Beleid begroting Europese Unie - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zaterdag 19 oktober 2019
kalender
Met dank overgenomen van Europa Nu.
Phil Hogan
Bron: European Commission

De Europese Unie heeft takenpakket dat verschillende beleidsterreinen en programma's omvat. Om dit uitgebreide takenpakket ieder jaar weer te kunnen financieren, heeft de Europese Unie een eigen begroting. Deze begroting wordt gefinancierd door de lidstaten. De begroting van de EU wordt jaarlijks vastgesteld en is gebonden aan verschillende beleidsregels. Het doel van het begrotingsbeleid is het takenpakket van de EU op een zo efficiŽnte manier te kunnen financieren in een begroting die qua inkomsten en uitgaven in balans is.

De begroting van de EU is aan strikte regels gebonden. De begroting moet voldoen aan de richtlijnen van het meerjarig financieel kader, enkele algemene beginselen en er moet een speciale besluitvormingsprocedure gevolgd worden. In deze begrotingsprocedure heeft de Europese Centrale Bank†i (ECB) naast de Commissie, de Raad en het Europees Parlement een belangrijke rol. De rol van de lidstaten komt vooral tot uiting tijdens beslissingen over het meerjarig financieel kader.

De Europese Commissie komt meestal rond juni met een ontwerpbegroting voor het opvolgende jaar. Het duurt vaak tot het eind van het jaar voordat alle onderhandelingen in de Raad van Ministers en het Europees Parlement zijn afgerond. Dat is veelal een ingewikkelde procedure, omdat er vaak sprake is van tegengestelde belangen van lidstaten en Europees Parlement. Voor 2019 is de Europese begroting vastgesteld op een totaal van 165,8 miljard euro. Dat is 5 miljard euro meer dan het jaar ervoor.

1.

Staand beleid

Jaarbegroting

In de jaarlijkse EU-begroting staan de te verwachten inkomsten en uitgaven van de Europese Unie. De begroting komt jaarlijks uit op net iets meer dan ťťn procent van het Bruto nationaal product van alle landen van de Europese Unie†i bij elkaar. Er is een jaarlijkse begroting en een meerjarig financieel kader. Op die manier streeft de EU naar continuÔteit in het begrotingsbeleid.

Een begrotingsjaar loopt van 1 januari t/m 31 december. Deze begroting omvat alle uitgaven en inkomsten, inclusief de financiering van Europees beleid en diverse programma's. De begroting houdt ook rekening met de inkomsten van de EU. Dit is vaak ťťn van de struikelblokken in de vaststelling van de jaarbegroting, omdat de afdrachten van de lidstaten een pijnpunt zijn voor veel regeringen. In de begrotingen komen de belangrijkste focuspunten van Europees beleid en Europese programma's tot uiting. In 2019 heeft dit gezorgd voor een begroting van 165,8 miljard euro.

Ieder voorjaar doet de Europese Commissie een voorstel voor de begroting voor het opvolgende jaar. Dat voorstel wordt besproken door het Europees Parlement en de Raad van Ministers. Als zij akkoord gaan, wordt de begroting voor het komende jaar definitief vastgesteld. Dat gebeurt meestal in november of december.

Meerjarig financieel kader

De hoogte van de jaarbegrotingen en de bestemming van het geld op hoofdlijnen zijn vastgesteld in een meerjarig financieel kader, dat tenminste vijf jaar beslaat. De afgelopen jaren waren de meerjarige kaders vaak vastgesteld voor een periode van zeven jaar. Het financiŽle kader moet zorgen voor continuÔteit in het EU-beleid, en het biedt de EU de mogelijkheid om uitgavenprogrammaís een aantal jaren vooruit te plannen. In de praktijk worden er 'mid-term reviews' gehouden waar wordt bekeken of de begroting wel gericht is op de juiste prioriteiten. Dit kan leiden tot tussentijdse aanpassingen in de begroting op hoofdlijnen.

Enkele jaren vůůr de lopende meerjarenbegroting afloopt, doet de Commissie een voorstel voor de nieuwe meerjarenbegroting. In praktijk zet de Europese Raad daarvoor de belangrijkste hoofdlijnen uit. Dit orgaan maakt formeel echter geen onderdeel uit van de procedure. Het Europees Parlement en de Raad van Ministers moeten de meerjarenbegroting beiden goedkeuren. In de praktijk beslaat de nieuwe meerjarenbegroting een jarenlange onderhandeling tussen de Europese instellingen en de lidstaten onderling voordat een akkoord bereikt wordt.

Inkomsten

De meeste inkomsten van de EU komen voort uit afdrachten van de lidstaten. Deze inkomstenafdrachten zijn gebaseerd op grofweg drie bronnen, die een belangrijke peiler zijn voor de inrichting van de begroting van de EU:

  • de gezamenlijke douanetarieven die de lidstaten heffen op import uit en export naar derde landen (de lidstaten mogen een klein deel van de inkomsten houden)
  • een percentage van de btw-opbrengsten uit alle lidstaten
  • directe bijdragen door lidstaten; alle lidstaten dragen een vaststaand percentage van hun bruto nationaal product bij

Er zijn ook inkomsten die losstaan van de afdrachten van lidstaten. Dit zijn inkomsten als belastingen op het salaris van de EU-ambtenaren, uit boetes (met name voor bedrijven die kartels vormen, of andere mededingingsregels schenden) en uit bijdragen van derde landen aan gezamenlijke projecten. Dit bedrag is tezamen goed voor minder dan ťťn procent van begroting.

Korting voor lidstaten op EU-bijdrage

Een aantal landen dat relatief veel bijdraagt aan de Europese Unie en bovendien relatief weinig subsidies en andere EU-gelden ontvangen, krijgt een korting op de bijdrage aan de EU. Die korting wordt geregeld via de zogeheten 'rebate', een teruggave. Ook Nederland heeft een korting op de bijdrage bedongen van enkele honderden miljoenen per jaar.

Algemene beginselen

Bij het vaststellen van de begroting moet de EU rekening houden met enkele beginselen die gelden voor de Europese begroting. Deze beginselen komen voort uit de Europese verdragen en zorgen voor een gemeenschappelijk kader van waarden waarbinnen de EU mag bewegen. De beginselen zijn een waarborg van fatsoenlijk bestuur voor lidstaten en burgers. De EU moet bij de vaststelling van de begroting rekening houden met de volgende beginselen:

  • Begrotingsevenwicht. Uitgaven en inkomsten moeten in evenwicht zijn. In praktijk betekent dit echter dat tekorten van de EU vaak doorgeschoven worden naar een ander jaar, waardoor een evenwicht binnen het Meerjarig Financieel Kader kan worden opgelost.
  • Universaliteits- en specialiteitbeginsel. Alle inkomsten en alle uitgaven moeten ieder jaar per specifieke begrotingspost worden aangegeven. Er mag binnen een jaar in principe niet tussen posten worden geschoven.
  • Eenheidsbeginsel vanwege de transparantie. Alle uitgaven en inkomsten worden in ťťn begrotingsdocument vastgelegd. Dit moet de controle op de financiŽn van de Europese Unie vergemakkelijken. Alle uitgaven en inkomsten worden openbaar gemaakt, evenals tussentijdse aanpassingen.

Controle en fraudebestrijding

Ieder jaar kijkt de Europese Rekenkamer†i of de Europese gelden goed zijn besteed. De rekenkamer beoordeelt of het geld terecht is uitgegeven en of uitgaven de gewenste resultaten opleverden. Sinds de Europese Rekenkamer is opgericht heeft zij zelden de jaarrekening helemaal goedgekeurd. Vrijwel ieder jaar vindt de Rekenkamer dat voor (kleine) delen van de uitgaven onduidelijk is waaraan het geld is besteed, of dat het geld niet goed gebruikt is. Het Europees Parlement besluit uiteindelijk of het wel of geen kwijting verleent, of anders gezegd, of ze de gecontroleerde jaarrekening goed- of afkeurt. De Europese Unie heeft een speciaal bureau opgericht, OLAF†i, dat fraude met EU-gelden opspoort.

2.

Mijlpalen

EGKS: de eerste Europese begroting

De begroting van de EU is in de loop der jaren steeds uitgebreider geworden, omdat de EU zich met steeds meer zaken is gaan bezighouden. De eerste Europese begroting was de begroting van de EGKS†i in 1952. De inkomsten van de EGKS kwamen niet uit afdrachten van lidstaten, maar door heffingen op productie van kolen en staal en het aangaan van leningen. Omdat de eerste Europese begroting maar een beperkte samenwerking hoefde te begroten, was de eerste begroting slechts een fractie van de huidige.

Belangrijke meerjarenprogramma's

3.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Raad†i, de Europese Commissie†i, de Raad†i, het Europees Parlement†i en de Europese Rekenkamer†i een rol. Voor het vaststellen van de regels voor het financieel toezicht geldt de gewone wetgevingsprocedure†i, na raadpleging van de Europese Rekenkamer. Het vaststellen van de jaarlijkse begroting verloopt volgens de begrotingsprocedure†i.

Voor het vaststellen van meerjarige kader voor de uitgaven en besluiten over de manier waarop de EU gefinancierd wordt, geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen†i, na goedkeuring door het Europees Parlement.

De verantwoording van de EU-uitgaven verloopt volgens de kwijtingsprocedure†i.

 

Europees orgaan

Verantwoordelijke

Europese Commissie

Eurocommissaris voor Begroting en administratie†i

Parlementaire Commissie EP

Commissie begroting†i

Commissie begrotingscontrole†i

Nederlandse leden Parlementaire Commissie begroting

Plaatsvervanger(s)

Nederlandse leden Parlementaire Commissie begrotingscontrole

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Raad van de Europese Unie

Raad Algemene Zaken (RAZ)†i

Raad Economische en FinanciŽle zaken (Ecofin)†i

Nederlandse deelnemer(s) Raad Algemene Zaken

Stef Blok†i (VVD), minister van Buitenlandse Zaken

Nederlandse afvaardiging Raad Economische en FinanciŽle Zaken

Wopke Hoekstra†i (CDA), minister van FinanciŽn

Menno Snel†i (D66), staatssecretaris van FinanciŽn

Invloed nationale parlementen

Het Nederlandse parlement heeft ook een rol in de totstandkoming van Europees beleid. Dat kan formeel op twee manieren. Ten eerste controleert de Staten-Generaal de minister of staatssecretaris die naar de Raad van de Europese Unie gaat om over het onderwerp te praten. Daarnaast kunnen nationale parlementen van de lidstaten binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden†i. Op het gebied van begrotingen zou het dan gaan om een begrotingspost waar de EU zich niet mee zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

 

Nederlands orgaan

Verantwoordelijke

Tweede Kamer

Vaste commissie voor FinanciŽn (Fin.) - Tweede Kamer†i

Vaste commissie voor Europese Zaken (EUZA) - Tweede Kamer†i

Eerste Kamer

Eerste Kamercommissie voor FinanciŽn (Fin.)†i

Eerste Kamercommissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties (ESO)†i

Betrokken bij wetgeving, uitvoering en controle

 

Betrokken instantie EU

Verantwoordelijke

Directoraat-Generaal

DG Begroting†i

Controlerend orgaan

Europese Rekenkamer†i

4.

Juridisch kader

De regels aangaande de begroting vinden hun basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU)†i:

  • beginselen en reglementen: zesde deel VwEU titel II art. 310†i, zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 1 (art. 311), zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 5 (artikelen 320 t/m 424)
  • meerjaarlijks kader: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 2 (art. 312)
  • jaarlijkse begroting: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 3 (artikelen 313 t/m 316)
  • kwijting: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 4 (artikelen 317 t/m 319)

5.

Meer informatie

Europese Unie

Algemeen over EU

Factsheets Europees Parlement

Wetgevingsoverzicht