tweede en derde lid, wordt «de administratie» telkenmale vervangen door: werkzaamheden.

F

In artikel 4, wordt «een bejaardenoord» vervangen door: een verzorgingshuis, opgenomen in een plan,.

G

De artikelen 5 tot en met 8 komen te luiden:

Artikel 5

Subsidie wordt slechts verleend voor zover:

  • a. 
    het bedrag dan wel de bedragen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, dat mogelijk maken;
  • b. 
    dit in overeenstemming is met de in een plan opgenomen capaciteit.

Artikel 6

In bijzondere gevallen kan de Ziekenfondsraad subsidie verlenen ten behoeve van een verzorgingshuis dat niet in een plan is opgenomen of voor een grotere capaciteit dan in het plan is opgenomen. Besluiten van de Ziekenfondsraad als bedoeld in de eerste volzin behoeven de goedkeuring van Onze Minister.

Artikel 7

Subsidie wordt slechts verleend, indien het verzorgingshuis slechts zorg verleend aan:

  • a. 
    personen ten aanzien van wie een indicatieorgaan een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat zodanige zorg aangewezen is, en
  • b. 
    de echtgenoot van een persoon als bedoeld onder a aan wie duurzaam verblijf en verzorging wordt verleend.

Artikel 8

  • 1. 
    Indien de Ziekenfondsraad besluit tot beėindiging dan wel vermindering van de subsidie, verleent de Ziekenfondsraad subsidie in de onvermijdbare kosten van sluiting dan wel vermindering van de capaciteit in het verzorgingshuis en activiteiten van het verzorgingshuis.
  • 2. 
    Op de voorbereiding van een besluit tot beėindiging dan wel een substantiėle vermindering van de subsidie met betrekking tot de door een verzorgingshuis verleende zorg bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.

Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt:

  • a. 
    Het eerste lid komt te luiden:
  • 1. 
    Degene aan wie zorg door een verzorgingshuis wordt verleend is aan de Ziekenfondsraad een bijdrage verschuldigd.
  • b. 
    In het tweede lid wordt de tweede zin vervangen door: De bijdrage kan verschillen naar gelang de groep waartoe betrokkene behoort, de zorg en voorzieningen die verstrekt worden en mede afhankelijk gesteld worden van zijn inkomen en dat van zijn echtgenoot.
  • c. 
    In het derde lid wordt «de administratie» vervangen door: werkzaamheden, verband houdende met de vaststelling en inning van.

I

In artikel 13 wordt «ten behoeve van bejaardenoorden in de provincie» vervangen door: ten behoeve van verzorgingshuizen in de provincie.

J

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

  • a. 
    Voor de tekst wordt het cijfer 1 geplaatst.
  • b. 
    Een tweede en derde lid worden toegevoegd, luidende:
  • 2. 
    Indien een plan voor de planperiode 1997–2001 wordt vastgesteld na 1 november van het jaar waarin enig artikel van deze wet in werking treedt, blijft artikel 6 van de Wet op de bejaardenoorden van toepassing op dat plan tot twee maanden na de vaststelling daarvan.
  • 3. 
    Indien Onze Minister een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Wet op de bejaardenoorden, blijft artikel 6, van die wet van toepassing tot een gewijzigd dan wel nieuw plan is vastgesteld, dat past binnen het door Onze Minister voor dat plan bekend gemaakte bedrag.

K

Artikel 22 wordt gewijzigd als volgt:

  • a. 
    In het eerste lid, wordt na «verleende subsidies en uitkeringen» toegevoegd:, met dien verstande, dat:
  • a. 
    overschotten als bedoeld in artikel 16b, tweede lid, van de Wet op de bejaardenoorden, bij de afrekening, bedoeld in artikel 16b, eerste lid, van die wet, over het kalenderjaar 1999 worden teruggevorderd;
  • b. 
    bij afrekeningen als bedoeld in artikel 16b, eerste lid, van de Wet op de bejaardenoorden, een verklaring wordt toegevoegd, waaruit blijkt voor zover er uit artikel 21 en dit artikellid nog kosten voortvloeien.
  • b. 
    Het tweede lid komt te luiden:
  • 2. 
    In afwijking van het eerste lid worden overschotten als bedoeld in artikel 16b, tweede lid, van de Wet op de bejaardenoorden, teruggevorderd:
  • a. 
    vanaf het tijdstip van intrekking van die wet, voor zover aan deze overschotten een bestemming is gegeven in plannen;
  • b. 
    terstond, voor zover uit de in het eerste lid, onder b, bedoelde verklaring blijkt dat er geen kosten meer voortvloeien uit artikel 21 en het eerste lid van dit artikel.

H

Artikel 23 vervalt. M Artikel 24 komt te luiden:

Artikel 24

  • 1. 
    Adviezen van een commissie als bedoeld in artikel 6j van de Wet op de bejaardenoorden, waaruit blijkt dat zorg, verleend door een verzorgingshuis, aangewezen is, en artikel 6h, derde lid, van die wet, worden gelijkgesteld met besluiten van een indicatieorgaan als bedoeld in artikel 7, onder a.
  • 2. 
    Met betrekking tot degenen die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van intrekking van de Wet op de bejaardenoorden dienstverlening ontvangen als bedoeld in artikel 2b van die wet, wordt geacht voldaan te zijn aan artikel 7, onder a.

N

In artikel 25 wordt «de capaciteit van het bejaardenoord» vervangen door: de capaciteit van het verzorgingshuis.

O

Na artikel 25 wordt een nieuw artikel 25a toegevoegd, luidende:

Artikel 25a

Gemeenten, onderscheidenlijk provincies, zijn verplicht op verzoek van de Ziekenfondsraad aan de Ziekenfondsraad of aan een daartoe door of vanwege de Ziekenfondsraad aangewezen persoon de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 11, onderscheidenlijk de uitvoering van hoofdstuk II. De verstrekking van de gegevens geschiedt kosteloos, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald.

P

In artikel 26, onderdeel A, komt artikel 9a, tweede lid, te luiden: 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van het orgaan, waaronder de heroverweging van beoordelingen als bedoeld in het eerste lid. Deze regels zijn zodanig dat wordt gewaarborgd dat beoordelingen en heroverwegingen onafhankelijk geschieden.

Q

In artikel 27 wordt «een bejaardenoord als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Overgangswet bejaardenoorden» vervangen door: een verzorgingshuis als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Overgangswet verzorgingshuizen.

R

In artikel 30 wordt «Overgangswet bejaardenoorden» vervangen door: Overgangswet verzorgingshuizen.

L

S Artikel 31 komt te luiden:

Artikel 31

Artikel 1, eerste lid, onder b, onder 1°, van de Wet medezeggenschap cliė nten zorginstellingen komt te luiden:

1°. een verzorgingshuis als bedoeld in de Overgangswet verzorgingshuizen.

T

Na artikel 31 wordt een artikel 31a toegevoegd, luidende:

Artikel 31a

Indien het bij koninklijk boodschap van 18 mei 1994 ingediende voorstel van wet houdende regels met betrekking tot de geestelijke verzorging in instellingen in de zorgsector en in justitiėle inrichtingen (Kamerstukken II 1993/94, 23 720, nrs. 1 tot en met 3 (Wet geestelijke verzorging zorginstellingen en justitiėle inrichtingen)) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onder f, onder 2°, komt te luiden:

2°. een verzorgingshuis als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Overgangswet verzorgingshuizen;.

B

Artikel 5, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. 
    In onderdeel a wordt «artikel 1, onder f, sub 1» vervangen door: artikel 1, onder f, sub 1 en 2.
  • 2. 
    Onderdeel b vervalt.

U

In artikel 32 wordt «de Overgangswet bejaardenoorden of een subsidieregeling van de Ziekenfondsraad op grond van de Wet financiering volksverzekeringen» vervangen door: de Overgangswet verzorgingshuizen.

V

In de artikelen 33 tot en met 38 en 55 tot en met 60 wordt «Overgangswet bejaardenoorden een bijdrage in de kosten van duurzaam verblijf en verzorging in een bejaardenoord» telkenmale vervangen door: Overgangswet verzorgingshuizen.

W

In artikel 38 wordt «Artikel 32, eerste lid, van de Algemene Weduwen en Wezenwet» vervangen door: Artikel 57, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet.

X

In het opschrift van hoofdstuk XII wordt «in bejaardenoorden» vervangen door: in een verzorgingshuis.

IJ

De aanhef van artikel 53 wordt vervangen door: De Wet medezeggenschap cliėnten zorginstellingen wordt als volgt gewijzigd:.

Z

Na artikel 53 wordt een artikel 53a toegevoegd, luidende:

Artikel 53a

Indien het bij koninklijke boodschap van 18 mei 1994 ingediende voorstel van wet houdende regels met betrekking tot de geestelijke verzorging in instellingen in de zorgsector en in justitiėle inrichtingen (Kamerstukken II 1993/94, 23 720, nrs. 1 tot en met 3 (Wet geestelijke verzorging zorginstellingen en justitiėle inrichtingen)) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onder f, wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. 
    In onderdeel 1° wordt na «– een psychiatrisch ziekenhuis;», toegevoegd: – een verzorgingshuis;.
  • 2. 
    Onderdeel 2° vervalt.

B

In artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt «sub 1 en 2» vervangen door: sub 1.

AA

Artikel 61 komt te luiden:

Artikel 61

  • 1. 
    Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. Voor de artikelen 20 en 42 tot en met 60 wordt dat tijdstip niet later gesteld dan 1 januari 2001. De artikelen 1 tot en met 19 vervallen op het in de tweede zin bedoelde tijdstip.
  • 2. 
    In afwijking van het eerste lid:
  • a. 
    verstrekt de Ziekenfondsraad eerst subsidies vanaf 1 januari van het jaar, volgende op het jaar waarin artikel 2, eerste lid, in werking is getreden;
  • b. 
    worden, indien de artikelen 2, tweede lid, en 10 in werking treden op een tijdstip gelegen tussen 1 juli tot en met 31 december van enig kalenderjaar, het bedrag dan wel de bedragen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, die beschikbaar zijn voor het eerste kalenderjaar waarin de Ziekenfondsraad subsidie verstrekt op grond van deze wet, onderscheidenlijk de begroting, bedoeld in artikel 10, zo spoedig mogelijk meegedeeld, onderscheidenlijk, vastgesteld.

Toelichting

Onderdelen A, C, F, I, N, Q, R, S, V, en X

Deze wijzigingen hangen samen met de wens van de Tweede Kamer om de termen bejaardenoord en bejaardenoorden te vervangen door de termen verzorgingshuis en verzorgingshuizen. Daarnaast werd verzocht om het begrip inrichting te vervangen door het begrip instelling. In de nota naar aanleiding van het verslag is een en ander toegelicht. De wijzigingen betreffen derhalve wijzigingen in terminologie en geen inhoudelijke wijzigingen.

De wijziging in terminologie bij andere artikelen vindt plaats in de overige onderdelen van deze nota van wijziging.

Onderdelen B, D, onder a, G, H, L, M,Oen U

In het verslag is vrijwel door alle fracties aangegeven dat zij de dienstverlening op grond van de huidige Wet op de bejaardenoorden (Wbo) niet ondergebracht willen zien in een zogenaamd zorgvernieuwingsfonds en geen nieuw schot willen tussen duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis en de overige zorg die door een verzorgingshuis wordt verleend. Aan deze wens van de Tweede Kamer is gevolg gegeven door het wetsvoorstel zodanig te wijzigen dat deze zorg in de overgangsperiode ook door de Ziekenfondsraad gesubsidieerd zal worden op grond van de Overgangswet verzorgingshuizen. In de nota naar aanleiding van het verslag is hierop uitgebreid ingegaan.

In onderdeel D, onder a, is het wetsvoorstel zodanig gewijzigd dat tot de taak van de Ziekenfondsraad behoort het verstrekken van subsidie aan verzorgingshuizen, die zorg verlenen, bestaande uit duurzaam of kortdurend verblijf en verzorging en zorg bestaande uit verzorging gedurende de dag of nacht. Kortdurend verblijf en verzorging en zorg bestaande uit verzorging gedurende de dag of nacht zijn vormen van zorg die overeenkomen met de vormen van zorg, bedoeld in artikel 2b van de Wbo. Daarnaast wordt op grond van de Wbo nog andere dienstverlening gesubsidieerd. Met het oog hierop is in artikel 2, eerste lid, onder b, bepaald dat het ook tot de taak van de Ziekenfondsraad behoort deze dienstverlening, verleend door of onder verantwoordelijkheid van het verzorgingshuis, te subsidiėren. Het onder de taak van de Ziekenfondsraad brengen van de subsidiėring van dienstverlening, leidt er toe dat de systematiek van de artikelen 4 tot en met 8 niet langer kon worden gehandhaafd (onderdelen F en G). Op grond van de Wbo behoeft dienstverlening niet in het plan opgenomen te zijn. Dit leidt met name tot een wijziging van artikel 5 van het wetsvoorstel. Ook artikel 8 ondergaat wijziging als gevolg van het onder de taak van de Ziekenfondsraad brengen van de subsidiėring van dienstverlening. Om de Ziekenfondsraad toch over de benodigde informatie te kunnen laten beschikken om deze dienstverlening per 1 januari 1997 te subsidiė ren, is in artikel 25a (nieuw) de verplichting voor provincies en grote steden opgenomen om de Ziekenfondsraad van de benodigde informatie te voorzien (onderdeel O). Omdat het op grond van de Wbo wel altijd zal gaan om het subsidiėren van dienstverlening verleend door verzorgingshuizen die in een plan zijn opgenomen, is deze voorwaarde nu in artikel 4 van het wetsvoorstel opgenomen (onderdeel F). In artikel 6 van het aanvankelijke wetsvoorstel was de bekostigingsgrondslag opgenomen die de Ziekenfondsraad diende te hanteren. Op het laten vervallen van deze tekst is in de nota naar aanleiding van het verslag ingegaan. Met het oog op de indicatiestelling die voor dienstverlening ook voorgeschreven zal zijn en de bijdragen die verschuldigd zijn, zijn de artikelen 7 en 11 van het wetsvoorstel aangepast (onderdelen G en H). Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in artikel 11, tweede lid, expliciet vast te leggen, dat – conform hetgeen al het geval is – de hoogte van de bijdrage afhankelijk kan worden gesteld van het inkomen van degene die zorg ontvangt en zijn echtgenoot. Een dergelijke formulering zal ook in het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering worden vastgelegd. Daarnaast hebben de overgangsartikelen 23 en 24 als gevolg van het aan de Ziekenfondsraad opdragen van de subsidiėring van dienstverlening op grond van de Overgangswet verzorgingshuizen wijziging ondergaan. Op dit moment is niet in alle gevallen een besluit van een indicatiecommissie als bedoeld in artikel 6j van de Wbo noodzakelijk om voor dienstverlening op grond van de Wbo in aanmerking te komen. Het ligt niet voor de hand om degenen die nu deze dienstverlening ontvangen bij inwerkingtreding van dit wetsvoorstel te laten indiceren door het indicatieorgaan. Daarom is in artikel 24, tweede lid, bepaald dat betrokkenen bij inwerkingtreding van dit wetsvoorstel niet in het bezit behoeven te zijn van een besluit van een indicatieorgaan waaruit blijkt dat zij op deze zorg zijn aangewezen (onderdeel M). De aanvankelijk voorgestelde tekst van artikel 23 heeft zijn nut verloren door bovenstaande wijzigingen. Daarom is deze tekst komen te vervallen (onderdeel L).

Onderdeel D, onder b

Met name in het eerste jaar dat de Ziekenfondsraad tot taak heeft verzorgingshuizen te subsidiėren, zal er nog behoefte kunnen bestaan om het hiervoor totaal beschikbare bedrag onder te verdelen in bedragen per provincie en grote stad en een bedrag voor verzorgingshuizen met een bijzondere functie. De mogelijkheid hiertoe is thans opgenomen in artikel 2, tweede lid.

OnderdeelEen H, onder c

Het aanvankelijk voorgestelde artikel is opgesteld naar analogie van artikel 16 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). In dat artikel wordt de term «administratie» gehanteerd. In de loop der jaren zijn het echter niet meer louter administratieve werkzaamheden, die de verbindingskantoren verrichten, maar verrichten zij ook andere feitelijke werkzaamheden. Van de gelegenheid is daarom gebruik gemaakt om deze ontwikkeling ook in deze artikelen tot uitdrukking te brengen.

Onderdeel J

Ingevolge de Wbo moeten plannen voor het einde van het jaar worden vastgesteld door de provincie en de grote steden. Indien deze plannen eerst aan het einde van het jaar tot stand komen, moet de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de gelegenheid hebben om deze plannen te toetsen op het financiėle kader. In verband hiermee is artikel 21 aangevuld met een tweede en derde lid.

Onderdeel K

Deze wijziging is toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag.

Onderdeel O

In dit nieuwe voorgestelde artikel wordt een verplichting opgelegd aan provincies, grote steden en gemeenten om de Ziekenfondsraad van de benodigde informatie te voorzien met betrekking tot de uitvoering van hoofdstuk II van dit wetsvoorstel en de uitvoering van de regeling omtrent de bijdrage. Op de wenselijkheid van een dergelijke verplichting aan provincies en grote steden is hierboven reeds ingegaan bij de toelichting op de wijzigingen met betrekking tot dienstverlening. De verplichting aan de gemeenten om de benodigde gegevens te verstrekken voor de uitvoering van artikel 11, heeft betrekking op het verschaffen van gegevens van bewoners van verzorgingshuizen van wie de gemeente op dit moment de bijdrage vaststelt en int op grond van artikel 16i van de Wbo. De bepaling van artikel 25a heeft eerst zin, indien zij voor 1 januari 1997 in werking treedt. Dit wordt ook beoogd. Immers, de Ziekenfondsraad zal van de benodigde informatie moeten zijn voorzien op het moment, dat zij deze subsidietaak gaat uitvoeren en de bijdragen voor zorg moet gaan innen. De voor de provincies en grote steden met deze verplichting samenhangende kosten maken onderdeel uit van het bedrag dat via het Provinciefonds beschikbaar is gesteld voor de uitvoering van de Wbo. Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat de omvang van het bedrag dat voor gemeenten beschikbaar is gesteld voor de uitvoering van de Wbo, eveneens voldoende is.

Onderdeel P

Deze wijziging is toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag.

Onderdelen S, T, W, IJ en Z

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele correcties aan te brengen in het wetsvoorstel. Deze wijzigingen houden in hoofdzaak verband met wetsvoorstellen die op het moment dat dit wetsvoorstel ingediend werd nog niet tot wet waren verheven.

Daarnaast was in het aanvankelijke wetsvoorstel verzuimd om wijzigingen in het wetsvoorstel geestelijke verzorging zorginstellingen en justitiėle inrichtingen op te nemen.

Onderdeel AA

Wil de Ziekenfondsraad ook daadwerkelijk met ingang van 1 januari 1997 subsidies verstrekken dan zullen van de artikelen 1 tot en met 18 een groot aantal bepalingen eerder in werking moeten treden dan 1 januari 1997. Met het oog hierop is de redactie van artikel 61 aangepast. Beoogd wordt de artikelen 1 tot en met 18, met uitzondering van artikel 11, eerste lid, en artikel 25a in werking te laten treden in het najaar. Beoogd wordt de artikelen 11, eerste lid, 19 en 21 tot en met 41 in werking te laten treden met ingang van 1 januari 1997. Beoogd is artikel 20 en de artikelen 42 tot en met 60 uiterlijk in werking te laten treden op 1 januari 2001. Op dat tijdstip vervallen de artikelen 1 tot en met 19.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. G. Terpstra

 
 

2.

Meer informatie

 
 

3.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend wetsvoorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

Als u meer wilt weten over de Parlementaire Monitor, bekijk dan de uitgebreide beschrijving op www.pdc.nl of neem contact met ons op via info@parlementairemonitor.nl.