Verordening 1989/4045 - Door de lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Zaterdag 26 september 2020
kalender

Verordening 1989/4045 - Door de lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw

Inhoudsopgave

1.

Wettekst

Avis juridique important

|

2.

31989R4045

Verordening (EEG) nr. 4045/89 van de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lid-Staten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van Richtlijn 77/435/EEG

Publicatieblad Nr. L 388 van 30/12/1989 blz. 0018 - 0023

Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 31 blz. 0027

Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 31 blz. 0027

VERORDENING ( EEG ) Nr . 4045/89 VAN DE RAAD van 21 december 1989 inzake de door de Lid-Staten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Orientatie - en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van Richtlijn 77/435/EEG

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ),

Overwegende dat naar luid van artikel 8 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ( 3 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2048/88 ( 4 ), de Lid-Staten de nodige maatregelen treffen om zich ervan te vergewissen dat de door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw ( EOGFL ) gefinancierde verrichtingen daadwerkelijk en op regelmatige wijze hebben plaatsgevonden, om onregelmatigheden te voorkomen en te vervolgen en om de als gevolg van onregelmatigheden of nalatigheden verloren gegane bedragen terug te vorderen;

Overwegende dat de controle van de handelsdocumenten van de ondernemingen die bedragen ontvangen of verschuldigd zijn, een zeer doeltreffend middel kan zijn ter controle van de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het EOGFL; dat deze controle een aanvulling vormt op de andere door de Lid-Staten verrichte controles; dat deze verordening voorts de nationale controlevoorschriften die verder gaan dan de in deze verordening opgenomen bepalingen onverlet laat;

Overwegende dat de Lid-Staten moeten worden aangespoord om de door hen op grond van Richtlijn 77/435/EEG ( 5 ) verrichte controles van de handelsdocumenten van ondernemingen die bedragen ontvangen of verschuldigd zijn, aan te scherpen;

Overwegende dat bij de tenuitvoerlegging door de Lid-Staten van de wettelijke voorschriften die naar aanleiding van Richtlijn 77/435 /EEG zijn vastgesteld, is gebleken dat het huidige systeem in het licht van de opgedane ervaring moet worden gewijzigd; dat wijzigingen dienen te worden opgenomen in een verordening gezien de aard van de betrokken bepalingen;

Overwegende dat de keuze van de documenten aan de hand waarvan deze controle wordt verricht, zodanig moet worden bepaald dat een volledige controle kan plaatsvinden;

Overwegende dat bij de keuze van de te controleren ondernemingen met name rekening moet worden gehouden met de aard van de verrichtingen die onder hun verantwoordelijkheid plaatsvinden en met de verdeling van de ondernemingen die bedragen ontvangen of verschuldigd zijn naar gelang van hun financiële betekenis in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het EOGFL;

Overwegende dat het voorts dienstig is in een minimumaantal controles van de handelsdocumenten te voorzien; dat dit aantal dient te worden vastgesteld volgens een methode waarmee wordt voorkomen dat belangrijke verschillen tussen de Lid-Staten ontstaan als gevolg van de specifieke structuur van hun uitgaven in het kader van de afdeling Garantie van het EOFGL; dat deze methode kan worden vastgesteld door het aantal ondernemingen met een zeker gewicht in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het EOGFL, als referentieaantal te nemen;

Overwegende dat de bevoegdheden van de met controle belaste functionarissen moeten worden vastgesteld alsmede de plicht van de ondernemingen om de handelsdocumenten gedurende een bepaalde periode te hunner beschikking te houden en hun de gevraagde inlichtingen te verstrekken; dat voorts dient te worden bepaald dat de handelsdocumenten in sommige gevallen in beslag kunnen worden genomen;

Overwegende dat, in verband met de internationale structuur van het handelsverkeer van landbouwprodukten en met het oog op de voltooiing van de interne markt, de samenwerking tussen de Lid-Staten moet worden georganiseerd; dat het ook noodzakelijk is om op communautair niveau de gegevens over ondernemingen in derde landen die bedragen ontvangen of verschuldigd zijn, op een centrale plaats te verzamelen;

Overwegende dat, ook al moeten de controleprogramma's in de eerste plaats door de Lid-Staten worden vastgesteld, deze programma's aan de Commissie moeten worden voorgelegd, zodat deze haar toezichthoudende cooerdinerende rol kan vervullen en bij de vaststelling van deze programma's passende criteria worden gehanteerd; dat de controles op die manier kunnen worden toegespitst op sectoren of ondernemingen met een hoog frauderisico;

Overwegende dat de diensten die in het kader van deze verordening controles verrichten, organisatorisch los moeten staan van de diensten die controles uitoefenen vóór betaling van de bedragen;

Overwegende dat elke Lid-Staat over een specifieke dienst moet beschikken die belast is met de voortgangscontrole op de uitvoering van deze verordening en met de cooerdinatie van de in het kader van deze verordening verrichte controles;

dat de functionarissen van deze dienst op grond van

deze verordening bij ondernemingen controles kunnen

uitvoeren;

Overwegende dat het wenselijk is de met de uitvoering van deze verordening belaste diensten te helpen versterken door toekenning van een tijdelijke en degressieve bijdrage van de Gemeenschap in de door de Lid-Staten gemaakte kosten voor de aanstelling van extra personeel en in bepaalde andere kosten voor de opleiding van het personeel en de outillering van de betrokken diensten;

Overwegende dat een raming moet worden gemaakt van de communautaire financiële middelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze maatregel; dat het bedrag van deze financiële middelen moet passen in het kader van de financiële vooruitzichten opgenomen in punt II van het Interinstitutioneel Akkoord over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure van 29 juni 1988 ( 6 ); dat de effectief beschikbare middelen tijdens de begrotingsprocedure zullen worden vastgesteld volgens de in genoemd akkoord gemaakte afspraken;

Overwegende dat de in het kader van de controles van de handelsdocumenten verkregen inlichtingen onder het beroepsgeheim dienen te vallen;

Overwegende dat op communautair niveau een uitwisseling van informatie tot stand dient te worden gebracht om de resultaten van de toepassing van deze verordening efficiënter te kunnen benutten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1 1 . Deze verordening heeft betrekking op de controle die op basis van de handelsdocumenten van degenen die bedragen ontvangen of verschuldigd zijn, hierna "ondernemingen'' genoemd, wordt uitgevoerd op verrichtingen die direct of indirect plaatsvinden in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het EOGFL, om vast te stellen of de verrichtingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en aan de voorschriften voldoen .

2 . In de zin van deze verordening wordt onder "handelsdocumenten'' verstaan alle boeken, registers, nota's en bewijsstukken, de boekhouding en de briefwisseling met betrekking tot de bedrijfsactiviteiten van de onderneming, evenals de commerciële gegevens, in welke vorm dan ook, voor zover deze documenten direct of indirect betrekking hebben op de in lid 1 bedoelde verrichtingen .

Artikel 2 1 . De Lid-Staten verrichten controles op de handelsdocumenten van de ondernemingen, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van de te controleren verrichtingen . De Lid-Staten zien erop toe dat de te controleren ondernemingen zo worden gekozen dat de doeltreffendheid van de preventieve maatregelen en de maatregelen voor de opsporing van onregelmatigheden in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het EOGFL maximaal gewaarborgd is . Bij de keuze wordt met name rekening gehouden met de financiële betekenis van de ondernemingen op dit gebied en andere risicofactoren .

2 . De in lid 1 bedoelde controles worden gedurende elke in lid 4 bedoelde controleperiode verricht bij een aantal

ondernemingen dat niet kleiner mag zijn dan de helft van het aantal ondernemingen waarvan, in het kader van de regeling van de afdeling Garantie van het EOGFL, de ontvangsten of de verschuldigde bedragen of beide te zamen in het kalenderjaar voorafgaande aan dat waarin de controle aanvangt hoger waren dan 60 000 ecu.

Voor de controleperiode die aanvangt in 1990, wordt het bedrag van 60 000 ecu bedoeld in de eerste alinea vervangen door 100 000 ecu en voor het controlejaar dat in 1991 aanvangt door 90 000 ecu .

De ondernemingen waarvan de som van de ontvangsten of de verschuldigde bedragen hoger was dan 200 000 ecu en die in de voorgaande controleperiode niet zijn gecontroleerd in het kader van deze verordening, moeten in ieder geval worden gecontroleerd .

Ondernemingen waarvan de som van de ontvangsten of de verschuldigde bedragen lager was dan 10 000 ecu worden in het kader van deze verordening alleen gecontroleerd aan de hand van criteria die door de Lid-Staten in hun jaarlijkse controleprogramma bedoeld in artikel 10 of door de Commissie in een eventueel voorgestelde wijziging van dit programma moeten worden aangegeven .

3 . De in lid 1 bedoelde controles worden in voorkomend geval uitgebreid tot natuurlijke personen of rechtspersonen die verbonden zijn met ondernemingen in de zin van artikel 1 alsmede tot elke andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die hiervoor op grond van artikel 3 in aanmerking komt .

4 . De controleperiode loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende jaar .

De controle heeft ten minste betrekking op het kalenderjaar voorafgaande aan de controleperiode; de controle kan voorafgaande aan de controleperiode; de controle kan worden uitgebreid tot een door de Lid-Staat te bepalen periode die voorafgaat aan het kalenderjaar en tot de periode tussen 1 januari van het jaar waarin de controleperiode begint en de datum van de werkelijke controle van de onderneming .

5 . De controles uit hoofde van deze verordening laten onverlet de controles overeenkomstig artikel 6 van Verordening ( EEG ) nr . 283/72 ( 7 ) en die overeenkomstig artikel 9 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 .

Artikel 3 1 . De juistheid van de belangrijkste gegevens die aan controle worden onderworpen, wordt in passende gevallen geverifieerd door een voldoende aantal tegencontroles die met name inhouden :

  • vergelijkingen met de handelsdocumenten van leveranciers, klanten, vervoerders en andere derden die direct of indirect betrokken zijn bij verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het EOGFL,
  • fysieke controles op de hoeveelheid en de aard van de voorraden, en
  • vergelijkingen met de gegevens over de financiële transacties die leiden tot of het gevolg zijn van de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het EOGFL .

2 . In het bijzonder wanneer de ondernemingen overeenkomstig de communautaire of nationale voorschriften een afzonderlijke voorraadboekhouding dienen te voeren, wordt bij de controle deze boekhouding in passende gevallen ook getoetst aan de handelsdocumenten en in voorkomend geval vergeleken met de voorraden van de ondernemingen .

Artikel 4 De ondernemingen bewaren de in artikel 1, lid 2, en in

artikel 3 bedoelde handelsdocumenten gedurende ten minste drie jaren, ingaande na afloop van het jaar waarin zij zijn opgesteld .

De Lid-Staten kunnen een langere periode van bewaring van deze documenten voorschrijven .

Artikel 5 1 . Degenen die voor de ondernemingen verantwoordelijk zijn, zorgen ervoor dat alle handelsdocumenten en aanvullende inlichtingen aan de met de controle belaste functionarissen of daartoe gemachtigde personen worden verstrekt .

2 . De met de controle belaste functionarissen of daartoe gemachtigde personen kunnen eisen dat hun uittreksels uit of kopieën van in lid 1 bedoelde documenten worden verstrekt .

Artikel 6 1 . De Lid-Staten dragen er zorg voor dat de functionarissen belast met de controles het recht hebben om de handelsdocumenten in beslag te nemen of in beslag te doen nemen . Bij uitoefening van dit recht worden de nationale bepalingen ter zake in acht genomen en wordt geen afbreuk gedaan aan de toepassing van de regels inzake de strafrechtelijke procedure betreffende het in beslag nemen van documenten .

2 . De Lid-Staten treffen adequate maatregelen om sancties op te leggen aan natuurlijke personen of rechtspersonen die de krachtens het bepaalde in deze verordening op hen rustende verplichtingen niet nakomen .

Artikel 7 1 . De Lid-Staten verlenen elkaar de nodige bijstand voor de uitvoering van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde controles indien een onderneming is gevestigd in een andere Lid-Staat dan die waar het betrokken bedrag is betaald en/of uitgekeerd of had moeten worden betaald en/of uitgekeerd .

2 . In het eerste kwartaal van het jaar volgende op het jaar van betaling verstrekken de Lid-Staten een lijst van de in lid 1 bedoelde ondernemingen aan elke Lid-Staat waar een dergelijke onderneming is gevestigd; deze lijst bevat alle gegevens om de Lid-Staat die de lijst ontvangt, in staat te stellen deze ondernemingen op te sporen; een kopie van elke lijst wordt aan de Commissie verstrekt .

De Lid-Staat waar de betaling of uitkering heeft plaatsgevonden, kan de Lid-Staat waar de onderneming is gevestigd verzoeken om deze bij voorrang te controleren krachtens artikel 2, waarbij de specifieke redenen van dit verzoek dienen te worden aangegeven . Een kopie van elk verzoek wordt toegezonden aan de Commissie .

3 . In het eerste kwartaal van het jaar volgende op het jaar van betaling verstrekken de Lid-Staten de Commissie een lijst van in een derde land gevestigde ondernemingen waarvoor het betrokken bedrag in die Lid-Staat is betaald en/of uitgekeerd of had moeten worden betaald en/of uitgekeerd .

Artikel 8 1 . De inlichtingen die worden verkregen in het kader van de bij deze verordening voorgeschreven controles vallen onder het beroepsgeheim . Zij mogen alleen worden medegedeeld aan personen die op grond van hun functie in de Lid-Staten of bij de Instellingen van de Gemeenschappen daarvan beroepshalve kennis moeten nemen .

2 . Dit artikel laat de nationale bepalingen met betrekking tot de gerechtelijke procedure onverlet .

Artikel 9 1 . Vóór 1 januari volgende op de controleperiode verstrekken de Lid -Staten de Commissie een uitvoerig verslag over de toepassing van deze verordening .

2 . De Lid-Staten moeten in dit verslag melden met welke problemen zij eventueel zijn geconfronteerd alsmede de voor de oplossing hiervan getroffen maatregelen en in voorkomend geval suggesties doen om in de situatie verbetering te brengen .

3 . De Lid-Staten en de Commissie wisselen regelmatig met elkaar van gedachten over de toepassing van deze verordening .

4 . De Commissie evalueert jaarlijks de gemaakte vooruitgang in haar jaarlijkse rapport met betrekking tot het beheer van het Fonds bedoeld in artikel 10 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 .

5 . Vóór 31 december 1991 dient de Commissie een verslag in over de toepassing van deze verordening . In het kader van dit verslag onderzoekt de Commissie de bijzondere situatie die voor bepaalde Lid-Staten uit de toepassing van deze verordening zou kunnen voortvloeien en dient zij, in voorkomend geval, passende voorstellen in .

Artikel 10 1 . De Lid-Staten stellen controleprogramma's op die in de volgende controleperiode overeenkomstig artikel 2 zullen worden uitgevoerd .

2 . Vóór 15 april van elk jaar delen de Lid-Staten de Commissie het in lid 1 bedoelde programma mee, met vermelding van :

  • het aantal ondernemingen dat zal worden gecontroleerd en hun verdeling per sector, rekening houdend met de daarbij betrokken bedragen;
  • de criteria die zijn aangehouden bij de opstelling van deze programma's .

3 . De door de Lid-Staten opgestelde programma's die aan de Commissie zijn medegedeeld, worden door de Lid-Staten ten uitvoer gelegd indien de Commissie binnen een termijn van zes weken geen opmerkingen heeft gemaakt .

4 . Voor de door de Lid-Staten in de programma's aangebrachte wijzigingen geldt dezelfde procedure .

5 . In uitzonderlijke gevallen kan de Commissie in om het even welk stadium verzoeken in het programma van een of meer Lid-Staten een bijzondere categorie ondernemingen op te nemen .

6 . Voor het eerste jaar van toepassing worden de door de Lid-Staten opgestelde controleprogramma's uiterlijk op 1 mei 1990 aan de Commissie medegedeeld en ten uitvoer gelegd indien de Commissie vóór 15 juni 1990 geen opmerkingen heeft gemaakt .

Artikel 11 1 . In elke Lid-Staat wordt uiterlijk op 1 januari 1991 een specifieke dienst belast met de voortgangscontrole op de uitvoering van deze verordening en

  • hetzij de uitvoering van de hierin voorgeschreven controles door functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder deze specifieke dienst,
  • hetzij de cooerdinatie van de controles die door functionarissen van andere diensten worden uitgevoerd .

De Lid-Staten kunnen ook bepalen dat de op grond van deze verordening te verrichten controles gedeeltelijk door de specifieke dienst en gedeeltelijk door andere nationale diensten worden uitgevoerd, op voorwaarde dat eerstgenoemde dienst zorg draagt voor de cooerdinatie .

2 . De met de toepassing van de bepalingen van deze verordening belaste dienst/diensten moet/moeten organisatorisch los staan van diensten of afdelingen die zijn belast met de betaling van de bedragen of de daaraan voorafgaande controles .

3 . De in lid 1 bedoelde specifieke dienst neemt alle nodige initiatieven en maatregelen om te zorgen voor een correcte toepassing van deze verordening .

4 . Voorts zorgt de specifieke dienst voor:

  • de opleiding van de nationale functionarissen belast met de in deze verordening bedoelde controles, ten einde dezen in staat te stellen voldoende kennis te verwerven met het oog op het vervullen van hun taken,
  • het beheer van de controleverslagen en al het documentatiemateriaal over de krachtens deze verordening uitgevoerde en geplande controles,
  • de redactie en de mededeling van de in artikel 9, lid 1, bedoelde rapporten en van de in artikel 10 bedoelde programma's .

5 . De betrokken Lid-Staat verleent de specifieke dienst alle bevoegdheden die nodig zijn om de in de leden 3 en 4 bedoelde taken te kunnen vervullen .

De dienst bestaat uit een passend aantal personeelsleden met een adequate opleiding om de bovengenoemde taken te kunnen uitvoeren .

6 . Dit artikel is niet van toepassing wanneer het minimumaantal te controleren ondernemingen krachtens artikel 2, lid 2, kleiner is dan 10 .

Artikel 12 Onder de in de artikelen 13, 14 en 15 gestelde voorwaarden draagt de Gemeenschap bij in de financiering van de reële extra uitgaven van de Lid-Staten, die verbonden zijn met :

  • de verlaging van de drempel van de berekening van het aantal te verrichten controles,
  • het beschikbaar stellen van de middelen om de kwaliteit van de controles te verbeteren .

Artikel 13 1 . De Gemeenschap draagt bij in de reële uitgaven van de Lid-Staten voor de bezoldiging van het extra personeel dat vanaf 1 januari 1990 uitsluitend bestemd is voor :

  • het personeelsbestand van de in artikel 11 bedoelde specifieke dienst,
  • het personeelsbestand van andere nationale diensten voor zover dat uitsluitend is belast met de uitvoering van de in deze verordening bedoelde controles .

2 . De financiële bijdrage van de Gemeenschap die met ingang van 1 januari 1990 voor een periode van vijf jaar kan worden verleend, bedraagt 50 % voor de eerste drie jaar en 25 % voor het vierde en vijfde jaar, met een maximum per jaar van :

  • 500 000 ecu voor de eerste drie jaar en 250 000 ecu voor het vierde en vijfde jaar voor Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk;
  • 250 000 ecu voor de eerste drie jaar en 125 000 ecu voor het vierde en vijfde jaar voor België, Denemarken, Griekenland, Ierland en Portugal;
  • 50 000 ecu voor de eerste drie jaar en 25 000 ecu voor het vierde en vijfde jaar voor Luxemburg .

3 . In deze verordening wordt onder "bezoldiging'' verstaan de salarissen na aftrek van de belastingen en de fiscale heffingen van de functionarissen die belast zijn met de toepassing van deze verordening en de reiskosten die zij moeten maken voor de vervulling van hun taak .

De bijdrage van de Gemeenschap in de uitgaven voor de bezoldiging van het personeel wordt op forfaitaire wijze per Lid-Staat vastgesteld .

Artikel 14 De Gemeenschap draagt bij in de uitgaven van de Lid-Staten voor de opleiding van personeel van de met de toepassing van deze verordening belaste diensten . De bijdrage, die met ingang van 1 januari 1990 voor een periode van vijf jaar kan worden toegekend, bedraagt 50 % voor de eerste drie jaar en 25 % voor het vierde en vijfde jaar, met een maximum per jaar van :

  • 100 000 ecu voor de eerste drie jaar en 50 000 ecu voor het vierde en vijfde jaar voor Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk;
  • 50 000 ecu voor de eerste drie jaar en 25 000 ecu voor het vierde en vijfde jaar voor België, Denemarken, Griekenland, Ierland en Portugal;
  • 10 000 ecu voor de eerste drie jaar en 5 000 ecu voor het vierde en vijfde jaar voor Luxemburg .

Artikel 15 De Gemeenschap draagt bij in de reële uitgaven van de Lid-Staten voor de aankoop van informatica - en kantoorapparatuur die nodig is voor de met de toepassing van deze verordening belaste diensten . De kosten komen volledig voor rekening van de Gemeenschap, tot een maximum van :

  • 100 000 ecu voor Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk;
  • 60 000 ecu voor België, Denemarken, Griekenland, Ierland en Portugal;
  • 20 000 ecu voor Luxemburg .

Artikel 16 1 . De communautaire uitgaven die noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van de bij deze verordening

ingestelde actie, bedragen maximaal 6,08 miljoen ecu voor het eerste jaar, 5,16 miljoen ecu voor het tweede en derde jaar en 2,58 miljoen ecu voor het vierde en vijfde jaar .

2 . De begrotingsautoriteit bepaalt de beschikbare middelen voor elk begrotingsjaar .

Artikel 17 De hoogte van de uitgaven die elk jaar voor rekening van de Gemeenschap komen, wordt door de Commissie vastgesteld op de grondslag van de door de Lid-Staten verstrekte gegevens .

Artikel 18 De in deze verordening opgenomen bedragen in ecu worden omgerekend in nationale munt door toepassing van de wisselkoers van toepassing op de eerste werkdag van het

jaar waarin de controleperiode begint en gepubliceerd in de

editie C van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Artikel 19 De uitvoeringsbepalingen van deze verordening worden, zo nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 .

Artikel 20 Voor de controle op de specifieke uitgaven die door de Gemeenschap in het kader van deze verordening wor -

den gefinancierd, geldt artikel 9 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 .

Artikel 21 Overeenkomstig de ter zake geldende nationale wettelijke bepalingen hebben de functionarissen van de Commissie toegang tot alle documenten die met het oog op of naar aanleiding van de in het kader van deze verordening aanleiding van de in het kader van deze verordening georganiseerde controles zijn opgesteld en tot de verzamelde gegevens met inbegrip van de gegevens die zijn opgeslagen in gegevens met inbegrip van de gegevens die zijn opgeslagen in de computersystemen .

Artikel 22 1 . Richtlijn 77/435/EEG wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 1990 . De vanaf deze datum uit hoofde van die richtlijn uitgevoerde controles worden geacht te zijn uitgevoerd in het kader van deze verordening .

2 . Verwijzingen naar Richtlijn 77/435/EEG gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening .

Artikel 23 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1990 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel, 21 december 1989 .

Voor de Raad

De Voorzitter

E . CRESSON

( 1 ) PB nr . C 192 van 29 . 7 . 1989, blz . 15 .

( 2 ) PB nr . C 291 van 20 . 11 . 1989, blz . 105 .

( 3 ) PB nr . L 94 van 28 . 4 . 1970, blz . 13 .

( 4 ) PB nr . L 185 van 15 . 7 . 1988, blz . 1 .

( 5 ) PB nr . L 172 van 12 . 7 . 1977, blz . 17.(6 ) PB nr . L 185 van 15 . 7 . 1988, blz . 33.(7 ) PB nr . L 36 van 10 . 2 . 1972, blz . 1 .

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.