Besluit 2020/1831 - Standpunt dat namens de EU moet worden vastgesteld in de Gezamenlijke Raad die is ingesteld bij de Economische partnerschapsovereenkomst met de SADC-EPO-staten met betrekking tot de aanpassing van bepaalde referentiehoeveelheden in bijlage IV bij die overeenkomst

1.

Wettekst

4.12.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 409/36

 

BESLUIT (EU) 2020/1831 VAN DE RAAD

van 30 november 2020

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden vastgesteld in de Gezamenlijke Raad die is ingesteld bij de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds, met betrekking tot de aanpassing van bepaalde referentiehoeveelheden in bijlage IV bij die overeenkomst

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

De Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds (1) (“de overeenkomst”), is op 10 juni 2016 door de Europese Unie en haar lidstaten ondertekend.

 

(2)

In afwachting van de inwerkingtreding wordt de overeenkomst sinds 10 oktober 2016 voorlopig toegepast tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Botswana, het Koninkrijk Lesotho, de Republiek Namibië, de Republiek Zuid-Afrika en het voormalige Koninkrijk Swaziland, thans het Koninkrijk Eswatini, anderzijds, en sinds 4 februari 2018 tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Mozambique, anderzijds.

 

(3)

Krachtens artikel 102, lid 1, van de overeenkomst heeft de Gezamenlijke Raad SADC-EPO-staten — EU (“Gezamenlijke Raad”) beslissingsbevoegdheid ten aanzien van alle onder de overeenkomst vallende aangelegenheden.

 

(4)

Artikel 35 van de overeenkomst voorziet in de mogelijkheid dat de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie (SACU) een vrijwaringsmaatregel in de vorm van een invoerrecht toepast indien, gedurende een periode van twaalf maanden, het invoervolume naar de SACU van een in bijlage IV bij de overeenkomst vermeld landbouwproduct van oorsprong uit de Unie de in die bijlage vermelde referentiehoeveelheid voor dit product overschrijdt.

 

(5)

In voetnoot 1 van bijlage IV bij de overeenkomst is bepaald dat bepaalde referentiehoeveelheden van de tariefposten die met een asterisk zijn aangeduid, proportioneel worden aangepast ingeval de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst na 2015 valt.

 

(6)

Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden vastgesteld in de Gezamenlijke Raad, aangezien het besluit van de Gezamenlijke Raad met betrekking tot de aanpassing van bepaalde referentiehoeveelheden in bijlage IV bij die overeenkomst bindend is voor de Unie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden vastgesteld in de Gezamenlijke Raad SADC-EPO-staten — EU (“Gezamenlijke Raad”) die is ingesteld bij de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds (“de overeenkomst”), met betrekking tot de aanpassing, voor de toepassing van artikel 35 van de overeenkomst, van bepaalde referentiehoeveelheden van de producten in bijlage IV bij de overeenkomst die met een asterisk zijn aangeduid, is gebaseerd op het overeenkomstige ontwerpbesluit van de Gezamenlijke Raad (2).

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 30 november 2020.

Voor de Raad

De voorzitter

  • M. 
    ROTH
 

  • (2) 
    Zie document ST 12376/20 op http://register.consilium.europa.eu
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.