Periode 2012-2024: kabinetten-Rutte

Source: Parlement.com.

Ondanks fors verlies bleef het CDA in 2010 regeerden. Dat deed het met winnaars VVD en PVV, al zou die laatste 'partij' slechts gedogen. Daarmee trad een tijdperk-Rutte aan. Het rechtse kabinet sneuvelde al binnen twee jaar, waarna nieuwe verkiezingen tot nieuwe verhoudingen leidden. Rutte won die verkiezingen en zou dat met zijn partij ook in 2017 en 2021 doen.

Na tien jaar instabiliteit was er in 2012 behoefte aan een kabinet dat de gehele periode kan uitzitten. De economische crisis (vanaf 2008) maakte dat extra wenselijk. De verkiezingsuitslag leverde twee grote winnaars op: VVD en PvdA. Hoewel die twee partijen elkaar in de campagne fel bestreden hadden, vormden zij een kabinet (Rutte II). Na het forse verlies van de PvdA in 2017 kwam er een vier partijenkabinet (Rutte III). Die coalitie, werd na de verkiezingen van 2021 en een zeer lange formatie, in 2022 voortgezet als kabinet-Rutte IV.

Complicatie was steeds meer dat kabinetten niet over een meerderheid in de Eerste Kamer beschikten. Spoedig bleek dat, om ook daar van een meerderheid verzekerd te zijn, afspraken met oppositiepartijen konden worden gemaakt. Die werkwijze vond tijdens alle kabinetten-Rutte plaats.


1.

Kabinetten

Kabinet-Rutte II (2012-2017)

Dit kabinet werd door VVD i en PvdA i gevormd na de Tweede Kamerverkiezingen van 12 september 2012 i. VVD-leider Mark Rutte i werd voor de tweede keer premier. Onder leiding van informateurs Wouter Bos i en Henk Kamp i wisten de coalitiepartijen hun grote onderlinge verschillen te overbruggen. De formatie van het kabinet-Rutte II was één van de snelste kabinetsformaties i ooit.

Kabinet-Rutte III (2017-2022)

Dit kabinet van VVD i, D66 i, CDA i en ChristenUnie i kwam na de tot dan langste formatie sinds 1945 tot stand. Zeven maanden na de verkiezingen van 15 maart 2017 i stond er een opvolger van het kabinet-Rutte II i op het bordes. Voor premier Mark Rutte i was het de derde keer dat hij een kabinet leidt. Het kabinet bood op 15 januari 2021 ontslag aan, vanwege de harde conclusies van het parlementair onderzoek kinderopvangtoeslag i. Hiermee werd het kabinet, en de leden hiervan, demissionair. Deze demissionaire periode zou 360 dagen duren, een record.

Kabinet-Rutte IV (2022-2024)

Dit kabinet van VVD i, D66 i, CDA i en ChristenUnie i kwam na de langste formatie sinds de Tweede Wereldoorlog tot stand. Negen maanden na de verkiezingen van 17 maart 2021 i en bijna een jaar na de ontslagneming van het kabinet-Rutte III i stond er een nieuw kabinet op het bordes. Premier Mark Rutte i leidde voor de vierde keer een kabinet.

2.

Crisis

2021: Kinderopvangtoeslagaffaire i

2023: crisis rond migratie i

3.

Verkiezingen

  • 2010 i
  • 2012

    Op 12 september 2012 waren er vervroegde Tweede Kamerverkiezingen i. Deze waren nodig na de val van het kabinet-Rutte i op 23 april 2012. De VVD won tien zetels en werd de grootste. De PvdA, met Diederik Samsom i als lijsttrekker, won eveneens. Er was opnieuw verlies voor het CDA en ook de PVV ging flink achteruit. Verliezer was verder GroenLinks. Een nieuwkomer was 50PLUS met twee zetels.

  • 2017

    Op 15 maart 2017 waren er Tweede Kamerverkiezingen i. Het ging om een reguliere verkiezing na afloop van de volledige kabinetsperiode, maar er lagen ook drie grondwetsvoorstellen voor die in eerste lezing waren aanvaard door beide Kamers. Winnaars waren GroenLinks, D66, PVV en CDA, terwijl de twee regeringspartijen verloren. Voor de PvdA was dat verlies zelfs 29 zetels. De VVD bleef wel de grootste. Nieuw in de Kamer waren DENK en Forum voor Democratie.

  • 2021

    Op 17 maart 2021 waren er Tweede Kamerverkiezingen i. Het ging om een reguliere verkiezing, maar er lagen ook zeven Grondwetsvoorstellen voor die in eerste lezing door beide Kamers waren aanvaard. De VVD werd de grootste partij. Winst was er vooral voor D66 en FVD. Verder waren er maar liefst vier nieuwkomers die zetels behaalden: Volt, JA21, BBB en BIJ1. Verlies was er voor GroenLinks, SP en CDA. Opvallend was dat de PvdA zich niet herstelde en dat de vier regeringspartijen hun meerderheid behielden.

 

Meer over