Beleid rechtspraak - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zaterdag 19 oktober 2019
kalender

Beleid rechtspraak

Met dank overgenomen van Europa Nu.

De rechtsstelsels en gerechtelijke apparaten van de lidstaten van de Europese Unie†i zijn verschillend. Elke lidstaat heeft zijn eigen wetgeving en rechtspraak. De Europese Unie streeft ernaar de verschillende systemen zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Door het vrije verkeer van personen, diensten, kapitaal en goederen zijn de lidstaten namelijk nauw met elkaar verbonden.

De bevoegdheden van de EU zijn beperkt op het gebied van rechtspraak. Iedere lidstaat behoudt zijn eigen rechtssysteem. Wel kan de EU richtlijnen†i aannemen om de verschillende stelsels op elkaar af te stemmen. Ook geldt het principe dat Europese wetgeving vůůr het nationale recht gaat. Het Europees Hof van Justitie†i kan de naleving van Europese regelgeving in de lidstaten afdwingen.

Er zijn verschillende richtlijnen van kracht om rechtspraak in de EU te harmoniseren, zoals richtlijnen met betrekking tot minimumrechten voor verdachten, rechten voor slachtoffers en het familierecht.

1.

Staand beleid

Budget

Ondanks de richtlijn van gemeenschappelijke minimumrechten voor verdachten, blijft het principe in de EU dat iedere lidstaat zijn eigen rechtssysteem behoudt. Wel streeft de EU naar gemeenschappelijke regelingen in de rechtspraak, bijvoorbeeld door middel van richtlijnen met betrekking tot minimumrechten voor verdachten, rechten voor slachtoffers en het familierecht. Hiervoor is op de EU-begroting van 2019 bijna 45 miljoen euro vrijgemaakt voor rechtspraak en justitie.

Minimumrechten verdachten

In mei 2012 heeft de EU een richtlijn aangenomen over het recht van verdachten op informatie over fundamentele procedurele rechten. Dit betekent onder andere dat een verdachte in een taal die hij of zij begrijpt, gewezen wordt op de volgende rechten:

  • het recht op een advocaat
  • het recht om te zwijgen
  • het recht op informatie over de aanklacht
  • het recht op inzage in de dossiers over zijn of haar zaak.

Daarnaast is sinds 2013 een richtlijn voor gemeenschappelijke minimumrechten voor verdachten van kracht. Volgens de richtlijn heeft iedere verdachte in de EU recht op een advocaat, en zijn besprekingen tussen de verdachte en de advocaat vertrouwelijk. Daarnaast moet de verdachte het recht krijgen om een derde persoon te informeren over zijn of haar opsluiting en moet de verdachte de mogelijkheid krijgen om met het consulaat van zijn of haar land te kunnen communiceren. Bovendien is er recht op vertolking in de eigen taal, ook van juridisch advies, voor alle rechtbanken in de EU en tijdens de hele strafprocedure.

Sinds 2018 is een richtlijn van kracht die bepaalt dat verdachten in de EU onschuldig zijn tot het tegendeel bewezen is en dat zij recht hebben bij het proces aanwezig te zijn.

Familierecht

Vanaf juni 2012 kunnen echtparen met verschillende nationaliteiten in veertien EU-landen kiezen volgens welk nationaal recht zij scheiden. Bij de landen die niet meedoen aan de bepaling, blijven de eigen nationale wetten geldig.

Rechten voor slachtoffers

Op 4 oktober 2012 is een Europese richtlijn aangenomen die de slachtoffers van misdrijven bepaalde minimumrechten verschaft, ongeacht waar zij zich in de Europese Unie bevinden. In alle 28 EU-lidstaten geldt dat slachtoffers gedurende het politieonderzoek en het strafproces worden beschermd. Ook hebben kwetsbare slachtoffers, zoals kinderen en personen met een handicap, recht op passende bescherming.

Slachtoffers moeten te allen tijde met respect worden behandeld door de autoriteiten en moeten overal gebruik kunnen maken van slachtofferhulp. Volgens de richtlijn hebben slachtoffers ook recht op begrijpelijke informatie over hun rechten en de zaak waar zij bij betrokken zijn. De nieuwe regels werden op 16 november 2015 van kracht.

Europees aanhoudingsbevel

Het Europees aanhoudingsbevel†i zorgt ervoor dat verdachte personen of veroordeelde criminelen die naar een andere EU-lidstaat zijn gevlucht om hun straf te ontlopen, snel kunnen worden teruggebracht naar het land waar zij veroordeeld zijn. Hiermee hebben de nationale autoriteiten een wapen in handen in de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit. Het aanhoudingsbevel voorkomt langdurige procedures over de uitlevering.

Europees Hof van Justitie

Een deel van het Europees beleid heeft directe invloed heeft op lidstaten, bedrijven en personen. In het uiterste geval kunnen lidstaten, burgers en bedrijven naar het Europees Hof van Justitie†i gaan om daar Europese regels en rechten die zij genieten, af te dwingen. Het Europees Hof van Justitie heeft ooit besloten dat Europees recht vůůr het nationale recht gaat, omdat anders elk land zijn eigen interpretatie kan geven aan Europese regels, en de regels dan niet overal gelijk zijn.

Aanpassingen in nationale regelgeving

Sommige delen van het burgerrecht in de EU-lidstaten†i worden aangepast aan de nauwe Europese samenwerking, zoals bijvoorbeeld de al hierboven genoemde regels voor echtscheidingen en het gemeenschappelijk recht op een advocaat. Daarnaast zijn zaken als boedelscheiding, erkenning ouderlijke bevoegdheid, alimentatie en erfrecht hieraan onderhevig.

Een ander punt waarop de rechtssystemen van de individuele landen op elkaar worden afgestemd, betreft het claimen van een schadevergoeding als EU-burgers in een andere lidstaat slachtoffer worden van een misdrijf. Verder denkt de Europese Unie na over het versoepelen van de uitwisseling van strafbladen en aan het instellen van uniforme regels voor bewijsmateriaal en bescherming van verdachten.

Sinds een uitspraak van het Europees Hof van Justitie†i in 2005 heeft de Europese Unie ook directe invloed gekregen op een onderdeel van het strafrecht. Indien nodig voor effectieve toepassing van Gemeenschapswetgeving mag de Europese Unie strafrechtelijke maatregelen treffen. In april 2007 werd dit principe voor het eerst toegepast voor enkele delicten op het gebied van schending van intellectuele eigendomsrechten.

Het Hof van Justitie heeft in 2007 bevestigd dat de Europese Unie als wetgever lidstaten kan dwingen straffen op te leggen als dat nodig is om de doeltreffendheid van Europese regelgeving te garanderen. Tegelijkertijd mag de Europese Unie de lidstaten echter niet voorschrijven bepaalde sancties op te leggen. Het bepalen van de aard en hoogte van de strafrechtelijke sancties blijft voorbehouden aan de lidstaten.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Justitie: inleidingen samenvatting van de EU wetgeving

2.

Mijlpalen

Erkenning uitspraken

In april 2009 heeft de Europese Commissie†i in een groenboek†i aangegeven uiteindelijk te willen komen tot een systeem waarbij de lidstaten elkaars gerechtelijke uitspraken erkennen. Uitspraken zouden in elke lidstaat uitvoerbaar moeten zijn. Hiermee moet worden voorkomen dat mensen in een andere lidstaat aan een veroordeling kunnen ontkomen. Deze afstemming is van belang bij veroordelingen door de rechter, maar ook in zaken als echtscheiding, voogdijschap, alimentatie en faillissementen, wanneer de betrokkenen in verschillende landen wonen.

3.

Wie doet wat

Bij besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie†i, de Raad†i, het Europees Parlement†i en de Europese Raad†i een rol.

Besluitvorming op dit terrein, met uitzondering van het familierecht, verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure†i. Op het terrein van justitiŽle samenwerking in strafzaken kan in de Raad een noodremprocedure†i (zie hieronder) worden ingezet.

Voor familierecht geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen†i, na raadpleging†i van het Europees Parlement.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Justitie, consumentenrechten en gendergelijkheid†i of Eurocommissaris voor Betere regelgeving, inter-institutionele relaties, duurzame ontwikkeling, rechtsregels en fundamentele rechten†i

Parlementaire commissie Europees Parlement

parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken†i

Nederlands lid commissie Europees Parlement

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Justitie en Binnenlandse Zaken

Nederlandse afvaardiging Raad van Ministers

Minister voor Justitie en Veiligheid, Ferdinand Grapperhaus†i (CDA) of Minister voor Rechtsbescherming, Sander Dekker†i (VVD)

Zaken aangaande fundamentele rechten vallen ook onder competentie van de Eurocommissaris voor Betere regelgeving, inter-institutionele relaties, duurzame ontwikkeling, rechtsregels en fundamentele rechten.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden†i. Bij justitiŽle samenwerking in strafzaken kunnen de lidstaten van de Europese Unie†i ook initiatiefvoorstellen indienen. Voorwaarde is dat een initiatief ten minste door een kwart van de lidstaten wordt ingediend.

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J)†i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (V&J)†i

Betrokken bij uitvoering

 

Betrokken instantie EU/internationaal

Verantwoordelijke

Instantie

Europese Hof van Justitie†i

Agentschap

Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)†i

 

4.

Juridisch kader

De samenwerking in de rechtspraak vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

  • Burgerrecht: derde deel VwEU titel V hoofdstuk 3 (art. 81), zevende deel VwEU art. 345†i
  • Strafrecht: derde deel VwEU titel V hoofdstuk 4 art. 82†i, 83†i
  • Eurojust: derde deel VwEU titel V hoofdstuk 4 art. 85†i
  • Europees OM: derde deel VwEU titel V hoofdstuk 4 art. 86†i

5.

Meer informatie

Europese Unie

Algemeen overzicht EU

Factsheet Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht

Statistieken Eurostat

voormalige EP-leden >