Periode 1945-1958: 'Rooms-Rood'

Met dank overgenomen van Parlement.com.

Deze periode wordt gekenmerkt door de samenwerking van KVP i en PvdA i ('Rooms-Rood'), die de kern vormen van kabinetten waaraan ook andere partijen deelnemen. We spreken ook wel van kabinetten-op-brede-basis. Die brede basis is wenselijk vanwege de wederopbouw na de Duitse bezetting, die tot enorme economische schade i heeft geleid. Verder krijgt Nederland te maken met de Indonesische vrijheidsstrijd. In 1948 moet Grondwetsherziening, waarvoor een tweederde meerderheid nodig is, verandering van het staatsbestel mogelijk maken. In 1949 eindigt de strijd met losmaking van Nederlands-Indië uit het koninkrijk.

Net als in het Interbellum speelt de verzuiling i nog een belangrijke rol. Maar anders dan voor 1940 bekleden sociaal-democraten nu wel belangrijke bestuursposten. De PvdA is niet alleen in de regering vertegenwoordigd, maar bijvoorbeeld ook de burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam zijn PvdA'ers.

Vooral onder de kabinetten-Drees wordt een belangrijke aanzet gegeven tot de uitbouw van de sociale zekerheid (Werkloosheidswet, Algemene Ouderdomswet). Daarnaast wordt vanwege de Koude Oorlog gewerkt aan versterking van de defensie en aan internationale samenwerking (in 1949 oprichting van de NAVO). Ook worden de eerste stappen gezet naar Europese economische samenwerking.

1.

Kabinetten

Kabinet-Schermerhorn/Drees (1945-1946)

Kabinet-Schermerhorn - V.l.n.r.: De Booy, Beel, Van Schaik, Logemann, Mansholt, Lieftinck, Vos, Schermerhorn, Kolfschoten, Drees, Meynen, Van Kleffens, Ringers, Van Roijen
V.l.n.r.: De Booy, Beel, Van Schaik, Logemann, Mansholt, Lieftinck, Vos, Schermerhorn, Kolfschoten, Drees, Meynen, Van Kleffens, Ringers, Van Roijen

Ruim een maand na de bevrijding benoemde koningin Wilhelmina dit eerste naoorlogse kabinet als opvolger van het oorlogskabinet-Gerbrandy III i. Het kabinet-Schermerhorn/Drees bestond uit ministers van SDAP i, CHU i en RKSP i, alsmede vijf partijloze ministers, van wie er later twee PvdA-lid werden. Minister-president Schermerhorn was afkomstig uit de kring van de VDB i (later PvdA i). Het kabinet trad op 25 juni 1945 aan.

Kabinet-Beel I (1946-1948)

Kabinet-Beel I - Staand v.l.n.r.: Huysmans, Gielen, Van Boetzelaer, Van Maarseveen, Fievez en Jonkman. Zittend v.l.n.r.: Mansholt, Lieftinck, Ringers, Beel, Drees en Vos.
Staand v.l.n.r.: Huysmans, Gielen, Van Boetzelaer, Van Maarseveen, Fievez en Jonkman. Zittend v.l.n.r.: Mansholt, Lieftinck, Ringers, Beel, Drees en Vos.

Het eerste kabinet-Beel I werd gevormd na de verkiezingen van 1946 i, de eerste verkiezingen na de oorlog. Het bestond uit ministers van KVP i en PvdA i, alsmede drie partijloze bewindslieden en was de opvolger van het kabinet-Schermerhorn/Drees i. Minister-president Beel i was afkomstig uit de KVP. Het kabinet-Beel was het eerste van de rooms-rode kabinetten. Tot 1958 zouden KVP en PvdA blijven samenwerken als regeringspartijen.

Kabinet-Drees I (1948-1951)

Kabinet-Drees/Van Schaik - Staand v.l.n.r.: Lieftinck, Wijers, In 't Veld, Joekes, Mansholt, Van den Brink, Van Maarseveen, Prinsen (secretaris), Gotzen en Dutilth (notulist), Zitten v.l.n.r.: Schokking, Stikker, Van Schaik, Drees, Rutten en Sassen.
Staand v.l.n.r.: Lieftinck, Wijers, In 't Veld, Joekes, Mansholt, Van den Brink, Van Maarseveen, Prinsen (secretaris), Gotzen en Dutilth (notulist), Zitten v.l.n.r.: Schokking, Stikker, Van Schaik, Drees, Rutten en Sassen.

Na de Tweede Kamerverkiezingen van 1948 i kwam een coalitie van KVP i, PvdA i, CHU i en VVD i tot stand onder leiding van PvdA-voorman Willem Drees i. In het kabinet zaten naast de ministers uit de coalitiepartijen ook twee partijloze ministers. Bovendien was er geen binding van de fracties aan een regeringsprogramma: het kabinet was extraparlementair i. Het volgde vanaf 7 augustus 1948 het voorgaande kabinet-Beel I i op.

Kabinet-Drees II (1951-1952)

Kabinet-Drees II - Staand v.l.n.r.: Wemmers, Joekes, Van Maarseveen, Albregts, Mulderije, Teulings en Rutten. Zittend: Stikker, Van den Brink, Staf, In 't Veld, Lieftinck, Drees en Romme (formateur).
Staand v.l.n.r.: Wemmers, Joekes, Van Maarseveen, Albregts, Mulderije, Teulings en Rutten. Zittend: Stikker, Van den Brink, Staf, In 't Veld, Lieftinck, Drees en Romme (formateur).

Dit kabinet van de PvdA i, KVP i, CHU i, VVD i en een partijloze minister was een voorzetting van het eerste kabinet-Drees i. Wel verschenen op enkele ministeries nieuwe gezichten en kreeg de CHU i één ministerspost extra. PvdA-leider Willem Drees werd wederom premier. De ARP i kon zich vinden in het programma, maar behield een voorbehoud bij de uitwerking daarvan en leverde geen ministers.

Kabinet-Drees III (1952-1956)

Kabinet-Drees III - Staand v.l.n.r.: Witte, Suurhoff, Van de Kieft, Staf, Donker, Mansholt, Algera, Kernkamp en De Bruijn. Zittend v.l.n.r.: Luns, Beyen, Beel, Drees en Middelburg (secretaris).
Staand v.l.n.r.: Witte, Suurhoff, Van de Kieft, Staf, Donker, Mansholt, Algera, Kernkamp en De Bruijn. Zittend v.l.n.r.: Luns, Beyen, Beel, Drees en Middelburg (secretaris).

Na de verkiezingen van 1952 i kwam dit derde kabinet op brede basis tot stand. Het kabinet onder leiding van PvdA-voorman Willem Drees i bestond uit ministers van de PvdA i, KVP i, ARP i en CHU i en telde verder een partijloze minister. Het was een van de rooms-rode coalities. De VVD i, deel van het voorgaande kabinet-Drees II i, werd als regeringspartij vervangen door de ARP.

Kabinet-Drees IV (1956-1958)

Kabinet-Drees IV - Staand v.l.n.r.: Hofstra, Witte, Staf, Mansholt, Algera, Suurhoff en Middelburg (secretaris). Zittend v.l.n.r.: Zijlstra, Klompe, Luns, Struycken, Drees, Samkalden en Cals.
Staand v.l.n.r.: Hofstra, Witte, Staf, Mansholt, Algera, Suurhoff en Middelburg (secretaris). Zittend v.l.n.r.: Zijlstra, Klompe, Luns, Struycken, Drees, Samkalden en Cals.

Het kabinet-Drees IV was een coalitie van PvdA i, KVP i, ARP i en CHU i. Na de verkiezingen van 1956 i zetten de partijen uit het kabinet-Drees III i hun samenwerking voort. Het was het laatste van de rooms-rode kabinetten. Premier was PvdA-leider Willem Drees i. Het kabinet trad aan op 13 oktober 1956.

2.

Kabinetscrises

Kabinetscrisis 1951: Nieuw-Guineacrisis

Op 23 januari 1951 viel het kabinet-Drees/Van Schaik i, nadat de VVD-fractie met een motie van wantrouwen was gekomen, die was gericht tegen het regeringsbeleid inzake Nieuw-Guinea. Het feit dat de VVD die motie steunde, was voor VVD-minister Stikker i reden om zijn ontslag aan te bieden, en dat leidde tot een kabinetscrisis.

Kabinetscrisis 1955: de huurwetcrisis

Op 17 mei 1955 kwam het derde kabinet-Drees i ten val, nadat de ontwerp-Huurwet door de Tweede Kamer was verworpen. Het conflict was het gevolg van een zakelijk geschil tussen vrijwel de gehele Kamer en het kabinet over een huurverhoging en belastingverlaging. Daarnaast ging het om een conflict tussen de PvdA en de andere coalitiepartijen.

Kabinetscrisis 1958: einde Rooms-Rood

Op 11 december 1958 kwam er een einde aan de Rooms-rode-coalitie onder leiding van minister-president Drees i. De Tweede Kamer nam een door de KVP i'er Lucas i ingediend amendement aan waardoor enkele tijdelijke belastingverhogingen niet met twee, maar slechts met één jaar werden verlengd. Minister Hofstra i (PvdA) van Financiën had het aannemen daarvan onaanvaardbaar verklaard.

3.

Tweede Kamerverkiezingen

  • 1946

    De eerste naoorlogse Tweede Kamerverkiezingen waren op 17 mei 1946. Het tegenvallende resultaat van de nieuwe PvdA sprong het meest in het oog. Daarnaast was het resultaat van de CPN i zeer opmerkelijk. Die partij behaalde tien zetels. De verkiezingen maakten een einde aan het noodparlement, dat na de oorlog was ingesteld uit leden van de Tweede Kamer van voor de oorlog. Na de verkiezingen formeerden KVP en PvdA het kabinet-Beel I i.

  • 1948

    Op 7 juli 1948 waren er Tweede Kamerverkiezingen. Deze waren nodig vanwege de aanstaande Soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië (en daarmee samenhangende grondwetsherziening). De KVP kwam als sterkste uit de bus. Net als in 1946 behaalde de partij 32 zetels. De PvdA verloor daarentegen twee zetels en kwam op 27 zetels.

  • 1952

    De Tweede Kamerverkiezingen van 1952 waren op 25 juni. Het waren reguliere verkiezingen na afloop van de zittingstermijn van de Tweede Kamer. De PvdA van premier Drees haalde een goed resultaat. Door een zetelwinst van 3 en een hoger stemmenaantal streefden zij de KVP voorbij als grootste partij. Na de verkiezingen formeerden PvdA, KVP, ARP en CHU het derde kabinet-Drees i.

  • 1956

    De Tweede Kamerverkiezingen van 1956 waren op 13 juni van dat jaar. Het was een nek-aan-nek-race tussen KVP i en PvdA i, die werd gewonnen door laatstgenoemde partij. Het waren reguliere verkiezingen na afloop van de zittingstermijn van de Tweede Kamer. Op 6 november 1956 werd het aantal Kamerzetels verhoogd van 100 naar 150. De vorming van een nieuw kabinet verliep zeer moeizaam en resulteerde pas in oktober in de voortzetting van de combinatie PvdA-KVP-ARP-CHU in het vierde kabinet-Drees i.

 

Meer over