Jhr. G.A.A. Alting von Geusau

foto Jhr. G.A.A. Alting von Geusau
bron: Beeldbank NIMH
Met dank overgenomen van Parlement.com.

Bekwaam officier die na functies bij onder meer de Generale Staf in 1913 directeur-generaal van de Posterijen en in 1918 minister van Oorlog in het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck I i werd. Werd najaar 1918 - na vier jaar mobilisatie - geconfrontreerd met onlusten van militairen en met de roep om bezuinigingen op militaire uitgaven. Volgde geen vaste koers. Bewerkstelligde wel het ontslag van opperbevelhebber Snijders toen die reorganisatie afwees en verlaagde de defensie-uitgaven, maar ging op dat punt volgens velen niet ver genoeg. In 1919 werd door amendering zijn begroting zodanig 'uitgekleed' dat hij, ondanks aanvaarding ervan, besloot af te treden. Nadien lid van de Rekenkamer.

Algemeene Bond (RKSP)
in de periode 1918-1935: minister, lid Algemene Rekenkamer

1.

Voornamen

George August Alexander

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Arnhem, 24 april 1864

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 9 oktober 1937

3.

Hoofdfuncties/beroepen (4/15)

  • directeur-generaal Posterijen en Telegrafie, van 1 mei 1913 tot 9 september 1918
  • minister van Oorlog, van 9 september 1918 tot 5 januari 1920
  • minister van Marine ad interim, van 9 september 1918 tot 16 september 1918 (in afwachting benoeming W. Naudin ten Cate)
  • lid Algemene Rekenkamer, van 1 juli 1920 tot 1 januari 1935 (benoemd bij K.B. van 18 juni 1920)

officiersrangen (2/5)
  • majoor der infanterie, van 1 mei 1909 tot 1 mei 1913
  • luitenant-kolonel der infanterie b.d., vanaf 1 mei 1913 (titulair)

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

4.

Partijpolitieke functies

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

5.

Nevenfuncties

  • voorzitter commissie soldijregeling onderofficieren, 1911
  • lid commissie verpleging van veldleger, landweer en stellingen, van 1912 tot 1913

6.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

7.

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Dwong C.J. Snijders in november 1918 ontslag te nemen als opperbevelhebber. Snijders verzette zich tegen reorganisatie van het leger, die noodzakelijk werd geacht na de onlusten in het leger, onder andere in legerkamp Harskamp. Het ontslag werd op meest eervolle wijze bij K.B. van 9 november 1918 verleend.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1919 een wijziging van de Landstormwet tot stand, waardoor er een wettelijke basis werd gegeven aan de Vrijwillige Landstorm

8.

Wetenswaardigheden

algemeen
  • Deelde op 22 december 1919 mee zijn ontslag in te dienen, hoewel de begroting voor Oorlog 1920 was aangenomen. Tijdens de behandeling nam de Tweede Kamer een groot aantal amendementen (vooral ingediend door Marchant) aan, om diverse begrotingsposten te verlagen.

uit de privésfeer
Zijn echtgenote was een kleindochter van J.M. Swart, buitengewoon Tweede Kamerlid in 1848

9.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

10.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.