Uitvoeringsverordening 2019/1026 - Technische regelingen voor de ontwikkeling, het onderhoud en het gebruik van elektronische systemen voor de uitwisseling van informatie en voor de opslag van dergelijke informatie overeenkomstig het douanewetboek van de Unie

1.

Wettekst

24.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 167/3

 

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1026 VAN DE COMMISSIE

van 21 juni 2019

betreffende technische regelingen voor de ontwikkeling, het onderhoud en het gebruik van elektronische systemen voor de uitwisseling van informatie en voor de opslag van dergelijke informatie overeenkomstig het douanewetboek van de Unie

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 8, lid 1, onder b), en artikel 17,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 (hierna "het wetboek" genoemd) moeten alle uitwisselingen van informatie, zoals aangiften, aanvragen of beschikkingen tussen douaneautoriteiten onderling en tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten, alsmede de door de douanewetgeving vereiste opslag van die informatie, met behulp van elektronische gegevensverwerkingstechnieken geschieden.

 

(2)

Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 van de Commissie (2) is het werkprogramma vastgesteld voor de implementatie van de voor de toepassing van het wetboek vereiste elektronische systemen, die worden ontwikkeld in het kader van de projecten die in deel II van de bijlage bij dat besluit zijn vermeld.

 

(3)

Er moeten belangrijke technische regelingen voor de werking van de elektronische systemen worden gespecificeerd, zoals regelingen voor het ontwikkelen, het testen en de uitrol, en voor het onderhoud en de wijzigingen die in de elektronische systemen moeten worden ingevoerd. Daarnaast moeten er nadere regelingen worden gespecificeerd met betrekking tot de bescherming van gegevens, het bijwerken van gegevens, het beperken van de gegevensverwerking en de eigendom en veiligheid van systemen.

 

(4)

Om de rechten en belangen van de Unie, de lidstaten en de marktdeelnemers veilig te stellen, is het van belang om procedureregels vast te leggen en voor alternatieve oplossingen te zorgen wanneer er sprake is van een tijdelijke storing van de elektronische systemen.

 

(5)

Het systeem Douanebeschikkingen, dat in het kader van het in Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 genoemde project DWU-systeem Douanebeschikkingen is ontwikkeld, strekt tot harmonisering van het aanvraag-, besluitvormings- en beheerproces voor douanebeschikkingen in de gehele Unie door alleen elektronische gegevensverwerkingstechnieken te gebruiken. Er moeten daarom regels worden vastgelegd voor het beheer van dat elektronische systeem. De reikwijdte van het systeem moet worden bepaald op basis van de via dit systeem aangevraagde, afgegeven en beheerde douanebeschikkingen. Er moeten nadere bepalingen worden vastgesteld voor de gemeenschappelijke componenten (een EU-portaal voor ondernemers, een centraal systeem voor het beheer van douanebeschikkingen en een klantenreferentiesysteem) en de nationale componenten (een nationaal portaal voor ondernemers en een nationaal klantenreferentiesysteem) van het systeem door de functies en interconnecties van de componenten te specificeren.

 

(6)

Verder moeten er regels worden vastgelegd ten aanzien van de gegevens met betrekking tot vergunningen die reeds in de bestaande elektronische systemen zijn opgeslagen, zoals in het systeem voor lijndiensten en in nationale systemen, en die naar het systeem Douanebeschikkingen moeten worden gemigreerd.

 

(7)

Het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen, dat in het kader van het in Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 genoemde project Directe toegang voor ondernemers tot de Europese informatiesystemen (uniform gebruikersbeheer & digitale handtekening) wordt ontwikkeld, is gericht op het beheer van het authenticatie- en toegangsverificatieproces voor marktdeelnemers en andere gebruikers. Er moeten nadere bepalingen ten aanzien van de reikwijdte en de kenmerken van het systeem worden vastgelegd, waarin de verschillende (gemeenschappelijke en nationale) componenten van het systeem, en de functies en interconnecties van deze componenten, worden gedefinieerd. De functionaliteit "digitale handtekening" is in het kader van het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen echter nog niet beschikbaar. Daarom kunnen er in de onderhavige verordening geen nadere bepalingen met betrekking tot deze functionaliteit worden vastgesteld.

 

(8)

Het Europese systeem betreffende bindende tariefinlichtingen (EBTI) dat in het kader van het in Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 genoemde project DWU Bindende tariefinlichtingen (BTI) een upgrade heeft gekregen, moet resulteren in een aanpassing van het aanvraag-, besluitvormings- en beheerproces voor BTI-beschikkingen aan de eisen van het douanewetboek door alleen elektronische gegevensverwerkende technieken te gebruiken. Er moeten daarom regels worden vastgelegd voor het beheer van dat systeem. Er moeten nadere bepalingen worden vastgesteld voor de gemeenschappelijke componenten (een EU-portaal voor ondernemers, een centraal EBTI-systeem en monitoring van het gebruik van BTI) en de nationale componenten (een nationaal portaal voor ondernemers en een nationaal BTI-systeem) van het systeem door de functies en interconnecties te specificeren. Het project heeft bovendien tot doel het toezicht op het verplichte gebruik van BTI en de monitoring en het beheer van verlengd BTI-gebruik te vergemakkelijken.

 

(9)

Het EORI-systeem (registratie en identificatie van marktdeelnemers), dat in het kader van het in Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 genoemde project DWU Systeem voor de registratie en identificatie van marktdeelnemers (EORI 2) een upgrade heeft gekregen, moet resulteren in een upgrade van het bestaande trans-Europese EORI-systeem voor de registratie en identificatie van marktdeelnemers van de Unie en marktdeelnemers uit derde landen en van andere personen met het oog op de toepassing van de douanewetgeving van de unie. Er moeten daarom regels worden vastgelegd voor het beheer van het systeem door de componenten (centraal EORI-systeem en nationale EORI-systemen) en het gebruik van het EORI-systeem te specificeren.

 

(10)

Het AEO-systeem (geautoriseerde marktdeelnemers), dat door middel van het in Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 genoemde DWU-project inzake geautoriseerde marktdeelnemers een upgrade heeft gekregen, strekt ertoe de bedrijfsprocessen met betrekking tot AEO-aanvragen en -vergunningen en het beheer ervan te verbeteren. Met het systeem wordt verder beoogd het elektronische formulier voor AEO-aanvragen en -beschikkingen te implementeren en marktdeelnemers toegang te geven tot een op EU-niveau geharmoniseerde interface (e-AEO Direct Trader Access) om AEO-aanvragen in te dienen en AEO-beschikkingen te ontvangen langs elektronische weg. Er moeten nadere bepalingen worden vastgesteld voor de gemeenschappelijke componenten van het systeem.

 

(11)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2089 van de Commissie (3) zijn technische regelingen vastgesteld voor de ontwikkeling, het onderhoud en het gebruik van elektronische systemen voor de uitwisseling van informatie en voor de opslag van dergelijke informatie overeenkomstig het douanewetboek. Deze verordening heeft momenteel betrekking op de douanebeschikkingen en de systemen voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen, die in oktober 2017 operationeel zijn geworden. Binnenkort zullen drie andere systemen (EBTI, EORI en AEO) operationeel worden, en daarom moeten ook voor die systemen technische regelingen worden gespecificeerd. Gezien het aantal wijzigingen dat in Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2089 zou moeten worden aangebracht, en omwille van de duidelijkheid moet deze verordening ingetrokken en vervangen worden.

 

(12)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en de beginselen die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name het recht op bescherming van persoonsgegevens. Voor zover het voor de toepassing van de douanewetgeving van de Unie noodzakelijk is om persoonsgegevens in de elektronische systemen te verwerken, moeten deze gegevens worden verwerkt overeenkomstig Verordeningen (EU) 2016/679 (4) en (EU) 2018/1725 (5) van het Europees Parlement en de Raad. De door de elektronische systemen verwerkte persoonsgegevens van marktdeelnemers en andere personen zijn begrensd door de gegevensset die in bijlage A, titel 1, hoofdstuk 1, groep 3 — Partijen, in bijlage A, titel 1, hoofdstuk 2, groep 3 — Partijen, en in bijlage 12-01 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie (6) is gedefinieerd.

 

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op de volgende elektronische systemen, die in het kader van de volgende in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 genoemde projecten zijn ontwikkeld of geüpgraded:

 

a)

het systeem Douanebeschikkingen, dat in het kader van het project DWU Douanebeschikkingen is ontwikkeld;

 

b)

het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen (UUM&DS), dat in het kader van het project Directe toegang voor ondernemers tot de Europese informatiesystemen (uniform gebruikersbeheer & digitale handtekening) is ontwikkeld;

 

c)

het Europese systeem betreffende bindende tariefinlichtingen (EBTI) dat in het kader van het project DWU Bindende tariefinlichtingen (BTI) is geüpgraded;

 

d)

het EORI-systeem (registratie en identificatie van marktdeelnemers), dat overeenkomstig de voorschriften van het wetboek in het kader van het EORI 2 is geüpgraded;

 

e)

het AEO-systeem (geautoriseerde marktdeelnemers), dat overeenkomstig de voorschriften van het wetboek in het kader van het AEO-project (geautoriseerde marktdeelnemers) is geüpgraded.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1. 
    "gemeenschappelijke component": een op Unieniveau ontwikkelde component van de elektronische systemen, die beschikbaar is voor alle lidstaten;
  • 2. 
    "nationale component": een op nationaal niveau ontwikkelde component van de elektronische systemen, die beschikbaar is in de lidstaat die deze heeft ontwikkeld.

Artikel 3

Contactpunten voor de elektronische systemen

De Commissie en de lidstaten wijzen contactpunten aan voor elk van de elektronische systemen ten behoeve van de uitwisseling van informatie, teneinde te waarborgen dat de ontwikkeling, de werking en het onderhoud van deze elektronische systemen op een gecoördineerde wijze plaatsvindt.

Zij delen elkaar de gegevens van deze contactpunten mee en informeren elkaar onverwijld over eventuele wijzigingen in deze gegevens.

HOOFDSTUK II

SYSTEEM DOUANEBESCHIKKINGEN

Artikel 4

Doel en structuur van het systeem Douanebeschikkingen

  • 1. 
    Het systeem Douanebeschikkingen maakt het mogelijk dat de Commissie, de lidstaten, de marktdeelnemers en andere personen met elkaar communiceren teneinde de in artikel 5, lid 1, bedoelde aanvragen en beschikkingen te verstrekken en te verwerken en de beschikkingen betreffende de vergunningen, te weten wijzigingen, intrekkingen, nietigverklaringen en schorsingen, te beheren.
  • 2. 
    Het systeem Douanebeschikkingen bestaat uit de volgende gemeenschappelijke componenten:
 

a)

een EU-portaal voor ondernemers;

 

b)

een centraal systeem voor het beheer van douanebeschikkingen;

 

c)

een klantenreferentiesysteem.

  • 3. 
    De lidstaten kunnen de volgende nationale componenten ontwikkelen:
 

a)

een nationaal portaal voor ondernemers;

 

b)

een nationaal systeem voor het beheer van douanebeschikkingen.

Artikel 5

Gebruik van het systeem Douanebeschikkingen

  • 1. 
    Het systeem Douanebeschikkingen wordt gebruikt voor het indienen en verwerken van aanvragen voor de volgende vergunningen, en voor het beheer van beschikkingen betreffende de aanvragen of vergunningen:
 

a)

vergunningen voor de vereenvoudiging van de bepaling van bedragen die deel uitmaken van de douanewaarde van de goederen, zoals bedoeld in artikel 73 van het wetboek;

 

b)

vergunningen voor doorlopende zekerheidstelling, inclusief eventuele verlaging of ontheffing, zoals bedoeld in artikel 95 van het wetboek;

 

c)

vergunningen voor uitstel van betaling van de verschuldigde rechten zolang de toestemming niet voor één transactie wordt gegeven, zoals bedoeld in artikel 110 van het wetboek;

 

d)

vergunningen voor het beheer van opslagruimten voor tijdelijke opslag, zoals bedoeld in artikel 148 van het wetboek;

 

e)

vergunningen voor het onderhouden van een lijndienst, zoals bedoeld in artikel 120 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446;

 

f)

vergunningen voor de status van toegelaten afgever, zoals bedoeld in artikel 128 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446;

 

g)

vergunningen voor het regelmatige gebruik van de vereenvoudigde aangifte, zoals bedoeld in artikel 166, lid 2, van het wetboek;

 

h)

vergunningen voor gecentraliseerde vrijmaking, zoals bedoeld in artikel 179 van het wetboek;

 

i)

vergunningen voor het indienen van een douaneaangifte door inschrijving in de administratie van de aangever, daaronder begrepen voor de regeling uitvoer, zoals bedoeld in artikel 182 van het wetboek;

 

j)

vergunningen voor beoordeling door de marktdeelnemer zelf, zoals bedoeld in artikel 185 van het wetboek;

 

k)

vergunningen voor de status van erkende weger van bananen, zoals bedoeld in artikel 155 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446;

 

l)

vergunningen voor het gebruik van de regeling actieve veredeling, zoals bedoeld in artikel 211, lid 1, onder a), van het wetboek;

 

m)

vergunningen voor het gebruik van de regeling passieve veredeling, zoals bedoeld in artikel 211, lid 1, onder a), van het wetboek;

 

n)

vergunningen voor het gebruik van de regeling bijzondere bestemming, zoals bedoeld in artikel 211, lid 1, onder a), van het wetboek;

 

o)

vergunningen voor het gebruik van de regeling tijdelijke invoer, zoals bedoeld in artikel 211, lid 1, onder a), van het wetboek;

 

p)

vergunningen voor het beheer van een opslagruimte voor opslag in een douane-entrepot, zoals bedoeld in artikel 211, lid 1, onder b), van het wetboek;

 

q)

vergunningen voor de status van toegelaten geadresseerde voor een TIR-operatie, zoals bedoeld in artikel 230 van het wetboek;

 

r)

vergunningen voor de status van toegelaten afzender Uniedouanevervoer, zoals bedoeld in artikel 233, lid 4, onder a), van het wetboek;

 

s)

vergunningen voor de status van toegelaten geadresseerde Uniedouanevervoer, zoals bedoeld in artikel 233, lid 4, onder b), van het wetboek;

 

t)

vergunningen voor het gebruik van een verzegeling van een bijzonder model, zoals bedoeld in artikel 233, lid 4, onder c), van het wetboek;

 

u)

vergunningen voor het gebruik van een aangifte douanevervoer met een beperkte gegevensset, zoals bedoeld in artikel 233, lid 4, onder d), van het wetboek;

 

v)

vergunningen voor het gebruik van een elektronisch vervoersdocument als douaneaangifte, zoals bedoeld in artikel 233, lid 4, onder e), van het wetboek.

  • 2. 
    De gemeenschappelijke componenten van het systeem Douanebeschikkingen worden gebruikt voor de in lid 1 bedoelde aanvragen en vergunningen, en voor het beheer van beschikkingen betreffende deze aanvragen en vergunningen, wanneer deze vergunningen of beschikkingen in meer dan één lidstaat van invloed zijn.
  • 3. 
    Een lidstaat kan besluiten dat de gemeenschappelijke componenten van het systeem Douanebeschikkingen kunnen worden gebruikt voor de in lid 1 bedoelde aanvragen en vergunningen, en voor het beheer van beschikkingen betreffende deze aanvragen en vergunningen, wanneer deze vergunningen of beschikkingen alleen in die lidstaat van invloed zijn.
  • 4. 
    Het systeem Douanebeschikkingen mag niet worden gebruikt voor andere dan de in lid 1 bedoelde aanvragen, vergunningen of beschikkingen.

Artikel 6

Authenticatie en toegang tot het systeem Douanebeschikkingen

  • 1. 
    De authenticatie en toegangsverificatie van marktdeelnemers en andere personen met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het systeem Douanebeschikkingen vindt plaats door middel van het in artikel 14 bedoelde systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen (UUM&DS).

Om douanevertegenwoordigers te authenticeren en toegang te geven tot de gemeenschappelijke componenten van het systeem Douanebeschikkingen, moet hun vertegenwoordigingsbevoegdheid in het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen worden geregistreerd of in een identiteits- en toegangsbeheersysteem dat overeenkomstig artikel 18 door een lidstaat is opgezet.

  • 2. 
    De authenticatie en toegangsverificatie van ambtenaren van de lidstaten met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het systeem Douanebeschikkingen vindt plaats door middel van de netwerkdiensten die de Commissie beschikbaar stelt.
  • 3. 
    De authenticatie en toegangsverificatie van het personeel van de Commissie met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het systeem Douanebeschikkingen vindt plaats door middel van het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen of door middel van de netwerkdiensten die de Commissie beschikbaar stelt.

Artikel 7

EU-portaal voor ondernemers

  • 1. 
    Het EU-portaal voor ondernemers is een toegangspoort tot het systeem Douanebeschikkingen voor marktdeelnemers en andere personen.
  • 2. 
    Het EU-portaal voor ondernemers communiceert met het centrale systeem en vice versa voor het beheer van douanebeschikkingen en met de nationale systemen voor het beheer van douanebeschikkingen, voor zover deze door de lidstaten zijn ontwikkeld.
  • 3. 
    Het EU-portaal voor ondernemers wordt gebruikt voor de in artikel 5, lid 1, bedoelde aanvragen en vergunningen, en voor het beheer van beschikkingen betreffende deze aanvragen en vergunningen, wanneer deze vergunningen of beschikkingen in meer dan één lidstaat van invloed zijn.
  • 4. 
    Een lidstaat kan besluiten dat het EU-portaal voor ondernemers kan worden gebruikt voor de in artikel 5, lid 1, bedoelde aanvragen en vergunningen, en voor het beheer van beschikkingen betreffende deze aanvragen en vergunningen, wanneer deze vergunningen of beschikkingen alleen in die lidstaat van invloed zijn.

Wanneer een lidstaat een besluit neemt om het EU-portaal voor ondernemers te gebruiken voor vergunningen of beschikkingen die alleen in die lidstaat van invloed zijn, stelt hij de Commissie daarvan in kennis.

Artikel 8

Centraal systeem voor het beheer van douanebeschikkingen

  • 1. 
    Het centrale systeem voor het beheer van douanebeschikkingen wordt gebruikt door de douaneautoriteiten om de in artikel 5, lid 1, bedoelde aanvragen en vergunningen te verwerken en beschikkingen betreffende deze aanvragen en vergunningen te beheren, zodat kan worden nagegaan of aan de voorwaarden voor het aanvaarden van de aanvragen en voor het vaststellen van de beschikkingen is voldaan.
  • 2. 
    Het centrale systeem voor het beheer van douanebeschikkingen communiceert met het EU-portaal voor ondernemers, het klantenreferentiesysteem en nationale systemen voor het beheer van douanebeschikkingen en vice versa, voor zover deze door de lidstaten zijn ontwikkeld.

Artikel 9

Raadpleging tussen de douaneautoriteiten die het systeem Douanebeschikkingen gebruiken

Een douaneautoriteit van een lidstaat gebruikt het centrale systeem voor het beheer van douanebeschikkingen wanneer zij een andere lidstaat moet raadplegen voordat een besluit over de in artikel 5, lid 1, bedoelde aanvragen of vergunningen wordt genomen.

Artikel 10

Klantenreferentiesysteem

Het klantenreferentiesysteem wordt gebruikt voor de centrale opslag van gegevens met betrekking tot de in artikel 5, lid 1, bedoelde vergunningen, en voor beschikkingen betreffende deze vergunningen, en maakt de raadpleging, replicatie en validatie van deze vergunningen mogelijk via andere elektronische systemen die voor de toepassing van artikel 16 van het wetboek zijn opgezet.

Artikel 11

Nationaal portaal voor ondernemers

  • 1. 
    Het nationale portaal voor ondernemers, voor zover dit is ontwikkeld, is een extra toegangspoort tot het systeem Douanebeschikkingen voor marktdeelnemers en andere personen.
  • 2. 
    Wat betreft de in artikel 5, lid 1, bedoelde aanvragen en vergunningen en voor het beheer van beschikkingen betreffende deze aanvragen en vergunningen, wanneer deze vergunningen of beschikkingen in meer dan één lidstaat van invloed zijn, kunnen marktdeelnemers en andere personen kiezen of zij gebruikmaken van het nationale portaal voor ondernemers, voor zover dit is ontwikkeld, of het EU-portaal voor ondernemers.
  • 3. 
    Het nationale portaal voor ondernemers communiceert met het nationale systeem voor het beheer van douanebeschikkingen en vice versa, voor zover dit is ontwikkeld.
  • 4. 
    Wanneer een lidstaat een nationaal portaal voor ondernemers ontwikkelt, stelt hij de Commissie daarvan in kennis.

Artikel 12

Nationaal systeem voor het beheer van douanebeschikkingen

  • 1. 
    Een nationaal systeem voor het beheer van douanebeschikkingen, voor zover dit is ontwikkeld, wordt door de douaneautoriteit van de lidstaat die dit heeft ontwikkeld, gebruikt om de in artikel 5, lid 1, bedoelde aanvragen en beschikkingen te verwerken en beschikkingen betreffende deze aanvragen en vergunningen te beheren, zodat kan worden nagegaan of aan de voorwaarden voor het aanvaarden van een aanvraag en voor het vaststellen van een beschikking is voldaan.
  • 2. 
    Het nationale systeem voor het beheer van douanebeschikkingen communiceert met het centrale systeem voor het beheer van douanebeschikkingen en vice versa met het oog op de raadpleging tussen de douaneautoriteiten zoals bedoeld in artikel 9.

Artikel 13

Migratie van gegevens betreffende vergunningen naar het systeem Douanebeschikkingen

  • 1. 
    De gegevens met betrekking tot de in artikel 5, lid 1, bedoelde vergunningen worden, voor zover deze vergunningen in de periode vanaf 1 mei 2016 zijn afgegeven of overeenkomstig artikel 346 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (7) zijn toegekend, en van invloed zijn op meer dan één lidstaat, naar het systeem Douanebeschikkingen gemigreerd en daarin opgeslagen wanneer deze vergunningen op de datum van migratie geldig zijn. De migratie geschiedt uiterlijk op 1 mei 2019.

Een lidstaat kan besluiten lid 1 ook toe te passen op in artikel 5, lid 1, bedoelde vergunningen die alleen in die lidstaat van invloed zijn.

  • 2. 
    De douaneautoriteiten zorgen ervoor dat de overeenkomstig lid 1 te migreren gegevens voldoen aan de gegevensvereisten die zijn vastgelegd in bijlage A bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 en bijlage A bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447. Daartoe kunnen zij de noodzakelijke gegevens bij de houder van de vergunning opvragen.

HOOFDSTUK III

SYSTEEM VOOR UNIFORM GEBRUIKERSBEHEER EN DIGITALE HANDTEKENINGEN

Artikel 14

Doel en structuur van het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen

  • 1. 
    Het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen maakt de communicatie mogelijk tussen de Commissie en de in artikel 18 bedoelde identiteits- en toegangsbeheersystemen van de lidstaten, om een veilige geautoriseerde toegang te realiseren voor het personeel van de Commissie, marktdeelnemers en andere personen.
  • 2. 
    Het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen bestaat uit de volgende gemeenschappelijke componenten:
 

a)

een toegangsbeheersysteem,

 

b)

een administratief beheersysteem.

  • 3. 
    Elke lidstaat ontwikkelt een identiteits- en toegangsbeheersysteem als nationale component van het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen.

Artikel 15

Gebruik van het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen

Het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen wordt gebruikt om te zorgen voor de authenticatie en toegangsverificatie van:

 

a)

marktdeelnemers en andere personen met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het systeem Douanebeschikkingen, het EBTI-systeem en het AEO-systeem;

 

b)

het personeel van de Commissie met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het systeem Douanebeschikkingen, het EBTI-systeem en het AEO-systeem en voor het onderhoud en beheer van het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen.

Artikel 16

Toegangsbeheersysteem

De Commissie zet een toegangsbeheersysteem op om de verzoeken om toegang van marktdeelnemers en andere personen in het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen, dat communiceert met de in artikel 18 bedoelde identiteits- en toegangsbeheersystemen van de lidstaten en vice versa, te valideren.

Artikel 17

Administratief beheersysteem

De Commissie zet een administratief beheersysteem op, waarin met het oog op de verlening van toegang tot de elektronische systemen, de authenticatie- en autorisatieregels voor het valideren van de identificatiegegevens van marktdeelnemers en andere personen worden beheerd.

Artikel 18

Identiteits- en toegangsbeheersystemen van de lidstaten

De lidstaten zetten een identiteits- en toegangsbeheersysteem op om te zorgen voor:

 

a)

een veilige registratie en opslag van identificatiegegevens van marktdeelnemers en andere personen;

 

b)

een veilige uitwisseling van ondertekende en versleutelde identificatiegegevens van marktdeelnemers en andere personen.

HOOFDSTUK IV

EUROPEES INFORMATIESYSTEEM BETREFFENDE BINDENDE TARIEFINLICHTINGEN

Artikel 19

Doel en structuur van het EBTI-systeem

  • 1. 
    Het EBTI-systeem moet overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van het wetboek het volgende mogelijk maken:
 

a)

de communicatie tussen de Commissie, de lidstaten, de marktdeelnemers en andere personen om BTI-aanvragen en BTI-beschikkingen te verstrekken en te verwerken;

 

b)

het beheer van elke daaropvolgende gebeurtenis die invloed kan hebben op de oorspronkelijke aanvraag of beschikking;

 

c)

de monitoring van het verplichte gebruik van BTI-beschikkingen;

 

d)

de monitoring en het beheer van het verlengde gebruik van BTI-beschikkingen.

  • 2. 
    Het EBTI-systeem bestaat uit de volgende gemeenschappelijke componenten:
 

a)

een EU-portaal voor ondernemers;

 

b)

een centraal EBTI-systeem;

 

c)

de mogelijkheid om toezicht te houden op het gebruik van BTI-beschikkingen.

  • 3. 
    De lidstaten kunnen als een nationale component een nationaal informatiesysteem betreffende tariefinlichtingen ("nationaal BTI-systeem"), samen met een nationaal portaal voor ondernemers, ontwikkelen.

Artikel 20

Gebruik van het EBTI-systeem

  • 1. 
    Het EBTI-systeem wordt overeenkomstig artikel 21, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 gebruikt voor de indiening, verwerking, uitwisseling en opslag van informatie in het kader van aanvragen en beschikkingen betreffende BTI en elke daaropvolgende gebeurtenis die invloed kan hebben op de oorspronkelijke aanvraag of beschikking.
  • 2. 
    Het EBTI-systeem wordt overeenkomstig artikel 21, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 gebruikt om de douaneautoriteiten bij het toezicht op de naleving van de verplichtingen als gevolg van de BTI te ondersteunen.
  • 3. 
    Het EBTI-systeem wordt door de Commissie gebruikt om de lidstaten overeenkomstig artikel 22, lid 2, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 te informeren zodra de hoeveelheden van de goederen die gedurende een periode van verlengd gebruik kunnen worden ingeklaard, zijn bereikt.

Artikel 21

Authenticatie en toegang tot het EBTI-systeem

  • 1. 
    De authenticatie en toegangsverificatie van marktdeelnemers en andere personen met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het EBTI-systeem vindt plaats door middel van het in artikel 14 bedoelde systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen.

Om douanevertegenwoordigers te authenticeren en toegang te geven tot de gemeenschappelijke componenten van het EBTI-systeem, moet hun vertegenwoordigingsbevoegdheid in het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen worden geregistreerd of in een identiteits- en toegangsbeheersysteem dat overeenkomstig artikel 18 door een lidstaat is opgezet.

  • 2. 
    De authenticatie en toegangsverificatie van ambtenaren van de lidstaten met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het EBTI-systeem vindt plaats door middel van de netwerkdiensten die de Commissie beschikbaar stelt.
  • 3. 
    De authenticatie en toegangsverificatie van het personeel van de Commissie met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het EBTI-systeem vindt plaats door middel van het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen of door middel van de netwerkdiensten die de Commissie beschikbaar stelt.

Artikel 22

EU-portaal voor ondernemers

  • 1. 
    Het EU-portaal voor ondernemers is een toegangspoort tot het EBTI-systeem voor marktdeelnemers en andere personen.
  • 2. 
    Het EU-portaal voor ondernemers communiceert met het centrale EBTI-systeem en vice versa en verwijst door naar nationale portalen voor ondernemers voor zover lidstaten nationale BTI-systemen hebben ontwikkeld.
  • 3. 
    Het EU-portaal voor ondernemers wordt gebruikt voor de indiening en uitwisseling van informatie in het kader van aanvragen en beschikkingen betreffende BTI en elke daaropvolgende gebeurtenis die invloed kan hebben op de oorspronkelijke aanvraag of beschikking.

Artikel 23

Centraal EBTI-systeem

  • 1. 
    Het centrale EBTI-systeem wordt door de douaneautoriteiten gebruikt voor de verwerking, uitwisseling en opslag van informatie in het kader van aanvragen en beschikkingen betreffende BTI en elke daaropvolgende gebeurtenis die invloed kan hebben op de oorspronkelijke aanvraag of beschikking, zodat kan worden nagegaan of aan de voorwaarden voor het aanvaarden van een aanvraag en voor het vaststellen van een beschikking is voldaan.
  • 2. 
    Het centrale EBTI-systeem wordt door de douaneautoriteiten gebruikt voor de toepassing van artikel 16, lid 4, artikel 17, artikel 21, lid 2, onder b), en artikel 21, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.
  • 3. 
    Het centrale EBTI-systeem communiceert met het EU-portaal voor ondernemers en met de nationale BTI-systemen en vice versa, voor zover deze zijn ontwikkeld.

Artikel 24

Raadpleging tussen de douaneautoriteiten die het centrale EBTI-systeem gebruiken

Een douaneautoriteit van een lidstaat gebruikt het centrale EBTI-systeem om een douaneautoriteit van een andere lidstaat te raadplegen teneinde de naleving van artikel 16, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 te waarborgen.

Artikel 25

Toezicht op het gebruik van BTI-beschikkingen

De mogelijkheid om toezicht te houden op het gebruik van BTI-beschikkingen wordt gebruikt voor de toepassing van artikel 21, lid 3, en artikel 22, lid 2, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.

Artikel 26

Nationaal portaal voor ondernemers

  • 1. 
    Wanneer een lidstaat overeenkomstig artikel 19, lid 3, een nationaal BTI-systeem heeft ontwikkeld, is het nationale portaal voor ondernemers de belangrijkste toegangspoort tot het nationale BTI-systeem voor marktdeelnemers en andere personen.
  • 2. 
    Marktdeelnemers en andere personen gebruiken het nationale portaal voor ondernemers, voor zover dit is ontwikkeld, als het gaat om aanvragen en beschikkingen betreffende BTI en elke daaropvolgende gebeurtenis die invloed kan hebben op de oorspronkelijke aanvraag of beschikking.
  • 3. 
    Het nationale portaal voor ondernemers communiceert met het nationale BTI-systeem en vice versa, voor zover dit is ontwikkeld.
  • 4. 
    Het nationale portaal voor ondernemers vergemakkelijkt processen die gelijkwaardig zijn aan de processen die in het kader van het EU-portaal voor ondernemers zijn vergemakkelijkt.
  • 5. 
    Wanneer een lidstaat een nationaal portaal voor ondernemers ontwikkelt, stelt hij de Commissie daarvan in kennis. De Commissie waarborgt dat het nationaal portaal voor ondernemers vanaf het EU-portaal voor ondernemers rechtstreeks toegankelijk is.

Artikel 27

Nationaal BTI-systeem

  • 1. 
    Een nationaal BTI-systeem, voor zover ontwikkeld, wordt door de autoriteit van de lidstaat die het heeft ontwikkeld, gebruikt voor de verwerking, uitwisseling en opslag van informatie in het kader van aanvragen en beschikkingen betreffende BTI en elke daaropvolgende gebeurtenis die invloed kan hebben op de oorspronkelijke aanvraag of beschikking, zodat kan worden nagegaan of aan de voorwaarden voor het aanvaarden van een aanvraag of het vaststellen van een beschikking is voldaan.
  • 2. 
    De douaneautoriteit van een lidstaat gebruikt het nationale BTI-systeem voor de toepassing van artikel 16, lid 4, artikel 17, artikel 21, lid 2, onder b), en artikel 21, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, tenzij zij voor die doeleinden het centrale EBTI-systeem gebruikt.
  • 3. 
    Het nationale BTI-systeem communiceert met het nationale portaal voor ondernemers en met het centrale EBTI-systeem en vice versa.

HOOFDSTUK V

SYSTEEM VOOR DE REGISTRATIE EN IDENTIFICATIE VAN MARKTDEELNEMERS

Artikel 28

Doel en structuur van het EORI-systeem

Het EORI-systeem zorgt voor een eenduidige registratie en identificatie van marktdeelnemers en andere personen op Unieniveau.

Het EORI-systeem bestaat uit de volgende componenten:

 

a)

een centraal EORI-systeem;

 

b)

nationale EORI-systemen, voor zover deze door de lidstaten zijn ontwikkeld.

Artikel 29

Gebruik van het EORI-systeem

  • 1. 
    Het EORI-systeem wordt voor de volgende doeleinden gebruikt:
 

a)

het ontvangen van gegevens voor de registratie van marktdeelnemers en andere personen overeenkomstig bijlage 12-01 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 ("EORI-gegevens") die door de lidstaten zijn verstrekt;

 

b)

de centrale opslag van EORI-gegevens in het kader van de registratie en identificatie van marktdeelnemers en andere personen;

 

c)

het beschikbaar stellen van EORI-gegevens aan de lidstaten.

  • 2. 
    Het EORI-systeem biedt de douaneautoriteiten online toegang tot de EORI-gegevens die op centraal niveau zijn opgeslagen.
  • 3. 
    Het EORI-systeem communiceert met alle andere elektronische systemen waarbij het EORI-nummer wordt gebruikt en vice versa.

Artikel 30

Authenticatie en toegang tot het centrale EORI-systeem

  • 1. 
    De authenticatie en toegangsverificatie van ambtenaren van de lidstaten met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het EORI-systeem vindt plaats door middel van de netwerkdiensten die de Commissie beschikbaar stelt.
  • 2. 
    De authenticatie en toegangsverificatie van het personeel van de Commissie met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het EORI-systeem vindt plaats door middel van het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen of door middel van de netwerkdiensten die de Commissie beschikbaar stelt.

Artikel 31

Centraal EORI-systeem

  • 1. 
    Het centrale EORI-systeem wordt door de douaneautoriteiten gebruikt voor de toepassing van artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.
  • 2. 
    Het centrale EORI-systeem communiceert met de nationale EORI-systemen en vice versa, voor zover deze zijn ontwikkeld.

Artikel 32

Nationaal EORI-systeem

  • 1. 
    Een nationaal EORI-systeem, voor zover ontwikkeld, wordt door de douaneautoriteit van de lidstaat die het heeft ontwikkeld, gebruikt om EORI-gegevens uit te wisselen en op te slaan.
  • 2. 
    Een nationaal EORI-systeem communiceert met het centrale EORI-systeem en vice versa.

HOOFDSTUK VI

SYSTEEM VAN GEAUTORISEERDE MARKTDEELNEMER

Artikel 33

Doel en structuur van het AEO-systeem

  • 1. 
    Overeenkomstig artikel 30, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 maakt het AEO-systeem het mogelijk dat de Commissie, de lidstaten, de marktdeelnemers en andere personen met elkaar communiceren om AEO-aanvragen te verstrekken en te verwerken en AEO-vergunningen te verlenen, en eventuele verdere gebeurtenissen beheren die van invloed kunnen zijn op de oorspronkelijke beschikking.
  • 2. 
    Het AEO-systeem bestaat uit de volgende gemeenschappelijke componenten:
 

a)

een EU-portaal voor ondernemers;

 

b)

een centraal AEO-systeem.

  • 3. 
    De lidstaten kunnen de volgende nationale componenten ontwikkelen:
 

a)

een nationaal portaal voor ondernemers;

 

b)

een nationaal systeem van geautoriseerde marktdeelnemer ("nationaal AEO-systeem").

Artikel 34

Gebruik van het AEO-systeem

  • 1. 
    Het AEO-systeem wordt overeenkomstig artikel 30, lid 1, en artikel 31, leden 1 en 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 gebruikt voor de indiening, uitwisseling, verwerking en opslag van informatie in het kader van AEO-aanvragen en -beschikkingen en elke daaropvolgende gebeurtenis die invloed kan hebben op de oorspronkelijke beschikking.
  • 2. 
    De douaneautoriteiten gebruiken het AEO-systeem om hun verplichtingen op grond van artikel 31, leden 1 en 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 na te komen en de desbetreffende raadplegingen bij te houden.

Artikel 35

Authenticatie en toegang tot het centrale AEO-systeem

  • 1. 
    De authenticatie en toegangsverificatie van marktdeelnemers en andere personen met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het AEO-systeem vindt plaats door middel van het in artikel 14 bedoelde systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen.

Om douanevertegenwoordigers te authenticeren en toegang te geven tot de gemeenschappelijke componenten van het AEO-systeem, moet hun vertegenwoordigingsbevoegdheid in het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen worden geregistreerd of in een identiteits- en toegangsbeheersysteem dat overeenkomstig artikel 18 door een lidstaat is opgezet.

  • 2. 
    De authenticatie en toegangsverificatie van ambtenaren van de lidstaten met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het AEO-systeem vindt plaats door middel van de netwerkdiensten die de Commissie beschikbaar stelt.
  • 3. 
    De authenticatie en toegangsverificatie van het personeel van de Commissie met het oog op de toegang tot de gemeenschappelijke componenten van het AEO-systeem vindt plaats door middel van het systeem voor uniform gebruikersbeheer en digitale handtekeningen of door middel van de netwerkdiensten die de Commissie beschikbaar stelt.

Artikel 36

EU-portaal voor ondernemers

  • 1. 
    Het EU-portaal voor ondernemers is een toegangspoort tot het AEO-systeem voor marktdeelnemers en andere personen.
  • 2. 
    Het EU-portaal voor ondernemers communiceert met het centrale AEO-systeem en vice versa en verwijst door naar het nationale portaal voor ondernemers, voor zover dat is ontwikkeld.
  • 3. 
    Het EU-portaal voor ondernemers wordt gebruikt voor de indiening en uitwisseling van informatie in het kader van AEO-aanvragen en -beschikkingen en elke daaropvolgende gebeurtenis die invloed kan hebben op de oorspronkelijke beschikking.

Artikel 37

Centraal AEO-systeem

  • 1. 
    Het centrale AEO-systeem wordt door de douaneautoriteiten gebruikt voor de uitwisseling en opslag van informatie in het kader van AEO-aanvragen en -beschikkingen en elke daaropvolgende gebeurtenis die invloed kan hebben op de oorspronkelijke beschikking.
  • 2. 
    De douaneautoriteiten gebruiken het centrale AEO-systeem voor de toepassing van de artikelen 30 en 31 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.
  • 3. 
    Het centrale AEO-systeem communiceert met het EU-portaal voor ondernemers en met de nationale AEO-systemen en vice versa, voor zover deze zijn ontwikkeld.

Artikel 38

Nationaal portaal voor ondernemers

  • 1. 
    Het nationale portaal voor ondernemers, voor zover ontwikkeld, maakt de uitwisseling van informatie in het kader van AEO-aanvragen en -beschikkingen mogelijk.
  • 2. 
    Marktdeelnemers gebruiken het nationale portaal voor ondernemers, voor zover het is ontwikkeld, om informatie met de douaneautoriteiten over AEO-aanvragen en -beschikkingen uit te wisselen.
  • 3. 
    Het nationale portaal voor ondernemers communiceert met het nationale AEO-systeem en vice versa.

Artikel 39

Nationaal AEO-systeem

  • 1. 
    Een nationaal AEO-systeem, voor zover ontwikkeld, wordt door de douaneautoriteit van de lidstaat die het heeft ontwikkeld, gebruikt voor de uitwisseling en opslag van informatie in het kader van AEO-aanvragen en -beschikkingen en elke daaropvolgende gebeurtenis die invloed kan hebben op de oorspronkelijke beschikking.
  • 2. 
    Het nationale AEO-systeem communiceert met het nationale portaal voor ondernemers, voor zover ontwikkeld, en met het centrale AEO-systeem en vice versa.

HOOFDSTUK VII

WERKING VAN DE ELEKTRISCHE SYSTEMEN EN OPLEIDINGEN OVER HET GEBRUIK ERVAN

Artikel 40

Ontwikkelen, testen, uitrol en beheer van de elektronische systemen

  • 1. 
    De gemeenschappelijke componenten worden door de Commissie ontwikkeld, getest, uitgerold en beheerd. De nationale componenten worden door de lidstaten ontwikkeld, getest, uitgerold en beheerd.
  • 2. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale componenten interoperabel zijn met de gemeenschappelijke componenten.

Artikel 41

Onderhoud aan en wijzigingen in de elektronische systemen

  • 1. 
    De Commissie draagt zorg voor het onderhoud van de gemeenschappelijke componenten en de lidstaten dragen zorg voor het onderhoud van de nationale componenten.
  • 2. 
    De Commissie en de lidstaten zorgen voor een ononderbroken werking van de elektronische systemen.
  • 3. 
    De Commissie kan de gemeenschappelijke componenten van de elektronische systemen wijzigen om storingen te verhelpen, nieuwe functionaliteiten toe te voegen of bestaande functionaliteiten te veranderen.
  • 4. 
    De Commissie informeert de lidstaten over wijzigingen in en bijwerkingen van de gemeenschappelijke componenten.
  • 5. 
    De lidstaten informeren de Commissie over wijzigingen in en bijwerkingen van de nationale componenten die gevolgen kunnen hebben voor de werking van de gemeenschappelijke componenten.
  • 6. 
    De Commissie en de lidstaten maken de informatie over de wijzigingen in en bijwerkingen van de elektronische systemen overeenkomstig de leden 4 en 5 openbaar.

Artikel 42

Tijdelijke storing van de elektronische systemen

  • 1. 
    In geval van een tijdelijke storing van de elektronische systemen zoals bedoeld in artikel 6, lid 3, onder b), van het wetboek, verstrekken marktdeelnemers en andere personen de gegevens om de betrokken formaliteiten te vervullen op een wijze die door de lidstaten is vastgelegd, ook door andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken te gebruiken.
  • 2. 
    De douaneautoriteiten zorgen ervoor dat de overeenkomstig lid 1 verstrekte gegevens binnen zeven dagen in de betreffende elektronische systemen weer ter beschikking worden gesteld, gerekend vanaf het moment dat de betreffende elektronische systemen weer beschikbaar zijn.
  • 3. 
    De Commissie en de lidstaten informeren elkaar wanneer de elektronische systemen niet beschikbaar zijn als gevolg van een tijdelijke storing.

Artikel 43

Ondersteuning bij opleidingen over het gebruik en de werking van de gemeenschappelijke componenten

De Commissie ondersteunt de lidstaten inzake het gebruik en de werking van de gemeenschappelijke componenten van de elektronische systemen door in passend opleidingsmateriaal te voorzien.

HOOFDSTUK VIII

GEGEVENSBESCHERMING, GEGEVENSBEHEER, EIGENDOM EN VEILIGHEID VAN DE ELEKTRONISCHE SYSTEMEN

Artikel 44

Bescherming van persoonsgegevens

  • 1. 
    De in de elektronische systemen geregistreerde persoonsgegevens worden verwerkt met het oog op de tenuitvoerlegging van de douanewetgeving, rekening houdend met de specifieke doelstellingen van elk van de elektronische systemen, overeenkomstig respectievelijk artikel 4, lid 1, artikel 14, lid 1, artikel 19, lid 1, artikel 28 en artikel 33, lid 1.
  • 2. 
    Overeenkomstig artikel 62 van Verordening (EU) 2018/1725 werken de nationale toezichthoudende autoriteiten op het gebied van gegevensbescherming en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming samen om te waarborgen dat er gecoördineerd toezicht wordt gehouden op de verwerking van in de elektronische systemen geregistreerde persoonsgegevens.

Artikel 45

Bijwerking van gegevens in de elektronische systemen

De lidstaten zorgen ervoor dat de op nationaal niveau geregistreerde gegevens overeenkomen met de in de gemeenschappelijke componenten geregistreerde gegevens en worden bijgewerkt.

Artikel 46

Beperking van de toegang tot gegevens en de gegevensverwerking

  • 1. 
    De door een lidstaat in de gemeenschappelijke componenten van de elektronische systemen geregistreerde gegevens mogen alleen door deze lidstaat worden uitgelezen of verwerkt. Deze gegevens mogen tevens door een andere lidstaat worden uitgelezen en verwerkt wanneer deze lidstaat betrokken is bij de verwerking van een aanvraag of het beheer van een beschikking waarop de gegevens betrekking hebben.
  • 2. 
    De door een marktdeelnemer of een andere persoon in de gemeenschappelijke componenten van de elektronische systemen geregistreerde gegevens mogen door deze marktdeelnemer of die persoon worden uitgelezen en verwerkt. Deze gegevens mogen tevens worden uitgelezen en verwerkt door een lidstaat die betrokken is bij de verwerking van een aanvraag of het beheer van een beschikking waarop de gegevens betrekking hebben.
  • 3. 
    De door een lidstaat in het centrale EBTI-systeem geregistreerde gegevens mogen alleen door deze lidstaat worden verwerkt. Deze gegevens mogen tevens door een andere lidstaat worden verwerkt wanneer deze lidstaat betrokken is bij de verwerking van een aanvraag waarop de gegevens betrekking hebben; dit geldt ook voor een raadpleging overeenkomstig artikel 24. De gegevens mogen door alle lidstaten worden uitgelezen overeenkomstig artikel 23, lid 2.
  • 4. 
    De door een marktdeelnemer of een andere persoon in het centrale EBTI-systeem geregistreerde gegevens mogen door deze marktdeelnemer of die persoon worden uitgelezen en verwerkt. De gegevens mogen door alle lidstaten worden uitgelezen overeenkomstig artikel 23, lid 2.

Artikel 47

Systeemeigendom

  • 1. 
    De Commissie is systeemeigenaar van de gemeenschappelijke componenten.
  • 2. 
    De lidstaten zijn systeemeigenaar van de nationale componenten.

Artikel 48

Systeemveiligheid

  • 1. 
    De Commissie staat in voor de veiligheid van de gemeenschappelijke componenten. De lidstaten staan in voor de veiligheid van de nationale componenten.

Daartoe treffen de Commissie en de lidstaten ten minste de benodigde maatregelen, om:

 

a)

te voorkomen dat onbevoegden toegang hebben tot de apparatuur die wordt gebruikt voor de verwerking van gegevens;

 

b)

te voorkomen dat onbevoegden gegevens ingeven, opvragen, wijzigen of verwijderen;

 

c)

eventuele onder a) en b) bedoelde activiteiten op te sporen.

  • 2. 
    De Commissie en de lidstaten informeren elkaar over eventuele activiteiten die kunnen resulteren in een schending van de veiligheid of een vermoedelijke schending van de veiligheid van de elektronische systemen.

HOOFDSTUK IX

SLOTBEPALINGEN

Artikel 49

Beoordeling van de elektronische systemen

De Commissie en de lidstaten beoordelen de componenten waarvoor zij verantwoordelijk zijn en analyseren met name de veiligheid en integriteit van de componenten en de vertrouwelijkheid van de in deze componenten verwerkte gegevens.

De Commissie en de lidstaten informeren elkaar over de resultaten van de beoordeling.

Artikel 50

Intrekking

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2089 wordt ingetrokken.

Artikel 51

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 juni 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER

 

  • (2) 
    Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 van de Commissie van 11 april 2016 tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 99 van 15.4.2016, blz. 6).
  • (3) 
    Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2089 van de Commissie van 14 november 2017 betreffende technische regelingen voor de ontwikkeling, het onderhoud en het gebruik van elektronische systemen voor de uitwisseling van informatie en voor de opslag van dergelijke informatie overeenkomstig het douanewetboek van de Unie (PB L 297 van 15.11.2017, blz. 13).
  • (4) 
    Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
  • (5) 
    Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
  • (6) 
    Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1).
  • (7) 
    Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.