Kabinetsformatie 2021

Met dank overgenomen van Parlement.com.

De formatie van het Nederlandse kabinet in 2021 begon na de bekendmaking van de voorlopige uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart. Op 18 maart vond overleg plaats van de nieuwe fractievoorzitters onder leiding van toenmalig Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib i.

Vervolgens kende de kabinetsformatie een rommelige start. Tussen 18 maart en 2 april traden er twee duo's op als verkenners, die zonder eindverslag hun taken moesten neerleggen. Op 6 april besloot de Kamer om Herman Tjeenk Willink i aan te stellen als informateur. Op 12 mei is hij opgevolgd door SER i-voorzitter Mariëtte Hamer i.

Doel van de kabinetsformatie is een kabinet te vormen dat enerzijds kan rekenen op steun van de meerderheid van de Tweede Kamer i en anderzijds tot een gezamenlijk beleid kan komen. Op 30 april verscheen de eindrapportage van Tjeenk Willink. Mariëtte Hamer werd tijdens het Tweede Kamerdebat hierover op 12 mei benoemd tot nieuwe informateur. Zij moet uiteindelijk met een verslag komen waarin zowel een inhoudelijke basis ligt voor de formatie, als een antwoord op de vraag welke partijen met elkaar verder kunnen om een kabinet te formeren.

1.

Overzicht

Datum

Wat

Wie

Tot en met

Dagen

17 maart 2021

Tweede Kamerverkiezingen i

     

18 maart 2021

Benoeming verkenners i

Annemarie Jorritsma i (VVD) en Kajsa Ollongren i (D66)

25 maart 2021

8

25 maart 2021

Benoeming nieuwe verkenners

Tamara van Ark i (VVD) en Wouter Koolmees i (D66)

2 april 2021

8

2 april 2021

Beëindiging taken verkenners

De Tweede Kamer besluit dat er een nieuwe informateur moet komen

6 april 2021

4

6 april 2021

Benoeming informateur

Herman Tjeenk Willink i

30 april 2021 (verschijnen eindrapport informateur)

24

 

Tussenfase

   

12

12 mei 2021

Benoeming informateur

Mariëtte Hamer i

heden

 

2.

Verloop verkenning

Aanvankelijk werden Annemarie Jorritsma i (VVD) en Kajsa Ollongren i (D66) benoemd tot verkenners. Op 25 maart bleek Ollongren besmet te zijn met het coronavirus. Tijdens een haastig vertrek van het Binnenhof toonde zij per ongeluk gevoelige documenten aan persfotografen, waarna de verkenners genoodzaakt waren hun taak te beëindigen. Tamara van Ark i (VVD) en Wouter Koolmees i (D66) volgden hen op als verkenners.

Op 1 april moesten de oud-verkenners Jorritsma en Ollongren in een debat uitleg geven aan de Kamer. Hierbij werden op aanvraag van de Kamer de stukken en verslagen van de fractievoorzitters met Jorritsma en Ollongren openbaar gemaakt. Hierna ontstond een vertrouwenscrisis toen uit een aantekening van de verkenningsgesprekken bleek dat Mark Rutte i (VVD) met de oud-verkenners toch over CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt gesproken had. Rutte had dit eerder ontkend.

De VVD-leider verdedigde zich en zei dat hij het gesprek 'achteraf verkeerd herinnerd had.' Het debat van 1 april leidde tot een herziening van het formatieproces waarbij ook de taak van Van Ark en Koolmees beëindigd werd. De verkenners hebben geen verslag uitgebracht aan de Tweede Kamer, aangezien hun taak al voortijdig werd beëindigd.

3.

Verloop informatie

Een belangrijke uitkomst van het debat op 1 april, dat doorliep in de nacht van 2 april, was het besluit van de nieuwe Tweede Kamer om een informateur te zoeken die 'gezaghebbend en onafhankelijk is,' met geruime afstand van de dagelijkse politiek. De Tweede Kamer besloot op 6 april om Herman Tjeenk Willink i aan te stellen als informateur.

De opdracht van Tjeenk Willink was te bekijken op welke wijze vorming van een kabinet kan plaatsvinden en hier binnen drie weken rapport over uit te brengen. De Kamer heeft een motie aangenomen dat al zijn gesprekken met fractievoorzitters bij dat verslag worden gevoegd en openbaar worden gemaakt.

Deze opdracht van Tjeenk Willink werd onderbroken toen RTL Nieuws op 21 april naar buiten bracht dat de ministerraad in 2019 naar alle waarschijnlijkheid met opzet informatie over de kinderopvangtoeslagenaffaire had achtergehouden. Dit leidde tot een nieuwe vertrouwenscrisis en uiteindelijk tot de openbaarmaking van notulen van de ministerraad van 2019. Hierop volgde op 29 april een Kamerdebat over informatievoorziening van het kabinet aan de Tweede Kamer rondom de toeslagenaffaire. Demissionair minister-president Mark Rutte benadrukte tijdens het debat dat er geen politieke opzet was om gevoelige informatie over de toeslagenaffaire achter te houden, en ondanks hevige kritiek van de oppositie schaarden de coalitiefracties zich achter het kabinet.

In vervolg hierop heeft Tjeenk Willink op 30 april zijn eindverslag aangeboden aan de Tweede Kamervoorzitter. Hierin concludeert hij dat de inhoudelijke formatie kan gaan beginnen, ondanks het 'gevoel van ongemak' dat heerst over de onderlinge verhoudingen. Hij stelt voor een informateur te benoemen met afstand tot de actuele politiek en de partijen en met een breed, sociaal-economisch profiel. Die zou moeten inventariseren welke problemen als eerste moeten worden opgelost en hoe dat zou kunnen. Op basis daarvan kan duidelijk worden welke partijen aan de oplossingen voor deze problemen willen bijdragen en mogelijk een coalitie willen vormen. Het coalitieakkoord zou dan beperkt moeten blijven tot hoofdlijnen.

Op 12 mei werd in de Tweede Kamer gedebatteerd over het eindverslag van Tjeenk Willink. Hierbij hebben Mark Rutte i (VVD) en Sigrid Kaag i (D66) een motie ingediend waarbij ze SER-voorzitter Mariëtte Hamer i voorstelden als nieuwe informateur. Deze motie werd gesteund door een meerderheid van de Kamer. Hamer heeft nu de opdracht om op basis van de bevindingen van haar voorganger en van de Kamer inhoudelijk te werk te gaan en overeenstemming te zoeken bij de partijen over economisch herstel en een transitiebeleid. Vervolgens zal zij ook moeten onderzoeken welke partijen bereid zijn om onderhandelingen over een coalitieakkoord daadwerkelijk te gaan starten. In haar opdracht stond dat ze op 6 juni een verslag moet uitbrengen, maar op vrijdag 4 juni gaf zij aan dat die datum te ambitieus was. Zij vroeg daarom uitstel. Wanneer er wel een verslag komt, is nog niet duidelijk.

4.

Mogelijke coalities

In de onderstaande tabel staan mogelijke coalities voor het volgende kabinet. Voor een meerderheid zijn 76 van de 150 zetels in de Tweede Kamer nodig. In de Eerste Kamer zijn 38 van de 75 zetels nodig voor een meerderheid. Samenwerking met de PVV en FVD wordt door veel andere partijen uitgesloten.

 

Partijen in coalitie

Aantal zetels TK

Aantal zetels EK

VVD, D66, CDA, ChristenUnie

78*

32

VVD, D66, CDA, PvdA

82*

34

VVD, D66, CDA, GroenLinks

81*

36

VVD, D66, CDA, JA21

76*

36

VVD, D66, CDA, Volt

76*

28

VVD, D66, PvdA, GroenLinks

75

33

VVD, D66, CDA, PvdA, Groenlinks

90*

42

VVD, D66, CDA

73*

28

D66, CDA, PvdA, SP, GroenLinks

65*

34

D66, CDA, PvdA, SP, GroenLinks, PvdD, ChristenUnie

76*

41

*: Na het vertrek van Pieter Omtzigt uit het CDA zal de partij, wanneer hij terugkeert van verlof, een zetel minder hebben en zal dit dus invloed hebben op het zetelaantal van de coalitie.

5.

Uitleg (in)formatieproces

De informateur leidt de onderhandelingen tussen partijen die kans zien samen een kabinet te vormen (het zal gaan om een meerderheidskabinet, maar minderheidskabinetten zijn denkbaar). Die onderhandelingen gaan in eerste instantie over het regeerakkoord en kunnen lang duren. Als de onderhandelingen slagen, worden de kabinetsposten verdeeld. Als dat niet het geval is, rapporteert de informateur dat aan de Kamer. Er volgt dan een Kamerdebat, waarin een besluit wordt genomen over de volgende fase. Eerst moet dan bekeken worden welke combinatie dan wel kans maakt. Dat zal als regel door een informateur gebeuren.

Als de richting bekend is, komt er opnieuw een informateur, die de nieuwe onderhandelingen leidt (dit proces kan zich dus meermalen herhalen). Als er een akkoord is over het regeerakkoord en de zetelverdeling en ook de betrokken fracties akkoord zijn, volgt het eindverslag en een Kamerdebat daarover. Daarin wordt besloten tot aanstelling van een formateur i.

De formateur nodigt de kandidaat-bewindspersonen uit, waarbij de betrokken partijen kandidaten (1 per post) voorstellen. De formateur meldt vervolgens aan de Tweede Kamervoorzitter wanneer haar/zijn poging is geslaagd. Bij sommige partijen beslist een congres over het eindresultaat. De aangezochte bewindslieden onderschrijven in de constituerende vergadering het regeerakkoord en maken nadere afspraken (bijvoorbeeld over competenties). Als dit proces voltooid is kan de beëdiging plaatsvinden van de nieuwe ministers. Zittende ministers hoeven echter niet opnieuw te worden beëdigd als ze weer plaatsnemen in het kabinet. Hierna vindt de portefeuille-overdracht plaats.

Het afleggen van de regeringsverklaring en het debat daarover vormt de afsluiting van het formatieproces.

 

Meer over