De Conferentie over de Toekomst van Europa

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Conferentie over de toekomst van Europa: campagnemateriaal
Bron: Conferentie over de toekomst van Europa

Het debat over de toekomst van de Europese Unie i gaat in grote lijnen over drie vraagstukken. Ten eerste, waarover moet de EU bevoegdheden hebben? Op welke beleidsterreinen zou de EU een rol moeten spelen en hoe groot moet die rol zijn? Ten tweede, hoe moet de Europese besluitvorming tot stand komen? Wie neemt de besluiten en hoe is de democratische controle op die besluitvorming geregeld? Die twee vragen bepalen samen hoeveel soevereiniteit de lidstaten overdragen aan de Unie. De derde vraag is wie mogen lid worden van de Unie? Omdat deze vraag niet gaat over hoe de Unie werkt wordt die discussie vaak apart gevoerd.

Het debat over de toekomst van de EU houdt nooit op, omdat de omstandigheden altijd veranderen. Wat de Unie kan en mag is vastgelegd in de Europese verdragen, maar niet iedere discussie hoeft meteen te leiden tot een aanpassing van die verdragen. Ook binnen de huidige regels is er ruimte voor discussie.

Van 9 mei 2021 tot en met 9 mei 2022 vond de Conferentie over de Toekomst van Europa plaats. Deze had als doel het vaststellen van de prioriteiten van de Europese Unie. Hierin stond de burger centraal. In totaal zijn er 49 voorstellen aangenomen bij de Conferentie over de Toekomst van Europa, die zijn uitgewerkt in 325 voorgestelde maatregelen. Enkele opvallende voorstellen zijn dat er een einde moet komen aan veto's van lidstaten bij stemprocedures bij de Raad van de EU i en de Europese Raad i. Verder moet het Europees Parlement i het recht krijgen om wetsvoorstellen te initiëren, en moeten er transnationale kandidatenlijsten komen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement.

1.

Vraagstukken van de Conferentie

In grote lijnen gaat de discussie over de Toekomst van Europa over:

  • het 'wie?': welke landen mogen deel uitmaken van de EU en in hoeverre kunnen kleinere groepen EU-lidstaten binnen de EU i verder integreren?
  • het 'waarover?': welke besluiten moeten op Europees niveau genomen worden en welke niet? Dit hangt nauw samen met subsidiariteit en proportionaliteit i van beleid.
  • de 'hoe?'-vraag: hoe moet Europese besluitvorming tot stand komen en hoe moet de democratische controle op deze besluitvorming worden geregeld?

Een andere belangrijke vraag gaat over het 'wat?' van het Europese beleid: wat zijn de Europese beleidsprioriteiten? Deze vraag gaat over waar de Europese politiek zich in het dagelijks bestuur over moet buigen. Om deze vraag te stellen moet eerst besloten zijn of een onderwerp wel op Europees niveau thuishoort of dat het beter door de lidstaten zelf geregeld kan worden.

De antwoorden op de eerst drie vragen zijn in veel gevallen terug te leiden op een bepaalde visie over het meest fundamentele vraagstuk van allemaal, namelijk het 'waarom?': wat levert Europese samenwerking eigenlijk op? Dat is moeilijk objectief vast te stellen, voor- en tegenstanders van Europese integratie wegen de voor- en de nadelen heel anders af.

2.

De Conferentie over de Toekomst van Europa

Op 9 mei 2021, de Dag van Europa i, was de officiële lancering van de Conferentie over de Toekomst van Europa in Straatsburg. Aan het hoofd van de Conferentie stonden de Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie. Het doel was om zoveel mogelijk burgers uit de hele Europese Unie te betrekken bij een discussie over de prioriteiten van de EU. De deelnemers hebben een eindrapport gepresenteerd en dat moet als richtsnoer dienen voor waar de EU prioriteit aan geeft en wat daarvoor nodig is.

Een belangrijk onderdeel van de Conferentie waren de Europese burgerpanels. In totaal hebben er vier burgerpanels plaatsgevonden die elk uit 200 burgers bestonden. Daarbij is gekeken naar of alle groepen wel eerlijk vertegenwoordigd zijn in dit proces, dus onder andere een goede afspiegeling van mannen en vrouwen, nationaliteit en etniciteit. Ook bestond ten minste een derde van elk panel uit jongeren van 16 tot 25 jaar.

Elk panel hield zich bezig met andere thema's:

  • Burgerpanel 1: sterkere economie, sociale rechtvaardigheid, banen/jeugd, sport, cultuur, en onderwijs/digitale transformatie.
  • Burgerpanel 2: Europese democratie, waarden en rechten, rechtsstaat, en veiligheid.
  • Burgerpanel 3: klimaatverandering, en milieu/gezondheid.
  • Burgerpanel 4: de EU in de wereld, en migratie.

In aanvulling op de Europese burgerpanels hebben de lidstaten ook nationale burgerpanels georganiseerd. De aanbevelingen die uit deze Europese en nationale burgerpanels volgden werden gesproken in de plenaire vergadering. Deelnemers hiervan bestonden uit 108 afgevaardigden van nationale parlementen, 108 Europarlementariërs, 54 leden van regeringen (twee per lidstaat) en drie leden van de Europese Commissie. Ook namen 108 burgers deel om ideeën te bespreken die zijn voortgekomen uit de burgerpanels en uit het digitale platform.

Om ervoor te zorgen dat alle burgers de discussies kunnen volgen, had de EU ook een meertalig en interactief digitaal platform ingericht waarop burgers voorstellen konden indienen, uitkomsten van bijeenkomsten terug te vinden waren en waar in online fora (verder) kon worden gediscussieerd.

3.

Resultaten

Op 9 mei 2022 is het verslag over het eindresultaat van de Conferentie overhandigd aan het voorzitterschap van de drie Europese instellingen. Het plan bevat 49 voorstellen voor verschillende beleidsthema's, die zijn uitgewerkt in 325 voorgestelde maatregelen.

Enkele opvallende voorstellen zijn dat het Europees Parlement het recht moet krijgen om wetsvoorstellen te initiëren, het opstellen van transnationale kandidatenlijsten bij verkiezingen voor het Europees Parlement, en een einde aan de veto's van lidstaten bij stemprocedures van de Raad van de EU en de Europese Raad.

4.

Kritiek op de Conferentie

Het plan van de EU was een ambitieus plan om dichter bij de burgers te komen. Er was echter ook kritiek uit verschillende hoeken van de Unie.

Het eerste punt van kritiek is diversiteit. De wens om ervoor te zorgen dat de deelnemers een afspiegeling zijn van de samenleving leek maar deels gehaald. Panelleden verschilden in afkomst en leeftijd, maar het grootste deel bleek hoogopgeleid te zijn. Hiermee hangt samen dat hoogopgeleide mensen vaker positief tegenover de EU staan, wat de vrees dat Eurosceptische perspectieven ondervertegenwoordigd waren vergrootte.

Daarnaast is er ook sprake van onduidelijkheid over wat er zal gebeuren met de aanbevelingen in het eindverslag. De voorzitters hebben aangegeven dat ze binnen het kader van hun bevoegdheden gevolg zullen geven aan de aanbevelingen, maar hoe dit zich vertaalt in mogelijk beleid is niet vastgelegd.

5.

Nederland en Europa

Het Nederlandse kabinet steunt de Conferentie en ziet het als een kans om Nederlandse doelen in de EU te agenderen. Om de mening van Nederlandse burgers te verzamelen heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken een nationaal burgerdialoog georganiseerd met de naam Kijk op Europa. Van september tot halverwege november 2021 konden Nederlanders via vragenlijsten en online dialogen hun mening geven over de toekomst van Europa. Ruim 13.000 Nederlanders hebben meegedaan aan Kijk op Europa. Hieruit volgde op 8 maart 2022 een eindrapport waarin de Nederlandse aanbevelingen stonden voor de negen centrale thema's.

De drie thema's waarvan Nederlanders vonden dat de EU daarmee aan de slag moet zijn: klimaatverandering, rechtsstaat en veiligheid, en migratie. Over de rol van de EU in onderwijs zijn Nederlanders terughoudender. Verder stonden klimaatverandering en gezondheidszorg zowel in de top van onderwerpen waarvan Nederlanders vinden dat de EU dit goed aanpakt, als in de top van onderwerpen die de EU beter kan aanpakken. Het eindrapport met de aanbevelingen vormde onderdeel van de agenda voor plenaire vergaderingen.

In de Tweede Kamer waren drie rapporteurs ingesteld die het proces van de Conferentie nauw hebben gevolgd. De rapporteurs, Amhaouch (CDA), Kamminga (VVD) en Sjoerdsma (D66), hebben een burgerconsultatie gehouden die ze gebruikt hebben als inbreng voor plenaire vergaderingen van de Conferentie. Uit de consultatie bleek dat er door burgers veel belang gehecht wordt aan transparantie en openheid. Qua prioriteiten werd klimaat ook hier belangrijk gevonden, maar waren resultaten verder zeer uiteenlopend, van uittreding uit de EU tot EU-uitbreiding en democratie.

6.

De geschiedenis vooraf

Al sinds de oprichting van de eerste voorloper van de EU, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), wordt het debat over de toekomst van Europa gevoerd. In de loop der jaren werd er steeds meer samengewerkt, maar de vraag over hoe ver deze samenwerking moet gaan blijft altijd belangrijk.

Ook in de recente geschiedenis bleef de toekomst van de Unie een belangrijk onderwerp. Voormalig Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker i had tijdens zijn voorzitterschap verschillende scenario's geschetst over de toekomst van de Unie, om het debat hierover in gang te zetten. Zijn opvolger, Ursula von der Leyen, sprak ook voor haar voorzitterschap al over een conferentie over de toekomst, en dit vormde ook de basis voor de Conferentie zoals die uiteindelijk plaatsvond.

Voordat de Conferentie plaatsvond, vonden er gesprekken plaats tussen de Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie. Hieruit volgde de verklaring waarin vast werd gesteld over welke beleidsonderwerpen werd gesproken. In de verklaring kwam echter geen concrete toezeggingen over wat er met de aanbevelingen zou gebeuren. De Raad wilde niet zo ver gaan, ondanks dat het Europees Parlement hier wel op aandrong.

7.

Wie doet wat?

De Conferentie stond onder het gezag van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie. Zij traden op als het gezamenlijke voorzitterschap van de Conferentie.

Het gezamenlijk voorzitterschap werd ondersteund door een raad van bestuur, die ook wordt voorgezeten door de drie EU-instellingen. Het ging om:

  • Guy Verhofstadt i, lid van het Europees Parlement
  • De staatssecretaris voor EU-aangelegenheden van het land dat voorzitterschap van de Raad heeft
  • Dubravka Šuica i, vicevoorzitter van de Europese Commissie en belast met Democratie en Demografie

Verder was er ook nog een klein gemeenschappelijk secretariaat waarin de drie instellingen gelijk vertegenwoordigd zijn. Deze ondersteunde het werk van de raad van bestuur.

8.

Meer informatie