Cijfers kabinet-Kok II (1998-2002) - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Maandag 14 oktober 2019
kalender
Met dank overgenomen van Parlement.com.

De eerste jaren onder het kabinet-Kok II†i draaide de economie op volle toeren. De coalitiepartners richtten zich op de verdeling van de buit. Het hervormen van de economie raakte steeds meer op de achtergrond. Volgens het regeerakkoord moesten de inkomstenmeevallers voor een groot deel aan lastenverlichting worden besteed. PvdA†i en D66†i wilden echter meer 'investeren'.

Uiteindelijk kwam de coalitie tot een oplossing waarbij nieuwe uitgaven binnen de 'Zalmnorm' konden worden gedaan. Er werd wat minder geld besteed aan lastenverlichting en meer aan aflossing van de staatsschuld. In de loop van de kabinetsperiode stortte de economie in, maar dit werd onvoldoende onderkend.

1.

Algemeen beeld

Hoewel het er aanvankelijk even op leek dat het kabinet te maken zou krijgen met economische tegenvallers, bleek al snel dat de economie onverwacht goed bleef draaien. In 1998-2000 groeide de economie gemiddeld 4,6% per jaar. Het ging zo goed dat er krapte op de arbeidsmarkt ontstond. In 2001 lagen zowel de inflatie als de contractloonstijging boven de 4%. Hierdoor begon de Nederlandse concurrentiepositie te verzwakken.

Nadat de beurskoersen internationaal en ook in Nederland enorm waren gestegen, zakten ze in de loop van 2000 flink in. Het vertrouwen in de interneteconomie was verdwenen. De terroristische aanslagen van 11 september 2001 tastten het vertrouwen in de economie nog verder aan. De economische groei in Nederland daalde van 4,2% in 2000 naar 2,1% in 2001 en 0,1% in 2002.

Het besef dat de economie aan het inzakken was drong tijdens de kabinetsperiode nog niet echt door. De werkloosheid begon vanaf 2002 iets op te lopen, maar de arbeidsmarkt bleef krap. De contractloonstijging bleef in 2002 hoog.

In 2002 werd de euro ingevoerd. In feite zat de gulden al sinds 1999 met een vaste wisselkoers in de Economische en Monetaire Unie, maar nu werden de gevolgen voor iedereen zichtbaar. Veel mensen gaven de euro de schuld van de hoge inflatie. Winkeliers en horecaondernemers zouden de invoering misbruikt hebben om hun prijzen te verhogen.

2.

OverheidsfinanciŽn

De hoge economische groei in combinatie met de Zalmnorm zorgde voor grote meevallers aan de inkomstenkant van de begroting. In 1999 was voor het eerst sinds 1973 sprake van een EMU-overschot. In 2000 liep het overschot, mede door een incidenteel voordeel dankzij de opbrengst van een UMTS-veiling, zelfs op tot 1,9% BBP. Er ontstonden meningsverschillen tussen de coalitiepartners over de aanwending van de inkomstenmeevallers. In het regeerakkoord was afgesproken dat inkomstenmeevallers volgens een verdeelsleutel zouden worden gebruikt voor aflossing van de staatsschuld en lastenverlichting.

De PvdA en D66 waren uitgekeken op de lastenverlichting. D66-minister Borst†i (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) kreeg zware kritiek te verduren in verband met de wachtlijsten in de zorg. Er ontstond een roep om verhoging van de overheidsuitgaven aan zaken als onderwijs en veiligheid. De uitgaven waren echter gebonden aan het uitgavenplafond uit de Zalmnorm. Minister Zalm†i (FinanciŽn) beschouwde het naleven van deze norm als zijn 'arbeidsvoorwaarde'.

Uiteindelijk bleken zich niet alleen aan de inkomstenkant van de begroting, maar ook binnen het uitgavenkader meevallers voor te doen. Hierdoor kwam er ruimte voor nieuwe uitgaven. De coalitie besloot verder om een kleiner deel van de inkomstenmeevallers te besteden aan lastenverlichting, en een groter deel aan aflossing van de staatsschuld. De vrede in de coalitie bleef daardoor bewaard.

Achteraf bleek overigens dat de economie zozeer was ingestort dat de inkomstenmeevallers kleiner uitvielen dan in eerste instantie werd ingeschat. De conclusie achteraf was dat de meevallers beter meteen besteed hadden kunnen worden aan aflossing van de staatsschuld. Toch daalde de EMU-schuld van 1998-2002 met 14,3%-punt, de grootste daling binnen ťťn kabinetsperiode in de jaren 1971-2017.

3.

WAO en zorgstelsel

Intussen was de fut uit het paarse kabinetsbeleid. De chemie tussen de coalitiepartners was verdwenen. In 2001 werd nog wel een grote herziening van het belastingstelsel gerealiseerd, maar verder is er vooral stilstand.

Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen bleef maar oplopen en dreigde over een aantal jaren richting de miljoen te gaan. Het kabinet kwam nog wel tot een verscherping van de procedures voor instroom in de WAO ('poortwachter'-bepalingen), maar de PvdA had nog altijd last van het WAO-trauma uit het kabinet-Lubbers III†i en schoof herziening van de WAO op de lange baan. Nadat de commissie-Donner advies had uitgebracht over de WAO, vroeg minister Vermeend†i (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) advies over dit advies aan de SER.

Ook op het gebied van de zorg kwamen de coalitiepartners er onderling niet meer uit. Minister Borst had een herziening van het stelsel van ziektekostenverzekeringen voorbereid waarbij het onderscheid tussen de particuliere en de ziekenfondsverzekering zou verdwijnen. De VVD wilde deze financieren met een nominale verzekeringspremie en de PvdA met een inkomensafhankelijke. Omdat beide partijen onverkort vasthielden aan hun standpunt, kwamen de hervormingsplannen tot stilstand.

4.

Kerncijfers

Mutatie (%), tenzij anders vermeld

1998

1999

2000

2001

2002

Gem.

Verschil 2002-1998

BBP (niveau, mrd Ä)

389,3

414,8

448,1

476,7

494,5

444,7

105,2

BBP

4,5

5,1

4,2

2,1

0,1

3,2

-4,4

Arbeidsproductiviteit bedrijven (per uur) (%)

2,4

2,2

3,7

0,9

0,8

2,0

-1,6

Relevante wereldhandel

8,0

5,6

12,1

0,4

2,0

5,6

-6,0

Wereldhandelsvolume

4,6

4,8

12,3

0,6

3,5

5,2

-1,1

Wereldeconomie

2,5

3,6

4,8

2,5

3,0

3,3

0,5

5.

OverheidsfinanciŽn

% BBP

1998

1999

2000

2001

2002

Gem.

Verschil 2002-1998

EMU-saldo

-0,9

0,3

1,9

-0,3

-2,1

-0,2

-1,2

EMU-schuld

62,7

58,4

51,7

49,1

48,4

54,1

-14,3

Bruto collectieve uitgaven

44,4

43,6

42,4

42,9

43,6

43,4

-0,8

Collectieve lasten

36,7

37,5

37,2

36,0

35,5

36,6

-1,2

6.

Lonen en prijzen

%, tenzij anders vermeld

1998

1999

2000

2001

2002

Gem.

Verschil 2002-1998

Inflatie (hicp) (%)

1,8

2,0

2,3

5,1

3,9

3,0

2,1

Inflatie (CPI) (%)

2,0

2,1

2,4

4,1

3,3

2,8

1,3

Arbeidsinkomensquote

73,2

74,3

74,5

75,0

75,6

74,5

2,4

Olieprijs (USD/vat)

12,4

17,4

27,2

23,6

24,4

21,0

12,0

Contractloonmutatie marktsector

3,3

3,2

3,2

4,2

3,5

3,5

0,2

7.

Arbeidsmarkt en sociale zekerheid (1)

Dzd, tenzij anders vermeld

1998

1999

2000

2001

2002

Gem.

Verschil 2002-1998

Werkloosheid (%)

4,7

4,1

3,6

3,3

3,9

3,9

-0,8

Werkloosheid (personen)

369

323

291

271

315

313,8

-54,0

Groei werkgelegenheid (uren) (%)

2,1

2,8

0,9

1,3

-0,5

1,3

-2,6

Werkloosheidsuitkeringen (uitkeringsjaren)

236

193

157

145

163

178,8

-72,5

Bijstand (WWB/IOAW/IOAZ) (personen)

451

409

372

350

341

384,6

-109,5

Werkloosheids- + bijstandsuitkeringen

686

602

529

495

504

563,3

-181,9

Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (uitkeringsjaren)

757

766

788

798

811

784,1

54,4

Uitkeringen ziekte (uitkeringsjaren)

334

363

381

352

353

356,7

18,8

8.

Arbeidsmarkt en sociale zekerheid (2)

%

1998

1999

2000

2001

2002

Gem.

Verschil 2002-1998

i/a-ratio

66,4

64,6

63,5

61,6

62,4

63,7

-4,1

Bruto participatiegraad 20-64 jaar

68,5

69,0

69,8

69,9

70,8

69,6

2,3

Bruto participatiegraad 15-74

66,5

67,1

67,5

67,7

67,7

67,3

1,2

Netto participatiegraad 15-74

63,4

64,4

65,0

65,4

65,1

64,7

1,7

 

Meer over