RAPID - PRESS RELEASES - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Dinsdag 7 april 2020
kalender

RAPID - PRESS RELEASES

Met dank overgenomen van Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU)†i, gepubliceerd op woensdag 21 maart 2007.

21 maart 2007

Pers en Voorlichting

PERSCOMMUNIQUE nr. 27/07

21 maart 2007

Gerechtelijke statistieken 2006: aanmerkelijke verkorting van de procesduur bij het Hof van Justitie

Belangrijke stijging van het aantal nieuwe zaken bij het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg

Het Hof

De reeds in de jaren 2003 tot en met 2005 geconstateerde verkorting van de procesduur heeft zich in 2006 doorgezet. De gemiddelde procesduur voor prejudiciŽle verwijzingen bedraagt thans 19,8 maanden, tegenover 25,5 maanden in 2003, 23,5 maanden in 2004 en 20,4 maanden in 2005. Uit een vergelijkend onderzoek blijkt dat de gemiddelde duur voor de afhandeling van prejudiciŽle zaken sinds 1995 nooit zo kort is geweest als in 2006. De gemiddelde duur voor de afhandeling van rechtstreekse beroepen en hogere voorzieningen bedroeg respectievelijk 20 en 17,8 maanden (21,3 maanden en 20,9 maanden in 2005).

Er was nog een andere gunstige ontwikkeling, namelijk de vermindering van het aantal aanhangige zaken, ondanks de belangrijke stijging van het aantal nieuwe zaken. In 2006 zijn namelijk 537 nieuwe zaken bij het Hof aanhangig gemaakt, dit is 13,3 % meer dan in 2005 (474 zaken). Op 31 december 2006 bedroeg het aantal aanhangige zaken 731 (tegenover 974 zaken op 31 december 2003, 840 op 31 december 2004, en 740 op 31 december 2005).

In 2006 heeft het Hof 546 zaken afgedaan, een lichte daling in vergelijking met 2005, toen 574 zaken zijn afgedaan.

Het Gerecht van eerste aanleg

In 2006 heeft het Gerecht van eerste aanleg voor het tweede opeenvolgende jaar meer zaken afgedaan dan er aanhangig zijn gemaakt (436 afgedane zaken tegenover 432 nieuwe zaken). Algemeen beschouwd is er een daling van het aantal nieuwe zaken (432 tegenover 469 in 2005). Deze daling is evenwel slechts schijn en wordt verklaard doordat er in 2006 geen ambtenarenzaken bij het Gerecht aanhangig zijn gemaakt, aangezien het Gerecht voor ambtenarenzaken thans daarvoor bevoegd is.

Wanneer de ambtenarenzaken en de bijzondere procedures buiten beschouwing worden gelaten, is er in werkelijkheid een aanzienlijke stijging van het aantal nieuwe zaken, te weten een stijging met 33 % (387 zaken tegenover 291 in 2005). Het aantal nieuwe merkenzaken is gestegen met 46 % (143 in 2006 tegenover 98 in 2005), terwijl het aantal zaken met betrekking tot andere materies dan intellectuele eigendom en ambtenarenrecht met 26 % is gestegen (244 tegenover 193). Het aantal afgedane zaken is gedaald (436 tegenover 610), maar ook hier dient rekening te worden gehouden met het feit dat in 2005 117 zaken werden afgedaan door een verwijzing naar het Gerecht voor ambtenarenzaken. Wanneer deze zaken buiten beschouwing worden gelaten, is er nog steeds sprake van een daling van het aantal afgedane zaken in 2006, maar is deze minder groot (436 tegenover 493).

Het aantal aanhangige zaken blijft dus stabiel ten opzichte van vorig jaar, te weten iets meer dan duizend (1 029 tegenover 1 033 in 2005). Dienaangaande kan worden opgemerkt dat op 1 januari 2007 de geschillen inzake intellectuele eigendom bijna 25 % van het totale aantal aanhangige zaken vormden. Ofschoon 82 ambtenarenzaken nog aanhangig zijn voor het Gerecht en de eerste hogere voorzieningen tegen arresten van het Gerecht voor ambtenarenzaken werden ingesteld bij het Gerecht (10 op 31 december 2006), verandert dus gaandeweg het profiel van de bij het Gerecht aanhangig gemaakte geschillen, waarbij het Gerecht zich opnieuw gaat concentreren op economische geschillen.

De gemiddelde procesduur is dit jaar licht gestegen. Afgezien van ambtenarenzaken en geschillen inzake intellectuele eigendom is deze immers gestegen van 25,6 maanden in 2005 tot 27,8 maanden in 2006. Evenwel zij opgemerkt dat in 2006 de toepassing van de versnelde procedure waarin het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voorziet, werd toegestaan in 4 van de 10 zaken waarvoor een dergelijk verzoek was ingediend.

Het Gerecht voor ambtenarenzaken

2006 was voor het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie het eerste volledige werkjaar.

In 2006 zijn bij het Gerecht 148 beroepen ingesteld, een lichte daling in vergelijking met het aantal beroepen in ambtenarenzaken in 2005 (164). Sinds zijn oprichting zijn bij het Gerecht rechtstreeks 161 zaken aanhangig gemaakt, welk aantal moet worden verhoogd met de 118 zaken die het Gerecht van eerste aanleg heeft overgedragen. Sinds het met zijn werkzaamheden is begonnen, zijn bij het Gerecht dus 279 zaken aanhangig gemaakt.

In 2006 zijn 53 zaken afgedaan. Daarbij is een relatief groot aantal nietigverklaringen uitgesproken, aangezien in die zin 10 arresten zijn gewezen. Kenmerkend voor het eerste jaar van de rechtsprekende werkzaamheid van het Gerecht waren ook de inspanningen die het Gerecht heeft geleverd om te beantwoorden aan de uitnodiging van de Raad van de Europese Unie om in alle fasen van het geschil de minnelijke regeling te vergemakkelijken.

Voor de media bestemd niet-officieel stuk, dat het Hof van Justitie niet bindt.

Beschikbare talen: alle

Voor nadere informatie wende men zich tot de heer Stefaan Van der Jeught.

Tel: 00 352 4303 2170 Fax: 00 352 4303 3656