Controle van de uitgaven van de EU - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Donderdag 2 juli 2020
kalender

Controle van de uitgaven van de EU

Met dank overgenomen van Europa Nu.

De besteding van Europese gelden wordt gecontroleerd door de Europese Rekenkamer i. De Rekenkamer kijkt of de EU het geld rechtmatig uitgeeft en of dit leidt tot de gewenste resultaten. In Nederland ziet het ministerie van Financiën ook toe op de Europese uitgaven. De controle wordt gedaan aan de hand van de jaarlijkse Europese begroting.

Doorgaans is de Rekenkamer erg kritisch over over de Europese uitgaven. Zo werden er in de afgelopen jaren steeds meerdere fouten geconstateerd. Nederland is één van de landen die er bij de Europese Commissie i op aandringt de uitgaven van de EU-begroting strikter te controleren. De uiteindelijke goedkeuring van de uitgaven, de zogenaamde 'kwijting i' wordt gedaan door het Europees Parlement i.

Het Europees Parlement heeft in maart 2019 kwijting verleend aan de Europese begroting van 2017, zij het met enkele aanbevelingen. In juni van dat jaar presenteerde de Europese Commissie de jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2018 aan de Europese Rekenkamer en het Europees Parlement. Naar verwachting zal er pas volgend jaar een besluit gevormd worden over de kwijting van begroting.

1.

Betrokken partijen

Er zijn verschillende partijen betrokken bij het controleren van de Europese begroting.

Europese Commissie: verantwoordelijk voor alle uitgaven

Allereerst dient de Europese Commissie i er op toe te zien dat de uitgaven volgens de regels en beginselen verlopen. Slechts één vijfde van de begroting wordt echter uitgegeven door de Europese Commissie zelf. De rest wordt in samenspraak met de lidstaten i uitgegeven.

Lidstaten: verantwoording uitgaven

De lidstaten nemen zelf de verantwoordelijkheid voor de goede besteding van de Europese fondsen. Bij de controle van de uitgaven van EU-gelden spelen de EU-lidstaatverklaringen i van de EU-landen een rol. Dit is een jaarlijkse verklaring die een lidstaat uitgeeft over de besteding van de Europese subsidiegelden. Via de Ecofin-Raad i geven lidstaten een advies uit aan het Europees Parlement over goedkeuring van de uitvoering van de EU-begroting. Het parlement kan hier vervolgens wel van afwijken.

Europese Rekenkamer: controleert achteraf de uitgaven

De uitgaven worden achteraf gecontroleerd door de Europese Rekenkamer i. Elk jaar stelt zij een betrouwbaarheidsverklaring op over de Europese begroting. Daarnaast kan de Europese Rekenkamer in een eerder stadium ook onderzoek doen naar de uitgaven. De Rekenkamer hanteert een maximum foutenmarge van twee procent van de uitgaven. In de afgelopen decennia is deze norm echter nog nooit gehaald.

Europees Parlement: geeft kwijting over de begroting

Hoewel de Europese Commissie verantwoordelijk is voor de correcte besteding van de begrotingsmiddelen, houdt het Europees Parlement als rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging toezicht op de uitvoering van deze verantwoordelijkheid. Vandaar dat het Europees Parlement jaarlijks aan de Europese Commissie 'kwijting' dient te verlenen voor de wijze waarop zij de begrotingsgelden heeft besteed. Dat betekent dat het Europees Parlement goedkeuring verleent voor de financiële taak van de Europese Commissie. Doorgaans wordt het definitieve besluit pas twee jaar na het begrotingsjaar genomen.

Het Europees Parlement verleent deze kwijting op basis van het jaarverslag van de Europese Rekenkamer, waarin de eventuele gevallen van fraude en andere onregelmatigheden worden gerapporteerd. Als het Parlement van oordeel is dat de Europese Commissie haar taak niet naar behoren heeft uitgevoerd, kan het de kwijting weigeren.

Binnen het Europees Parlement is het de commissie voor Begrotingscontrole i die zich bezighoudt met de parlementaire voorbereiding van deze kwijtingsprocedure. In de regel worden alle Europese uitgaven ongeveer anderhalf tot twee jaar nadat deze zijn gedaan onder de loep genomen.

2.

De beginselen bij de uitgaven

In het toezien op de uitgaven hanteert de Europese Commissie i een aantal beginselen. Dit zijn het beginsel van goed financieel beheer, het transparantiebeginsel en het specialiteitsbeginsel.

Het beginsel van goed financieel beheer houdt in dat doelstellingen meetbaar moeten zijn geformuleerd. Instellingen die uitgaven doen, verrichten zowel voor- als achteraf evaluaties om te controleren of de betalingen volgens de regels zijn gedaan.

Het transparantiebeginsel houdt in dat het opstellen en de uitvoering van de begroting, alsmede het indienen van de rekeningen, zo transparant mogelijk moet gebeuren. De (gewijzigde) begroting dient vervolgens gepubliceerd te worden in het Publicatieblad van de Europese Unie. Ook alle subsidies en grotere openbare aanbestedingen moeten openbaar worden verstrekt.

Het specialiteitsbeginsel houdt in dat ieder krediet een vooraf bepaalde bestemming moet hebben. Zo wordt de begroting ingedeeld in delen, titels, hoofdstukken, artikelen en posten.

3.

Regels voor EU-subsidies

Burgers, bedrijven en organisaties kunnen via allerlei wegen subsidie aanvragen bij de Europese Unie. Ondanks de diversiteit aan subsidies gelden er een aantal uniforme regels die altijd van toepassing zijn. De meeste van die regels gaan over de controle achteraf en of ontvangers van Europese gelden aan de voorwaarden van de verstrekte subsidie hebben voldaan.

In de meeste gevallen eist de Europese Commissie dat de EU-lidstaten i minimaal 50 procent van de kosten voor hun rekening nemen, de zogeheten co-financiering, maar er zijn ook projecten die geheel door de EU gesubsidieerd worden.

In alle gevallen waar de subsidies worden verstrekt via de lidstaten zijn de lidstaten wel medeverantwoordelijk voor de controle op de uitgaven. De nationale instantie die de subsidie uitkeert moet een accountantsverklaring opstellen.

4.

Kritiek van de Europese Rekenkamer

De Europese Rekenkamer is kritisch over de uitgave van EU-gelden. In de afgelopen jaren stelde de Rekenkamer vaak dat er fouten werden gemaakt in de besteding van de Europese uitgaven. Zij benadrukt wel dat bij bestedingsfouten niet altijd sprake hoeft te zijn van fraude. Zo komt het veel voor dat investeringen en diensten niet geheel volgens de voorschriften zijn uitgevoerd.

Volgens de Europese Rekenkamer kunnen veel fouten worden voorkomen als de lidstaten beter controleren of EU-geld wel naar behoren wordt uitgegeven. Na onderzoek door de Europese Rekenkamer is gebleken dat nationale overheden voldoende informatie voorhanden hebben om fouten op te sporen én deze te corrigeren voordat de uitgaven ingediend worden bij de Europese Commissie. De Europese Commissie moet zelf ook beter controleren of de lidstaten alle projecten wel op de juiste manier beoordelen.

5.

Meer informatie