Verordening 1997/35 - Bepalingen betreffende de certificatie van pelzen en goederen die vallen onder Verordening 3254/91

Inhoudsopgave

  1. Wettekst
  2. 31997R0035

1.

Wettekst

Avis juridique important

|

2.

31997R0035

Verordening (EG) nr. 35/97 van de Commissie van 10 januari 1997 tot vaststelling van bepalingen betreffende de certificatie van pelzen en goederen die vallen onder Verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad

Publicatieblad Nr. L 008 van 11/01/1997 blz. 0002 - 0004

VERORDENING (EG) Nr. 35/97 VAN DE COMMISSIE van 10 januari 1997 tot vaststelling van bepalingen betreffende de certificatie van pelzen en goederen die vallen onder Verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de Gemeenschap en op het binnenbrengen in de Gemeenschap van pelzen en produkten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen (1), inzonderheid op artikel 4,

Overwegende dat, onverminderd de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3626/82 van de Raad (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2727/95 van de Commissie (3), Verordening (EEG) nr. 3254/91 alleen naar behoren kan worden toegepast door middel van door de bevoegde instanties van uitvoerende en heruitvoerende landen af te geven certificaten en door de vaststelling van voorschriften voor dergelijke certificaten;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 3254/91,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

  • 1. 
    Op pelzen en andere goederen als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3254/91 mogen alleen andere douaneprocedures dan die voor extern douanevervoer worden toegepast, bestemd om deze producten buiten het douanegebied van de Gemeenschap te brengen, wanneer deze afkomstig zijn van dieren:
  • a) 
    die in een land werden gevangen dat wordt genoemd op de lijst van artikel 3, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 3254/91 en waarbij de betrokken soort bij dat land wordt genoemd, of
  • b) 
    die in een Lid-Staat werden gevangen, of
  • c) 
    die in gevangenschap zijn geboren en gefokt.
  • 2. 
    Voor de toepassing van lid 1 overhandigt de importeur of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger een door een bevoegde instantie van het uitvoerende of heruitvoerende land afgegeven certificaat aan het douanekantoor bij de grensovergang waar de invoer in de Gemeenschap geschiedt.

Artikel 2

  • 1. 
    De formulieren waarop het in artikel 1, lid 2, bedoelde certificaat is vermeld moeten overeenstemmen met het model van de bijlage. Zij moeten zijn afgedrukt en ingevuld in één van de officiële talen van de Gemeenschap. Indien nodig kan een vertaling in een andere taal van de Gemeenschap vereist zijn.
  • 2. 
    Het papier van de formulieren moet wit zijn en ten minste 55 g/m² wegen. De afmetingen van het formulier moeten ongeveer 210 × 297 mm bedragen.
  • 3. 
    De door derde landen aangewezen bevoegde instanties, die de in artikel 1, lid 2, bedoelde certificaten mogen afgeven, moeten bij de Commissie worden aangemeld, die de andere Lid-Staten en op verzoek andere belanghebbende derde partijen daarvan op de hoogte zal stellen.

Artikel 3

  • 1. 
    De bepalingen van artikel 1 zijn niet van toepassing
  • op eindproducten die vallen onder een regeling voor tijdelijke invoer, welke niet binnen de Gemeenschap worden verkocht maar bestemd zijn voor wederuitvoer,
  • op eindproducten voor persoonlijk en particulier gebruik,
  • indien de pelzen en daarvan vervaardigde goederen in de Gemeenschap worden heringevoerd na passieve veredeling en het bewijs is geleverd, dat zij van pelzen of goederen waren vervaardigd die voorheen uit de Gemeenschap werden uitgevoerd of heruitgevoerd.
  • 2. 
    Indien voor het binnenbrengen in de Gemeenschap van onder Verordening (EEG) nr. 3254/91 vallende pelzen en goederen ook vooraf een invoerdocument krachtens Verordening (EEG) nr. 3626/82 moet worden overgelegd, mag een dergelijk document alleen worden afgegeven indien de desbetreffende pelzen of goederen aan de voorschriften van beide verordeningen voldoen. Indien een invoerdocument als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3626/82 aldus is afgegeven, moet dit worden aanvaard in plaats van het in artikel 1, lid 2, van deze verordening bedoelde certificaat.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

De verordening wordt toegepast vanaf de eerste dag van de derde maand volgende op de bekendmaking van de in artikel 3, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 3254/91 genoemde lijst in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 10 januari 1997.

Voor de Commissie

Ritt BJERREGAARD

Lid van de Commissie

  • (1) 
    PB nr. L 308 van 9. 11. 1991, blz. 1.
  • (2) 
    PB nr. L 384 van 31. 12. 1982, blz. 1.
  • (3) 
    PB nr. L 284 van 28. 11. 1995, blz. 3.

BIJLAGE

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.