Brief staatssecretaris over overleg met de Raad van Kerken over uitgeprocedeerde asielzoekers die verblijven in tenten in Dwingelo - Opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers

Deze brief is onder nr. 1 toegevoegd aan dossier 25663 - Opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers.

1.

Kerngegevens

Officiële titel Opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers; Brief staatssecretaris over overleg met de Raad van Kerken over uitgeprocedeerde asielzoekers die verblijven in tenten in Dwingelo 
Document­datum 03-10-1997
Publicatie­datum 12-03-2009
Nummer KST24294
Kenmerk 25663, nr. 1
Van Justitie
Originele document in PDF

2.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 1997–1998

25 663

Opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers

Nr. 1

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE

1 Zie Handelingen II nr. 3, vergaderjaar 1997–1998.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

’s-Gravenhage, 3 oktober 1997

Naar aanleiding van de Regeling van Werkzaamheden van afgelopen dinsdag 30 september1 bericht ik u met betrekking tot de in Dwingeloo geplaatste tenten en de aldaar verblijvende uitgeprocedeerde asielzoekers het volgende.

Op 26 september jl. heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst de door de Raad van Kerken verstrekte lijst met bewoners van de kampeer-accommodatie te Dwingeloo ontvangen. Vervolgens zijn direct de dossiers van de op de lijst voorkomende personen nader onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn bij brief van 1 oktober jl. aan de Raad van Kerken gemeld. Bijgaand treft u de lijst van de Raad van Kerken en voornoemde brief van 1 oktober 1997 aan. Op zich lenen deze stukken zich in het kader van de zorgvuldigheid voor de privacy van betrokkenen voor vertrouwelijke toezending, maar gezien de publiciteit die reeds heeft plaatsgevonden, heeft vertrouwelijke toezending geen nut meer.

Uit het onderzoek is gebleken dat de personen die in Ter Apel hebben verbleven in gesprekken, waarvan verslagen zijn gemaakt, expliciet te kennen gegeven hebben niet mee te willen werken aan terugkeer naar hun land van herkomst, dan wel het verkrijgen van de benodigde reis- en identiteitsdocumenten. Ik kom dan ook tot de conclusie dat de beëindiging van de opvangvoorzieningen voor deze personen rechtmatig is.

Het uitgangspunt, zoals ook verwoord in de notitie Terugkeerbeleid (TK 1996–1997 25 386 nr. 1), is dat uitgeprocedeerde asielzoekers, voor wie geen perspectief in Nederland meer is, geen feitelijk verblijf in Nederland kunnen afdwingen door niet mee te werken aan hun terugkeer. Beëindiging van opvangvoorzieningen zal plaatsvinden in de situatie waarin sprake is van documentloze, uitgeprocedeerde asielzoekers, ongeacht hun nationaliteit, voor wie geldt dat er geen beleidsmatige beletselen zijn tegen terugkeer en die weigeren medewerking te verlenen aan de terugkeer dan wel het verkrijgen van de benodigde reis- en identiteitsdocumenten.

Autoriteiten van de landen van herkomst moeten in beginsel bereid zijn om hun onderdanen terug te nemen. Deze volkenrechtelijke verplichting leidt er dan ook toe dat aan onderdanen zonder papieren in beginsel een laissez passer zal worden verstrekt. Evenwel zullen deze autoriteiten zich er wel van willen overtuigen dat de betreffende vreemdeling ook daadwerkelijk een van hun onderdanen is. Het hangt vervolgens van de medewerking van de vreemdeling af of zij de betreffende persoon kunnen identificeren of niet. Zoals ook in een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Gemeente Medemblik tegen Q. Lin, no. H01.96 0899) is bevestigd, mag van de vreemdeling een actieve houding worden verwacht, in die zin dat hij of zij ook zelf initiatieven ontplooit ter verkrijging van een (vervangend) document bij zijn eigen vertegenwoordiging. Het is dan ook aan de vreemdeling om aan te tonen dat hij alles wat in zijn macht staat heeft gedaan om uitreis te bewerkstelligen. Dit betekent dat indien op basis van de door de asielzoeker verstrekte informatie wordt overgegaan tot de aanvraag van een reisdocument en de betrokken ambassade weigert die te verstrekken, omdat de betrokken asielzoeker niet op basis van die informatie kan worden getraceerd, er in beginsel van wordt uitgegaan dat betrokkene medewerking aan zijn terugkeer weigert tenzij hij alsnog stappen onderneemt om gegevens te verschaffen ter opheldering van zijn identiteit.

Vervolgens wil ik nog kort ingaan op de publicatie in de Volkskrant van gisteren waarin tot mijn verbijstering namen en foto’s van de bewoners van de kampeeraccommodatie in Dwingeloo zijn gepubliceerd. Ik heb vernomen van de Directeur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst dat hij telefonisch aan de Raad van Kerken heeft toegezegd dat voornoemde dienst niet naar buiten zal treden met het onderzoeksresultaat inzake de medewerking van de betrokken asielzoekers voordat een gesprek met de Raad van Kerken heeft plaatsgevonden.

Ik betreur het dan ook zeer dat vandaag in de Volkskrant een artikel is gepubliceerd waar wordt ingegaan op de individuele zaken en de vraag in hoeverre de asielzoekers zouden hebben meegewerkt bij het verkrijgen van de benodigde reisdocumenten, zonder dat enig overleg met de IND heeft plaatsgevonden. Ik zal daar aandacht aan besteden tijdens het gesprek dat de Minister van Binnenlandse Zaken en ik op 7 oktober a.s. met de Raad van Kerken zullen hebben.

Tenslotte spreek ik de hoop uit dat het overleg met de Raad van Kerken leidt tot helderheid en constructieve suggesties – met behoud van ieders verantwoordelijkheid – ten aanzien van de aanpak van het meest gevoelige onderdeel, het terugkeerbeleid, van het vreemdelingenbeleid.

Ik zal Uw Kamer zo spoedig mogelijk over de uitkomsten van dit overleg informeren.

De Staatssecretaris van Justitie, E. M. A. Schmitz

 
 
 

3.

Meer informatie

 

4.

Parlementaire Monitor

Met de Parlementaire Monitor volgt u alle parlementaire dossiers die voor u van belang zijn en bent u op de hoogte van alles wat er speelt in die dossiers. Helaas kunnen wij geen nieuwe gebruikers aansluiten, deze dienst zal over enige tijd de werkzaamheden staken.