Beleid begroting Europese Unie

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Euro biljetten

De Europese Unie i heeft een uitgebreid takenpakket. Om alle activiteiten van de EU te kunnen financieren, heeft de Europese Unie een eigen begroting die jaarlijks wordt vastgesteld. Naast de jaarlijkse begroting is er een begroting voor periodes van zeven jaar: het meerjarig financieel kader. Daarmee streeft de EU naar continuïteit in het begrotingsbeleid. Het doel van het begrotingsbeleid is het takenpakket van de EU op een efficiënte manier te financieren in een begroting die qua inkomsten en uitgaven in balans is. De begroting wordt gefinancierd door een jaarlijkse eigen bijdrage van de lidstaten, een percentage van de btw-opbrengsten, inkomsten van heffingen op goederenimport van landen buiten de EU.

De begroting van de EU is aan strikte regels gebonden. De begroting moet voldoen aan de richtlijnen van het meerjarig financieel kader, enkele algemene beginselen en er moet een speciale besluitvormingsprocedure gevolgd worden. De Europese Rekenkamer i houd toezicht op de uitgaven van de Europese Commissie. De Europese Commissie komt meestal rond juni met een ontwerpbegroting voor het opvolgende jaar.

Voor 2022 is de Europese begroting vastgesteld op een totaal van 167,8 miljard euro plus aanvullend 143,5 miljard euro uit het coronaherstelfonds i. Het meeste geld uit de vaste begroting gaat naar regionale ontwikkeling en landbouw, de miljarden uit het herstelfonds zijn bestemd voor het aanjagen van de economie, met een nadruk op verduurzaming en digitalisering.

1.

Mijlpalen

EGKS: de eerste Europese begroting

De begroting van de EU is in de loop der jaren steeds uitgebreider geworden, omdat de EU zich met steeds meer zaken is gaan bezighouden. De eerste Europese begroting was de begroting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal i in 1952. De inkomsten van de EGKS kwamen niet uit afdrachten van lidstaten, maar door heffingen op productie van kolen en staal en het aangaan van leningen. Omdat de taken van de EGKS beperkt waren, was de eerste begroting slechts een fractie van de huidige.

Nieuwe lidstaten

Sinds de vroege jaren 2000 zijn er veel nieuwe lidstaten toegetreden. Vanwege de vaak minder ontwikkelde economische situaties binnen deze landen is er nog meer focus komen te liggen op regionale ontwikkeling en het stimuleren van banen en groei.

Het huidige meerjarenprogramma

  • Meerjarig financieel kader 2021-2027

    Het Meerjarig Financieel Kader 2021-2027 (MFK) is het akkoord waarin de begroting van de Europese Unie i voor een periode van zeven jaar op hoofdlijnen wordt vastgesteld. De EU legt in deze meerjarenbegroting vast wat de hoogte van het budget van de EU is, waar het geld aan uitgegeven wordt en hoeveel iedere lidstaat moet bijdragen. Het MFK voor 2021-2027 komt uit op 1.074,3 miljard euro. Om de economische gevolgen van de coronacrisis op te vangen is afgesproken dat er boven op de normale begroting een coronaherstelfonds i komt van 750 miljard euro.

Recente meerjarenprogramma's

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Raad i, de Europese Commissie i, de Raad i, het Europees Parlement i en de Europese Rekenkamer i een rol. Voor het vaststellen van de regels voor het financieel toezicht geldt de gewone wetgevingsprocedure i, na raadpleging van de Europese Rekenkamer. Het vaststellen van de jaarlijkse begroting verloopt volgens de begrotingsprocedure i.

Voor het vaststellen van meerjarige kader voor de uitgaven en besluiten over de manier waarop de EU gefinancierd wordt, geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen i, na goedkeuring door het Europees Parlement.

De verantwoording van de EU-uitgaven verloopt volgens de kwijtingsprocedure i.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Begroting en Administratie i

Parlementaire Commissie EP

Commissie begroting i

Commissie begrotingscontrole i

Nederlandse leden Parlementaire Commissie begroting

Plaatsvervanger(s)

Nederlandse leden Parlementaire Commissie begrotingscontrole

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Algemene Zaken (RAZ) i

Raad Economische en Financiële zaken (Ecofin) i

Nederlandse deelnemer(s) Raad Algemene Zaken

Wopke Hoekstra i (CDA), minister van Buitenlandse Zaken

Nederlandse afvaardiging Raad Economische en Financiële Zaken

Sigrid Kaag i (D66), minister van Financiën

Marnix van Rij i (CDA), Aukje de Vries i (VVD), staatssecretaris van Financiën

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden i. Op het gebied van begrotingen zou het dan gaan om een begrotingspost waar de EU zich niet mee zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Financiën (Fin.) - Tweede Kamer i

Vaste commissie voor Europese Zaken (EUZA) - Tweede Kamer i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Financiën (Fin.) i

Eerste Kamercommissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties (ESO) i

Betrokken bij wetgeving, uitvoering en controle

 

Betrokken instantie EU

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Begroting i

Controlerend orgaan

Europese Rekenkamer i

3.

Juridisch kader

De regels aangaande de begroting vinden hun basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) i:

  • beginselen en reglementen: zesde deel VwEU titel II art. 310 i, zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 1 (art. 311), zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 5 (artikelen 320 t/m 424)
  • meerjaarlijks kader: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 2 (art. 312)
  • jaarlijkse begroting: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 3 (artikelen 313 t/m 316)
  • kwijting: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 4 (artikelen 317 t/m 319)

4.

Meer informatie

Europese Unie

Algemeen over EU

Factsheets Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht