Wijziging van het statuut van Europol

1.

Wettekst

19.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 311/1

 

BESLUIT VAN DE RAAD

van 4 december 2006

tot wijziging van het statuut van Europol

(2006/C 311/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Gelet op de overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-overeenkomst) (1), met name op artikel 30, lid 3,

Gelet op het initiatief van de Republiek Oostenrijk (2),

Gezien het advies van het Europees Parlement (3),

Gezien het advies van de raad van bestuur van Europol,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Het is wenselijk het statuut voor de personeelsleden van Europol, zoals vastgesteld bij het Besluit van de Raad van 3 december 1998 (4) (hierna „het statuut” genoemd), te wijzigen om te voorzien in een maximale diensttijd van negen jaar op grond van twee arbeidsovereenkomsten voor alle personeelsleden.

 

(2)

Voorts is het wenselijk het statuut te wijzigen om de dienstverbanden te regelen van de financieel controleur, de assistent-financieel controleur(s) en de personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur, alsmede van de secretaris van de raad van bestuur van Europol en de personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur van Europol.

 

(3)

De Raad dient met eenparigheid van stemmen de bijzonderheden die van toepassing zijn op de personeelsleden van Europol, alsmede de latere wijzigingen daarvan, te regelen,

BESLUIT:

Artikel 1

Het statuut wordt als volgt gewijzigd:

 

1)

Aan artikel 1 worden de volgende leden toegevoegd:

„3.   Dit statuut is eveneens van toepassing op de financieel controleur en de assistent-financieel controleur(s) van Europol alsmede op de personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur, onverminderd de Europol-overeenkomst en het financieel reglement van Europol en voor zover niet anders is bepaald in aanhangsel 10, dat bijzondere bepalingen bevat inzake de financieel controleur, de assistent-financieel controleur(s) en de personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur.

  • 4. 
    Dit statuut is eveneens van toepassing op de secretaris van de raad van bestuur van Europol en op de personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur, onverminderd de Europol-overeenkomst en voor zover niet anders is bepaald in aanhangsel 11, dat bijzondere bepalingen bevat inzake de secretaris van de raad van bestuur en de personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur.”.
 

2)

Artikel 6 wordt vervangen door de volgende tekst:

„Artikel 6

Elke Europol-functionaris, of hij nu is aangesteld in een functie die uitsluitend kan worden bezet door personeelsleden die bij de in artikel 2, lid 4, van de Europol-overeenkomst bedoelde bevoegde autoriteiten zijn aangeworven dan wel in een functie die niet aan die beperking is onderworpen, wordt aanvankelijk voor een vaste periode van één tot vijf jaar in dienst genomen.

De eerste arbeidsovereenkomst kan worden verlengd. In totaal is de duur van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, met inbegrip van de duur van een eventuele verlenging, ten hoogste negen jaar.

Alleen personeelsleden die zijn aangesteld in een functie die niet uitsluitend kan worden bezet door personeelsleden welke bij de in artikel 2, lid 4, van de Europol-overeenkomst bedoelde bevoegde autoriteiten zijn aangeworven, kunnen voor onbepaalde tijd in dienst worden genomen nadat zij op basis van twee arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd naar grote tevredenheid hebben gewerkt gedurende een diensttijd van ten minste zes jaar.

De raad van bestuur van Europol verleent jaarlijks toestemming, voorzover de directeur van Europol het voornemen heeft arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd te sluiten. De raad van bestuur kan maxima vaststellen voor het totale aantal van dergelijke overeenkomsten.”.

 

3)

Artikel 95 wordt vervangen door de volgende tekst:

„Artikel 95

Zowel de arbeidsovereenkomst voor bepaalde als die voor onbepaalde tijd kan door Europol zonder opzeggingstermijn worden beëindigd:

 

a)

gedurende of bij het verstrijken van de proeftijd, overeenkomstig artikel 26;

 

b)

wanneer de functionaris ophoudt te voldoen aan de in artikel 24, lid 2, onder a) en d), gestelde voorwaarden. Wanneer hij echter ophoudt te voldoen aan de in artikel 24, lid 2, onder d), gestelde voorwaarden, kan zijn overeenkomst slechts overeenkomstig artikel 65 worden opgezegd;

 

c)

indien de door de bevoegde autoriteit toegestane periode van detachering, bijzonder verlof of tijdelijke overplaatsing is beëindigd voor een functionaris die een functie vervult welke uitsluitend kan worden bezet door personeelsleden die bij de in artikel 2, lid 4, van de Europol-overeenkomst bedoelde bevoegde autoriteiten zijn aangeworven;

 

d)

indien de functionaris zijn werkzaamheden niet kan hervatten na afloop van het in artikel 38 bedoelde betaalde ziekteverlof. Hij ontvangt in dat geval een vergoeding gelijk aan twee dagen basissalaris, vermeerderd met de gezinstoelagen, per volbrachte dienstmaand.”.

 

4)

Artikel 3, lid 3, van aanhangsel 2, wordt vervangen door de volgende tekst:

„3.   Onverminderd de maximale dienstperioden overeenkomstig artikel 6 van het statuut, worden voor alle vacatures zowel interne als externe sollicitaties in beschouwing genomen.”.

 

5)

Na aanhangsel 9 wordt het volgende aanhangsel toegevoegd:

„AANHANGSEL 10

Bijzondere bepalingen inzake de financieel controleur, de assistent-financieel controleur(s) en de personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur

HOOFDSTUK 1

BEVOEGDHEDEN EN TAKEN

Artikel 1

  • 1. 
    De financieel controleur is verantwoordelijk voor en vervult de hem op grond van de Europol-overeenkomst en het financieel reglement van Europol toegewezen taken alsmede alle andere hem door de raad van bestuur toegewezen taken.
  • 2. 
    Overeenkomstig artikel 20 van het financieel reglement van Europol is de financieel controleur bij de vervulling van zijn taken uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad van bestuur en moet hij deze verantwoording afleggen over de vervulling van zijn taken.
  • 3. 
    De assistent-financieel controleur(s) is (zijn) verantwoordelijk voor en vervult (vervullen) de hem (hen) op grond van de Europol-overeenkomst en het financieel reglement van Europol toegewezen taken alsmede alle andere hem (hen) door de financieel controleur toegewezen taken.
  • 4. 
    Bij de vervulling van hun taken zijn de financieel controleur(s) en eventuele verdere personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad van bestuur en moeten zij deze verantwoording afleggen over de vervulling van hun taken.
  • 5. 
    De financieel controleur en één of meer assistent-financieel controleurs worden benoemd overeenkomstig artikel 35, lid 7, van de Europol-overeenkomst en in de verdere bepalingen in dit aanhangsel.

Artikel 2

  • 1. 
    Tenzij anderszins bepaald in dit aanhangsel, worden bepalingen in het statuut die voorzien in de uitoefening van gezag of controle over personeelsleden van Europol door de directeur, gelezen als verwijzingen naar de voorzitter van de raad van bestuur wanneer zij betrekking hebben op de financieel controleur, de assistent-financieel controleur(s) en de overige personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur.
  • 2. 
    Elk besluit dat in overeenstemming met dit aanhangsel wordt genomen door de raad van bestuur of door de voorzitter van de raad van bestuur en dat wettelijk moet worden uitgevoerd, wordt geformaliseerd door de directeur in zijn hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van Europol overeenkomstig artikel 29, lid 5, van de Europol-overeenkomst.

HOOFDSTUK 2

ONTVANKELIJKHEIDS- EN SELECTIEPROCEDURES

Artikel 3

Overeenkomstig artikel 35, lid 7, van de Europol-overeenkomst en artikel 20 van het financieel reglement van Europol worden de financieel controleur en de assistent-financieel controleur(s) geselecteerd uit één van de officiële auditinstanties van één van de lidstaten.

Artikel 4

De aanstelling in de functie van financieel controleur vindt plaats overeenkomstig artikel 35, lid 7, van de Europol-overeenkomst en hoofdstuk 3 en aanhangsel 2 van het statuut, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

Een sollicitatiecommissie wordt ingesteld door de voorzitter van de raad van bestuur en bestaat uit de vertegenwoordigers van drie lidstaten, waaronder het voorzitterschap; de overige twee leden worden aangewezen via loting door de raad van bestuur. Deze drie leden beslissen onderling wie van hen optreedt als voorzitter van de sollicitatiecommissie.

 

b)

De aankondiging wordt opgesteld door de raad van bestuur.

 

c)

Het hoofd Personeelszaken treedt op als secretaris van de sollicitatiecommissie en verleent zo nodig administratieve ondersteuning; hij heeft geen stem in de selectieprocedure en oefent evenmin enige andere invloed uit op het resultaat van de procedure.

 

d)

De eventueel af te leggen proeven worden uitsluitend opgesteld door de leden van de sollicitatiecommissie, die kunnen besluiten dat er geen schriftelijke proef (proeven) hoeft (hoeven) te worden opgesteld; de sollicitatiecommissie moet een gesprek voeren met alle gepreselecteerde kandidaten.

 

e)

De door de sollicitatiecommissie in volgorde van verdienste opgestelde lijst van geslaagde kandidaten wordt aan de voorzitter van de raad van bestuur toegezonden.

 

f)

De raad van bestuur besluit met eenparigheid van stemmen welke geslaagde kandidaat wordt geselecteerd, in overeenstemming met artikel 35, lid 7, van de Europol-overeenkomst.

Artikel 5

De aanstelling van één of meer assistent-financieel controleurs en van personeelsleden werkzaam voor het bureau van de financieel controleur vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 3 en aanhangsel 2 van het statuut en, met betrekking tot de assistent-financieel controleur(s), overeenkomstig artikel 35, lid 7, van de Europol-overeenkomst, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

Voor de aanstelling van een assistent-financieel controleur wordt een sollicitatiecommissie ingesteld door de voorzitter van de raad van bestuur. Deze commissie bestaat uit de financieel controleur, die optreedt als voorzitter van de sollicitatiecommissie, twee vertegenwoordigers van de lidstaten — één van het voorzitterschap en één via loting aangewezen door de raad van bestuur — en het hoofd Personeelszaken dat optreedt als secretaris van de sollicitatiecommissie; de secretaris heeft geen stem in de selectieprocedure en oefent evenmin enige andere invloed uit op het resultaat van de procedure.

 

b)

Voor de aanstelling van andere personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur, wordt een sollicitatiecommissie ingesteld door de financieel controleur die optreedt als voorzitter van de sollicitatiecommissie, en het hoofd Personeelszaken dat optreedt als secretaris van de sollicitatiecommissie; de secretaris van de sollicitatiecommissie heeft geen stem in de selectieprocedure en oefent evenmin enige andere invloed uit op het resultaat van de procedure. Voorts mag het voorzitterschap desgewenst een vertegenwoordiger aanstellen die zitting heeft in de sollicitatiecommissie.

 

c)

De aankondiging wordt opgesteld door de sollicitatiecommissie.

 

d)

De proeven worden uitsluitend opgesteld door de leden van de sollicitatiecommissie, die met alle gepreselecteerde kandidaten een gesprek voeren.

 

e)

De door de sollicitatiecommissie in volgorde van verdienste opgestelde lijst van geslaagde kandidaten wordt aan de voorzitter van de raad van bestuur toegezonden.

 

f)

Met betrekking tot de assistent-financieel controleur(s) besluit de raad van bestuur met eenparigheid van stemmen welke geslaagde kandida(a)t(en) wordt (worden) geselecteerd, overeenkomstig artikel 35, lid 7, van de Europol-overeenkomst en artikel 20, lid 1, van het financieel reglement van Europol.

 

g)

Met betrekking tot de andere personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur besluit de voorzitter van de raad van bestuur welke geslaagde kandidaat wordt geselecteerd.

HOOFDSTUK 3

AMBTSTERMIJN, AANSTELLING EN ONVERENIGBAARHEDEN

Artikel 6

  • 1. 
    De eerste ambtstermijn van de financieel controleur wordt overeenkomstig artikel 6 van het statuut met eenparigheid van stemmen door de raad van bestuur vastgesteld. De arbeidsovereenkomst kan overeenkomstig artikel 6 van het statuut met eenparigheid van stemmen door de raad van bestuur worden verlengd.
  • 2. 
    De eerste ambtstermijn van de assistent-financieel controleur(s) wordt met eenparigheid van stemmen vastgesteld door de raad van bestuur overeenkomstig artikel 6 van het statuut. De arbeidsovereenkomst kan overeenkomstig artikel 6 van het statuut met eenparigheid van stemmen door de raad van bestuur worden verlengd.
  • 3. 
    De eerste ambtstermijn van personeelsleden die werkzaam zijn voor de financieel controleur wordt overeenkomstig artikel 6 van het statuut door de raad van bestuur vastgesteld. Op basis van advies van de financieel controleur kunnen arbeidsovereenkomsten bij besluit van de voorzitter van de raad van bestuur worden verlengd overeenkomstig artikel 6 van het statuut.

Artikel 7

  • 1. 
    De functie van financieel controleur wordt geacht overeen te stemmen met die van een afdelingshoofd overeenkomstig artikel 45 en aanhangsel I van het statuut.
  • 2. 
    De functie van assistent-financieel controleur wordt geacht overeen te stemmen met die van eerste officier overeenkomstig artikel 45 en aanhangsel I van het statuut.

Artikel 8

  • 1. 
    De salarisschaal en de salaristrap waarin de financieel controleur en de assistent-financieel controleur(s) aanvankelijk worden aangesteld, worden met eenparigheid van stemmen vastgesteld door de raad van bestuur.
  • 2. 
    Met betrekking tot de financieel controleur worden alle periodieke beoordelingsrapporten en besluiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het statuut opgesteld door de voorzitter van de raad van bestuur die daartoe voor voorafgaande dienstperioden wordt bijgestaan door zijn voorgangers.
  • 3. 
    Met betrekking tot de assistent-financieel controleur(s) worden alle periodieke beoordelingsrapporten en besluiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het statuut opgesteld door de financieel controleur en bevestigd door de voorzitter van de raad van bestuur.

Artikel 9

  • 1. 
    De salarisschaal en de salaristrap waarin personeelsleden werkzaam voor het bureau van de financieel controleur aanvankelijk worden aangesteld, worden vastgesteld door de voorzitter van de raad van bestuur.
  • 2. 
    Met betrekking tot personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur, en op basis van advies van de financieel controleur, worden alle periodieke beoordelingsrapporten en besluiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het statuut opgesteld door de financieel controleur en bevestigd door de voorzitter van de raad van bestuur.

Artikel 10

Na de beëindiging van hun ambtstermijn worden de financieel controleur en de assistent-financieel controleur(s) gedurende een periode van ten minste achttien maanden niet aangesteld voor een Europol-functie waarover de directeur gezag uitoefent.

HOOFDSTUK 4

BEËINDIGING VAN DE DIENST

Artikel 11

De beëindiging van de dienst van de financieel controleur of van de assistent-financieel controleur(s) vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 10 van het statuut, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

Elk besluit tot beëindiging van de dienst van de financieel controleur of van de assistent-financieel controleur(s) wordt met eenparigheid van stemmen door de raad van bestuur genomen.

 

b)

Bij een besluit tot beëindiging van de dienst van de financieel controleur of van de assistent- financieel controleur(s) om redenen van tuchtrechtelijke aard moet rekening worden gehouden met de in hoofdstuk 5 van dit aanhangsel vervatte bijzondere bepalingen inzake tuchtprocedures.

Artikel 12

De beëindiging van de dienst van personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 10 van het statuut, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

Elk besluit tot beëindiging van de dienst van personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur wordt genomen door de voorzitter van de raad van bestuur op basis van een met redenen omkleed advies van de financieel controleur.

 

b)

Bij een besluit tot beëindiging van de dienst van de voor het bureau van de financieel controleur werkzame personeelsleden om redenen van tuchtrechtelijke aard moet rekening worden gehouden met de in hoofdstuk 5 van dit aanhangsel vervatte bijzondere bepalingen inzake tuchtprocedures.

HOOFDSTUK 5

TUCHTPROCEDURE

Artikel 13

Een tuchtprocedure tegen de financieel controleur en de assistent-financieel controleur(s) vindt plaats overeenkomstig artikel 49, lid 5, van het financieel reglement en hoofdstuk 8 en aanhangsel 7 van het statuut, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

De raad van bestuur stelt een tuchtraad in, die bestaat uit de voorzitter van de raad van bestuur, die optreedt als voorzitter van de tuchtraad, en vertegenwoordigers van drie lidstaten die daartoe via loting door de raad van bestuur worden aangewezen; de vertegenwoordigers moeten van een hogere of vergelijkbare rang als de financieel controleur of de assistent-financieel controleur(s) zijn en kunnen niet tegelijkertijd lid zijn van de raad van bestuur.

 

b)

Een voorzitterschapswissel heeft geen gevolgen voor de samenstelling van de tuchtraad; indien om andere redenen vacatures ontstaan, worden deze door middel van loting ingevuld.

 

c)

De tuchtraad wordt bijgestaan door een secretaris, die desgewenst het hoofd van de Juridische afdeling kan zijn.

 

d)

De raad van bestuur heeft het recht om op voorstel van de voorzitter van de raad van bestuur of één van zijn leden, zonder raadpleging van de tuchtraad, met eenparigheid van stemmen een schriftelijke waarschuwing of een berisping te geven; de financieel controleur of de assistent-financieel controleur(s) worden hiervan schriftelijk in kennis gesteld en worden gehoord alvorens een dergelijke maatregel wordt genomen.

 

e)

Andere tuchtmaatregelen worden met eenparigheid van stemmen vastgesteld door de raad van bestuur nadat de tuchtprocedure als bedoeld in dit aanhangsel en in aanhangsel 7 van het statuut is voltooid; deze procedure wordt ingeleid door de voorzitter van de raad van bestuur, na de financieel controleur of de assistent-financieel controleur(s) te hebben gehoord.

 

f)

Het recht van schorsing als bedoeld in artikel 90 van het statuut, alsook het recht om te besluiten of wordt voldaan aan het verzoek alle aanwijzingen betreffende de toepassing van een tuchtmaatregel uit de stukken van het persoonsdossier te verwijderen als bedoeld in artikel 91 van het statuut, wordt uitgeoefend door de voorzitter van de raad van bestuur, die daartoe de leden van de raad van bestuur raadpleegt.

 

g)

Aan de tuchtraad wordt een rapport van de raad van bestuur ter behandeling voorgelegd, waarin de ten laste gelegde feiten en zo nodig de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgehad, duidelijk zijn omschreven.

 

h)

Tijdens de eerste zitting van de tuchtraad wijzen de leden één van hen als rapporteur voor de gehele zaak aan.

 

i)

Het in artikel 15 van aanhangsel 7 bedoelde met redenen omkleed advies van de tuchtraad wordt betekend aan de financieel controleur en aan de raad van bestuur, die binnen één maand na ontvangst van dit advies met eenparigheid van stemmen een besluit neemt, nadat de financieel controleur of de assistent-financieel controleur(s) zijn gehoord.

 

j)

De raad van bestuur kan de tuchtrechtelijke procedure eigener beweging of op verzoek van de financieel controleur of de assistent-financieel controleur(s) heropenen op grond van nieuwe feiten, gestaafd met deugdelijke bewijsstukken.

Artikel 14

Een tuchtprocedure tegen de personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 8 en aanhangsel 7 van het statuut, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

De raad van bestuur stelt een tuchtraad in, die bestaat uit drie vertegenwoordigers van de lidstaten die daartoe door middel van loting door de raad van bestuur worden aangewezen; de vertegenwoordigers moeten van een hogere of vergelijkbare rang als de voor het bureau van de financieel controleur werkzame personeelsleden zijn, en kunnen niet tegelijkertijd lid zijn van de raad van bestuur; zij beslissen onderling wie van hen optreedt als voorzitter van de tuchtraad.

 

b)

Een voorzitterschapswissel heeft geen gevolgen voor de samenstelling van de tuchtraad; indien om andere redenen vacatures ontstaan, worden deze door middel van loting ingevuld.

 

c)

De tuchtraad wordt bijgestaan door een secretaris, die desgewenst het hoofd van de Juridische afdeling kan zijn.

 

d)

De raad van bestuur heeft het recht om, met eenparigheid van stemmen, zonder raadpleging van de tuchtraad, op eigen initiatief of op voorstel van één van de leden van de raad van bestuur een schriftelijke waarschuwing of een berisping te geven; het personeelslid dat werkzaam is voor het bureau van de financieel controleur wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld en wordt gehoord alvorens een dergelijke maatregel wordt genomen.

 

e)

Andere tuchtrechtelijke maatregelen worden gelast door de voorzitter van de raad van bestuur nadat de tuchtrechtelijke procedure als bedoeld in dit aanhangsel en in aanhangsel 7 van het statuut is voltooid; deze procedure wordt door de voorzitter van de raad van bestuur ingeleid, nadat het personeelslid dat werkzaam is voor het bureau van de financieel controleur is gehoord.

 

f)

Het recht van schorsing als bedoeld in artikel 90 van het statuut, alsook het recht om te besluiten of wordt voldaan aan het verzoek alle aanwijzingen betreffende de toepassing van een tuchtmaatregel uit de stukken van het persoonsdossier te verwijderen als bedoeld in artikel 91 van het statuut, wordt uitgeoefend door de voorzitter van de raad van bestuur.

 

g)

Aan de tuchtraad wordt een rapport van de voorzitter van de raad van bestuur ter behandeling voorgelegd, waarin de ten laste gelegde feiten en zo nodig de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgehad, duidelijk zijn omschreven.

 

h)

Tijdens de eerste zitting van de tuchtraad wijzen de leden één van hen als rapporteur voor de gehele zaak aan.

 

i)

Het in artikel 15 van aanhangsel 7 bedoelde met redenen omkleed advies van de tuchtraad wordt betekend aan het personeelslid dat werkzaam is voor het bureau van de financieel controleur en aan de voorzitter van de raad van bestuur, die binnen één maand na ontvangst van dit advies een besluit neemt, nadat het voor het bureau van de financieel controleur werkzame personeelslid is gehoord.

 

j)

De voorzitter van de raad van bestuur kan de tuchtprocedure eigener beweging of op verzoek van het betrokken personeelslid heropenen op grond van nieuwe feiten, gestaafd met deugdelijke bewijsstukken.

HOOFDSTUK 6

AANSPRAKELIJKHEID

Artikel 15

  • 1. 
    De financieel controleur en de assistent-financieel controleur(s) verzekeren zich tegen de risico's met betrekking tot hun aansprakelijkheid overeenkomstig artikel 49, leden 5 en 6, van het financieel reglement.
  • 2. 
    De hieraan verbonden verzekeringskosten worden door Europol gedekt.

HOOFDSTUK 7

BEROEPEN

Artikel 16

  • 1. 
    Klachten van de financieel controleur, de assistent-financieel controleur(s) of van een personeelslid dat werkzaam is voor het bureau van de financieel controleur als bedoeld in artikel 92, lid 2, van het statuut worden voorgelegd aan en behandeld door de autoriteit die het definitieve besluit heeft genomen.
  • 2. 
    Een beroep van de financieel controleur, de assistent-financieel controleur(s) of van een personeelslid dat werkzaam is voor het bureau van de financieel controleur als bedoeld in artikel 93 van het statuut is slechts ontvankelijk indien de betrokkene van tevoren een klacht als bedoeld in lid 1 heeft ingediend bij de autoriteit die het definitieve besluit heeft genomen, en naar aanleiding van deze klacht een uitdrukkelijk of stilzwijgend besluit tot afwijzing is genomen. De betrokkene kan zich echter, na een klacht als bedoeld in lid 1 te hebben ingediend, onmiddellijk tot het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen wenden, mits voldaan is aan de voorwaarden gesteld in artikel 93, lid 4, van het statuut.

HOOFDSTUK 8

BIJZONDERE BEPALINGEN INZAKE DE FINANCIEEL CONTROLEUR ALSMEDE OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 17

Indien de financieel controleur niet in staat is zijn functie uit te oefenen gedurende een periode van meer dan één maand, of indien de functie van financieel controleur vacant is, wordt zijn functie uitgeoefend door een assistent-financieel controleur. Daartoe geeft de raad van bestuur bij elke benoeming van een assistent-financieel controleur de volgorde van vervanging aan.

Artikel 18

Vóór de inwerkingtreding van dit aanhangsel genomen besluiten met betrekking tot de financieel controleur, de assistent-financieel controleur(s) of personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur, alsook vóór de inwerkingtreding van dit aanhangsel overeengekomen contractuele regelingen betreffende de persoon die de functie van financieel controleur of assistent-financieel controleur bekleedt en betreffende personeelsleden die werkzaam zijn voor het bureau van de financieel controleur, blijven van toepassing.”.

 

6.

Na aanhangsel 10 wordt het volgende aanhangsel 11 toegevoegd:

„AANHANGSEL 11

Bijzondere bepalingen inzake de secretaris van de raad van bestuur en de persoonsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur

HOOFDSTUK 1

BEVOEGDHEDEN EN TAKEN

Artikel 1

  • 1. 
    De raad van bestuur wordt in de vervulling van zijn taken bijgestaan door een secretaris en door andere personeelsleden die voor het secretariaat van de raad van bestuur werkzaam zijn.
  • 2. 
    Bij de vervulling van hun taken zijn de secretaris van de raad van bestuur en de personeelsleden die voor het secretariaat van de raad van bestuur werkzaam zijn, uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad van bestuur en moeten zij deze verantwoording afleggen over de vervulling van hun taken. Voorzover zij op voorhand daartoe door de raad van bestuur gemachtigd zijn, mogen zij evenwel, onder het gezag van de raad van bestuur, hun taken ook in het belang van Europol vervullen.

Artikel 2

  • 1. 
    Tenzij anderszins bepaald in dit aanhangsel, worden bepalingen in het statuut die voorzien in de uitoefening van gezag of controle over de personeelsleden van Europol door de directeur of door Europol, gelezen als verwijzigen naar de voorzitter van de raad van bestuur wanneer zij betrekking hebben op de secretaris van de raad van bestuur en de personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur.
  • 2. 
    Elk besluit dat in overeenstemming met dit aanhangsel wordt genomen door de raad van bestuur of door de voorzitter van de raad van bestuur en dat wettelijk moet worden uitgevoerd, wordt geformaliseerd door de directeur in zijn hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van Europol overeenkomstig artikel 29, lid 5, van de Europol-overeenkomst.

HOOFDSTUK 2

ONTVANKELIJKHEIDS- EN SELECTIEPROCEDURES

Artikel 3

De functies van secretaris van de raad van bestuur en van de andere personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur kunnen niet uitsluitend bezet worden door het personeel dat bij de in artikel 2, lid 4, van de Europol-overeenkomst bedoelde bevoegde autoriteiten is aangeworven.

Artikel 4

De aanstelling in de functie van secretaris van de raad van bestuur vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 3 en aanhangsel 2 van het statuut, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

Een sollicitatiecommissie wordt ingesteld door de voorzitter van de raad van bestuur en bestaat uit de vertegenwoordigers van drie lidstaten, waaronder het voorzitterschap; de overige twee leden worden aangewezen door middel van loting door de raad van bestuur. Deze drie leden beslissen onderling wie van hen optreedt als voorzitter van de sollicitatiecommissie.

 

b)

De aankondiging wordt opgesteld door de raad van bestuur.

 

c)

Het hoofd Personeelszaken treedt op als secretaris van de sollicitatiecommissie en verleent zo nodig administratieve ondersteuning; de secretaris van de sollicitatiecommissie heeft geen stem in de selectieprocedure en oefent evenmin enige andere invloed uit op het resultaat van de procedure.

 

d)

De eventueel af te leggen proeven worden uitsluitend opgesteld door de leden van de sollicitatiecommissie, die kunnen besluiten dat er geen schriftelijke proef (proeven) hoeft (hoeven) te worden opgesteld; de sollicitatiecommissie moet een gesprek voeren met alle gepreselecteerde kandidaten.

 

e)

De door de sollicitatiecommissie in volgorde van verdienste opgestelde lijst van geslaagde kandidaten wordt aan de voorzitter van de raad van bestuur toegezonden.

 

f)

De raad van bestuur besluit met meerderheid van stemmen welke geslaagde kandidaat wordt geselecteerd.

Artikel 5

De aanstelling van de personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 3 en aanhangsel 2 van het statuut, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

Voor de functie van eerste officier wordt een sollicitatiecommissie ingesteld door de voorzitter van de raad van bestuur. Deze commissie bestaat uit de secretaris van de raad van bestuur, twee vertegenwoordigers van de lidstaten — één van het voorzitterschap en één via loting aangewezen door de raad van bestuur — van welke twee vertegenwoordigers één optreedt als voorzitter van de sollicitatiecommissie, alsmede het hoofd Personeelszaken, dat optreedt als secretaris van de sollicitatiecommissie; de secretaris heeft geen stem in de selectieprocedure en oefent evenmin enige andere invloed uit op het resultaat van de procedure.

 

b)

Voor lagere functies dan die van eerste officier wordt door de voorzitter van de raad van bestuur een sollicitatiecommissie ingesteld, die bestaat uit de secretaris van de raad van bestuur, die optreedt als voorzitter van de sollicitatiecommissie, en het hoofd Personeelszaken, dat optreedt als secretaris van de sollicitatiecommissie; de secretaris van de sollicitatiecommissie heeft geen stem in de selectieprocedure en oefent evenmin enige andere invloed uit op het resultaat van de procedure. Voorts mag het voorzitterschap desgewenst een vertegenwoordiger aanstellen die zitting heeft in de sollicitatiecommissie.

 

c)

De aankondiging wordt opgesteld door de sollicitatiecommissie.

 

d)

De proeven worden uitsluitend opgesteld door de leden van de sollicitatiecommissie, die met alle gepreselecteerde kandidaten een gesprek voeren.

 

e)

De door de sollicitatiecommissie in volgorde van verdienste opgestelde lijst van geslaagde kandidaten wordt aan de voorzitter van de raad van bestuur toegezonden.

 

f)

De voorzitter van de raad van bestuur besluit welke geslaagde kandidaat wordt geselecteerd.

HOOFDSTUK 3

AMBTSTERMIJN EN AANSTELLINGSVOORWAARDEN

Artikel 6

  • 1. 
    De eerste ambtstermijn van de secretaris van de raad van bestuur wordt overeenkomstig artikel 6 van het statuut door de raad van bestuur vastgesteld. De arbeidsovereenkomst kan overeenkomstig artikel 6 van het statuut door de raad van bestuur worden verlengd.
  • 2. 
    De eerste ambtstermijn van de personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur wordt vastgesteld door de voorzitter van de raad van bestuur overeenkomstig artikel 6 van het statuut. Op basis van advies van de secretaris van de raad van bestuur kunnen arbeidsovereenkomsten overeenkomstig artikel 6 van het statuut bij besluit van de voorzitter van de raad van bestuur worden verlengd.

Artikel 7

De functie van secretaris van de raad van bestuur wordt geacht overeen te stemmen met die van een afdelingshoofd overeenkomstig artikel 45 en aanhangsel I van het statuut.

Artikel 8

  • 1. 
    De salarisschaal en salaristrap waarin de secretaris van de raad van bestuur wordt aangesteld, worden vastgesteld door de raad van bestuur.
  • 2. 
    Met betrekking tot de secretaris van de raad van bestuur worden alle periodieke beoordelingsrapporten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het statuut opgesteld door de voorzitter van de raad van bestuur, die daartoe door het hoofd Personeelszaken wordt bijgestaan en die tevens het besluit van de raad van bestuur over de toekenning van hogere salaristrappen na telkens twee volbrachte dienstjaren opstelt.

Artikel 9

  • 1. 
    De salarisschaal en salaristrap waarin de personeelsleden werkzaam voor het secretariaat van de raad van bestuur worden aangesteld, worden vastgesteld door de voorzitter van de raad van bestuur, op voorstel van de selectiecommissie.
  • 2. 
    Met betrekking tot de personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur, worden, op basis van advies van de secretaris van de raad van bestuur, alle periodieke beoordelingsrapporten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het statuut opgesteld door de voorzitter van de raad van bestuur, die tevens besluit over de toekenning van hogere salaristrappen na telkens twee volbrachte dienstjaren.

HOOFDSTUK 4

BEËINDIGING VAN DE DIENST

Artikel 10

De beëindiging van het dienstverband van de secretaris van de raad van bestuur vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 10 van het statuut, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

Elk besluit tot beëindiging van het dienstverband van de secretaris van de raad van bestuur wordt door de raad van bestuur genomen.

 

b)

Bij een besluit tot beëindiging van het dienstverband van de secretaris van de raad van bestuur om redenen van tuchtrechtelijke aard moet rekening worden gehouden met de in hoofdstuk 5 van dit aanhangsel vervatte bijzondere bepalingen inzake tuchtprocedures.

Artikel 11

De beëindiging van het dienstverband van personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 10 van het statuut, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

Elk besluit tot beëindiging van het dienstverband van personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur wordt door de voorzitter van de raad van bestuur genomen.

 

b)

Bij een besluit tot beëindiging van het dienstverband van personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur om redenen van tuchtrechtelijke aard moet rekening worden gehouden met de in hoofdstuk 5 van dit aanhangsel vervatte bijzondere bepalingen inzake tuchtprocedures.

HOOFDSTUK 5

TUCHTPROCEDURE

Artikel 12

De tuchtprocedure tegen de secretaris van de raad van bestuur vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 8 en aanhangsel 7 van het statuut, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

De raad van bestuur stelt een tuchtraad in, die bestaat uit de voorzitter van de raad van bestuur, die optreedt als voorzitter van de tuchtraad, en vertegenwoordigers van drie lidstaten die daartoe via loting door de raad van bestuur worden aangewezen; de vertegenwoordigers moeten van een hogere rang dan of van een vergelijkbare rang als de secretaris van de raad van bestuur zijn, en kunnen niet tegelijkertijd lid zijn van de raad van bestuur.

 

b)

Een voorzitterschapwissel heeft geen gevolgen voor de samenstelling van de tuchtraad; indien om andere redenen vacatures ontstaan, worden deze door middel van loting ingevuld.

 

c)

De tuchtraad wordt bijgestaan door een secretaris, die desgewenst het hoofd van de Juridische afdeling kan zijn.

 

d)

De raad van bestuur heeft het recht om, op voorstel van de voorzitter van de raad van bestuur of één van zijn leden, zonder raadpleging van de tuchtraad met meerderheid van stemmen, een schriftelijke waarschuwing of een berisping te geven; de secretaris van de raad van bestuur wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld en wordt gehoord alvorens een dergelijke maatregel wordt genomen.

 

e)

Andere tuchtmaatregelen worden met meerderheid van stemmen vastgesteld door de raad van bestuur nadat de tuchtprocedure als vastgesteld in dit aanhangsel en in aanhangsel 7 van het statuut is voltooid; deze procedure wordt ingeleid door de voorzitter van de raad van bestuur, na de secretaris van de raad van bestuur te hebben gehoord.

 

f)

Het recht van schorsing als bedoeld in artikel 90 van het statuut, alsook het recht om te besluiten of wordt voldaan aan het verzoek alle aanwijzingen betreffende de toepassing van een tuchtmaatregel uit de stukken van het persoonsdossier te verwijderen als bedoeld in artikel 91 van het statuut, wordt uitgeoefend door de voorzitter van de raad van bestuur, die daartoe de leden van de raad van bestuur raadpleegt.

 

g)

Aan de tuchtraad wordt een rapport van de raad van bestuur ter behandeling voorgelegd, waarin de ten laste gelegde feiten en zo nodig de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgehad, duidelijk zijn omschreven.

 

h)

Tijdens de eerste zitting van de tuchtraad wijzen de leden één van hen als rapporteur voor de gehele zaak aan.

 

i)

Het in artikel 15 van aanhangsel 7 bedoelde met redenen omkleed advies van de tuchtraad wordt betekend aan de secretaris van de raad van bestuur en aan de raad van bestuur, die binnen één maand na ontvangst van dit advies met meerderheid van stemmen een besluit neemt, nadat de secretaris van de raad van bestuur is gehoord.

 

j)

De raad van bestuur kan de tuchtprocedure eigener beweging of op verzoek van de secretaris van de raad van bestuur heropenen op grond van nieuwe feiten, gestaafd met deugdelijke bewijsstukken.

Artikel 13

Een tuchtprocedure tegen de personeelsleden die werkzaam zijn voor het secretariaat van de raad van bestuur vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 8 en aanhangsel 7 van het statuut, onder voorbehoud van de volgende bijzondere bepalingen:

 

a)

De raad van bestuur stelt een tuchtraad in, die bestaat uit drie vertegenwoordigers van de lidstaten die daartoe door middel van loting door de raad van bestuur worden aangewezen; de vertegenwoordigers moeten van een hogere rang dan of van een vergelijkbare rang als de voor het secretariaat van de raad van bestuur werkzame personeelsleden zijn, en kunnen niet tegelijkertijd lid zijn van de raad van bestuur; zij beslissen onderling wie van hen optreedt als voorzitter van de tuchtraad.

 

b)

Een voorzitterschapwissel heeft geen gevolgen voor de samenstelling van de tuchtraad; indien om andere redenen vacatures ontstaan, worden deze door middel van loting ingevuld.

 

c)

De tuchtraad wordt bijgestaan door een secretaris, die desgewenst het hoofd van de Juridische afdeling kan zijn.

 

d)

De raad van bestuur heeft het recht om, met eenparigheid van stemmen, zonder raadpleging van de tuchtraad, op eigen initiatief of op voorstel van één van de leden van de raad van bestuur een schriftelijke waarschuwing of een berisping te geven; het personeelslid dat werkzaam is voor het secretariaat van de raad van bestuur wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld en wordt gehoord alvorens een dergelijke maatregel wordt genomen.

 

e)

Andere tuchtmaatregelen worden gelast door de voorzitter van de raad van bestuur nadat de tuchtprocedure als bedoeld in dit aanhangsel en in aanhangsel 7 van het statuut is voltooid; deze procedure wordt door de voorzitter van de raad van bestuur ingeleid, nadat het betrokken personeelslid dat werkzaam is voor het secretariaat van de raad van bestuur is gehoord.

 

f)

Het recht van schorsing als bedoeld in artikel 90 van het statuut, alsook het recht om te besluiten of wordt voldaan aan het verzoek alle aanwijzingen betreffende de toepassing van een tuchtmaatregel uit de stukken van het persoonsdossier te verwijderen als bedoeld in artikel 91 van het statuut, wordt uitgeoefend door de voorzitter van de raad van bestuur.

 

g)

Aan de tuchtraad wordt een rapport van de voorzitter van de raad van bestuur ter behandeling voorgelegd, waarin de ten laste gelegde feiten en zo nodig de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgehad, duidelijk zijn omschreven.

 

h)

Tijdens de eerste zitting van de tuchtraad wijzen de leden één van hen als rapporteur voor de gehele zaak aan.

 

i)

Het in artikel 15 van aanhangsel 7 bedoelde met redenen omkleed advies van de tuchtraad wordt betekend aan het personeelslid dat werkzaam is voor het secretariaat van de raad van bestuur en aan de voorzitter van de raad van bestuur, die binnen één maand na ontvangst van dit advies een besluit neemt, nadat het betrokken personeelslid is gehoord.

 

j)

De voorzitter van de raad van bestuur kan de tuchtprocedure eigener beweging of op verzoek van het betrokken personeelslid heropenen op grond van nieuwe feiten, gestaafd met deugdelijke bewijsstukken.

HOOFDSTUK 6

BEROEPEN

Artikel 14

  • 1. 
    Klachten van de secretaris van de raad van bestuur of van een personeelslid dat werkzaam is voor het secretariaat van de raad van bestuur als bedoeld in artikel 92, lid 2, van het statuut worden voorgelegd aan en behandeld door de autoriteit die het definitieve besluit heeft genomen.
  • 2. 
    Een beroep van de secretaris van de raad van bestuur of van een personeelslid dat werkzaam is voor het secretariaat van de raad van bestuur als bedoeld in artikel 93 van het statuut is slechts ontvankelijk indien de betrokkene van tevoren een klacht als bedoeld in lid 1 heeft ingediend bij de autoriteit die het definitieve besluit heeft genomen, en naar aanleiding van deze klacht een uitdrukkelijk of stilzwijgend besluit tot afwijzing is genomen. De betrokkene kan zich echter, na een klacht als bedoeld in lid 1 te hebben ingediend, onmiddellijk tot het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen wenden, mits voldaan is aan de voorwaarden gesteld in artikel 93, lid 4, van het statuut.

HOOFDSTUK 7

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 15

Vóór de inwerkingtreding van dit aanhangsel genomen besluiten van de raad van bestuur alsook vóór de inwerkingtreding van dit aanhangsel overeengekomen contractuele regelingen betreffende de persoon die de functie van secretaris van de raad van bestuur bekleedt en betreffende de personeelsleden die voor het secretariaat van de raad van bestuur werkzaam zijn, blijven van toepassing.”.

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de dag volgende op die waarop het wordt aangenomen.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 4 december 2006.

Voor de Raad

De voorzitter

  • L. 
    LUHTANEN
 

  • (3) 
    Advies uitgebracht op 12 oktober 2006 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.