Verordening 1994/3288 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 40/94 inzake het Gemeenschapsmerk ter uitvoering van de in het kader van de Uruguay-Ronde gesloten overeenkomsten

Inhoudsopgave

  1. Wettekst
  2. 31994R3288

1.

Wettekst

Avis juridique important

|

2.

31994R3288

Verordening (EG) nr. 3288/94 van de Raad van 22 december 1994 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 40/94 inzake het Gemeenschapsmerk ter uitvoering van de in het kader van de Uruguay-Ronde gesloten overeenkomsten

Publicatieblad Nr. L 349 van 31/12/1994 blz. 0083 - 0084

Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 17 Deel 2 blz. 0037

Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 17 Deel 2 blz. 0037

VERORDENING (EG) Nr. 3288/94 VAN DE RAAD van 22 december 1994 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 40/94 inzake het Gemeenschapsmerk ter uitvoering van de in het kader van de Uruguay-Ronde gesloten overeenkomsten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende dat de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (hierna de WTO-Overeenkomst te noemen) namens de Gemeenschap werd ondertekend; dat de aan de WTO-Overeenkomst gehechte Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (hierna de TRIPs-Overeenkomst te noemen) voorziet in gedetailleerde bepalingen inzake bescherming van de rechten uit hoofde van de intellectuele eigendom, met het oog op het tot stand brengen van internationale disciplines ter zake om de internationale handel te bevorderen en om verstoring van de handel en frictie als gevolg van het ontbreken van toereikende en doeltreffende bescherming van de intellectuele eigendom te voorkomen;

Overwegende dat de Gemeenschap een aantal maatregelen ten aanzien van de bestaande besluiten van de Gemeenschap inzake bescherming van de rechten uit hoofde van de intellectuele eigendom dient te nemen om ervoor te zorgen dat alle wetgeving van de Gemeenschap ter zake volledig in overeenstemming is met de TRIPs-Overeenkomst; dat deze maatregelen in sommige gevallen amendering of wijziging van besluiten van de Gemeenschap behelzen; dat deze maatregelen ook aanvulling van de bestaande besluiten van de Gemeenschap omvatten;

Overwegende dat bij Verordening (EG) nr. 40/94 (2) het Gemeenschapsmerk is ingesteld; dat in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 40/94 bij de definitie van "houders van Gemeenschapsmerken" met name wordt verwezen naar het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en een nationale behandeling op basis van wederkerigheid wordt voorgeschreven ten aanzien van landen die geen partij bij het Verdrag van Parijs zijn; dat artikel 29 van Verordening (EG) nr. 40/94 met betrekking tot het recht van voorrang ook in dit opzicht dient te worden gewijzigd; dat, teneinde aan de in artikel 3 van de TRIPs-Overeenkomst neergelegde verplichting van nationale behandeling te voldoen, deze bepalingen dienen te worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat onderdanen van alle WTO-leden, ook als het betrokken lid geen partij bij het Verdrag van Parijs is, een behandeling wordt toegekend die niet minder gunstig is dan die welke wordt verleend aan onderdanen van de Lid-Staten van de Gemeenschap;

Overwegende dat artikel 23, lid 2, van de TRIPs-Overeenkomst in de weigering of nietigverklaring voorziet van handelsmerken voor wijnen en spiritualiën die een geografische aanduiding bevatten of uit zo'n aanduiding bestaan met betrekking tot wijnen en spiritualiën die niet deze oorsprong hebben, ook wanneer deze handelsmerken het publiek niet kunnen misleiden; dat dientengevolge een nieuw punt j) dient te worden toegevoegd aan artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 40/94,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 40/94 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. 
    artikel 5, lid 1, onder b), wordt vervangen door:

"b) onderdaan zijn van andere Staten die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, hierna "het Verdrag van Parijs" te noemen, of bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie; of";

  • 2. 
    artikel 5, lid 1, onder d), wordt vervangen door:

"d) niet een onder c) bedoeld onderdaan zijn van een Staat die niet partij is bij het Verdrag van Parijs of bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie en die volgens gepubliceerde gegevens aan de onderdanen van elke Lid-Staat dezelfde bescherming inzake merken verleent als aan zijn eigen onderdanen en die wanneer de onderdanen van de Lid-Staten het bewijs van inschrijving van het merk in het land van oorsprong moeten leveren, de inschrijving van Gemeenschapsmerken als een dergelijk bewijs erkent.";

  • 3. 
    aan artikel 7, lid 1, wordt na punt i) het volgende punt toegevoegd:

"j) handelsmerken voor wijnen die een geografische aanduiding ter benoeming van wijnen bevatten, of uit zo'n aanduiding bestaan, dan wel handelsmerken voor spiritualiën die een geografische aanduiding ter benoeming van spiritualiën bevatten, of uit zo'n aanduiding bestaan, met betrekking tot wijnen of spiritualiën die niet deze oorsprong hebben.";

  • 4. 
    artikel 29, lid 1, wordt vervangen door:

"1. Wie op regelmatige wijze in of voor een Staat die partij is bij het Verdrag van Parijs of bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie een merk heeft aangevraagd, of zijn rechtverkrijgende, geniet voor de indiening van een aanvrage om een Gemeenschapsmerk voor hetzelfde merk en voor waren of diensten die gelijk zijn aan of vallen onder de waren of diensten waarvoor dit merk is aangevraagd, voorrang gedurende zes maanden na de indiening van de eerste aanvrage.";

  • 5. 
    artikel 29, lid 5, wordt vervangen door:

"5. Indien de eerste aanvrage is ingediend in een Staat die geen partij is bij het Verdrag van Parijs of bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, zijn de leden 1 tot en met 4 slechts van toepassing voor zover deze Staat, blijkens gepubliceerde gegevens, aan een bij het Bureau ingediende eerste aanvrage een recht van voorrang verbindt onder vergelijkbare voorwaarden en met vergelijkbare rechtsgevolgen als die van deze verordening.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1995.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1996.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 22 december 1994.

Voor de Raad

De Voorzitter

  • H. 
    SEEHOFER
  • (1) 
    Advies uitgebracht op 14 december 1994 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).
  • (2) 
    PB nr. L 11 van 14. 1. 1994, blz. 1.

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.