Beleid begroting Europese Unie - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Maandag 28 september 2020
kalender

Beleid begroting Europese Unie

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Phil Hogan
Bron: European Commission

De Europese Unie i heeft een uitgebreid takenpakket . Om alle activiteiten van de EU te kunnen financieren, heeft de Europese Unie een eigen begroting die jaarlijks wordt vastgesteld. Deze begroting wordt gefinancierd door de lidstaten. Naast de jaarlijkse begroting is er een begroting voor periodes van zeven jaar: het meerjarig financieel kader. Op die manier streeft de EU naar continuïteit in het begrotingsbeleid. Het doel van het begrotingsbeleid is het takenpakket van de EU op een zo efficiënte manier te kunnen financieren in een begroting die qua inkomsten en uitgaven in balans is.

De Europese Commissie komt meestal rond juni met een ontwerpbegroting voor het opvolgende jaar. Het duurt vaak tot het eind van het jaar voordat alle onderhandelingen in de Raad van Ministers en het Europees Parlement zijn afgerond. Dat is veelal een ingewikkelde procedure, omdat er vaak sprake is van tegengestelde belangen van lidstaten en Europees Parlement. Voor 2020 is de Europese begroting vastgesteld op een totaal van 168,7 miljard euro. Dat is 3 miljard euro meer dan het jaar ervoor.

1.

Staand beleid

Jaarbegroting

In de jaarlijkse EU-begroting staan de te verwachten inkomsten en uitgaven van de Europese Unie. De begroting komt jaarlijks uit op net iets meer dan één procent van het bruto nationaal product van alle landen van de Europese Unie i bij elkaar.

Een begrotingsjaar loopt van 1 januari t/m 31 december. Deze begroting omvat alle uitgaven en inkomsten, inclusief de financiering van Europees beleid en diverse programma's. De begroting houdt ook rekening met de inkomsten van de EU. Dit is vaak één van de struikelblokken in de vaststelling van de jaarbegroting, omdat de afdrachten van de lidstaten een pijnpunt zijn voor veel regeringen. In de begrotingen komen de belangrijkste focuspunten van Europees beleid en Europese programma's tot uiting. In 2020 heeft dit gezorgd voor een begroting van 168,7 miljard euro.

Ieder voorjaar doet de Europese Commissie een voorstel voor de begroting voor het opvolgende jaar. Dat voorstel wordt besproken door het Europees Parlement en de Raad van Ministers. Als zij akkoord gaan, wordt de begroting voor het komende jaar definitief vastgesteld. Dat gebeurt meestal in november of december.

Meerjarig financieel kader

De hoogte van de jaarbegrotingen en de bestemming van het geld op hoofdlijnen zijn vastgesteld in een meerjarig financieel kader, voor een periode van zeven jaar. Het financiële kader moet zorgen voor continuïteit in het EU-beleid, en het biedt de EU de mogelijkheid om uitgaven een aantal jaren vooruit te plannen. In de praktijk wordt er door middel van 'mid-term reviews' in de gaten gehouden of de begroting wel gericht is op de juiste prioriteiten. Dit kan leiden tot tussentijdse aanpassingen in de begroting op hoofdlijnen.

Enkele jaren vóór de lopende meerjarenbegroting afloopt, doet de Commissie een voorstel voor de nieuwe meerjarenbegroting. In praktijk zet de Europese Raad daarvoor de belangrijkste hoofdlijnen uit. Dit orgaan maakt formeel echter geen onderdeel uit van de procedure. Het Europees Parlement en de Raad van Ministers moeten de meerjarenbegroting beiden goedkeuren. In de praktijk beslaat de nieuwe meerjarenbegroting een jarenlange onderhandeling tussen de Europese instellingen en de lidstaten onderling voordat een akkoord bereikt wordt.

Inkomsten

De meeste inkomsten van de EU komen voort uit afdrachten van de lidstaten. Deze inkomstenafdrachten zijn gebaseerd op grofweg drie bronnen, die een belangrijke peiler zijn voor de inrichting van de begroting van de EU:

  • de gezamenlijke douanetarieven die de lidstaten heffen op import uit en export naar derde landen (de lidstaten mogen een klein deel van de inkomsten houden)
  • een percentage van de btw-opbrengsten uit alle lidstaten
  • directe bijdragen door lidstaten; alle lidstaten dragen een vaststaand percentage van hun bruto nationaal product bij

Er zijn ook inkomsten die losstaan van de afdrachten van lidstaten. Dit zijn inkomsten als belastingen op het salaris van de EU-ambtenaren, uit boetes (met name voor bedrijven die kartels vormen, of andere mededingingsregels schenden) en uit bijdragen van derde landen aan gezamenlijke projecten. Dit bedrag is tezamen goed voor minder dan één procent van begroting.

Uitgaven

Op iedere nieuwe Europese begroting staan aan de uitgavenkant twee bedragen genoemd. Het ene bedrag gaat over de verwachte uitgaven op basis van vastleggingskredieten, het andere over de verwachte uitgaven op basis van betalingskredieten. Het verschil tussen de twee zit zo:

  • vastleggingskredieten stellen het maximum bedrag wat de EU zou mogen uitgeven
  • betalingskredieten gaan over het daadwerkelijke bedrag aan financiële verplichtingen die de EU is aangegaan

Daar kan een behoorlijk gat tussen zitten. In recente begrotingen lag het gereserveerde bedrag voor betalingskredieten vijf tot bijna tien procent lager dan de maximum-begroting volgens de vastleggingskredieten. In de praktijk komen de jaarlijkse uitgaven van de EU min of meer uit op het (lagere) niveau van de betalingskredieten.

De verdeling tussen de verschillende begrotingsposten, hoeveel geld iedere lidstaat ontvangt aan subsidies en steun en de hoogte van de compensatie voor lidstaten die netto bovengemiddeld bijdragen aan de begroting zijn geregeld in zowel het MFK en de jaarlijkse begrotingen.

Algemene beginselen

Bij het vaststellen van de begroting moet de EU rekening houden met een aantal beginselen die in de Europese verdragen staan . De beginselen zijn een waarborg van fatsoenlijk bestuur voor lidstaten en burgers. De volgende beginselen spelen een rol:

  • Begrotingsevenwicht. Uitgaven en inkomsten moeten in evenwicht zijn. In praktijk betekent dit echter dat tekorten van de EU vaak doorgeschoven worden naar een ander jaar, waardoor een evenwicht binnen het Meerjarig Financieel Kader kan worden opgelost.
  • Universaliteits- en specialiteitsbeginsel. Alle inkomsten en alle uitgaven moeten ieder jaar per specifieke begrotingspost worden aangegeven. Er mag binnen een jaar in principe niet tussen posten worden geschoven.
  • Eenheidsbeginsel. Vanwege de transparantie worden alle uitgaven en inkomsten in één begrotingsdocument vastgelegd. Dit moet de controle op de financiën van de Europese Unie vergemakkelijken. Alle uitgaven en inkomsten worden openbaar gemaakt; datzelfde geldt voor tussentijdse aanpassingen.

Controle en fraudebestrijding

Ieder jaar kijkt de Europese Rekenkamer i of de Europese gelden goed zijn besteed. De rekenkamer beoordeelt of het geld terecht is uitgegeven en of uitgaven de gewenste resultaten opleverden. Sinds de Europese Rekenkamer is opgericht heeft zij zelden de jaarrekening helemaal goedgekeurd. Vrijwel ieder jaar vindt de Rekenkamer dat voor (kleine) delen van de uitgaven onduidelijk is waaraan het geld is besteed, of dat het geld niet goed gebruikt is. Het Europees Parlement besluit uiteindelijk of het wel of geen kwijting verleent, dat wil zeggen of het de gecontroleerde jaarrekening goed- of afkeurt. De Europese Unie heeft een speciaal bureau opgericht, OLAF i, dat fraude met EU-gelden opspoort.

2.

Mijlpalen

EGKS: de eerste Europese begroting

De begroting van de EU is in de loop der jaren steeds uitgebreider geworden, omdat de EU zich met steeds meer zaken is gaan bezighouden. De eerste Europese begroting was de begroting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal i in 1952. De inkomsten van de EGKS kwamen niet uit afdrachten van lidstaten, maar door heffingen op productie van kolen en staal en het aangaan van leningen. Omdat de taken van de EGKS beperkt waren, was de eerste begroting slechts een fractie van de huidige.

Recente meerjarenprogramma's

  • Meerjarig financieel kader 2014-2020

    Het Europees financieel kader 2014-2020 is het akkoord waarin de maxima voor de begrotingen van de Europese Unie i zijn vastgelegd voor de periode 2014-2020. In het meerjarig financieel kader worden eisen vastgelegd waaraan de Europese begroting moet voldoen, om ervoor te zorgen dat de begroting van de EU op orde blijft. Daarnaast zorgt het vaststellen van deze kaders voor een soepeler verloop van de EU-begrotingsprocedure i en sterkere samenwerking tussen EU-instellingen op budgettair gebied. De meerjarenbegroting wordt uitgewerkt in jaarlijkse begrotingen i. Voor de volledige zeven jaar komt de meerjarenbegroting uit op een bedrag van 960 miljard euro. Dat is 1 procent van het BNP van alle EU-lidstaten i bij elkaar. Daar is nog 10 miljard euro bijgekomen vanwege de toetreding van Kroatië i tot de Europese Unie op 1 juli 2013.

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Raad i, de Europese Commissie i, de Raad i, het Europees Parlement i en de Europese Rekenkamer i een rol. Voor het vaststellen van de regels voor het financieel toezicht geldt de gewone wetgevingsprocedure i, na raadpleging van de Europese Rekenkamer. Het vaststellen van de jaarlijkse begroting verloopt volgens de begrotingsprocedure i.

Voor het vaststellen van meerjarige kader voor de uitgaven en besluiten over de manier waarop de EU gefinancierd wordt, geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen i, na goedkeuring door het Europees Parlement.

De verantwoording van de EU-uitgaven verloopt volgens de kwijtingsprocedure i.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Begroting en Administratie i

Parlementaire Commissie EP

Commissie begroting i

Commissie begrotingscontrole i

Nederlandse leden Parlementaire Commissie begroting

Plaatsvervanger(s)

Nederlandse leden Parlementaire Commissie begrotingscontrole

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Algemene Zaken (RAZ) i

Raad Economische en Financiële zaken (Ecofin) i

Nederlandse deelnemer(s) Raad Algemene Zaken

Stef Blok i (VVD), minister van Buitenlandse Zaken

Nederlandse afvaardiging Raad Economische en Financiële Zaken

Wopke Hoekstra i (CDA), minister van Financiën

Alexandra van Huffelen i (D66), Hans Vijlbrief i (D66), staatssecretaris van Financiën

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden i. Op het gebied van begrotingen zou het dan gaan om een begrotingspost waar de EU zich niet mee zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor Financiën (Fin.) - Tweede Kamer i

Vaste commissie voor Europese Zaken (EUZA) - Tweede Kamer i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor Financiën (Fin.) i

Eerste Kamercommissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties (ESO) i

Betrokken bij wetgeving, uitvoering en controle

 

Betrokken instantie EU

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Begroting i

Controlerend orgaan

Europese Rekenkamer i

4.

Juridisch kader

De regels aangaande de begroting vinden hun basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) i:

  • beginselen en reglementen: zesde deel VwEU titel II art. 310 i, zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 1 (art. 311), zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 5 (artikelen 320 t/m 424)
  • meerjaarlijks kader: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 2 (art. 312)
  • jaarlijkse begroting: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 3 (artikelen 313 t/m 316)
  • kwijting: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 4 (artikelen 317 t/m 319)

5.

Meer informatie

Achtergrondartikelen

Europese Unie

Algemeen over EU

Factsheets Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht