Concurrentiebeleid

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Monopolie

Open concurrentie (mededinging) is een belangrijke voorwaarde voor een vrije Europese handel en het totstandbrengen en goed laten functioneren van de Europese interne markt i. De Europese Unie i zorgt voor regels die de concurrentie bevorderen, om zo een goede prijs-kwaliteitverhouding voor de consument te garanderen en technologische innovatie te stimuleren.

De Europese Commissie i heeft de bevoegdheid op te treden bij concurrentievervalsing, bijvoorbeeld bij prijsafspraken tussen bedrijven. De Commissie kijkt ook of grote bedrijven geen misbruik maken van hun sterke positie. Zo startte de Commissie onderzoeken naar bedrijven als Microsoft en Google. De Commissie deelt jaarlijks voor honderden miljoenen euro's aan boetes uit, maar dit kan ook oplopen zoals de meerdere miljardenboetes opgelegd aan Google.

Staatssteun i is in principe verboden omdat het de bedrijven die de steun ontvangen een oneerlijk voordeel geeft ten opzichte van concurrenten. Er zijn uitzonderingen mogelijk voor projecten die van algemeen maatschappelijk belang zijn. Voorbeelden hiervan zijn subsidies voor bedrijven in chiptechnologie, klimaatprojecten, culturele instellingen, cruciale banken of de ontwikkeling van achtergebleven regio's. Ook bij crisissituaties kunnen er uitzonderingen worden gemaakt, zoals bij de coronacrisis. EU-lidstaten mogen bedrijven tot 800.000 euro steunen via directe subsidies of belastingvoordelen.

1.

Mijlpalen

Microsoft-boete

De Europese Commissie legde Microsoft in 2004 een boete van 497 miljoen euro op, de grootste tot dan toe. De boete werd uitgeschreven omdat Microsoft zijn dominante marktpositie misbruikte op het gebied van mediaspelers. Deze boete schiep een precedent om de dominantie van grote technologiebedrijven aan te pakken, ook als het gaat om hun eigen platform. Microsoft moest andere mediaspelers het ook mogelijk maken om op computers van Microsoft te draaien.

Verdrag van Lissabon

Bij het Verdrag van Lissabon i in 2009 werd expliciet vastgelegd dat bij kwesties van concurrentiebeleid de Europese Unie boven lidstaten staat. Dit betekent dat bij geschillen over staatssteun het Europese oordeel leidend is wanneer dat verschilt van het oordeel van een lidstaat. Hiermee kreeg de Europese Commissie dus meer bevoegdheden om in te grijpen en sancties op te leggen bij zaken waar zij verstoring van de vrije markt vermoedt.

Vrijstelling van luchtvaart

In 2017 besloot de Europese Commissie om het verbod op staatssteun voor luchtvaartmaatschappijen op te heffen. Dit besluit is genomen omdat veel niet-Europese luchtvaartmaatschappijen ook verschillende vormen van staatssteun ontvangen, waardoor Europese luchtvaartmaatschappijen een slechtere concurrentiepositie hadden in de internationale markt. In tegenstelling tot handhaving van de vrije markt koos de Europese Commissie hier dus juist voor protectionistische maatregelen in deze specifieke markt.

Grensoverschrijdende projecten van gemeenschappelijk Europees belang

Sinds 1 januari 2022 staat de Commissie onder bepaalde voorwaarden de steun van de lidstaten aan grensoverschrijdende projecten van gemeenschappelijk Europees belang (IPCEI's) toe. Hierdoor is baanbrekende innovatie in belangrijke sectoren en technologieën mogelijk, met positieve effecten voor de gehele EU-economie. Om voor steun in het kader van de herziene IPCEI-mededeling in aanmerking te komen, moet een project:

  • een belangrijke bijdrage leveren aan de doelstellingen van de EU;
  • aantoonbaar belangrijk marktfalen verhelpen;
  • ten minste vier lidstaten omvatten, tenzij een kleiner aantal bij uitzondering gerechtvaardigd is door de aard van het project;
  • op transparante en inclusieve wijze worden opgezet, zodat alle lidstaten een reële kans krijgen om eraan deel te nemen;
  • concrete positieve overloopeffecten opleveren voor de economie en de samenleving van de EU, buiten de deelnemende lidstaten en ondernemingen;
  • aanzienlijke cofinanciering krijgen van de ondernemingen die staatssteun zullen ontvangen; en
  • negatieve milieueffecten vermijden die het gevolg zijn van niet-naleving van het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” en die waarschijnlijk niet zullen worden gecompenseerd door voldoende positieve effecten.

Coronacrisis

Tijdens de coronacrisis werden de staatssteunregels binnen de unie versoepeld. Dit gebeurde onder het Temporary Framework. Dit werd op 19 maart 2020 geadopteerd en werd in totaal zes keer verlengd. Op 30 juni 2022 kwamen de maatregelen ten einde. Het pakket van maatregelen bestond uit flexibiliteit voor de mededingingsregels, waarbij directe economische support aan nationale bedrijven die hard geraakt werden door de coronacrisis toegestaan was. Daarbij werd wel gelet op dat de maatregelen het gelijke speelveld en de interne markt niet negatief beïnvloedden.

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie i, de Raad i en het Europees Parlement i een rol. Besluitvorming over verstoring van de interne markt verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure i.

Voor het uitwerken van de regels voor staatssteun geldt dat de Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen i, na raadpleging i van het Europees Parlement. Voor het uitwerken van de regels voor ondernemingen geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen i, na raadpleging i van het Europees Parlement.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor een Europa dat klaar is voor het digitale tijdperk i

Parlementaire Commissie EP

parlementaire commissie Interne markt en Consumentenbescherming i

Nederlands lid Commissie EP

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Concurrentievermogen: interne markt, industrie en onderzoek

Nederlandse afvaardiging Raad van de Europese Unie

Micky Adriaansens i (VVD), minister van Economische Zaken en Klimaat

Hans Vijlbrief i (D66), staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten, binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden i, vanuit het zogenoemde subsidiariteitsbeginsel i.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Economische Zaken (EZ) - Tweede Kamer i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Economische Zaken (EZ) i

Betrokken bij wetgeving en uitvoering

 

Betrokken instantie EU

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Concurrentie i

3.

Juridisch kader

Het concurrentiebeleid vindt zijn basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) i.

  • mededinging: derde deel VwEU titel VII hoofdstuk 1 eerste afdeling (artikelen 101 t/m 106)
  • overheidssteun: derde deel VwEU titel VII hoofdstuk 1 tweede afdeling (artikelen 107 t/m 109)
  • marktverstorende regels: derde deel VwEU titel VII hoofdstuk 3 (artikel 116 i)

4.

Meer informatie

Europese Unie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht