Verordening 2017/1991 - Wijziging van Verordening (EU) nr. 345/2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen en Verordening (EU) nr. 346/2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen

1.

Wettekst

10.11.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 293/1

 

VERORDENING (EU) 2017/1991 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 25 oktober 2017

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 345/2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen en Verordening (EU) nr. 346/2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Verordeningen (EU) nr. 345/2013 (4) en (EU) nr. 346/2013 (5) van het Europees Parlement en de Raad leggen uniforme eisen en voorwaarden vast voor beheerders van instellingen voor collectieve belegging die in de Unie gebruik wensen te maken van de benaming „EuVECA” of „EuSEF” bij het op de markt aanbieden van respectievelijk in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen. Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 bevatten regels voor met name in aanmerking komende beleggingen, portefeuillemaatschappijen en beleggers. Op grond van de Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 komen enkel beheerders met een beheerd vermogen dat in zijn geheel onder de in artikel 3, lid 2, onder b), van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (6) bedoelde drempel blijft, in aanmerking voor het gebruik van de benaming „EuVECA” respectievelijk de benaming „EuSEF”.

 

(2)

De mededeling van de Commissie van 26 november 2014 over een investeringsplan voor Europa voorziet in een alomvattende strategie om het gebrek aan financiering te verhelpen dat Europa's potentieel om te groeien en banen te scheppen voor zijn burgers afremt. Deze strategie is gericht op het aanboren van particuliere investeringen door gebruik te maken van overheidsmiddelen en door het wetgevingskader voor het investeringsklimaat te verbeteren.

 

(3)

De mededeling van de Commissie van 30 september 2015 over een actieplan voor de opbouw van een kapitaalmarktunie is een belangrijk onderdeel van het investeringsplan. Zij heeft ten doel de versnippering op de financiële markten te verminderen en de kapitaalverschaffing aan ondernemingen van binnen en buiten de Unie uit te breiden via de oprichting van een echte interne kapitaalmarkt. In die mededeling is bepaald dat de Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 moeten worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat de regelingen optimaal zijn voor het ondersteunen van investeringen in het midden- en kleinbedrijf (mkb) (kleine en middelgrote ondernemingen, kmo’s).

 

(4)

De markt voor in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen dient te worden opengesteld om de schaalvoordelen te vergroten, de operationele en transactiekosten te verminderen, het concurrentievermogen te verbeteren en de keuzemogelijkheden van de belegger te versterken. Een verbreding van de basis van mogelijke beheerders draagt bij tot het openstellen van deze markt, en zou ten goede komen aan ondernemingen die op zoek zijn naar investeringen door hen toegang te verschaffen tot financiering uit een groter en gevarieerder aanbod van risicodragende investeringsbronnen. Het toepassingsgebied van de Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 moet dienovereenkomstig worden uitgebreid door het gebruik van de benamingen „EuVECA” en „EuSEF” open te stellen voor beheerders van instellingen voor collectieve belegging met een vergunning overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU.

 

(5)

Om te zorgen voor een hoog niveau van beleggersbescherming moeten beheerders van instellingen voor collectieve belegging, met een vergunning overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU, onder de voorschriften van die richtlijn blijven vallen en moeten ze blijven voldoen aan sommige bepalingen van Verordening (EU) nr. 345/2013 en Verordening (EU) nr. 346/2013, met name die welke betrekking hebben op in aanmerking komende beleggingen, beoogde beleggers en informatievereisten. De bevoegde autoriteiten waaraan Richtlijn 2011/61/EU toezichthoudende bevoegdheden verleent, moeten ook die bevoegdheden met betrekking tot dergelijke beheerders uitoefenen.

 

(6)

Om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten op de hoogte zijn van elk nieuw gebruik van de benamingen „EuVECA” en „EuSEF”, moeten beheerders van instellingen voor collectieve belegging, met een vergunning overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU, elk in aanmerking komend durfkapitaalfonds of elk in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds registreren dat zij voornemens zijn te beheren en op de markt aan te bieden. Dat moet ervoor zorgen dat dergelijke beheerders hun bedrijfsmodellen kunnen handhaven doordat zij instellingen voor collectieve belegging kunnen beheren die in andere lidstaten zijn gevestigd, en hun productaanbod verder kunnen uitbreiden.

 

(7)

Het scala van in aanmerking komende ondernemingen waarin de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen mogen beleggen, moet verder worden uitgebreid om de kapitaalverschaffing aan ondernemingen verder te vergroten. De definitie van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen dient derhalve ook ondernemingen met maximaal 499 werknemers (kleine midcaps) die geen toelating hebben tot handel op een gereguleerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, en op mkb-groeimarkten (kmo-groeimarkten) genoteerde mkb-ondernemingen (kmo's) te omvatten. Met de nieuwe investeringsopties moeten entiteiten in een groeistadium die reeds toegang tot andere financieringsbronnen hebben, zoals mkb-groeimarkten (kmo-groeimarkten), ook kapitaal kunnen ontvangen van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, wat dan weer moet bijdragen tot de ontwikkeling van de mkb-groeimarkten (kmo-groeimarkten). Bovendien wordt door investeringen door in aanmerking komende durfkapitaalfondsen in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen deze in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen niet automatisch de mogelijkheid ontzegd om in aanmerking te komen voor overheidsprogramma's. Om investeringen verder te bevorderen, moet het krachtens de Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 mogelijk blijven een dakfondsstructuur op te zetten.

 

(8)

Om het gebruik van de benaming „EuSEF” aantrekkelijker te maken en om de verstrekking van kapitaal aan sociale ondernemingen verder te vergroten, moet de groep in aanmerking komende ondernemingen waarin in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen mogen beleggen, worden uitgebreid door een verruiming van de definitie van positief sociaal effect. Een dergelijke verruiming zou het regelgevingslandschap voor sociaalondernemerschapsfondsen vereenvoudigen, en zou de participatie van beleggers in dergelijke fondsen vergemakkelijken door de discrepanties tussen uiteenlopende interpretaties van wat in de verschillende Uniecontexten een positief sociaal effect vormt, te verhelpen.

 

(9)

In aanmerking komende durfkapitaalfondsen moeten op langere termijn ook kunnen deelnemen aan de financieringsketen voor niet-genoteerde mkb-ondernemingen (kmo's), niet-genoteerde kleine midcaps en op mkb-groeimarkten (kmo-groeimarkten) genoteerde mkb-ondernemingen (kmo's), zodat zij meer mogelijkheden krijgen om rendement te halen uit snelgroeiende ondernemingen. Om die reden moeten vervolginvesteringen na de eerste investering worden toegestaan.

 

(10)

De registratieprocedures dienen eenvoudig en kosteneffectief te zijn. Daarom moet de registratie van een beheerder overeenkomstig de Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 ook een registratie als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU zijn met betrekking tot het beheer van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds of het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds. Registratiebesluiten en weigeringen tot registreren krachtens Verordening (EU) nr. 345/2013 of Verordening (EU) nr. 346/2013 moeten, indien van toepassing, aan administratieve of rechterlijke toetsing overeenkomstig het nationale recht worden onderworpen.

 

(11)

De in de registratieaanvraag verschafte en aan de bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (7) opgerichte Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) („ESMA”) meegedeelde informatie moet worden gebruikt bij het organiseren en verrichten van collegiale toetsingen (peer reviews) overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1095/2010, en zulks enkel in het kader van Richtlijn 2011/61/EU en de Verordeningen (EU) nr. 345/2013, (EU) nr. 346/2013 en (EU) nr. 1095/2010, met inbegrip van de voorschriften inzake het vergaren van informatie. Dit mag geenszins vooruitlopen op de resultaten van de komende herzieningen van Verordening (EU) nr. 1095/2010 en van Richtlijn 2011/61/EU.

 

(12)

De vergoedingen en andere kosten die de lidstaat van ontvangst oplegt aan beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen, leiden tot meer regelgevingsdivergentie en kunnen soms een groot obstakel vormen voor grensoverschrijdende activiteiten. Dergelijke vergoedingen en kosten belemmeren het vrije verkeer van kapitaal binnen de Unie en ondermijnen daarmee de beginselen van de interne markt. Bijgevolg dient te worden benadrukt en verduidelijkt dat het verbod voor de lidstaat van ontvangst om verplichtingen of administratieve procedures op te leggen in verband met het op de markt aanbieden van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen op zijn grondgebied, ook inhoudt dat aan de beheerders geen vergoedingen en andere kosten voor het op de markt aanbieden van die fondsen mogen worden opgelegd als er geen toezichthoudende opdracht moet worden uitgevoerd.

 

(13)

Thans vereisen de Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 dat beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen waaraan geen vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU, steeds over voldoende eigen vermogen beschikken. Om tot een passend en proportioneel vereiste betreffende eigen vermogen voor beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen te komen, dient het niveau van eigen vermogen gebaseerd te zijn op cumulatieve criteria en aanzienlijk lager en minder ingewikkeld te zijn dan de in Richtlijn 2011/61/EU vervatte bedragen, teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken, de aard en de geringe omvang van die fondsen, en om het evenredigheidsbeginsel in acht te nemen. Voor een consistent begrip van die vereisten voor die beheerders in de hele Unie moet de toepassing van minimumkapitaalvereisten en eigen vermogen in deze verordening worden vastgesteld. Gezien de bijzondere rol die in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen zouden kunnen spelen in het kader van de kapitaalmarktenunie, met name bij het bevorderen van de financiering van durfkapitaal en sociaal ondernemerschap, is het noodzakelijk te voorzien in specifieke en gerichte eigenvermogenvoorschriften voor geregistreerde beheerders, die afwijken van het bij Richtlijn 2011/61/EU vastgestelde eigenvermogenkader voor beheerders met een vergunning.

 

(14)

ESMA moet aan de Commissie voor te leggen ontwerpen van technische reguleringsnormen kunnen ontwikkelen. Die normen moeten de informatie die aan bevoegde autoriteiten moet worden verschaft, in verzoeken tot registratie van beheerders of fondsen overeenkomstig de Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 en de delen van die informatie die door de bevoegde autoriteiten aan ESMA ter beschikking moeten worden gesteld, nader bepalen, teneinde ESMA in staat te stellen de collegiale toetsingen te organiseren en te verrichten op grond van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

 

(15)

Aangezien deze verordening het gebruik van de benamingen „EuVECA” en „EuSEF” openstelt voor beheerders van instellingen voor collectieve belegging met een vergunning overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU, moet de centrale databank die door ESMA overeenkomstig de Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 wordt bijgehouden, ook informatie bevatten over de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die deze beheerders beheren en op de markt aanbieden.

 

(16)

Om mogelijke marktverstoring te voorkomen, is het noodzakelijk bestaande beheerders van bestaande in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en bestaande in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen gedurende de looptijd van die fondsen een afwijking van de eigenvermogenvoorschriften van deze verordening te verlenen. Dergelijke beheerders moeten er wel voor zorgen dat zij te allen tijde kunnen aantonen dat hun eigen vermogen toereikend is om de operationele continuïteit te handhaven.

 

(17)

In het kader van de volgende herziening van de Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 moet de Commissie onderzoeken of het nuttig is om in het EuVECA-stelsel een bijkomende vrijwillige optie voor kleine beleggers in te voeren door middel van een „feeder fund” als bedoeld in de Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 voor die in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die hun beleggersbasis willen verbreden. De Commissie moet ook nagaan of het verlagen van de relatief hoge minimuminvesteringsdrempel nuttig zou kunnen zijn, met name omdat deze als een potentieel obstakel voor meer beleggingen in dergelijke fondsen zou kunnen worden gezien. De Commissie moet ook nagaan of het passend kan zijn om het gebruik van de benaming „EuSEF” uit te breiden naar bepaalde crowdfunding- en microfinancieringsentiteiten met een groot sociaal effect. Er zij aan herinnerd dat, ook al blijft beleggen in durfkapitaal uiterst risicovol, kleine beleggers uit steeds meer, net zo risicovolle, ongereguleerde vormen van beleggingen kunnen kiezen. Voor dergelijke beleggingsvormen, zoals crowdfunding, bestaat op dit moment geen regelgeving op Unieniveau, terwijl het gebruik van de benamingen „EuVECA” en „EuSEF” wel gereguleerd is en onder toezicht staat.

 

(18)

De werkzaamheden van de Commissie met betrekking tot de kapitaalmarktenunie hebben de definitie van „op de markt aanbieden” en de uiteenlopende interpretaties van deze definitie door de nationale bevoegde autoriteiten geïdentificeerd als belangrijke obstakels voor grensoverschrijdende beleggingen. De Commissie moet evalueren of die definitie passend is.

 

(19)

Bovendien moet de Commissie nagaan of het passend is een beheerpaspoort te introduceren voor beheerders van de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen, en of de definitie van „op de markt aanbieden” geschikt is voor durfkapitaal. Na die evaluatie moet de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voorleggen dat zo nodig vergezeld gaat van een wetgevingsvoorstel.

 

(20)

Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk het verder verstevigen van een interne markt voor in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen door het gebruik van de benamingen „EuVECA” en „EuSEF”, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.

 

(21)

Deze verordening dient de toepassing van de staatssteunregels op in aanmerking komende durfkapitaalfondsen onverlet te laten. Dergelijke fondsen mogen staatssteun gebruiken voor het bevorderen van durfkapitaalbeleggingen in mkb-ondernemingen (kmo's) door bijvoorbeeld particuliere beleggers gunstiger te behandelen dan publieke investeerders, op voorwaarde dat dergelijke steun verenigbaar is met de staatssteunregels en in het bijzonder met Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie (8).

 

(22)

Verordeningen (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 345/2013 wordt als volgt gewijzigd:

 

1)

In artikel 2 wordt lid 2 vervangen door:

„2.   De artikelen 3 tot en met 6, artikel 12, artikel 13, lid 1, onder c) en i), de artikelen 14 bis tot en met 19, artikel 20, lid 3, tweede alinea, en de artikelen 21 en 21 bis van deze verordening zijn van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging met een vergunning overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU die portefeuilles van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen beheren en voornemens zijn de benaming „EuVECA” te gebruiken bij het op de markt aanbieden van deze fondsen in de Unie.”.

 

2)

In artikel 3 wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:

 

a)

onder d) wordt punt i) vervangen door:

 

„i)

op het tijdstip van de eerste belegging daarin door het in aanmerking komend durfkapitaalfonds aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

 

de onderneming is niet tot de handel toegelaten op een gereglementeerde markt of op een multilaterale handelsfaciliteit als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punten 21 en 22, van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (*1), en heeft maximaal 499 werknemers;

 

de onderneming is een kleine of middelgrote onderneming (mkb-onderneming) als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 13, van Richtlijn 2014/65/EU, of is genoteerd op een mkb-groeimarkt (kmo-groeimarkt) als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 12, van die richtlijn.

(*1)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).”;"

 

b)

punt k) wordt vervangen door:

„k)   „lidstaat van herkomst”: lidstaat waar de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds zijn statutaire zetel heeft;”;

 

c)

punt m) wordt vervangen door:

 

„m)

„bevoegde autoriteit”:

 

i)

voor beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 1, van deze verordening: de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 3, lid 3, onder a), van Richtlijn 2011/61/EU;

 

ii)

voor beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, van deze verordening: de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 7, lid 1, van Richtlijn 2011/61/EU;

 

iii)

voor in aanmerking komende durfkapitaalfondsen: de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het in aanmerking komend durfkapitaalfonds gevestigd is;”;

 

d)

het volgende punt wordt toegevoegd:

„n)   „bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst”: de autoriteit van een lidstaat die niet de lidstaat van herkomst is en waar het in aanmerking komend durfkapitaalfonds op de markt wordt aangeboden;”.

 

3)

In artikel 7 wordt punt f) vervangen door:

 

„f)

hun beleggers billijk te behandelen. Dit sluit niet uit dat particuliere beleggers gunstiger worden behandeld dan een publieke belegger, mits een dergelijke behandeling verenigbaar is met de staatssteunregels, in het bijzonder artikel 21 van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie (*2), en mits dit wordt bekendgemaakt in het reglement of de statuten van het fonds;

(*2)  Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1).”."

 

4)

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Zowel intern beheerde in aanmerking komende durfkapitaalfondsen als externe beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen beschikken over een aanvangskapitaal van 50 000 EUR.”;

 

b)

de volgende leden worden toegevoegd:

„3.   Het eigen vermogen bedraagt te allen tijde minstens een achtste van de overheadkosten van de beheerder gedurende het voorafgaande jaar. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan dat vereiste aanpassen indien er zich sinds het voorgaande jaar een materiële wijziging in de werkzaamheden van de beheerder heeft voorgedaan. Indien de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds geen volledig boekjaar heeft voltooid, bedraagt het vereiste een achtste van de overheadkosten die volgens zijn bedrijfsplan te verwachten zijn, tenzij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst eist dat het bedrijfsplan wordt aangepast.

  • 4. 
    Indien de waarde van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds dat door de beheerder wordt beheerd, hoger is dan 250 000 000 EUR, verschaft de beheerder een extra bedrag aan eigen vermogen. Dat extra bedrag is gelijk aan 0,02 % van het bedrag waarmee de totale waarde van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds 250 000 000 EUR te boven gaat.
  • 5. 
    De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds toestaan niet te voorzien in maximaal 50 % van het in lid 4 bedoelde extra bedrag aan eigen vermogen indien die beheerder voor hetzelfde bedrag een garantie geniet van een kredietinstelling of een verzekeringsonderneming waarvan de statutaire zetel gelegen is in een lidstaat of in een derde land waar de kredietinstelling of verzekeringsonderneming onderworpen is aan prudentiële regels die naar het oordeel van de bevoegde autoriteit van de lidstaten van herkomst gelijkwaardig zijn aan die welke in het Unierecht zijn vastgesteld.
  • 6. 
    Het eigen vermogen wordt belegd in liquide middelen of in activa die op korte termijn direct in contant geld kunnen worden omgezet en omvat geen speculatieve posities.”.
 

5)

Aan artikel 12 wordt het volgende lid toegevoegd:

„4.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verstrekt alle uit hoofde van dit artikel verzamelde informatie tijdig aan de bevoegde autoriteit van elk betrokken in aanmerking komend durfkapitaalfonds aan de bevoegde autoriteit van elke betrokken lidstaat van ontvangst en aan ESMA, volgens de procedure als bedoeld in artikel 22.”.

 

6)

In artikel 13, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

 

„b)

het bedrag aan eigen vermogen waarover deze beheerder beschikt om toereikende personele en technische middelen aan te houden die noodzakelijk zijn voor een behoorlijk beheer van zijn in aanmerking komende durfkapitaalfondsen;”.

 

7)

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

in lid 1 wordt punt e) geschrapt;

 

b)

in lid 2 wordt punt d) geschrapt;

 

c)

de volgende leden worden toegevoegd:

„4.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst deelt de in lid 1 bedoelde beheerder mee of hij is geregistreerd als beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds en dat uiterlijk twee maanden nadat hij alle in dat lid bedoelde informatie heeft verstrekt.

  • 5. 
    Een registratie overeenkomstig dit artikel vormt een registratie voor de toepassing van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EU met betrekking tot het beheer van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen.
  • 6. 
    Een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds als bedoeld in dit artikel stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst in kennis van alle materiële wijzigingen in de voorwaarden voor zijn initiële registratie overeenkomstig dit artikel voordat die wijzigingen worden doorgevoerd.

Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst besluit beperkingen op te leggen of de in de eerste alinea bedoelde wijzigingen af te wijzen, deelt zij dat binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van die wijzigingen mee aan de beheerder van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds. De bevoegde autoriteit kan deze termijn met maximaal één maand verlengen indien zij dit noodzakelijk acht gezien de specifieke omstandigheden van het geval, nadat zij de beheerder van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds daarvan in kennis heeft gesteld. De wijzigingen kunnen worden doorgevoerd indien de betrokken bevoegde autoriteit de wijzigingen niet binnen de vastgestelde beoordelingstermijn afwijst.

  • 7. 
    Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen tot nadere bepaling van de informatie die bij de in lid 1 bedoelde registratieaanvraag aan de bevoegde autoriteiten moet worden verstrekt, en tot nadere bepaling van de in lid 2 uiteengezette voorwaarden.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 8. 
    Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen betreffende standaardformulieren, templates en procedures voor de verstrekking van informatie aan de bevoegde autoriteiten in de in lid 1 bedoelde registratieaanvraag en de in lid 2 uiteengezette voorwaarden.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 9. 
    ESMA organiseert en verricht overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 collegiale toetsingen (peer reviews) om de registratieprocedures die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening volgen, consistenter te maken.”.
 

8)

De volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 14 bis

  • 1. 
    Beheerders van instellingen voor collectieve belegging met een vergunning overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU dienen een aanvraag in tot registratie van de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen waarvoor zij gebruik wensen te maken van de benaming „EuVECA”.
  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde registratieaanvraag wordt ingediend bij de bevoegde instantie van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds en omvat de volgende gegevens:
 

a)

het reglement of de statuten van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds;

 

b)

informatie over de identiteit van de bewaarder;

 

c)

de in artikel 14, lid 1, bedoelde informatie;

 

d)

een lijst van de lidstaten waar de in lid 1 bedoelde beheerders in aanmerking komende durfkapitaalfondsen hebben gevestigd of voornemens zijn te vestigen.

Voor de toepassing van punt c) van de eerste alinea verwijst de informatie over de regelingen die zijn getroffen om te voldoen aan de vereisten van hoofdstuk II, naar de regelingen die zijn getroffen om te voldoen aan de artikelen 5 en 6 en artikel 13, lid 1, onder c) en i).

  • 3. 
    Indien de bevoegde autoriteit van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds niet ook de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst is, vraagt de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of het in aanmerking komend durfkapitaalfonds valt binnen het toepassingsgebied van de vergunning van de beheerder om abi's te beheren, en of aan de in artikel 14, lid 2, onder a), vastgestelde voorwaarden is voldaan.

De bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst ook vragen om verduidelijking en informatie over de in lid 2 bedoelde documenten.

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst antwoordt binnen één maand na de datum van ontvangst van het verzoek van de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds.

  • 4. 
    In lid 1 bedoelde beheerders zijn niet verplicht informatie of documenten te verstrekken die zij reeds krachtens Richtlijn 2011/61/EU hebben verstrekt.
  • 5. 
    Nadat zij de overeenkomstig lid 2 ontvangen documenten heeft beoordeeld en nadat zij in lid 3 bedoelde verduidelijking en informatie heeft ontvangen, registreert de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds een fonds als in aanmerking komend durfkapitaalfonds indien de beheerder van dat fonds voldoet aan de in artikel 14, lid 2, gestelde voorwaarden.
  • 6. 
    De bevoegde autoriteit van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds deelt de in lid 1 bedoelde beheerder mee of dat fonds is geregistreerd als een in aanmerking komend durfkapitaalfonds en dat uiterlijk twee maanden nadat die beheerder alle in lid 2 bedoelde documentatie heeft verstrekt.
  • 7. 
    De registratie overeenkomstig dit artikel is geldig op het volledige grondgebied van de Unie en houdt het recht in om die fondsen in de hele Unie onder de benaming „EuVECA” op de markt aan te bieden.
  • 8. 
    Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen om nader te bepalen welke informatie overeenkomstig lid 2 aan de bevoegde autoriteiten moet worden verstrekt.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 9. 
    Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen betreffende standaardformulieren, templates en procedures voor de verstrekking van informatie aan de bevoegde autoriteiten overeenkomstig lid 2.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 10. 
    ESMA organiseert en verricht overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 collegiale toetsingen om de registratieprocedures die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening volgen, consistenter te maken.

Artikel 14 ter

De lidstaten zorgen ervoor dat elke weigering tot registratie van een beheerder als bedoeld in artikel 14 of van een fonds als bedoeld in artikel 14 bis met redenen wordt omkleed, wordt meegedeeld aan de in die artikelen bedoelde beheerders en vatbaar is voor beroep bij een nationale rechterlijke, administratieve of andere instantie. Dat recht op beroep is ook van toepassing op registratie indien geen besluit over registratie is genomen binnen twee maanden nadat de beheerder alle vereiste informatie heeft verstrekt. De lidstaten kunnen vereisen dat een beheerder alle administratieve beroepsmogelijkheden waarin het nationale recht voorziet, uitput alvorens dat recht op beroep uit te oefenen.”.

 

9)

In artikel 16 worden leden 1 en 2 vervangen door:

„1.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst en ESMA onmiddellijk in kennis van elke registratie in of schrapping uit het register van een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds, van elke toevoeging aan of schrapping uit het register van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds, en van elke toevoeging aan of schrapping van de lijst van lidstaten waar een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds voornemens is die fondsen op de markt aan te bieden.

Voor de toepassing van de eerste alinea stelt de bevoegde autoriteit van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds dat overeenkomstig artikel 14 bis geregistreerd is, de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst en ESMA in kennis van elke toevoeging aan of schrapping uit het register van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds, of van elke toevoeging aan of schrapping uit de lijst van lidstaten waar de beheerder van dat in aanmerking komend durfkapitaalfonds voornemens is dat fonds op de markt aan te bieden.

  • 2. 
    De bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst leggen de beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen geen verplichtingen of administratieve procedures op met betrekking tot het op de markt aanbieden van hun in aanmerking komende durfkapitaalfondsen, en verlangen evenmin een vergunning voorafgaand aan het op de markt aanbieden van die fondsen. Met dergelijke verplichtingen of administratieve procedures worden onder meer vergoedingen en andere kosten bedoeld.”.
 

10)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 16 bis

  • 1. 
    Met het oog op het organiseren en verrichten van collegiale toetsingen overeenkomstig artikel 14, lid 9, en artikel 14 bis, lid 10, zorgt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of, indien het niet om dezelfde autoriteit gaat, de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds ervoor dat de definitieve informatie op basis waarvan de registratie werd verleend als bedoeld in artikel 14, leden 1 en 2, en artikel 14 bis, lid 2, na de registratie tijdig aan ESMA ter beschikking wordt gesteld. Die informatie wordt ter beschikking gesteld volgens de in artikel 22 bedoelde procedure.
  • 2. 
    Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen om nader te bepalen welke informatie overeenkomstig lid 1 aan ESMA ter beschikking moet worden gesteld.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 3. 
    Om voor een uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen voor standaardformulieren, templates en procedures voor de verstrekking van informatie die overeenkomstig lid 1 aan ESMA ter beschikking moet worden gesteld.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”.

 

11)

Artikel 17 wordt vervangen door:

„Artikel 17

  • 1. 
    ESMA houdt een via internet publiekelijk toegankelijke centrale databank bij met alle beheerders van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die de benaming „EuVECA” gebruiken, en van de in aanmerking komende durfkapitaalfondsen waarvoor zij die benaming gebruiken, alsmede van de landen waar deze fondsen op de markt worden aangeboden.
  • 2. 
    Op haar website plaatst ESMA links naar de relevante informatie over derde landen die voldoen aan het toepasselijke vereiste van artikel 3, eerste alinea, onder d), iv).”.
 

12)

In artikel 18 worden de volgende leden ingevoegd:

„1   bis. Wat beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, betreft, is de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving en de toereikendheid van de regelingen en de organisatie van de beheerder, zodat die beheerder in staat is te voldoen aan de verplichtingen en voorschriften betreffende de samenstelling en het functioneren van alle in aanmerking komende durfkapitaalfondsen die hij beheert.

1   ter. Wat een in aanmerking komend durfkapitaalfonds dat wordt beheerd door een beheerder als bedoeld in artikel 2, lid 2, betreft is de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de voorschriften van de artikelen 5 en 6 en van artikel 13, lid 1, onder c) en i), door het in aanmerking komend durfkapitaalfonds. De bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend durfkapitaalfonds is ook verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving door dat fonds van de in het reglement of de statuten van het fonds vastgestelde verplichtingen.”.

 

13)

Aan artikel 19 wordt het volgende lid toegevoegd:

„ESMA organiseert en verricht overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 collegiale toetsingen om de procedures met betrekking tot de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening volgen, consistenter te maken.”.

 

14)

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

in lid 2 worden de woorden „16 mei 2015” vervangen door „2 maart 2020”;

 

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„3.   Beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 1, voldoen te allen tijde aan deze verordening en zijn ook aansprakelijk voor inbreuken op deze verordening, met inbegrip van verliezen of schade die daaruit voortvloeien.

Beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, voldoen te allen tijde aan Richtlijn 2011/61/EU. Zij zijn verantwoordelijk voor het verzekeren van de naleving van deze verordening en zijn aansprakelijk overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU. Die beheerders zijn ook aansprakelijk voor verliezen of schade die uit inbreuken op deze verordening voortvloeien.”.

 

15)

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

 

i)

het inleidende gedeelte wordt vervangen door:

„1.   Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel neemt de bevoegde autoriteit de gepaste maatregelen als bedoeld in lid 2, voor zover van toepassing, indien de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds:”;

 

ii)

punt c) wordt vervangen door:

 

„c)

de benaming „EuVECA” gebruikt zonder overeenkomstig artikel 14 geregistreerd te zijn, of het in aanmerking komend durfkapitaalfonds niet overeenkomstig artikel 14 bis geregistreerd is;”;

 

iii)

punt e) wordt vervangen door:

 

„e)

in strijd met artikel 14 of artikel 14 bis een registratie heeft verkregen via valse verklaringen of op een andere onregelmatige wijze;”;

 

b)

leden 2, 3 en 4 worden vervangen door:

„2.   In de in lid 1 bedoelde gevallen neemt de bevoegde autoriteit zo nodig de volgende maatregelen:

 

a)

maatregelen om ervoor te zorgen dat de beheerder van een betrokken in aanmerking komend durfkapitaalfonds de artikelen 5 en 6, artikel 7, onder a) en b), en de artikelen 12 tot en met 14 bis, naargelang het geval, naleeft;

 

b)

een verbod voor de beheerder van het betrokken in aanmerking komend durfkapitaalfonds om de benaming „EuVECA” te gebruiken en een schrapping van die beheerder, of van het betrokken in aanmerking komend durfkapitaalfonds, uit het register.

  • 3. 
    De in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit stelt andere betrokken bevoegde autoriteiten, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder d), en ESMA onverwijld in kennis van de schrapping van een beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds of van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds uit het register.
  • 4. 
    Het recht om een of meer in aanmerking komende durfkapitaalfondsen onder de benaming „EuVECA” in de Unie op de markt aan te bieden, vervalt met onmiddellijke ingang vanaf de datum van de in lid 2, onder b), bedoelde beslissing van de bevoegde autoriteit.”;
 

c)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„5.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of de lidstaat van ontvangst, naargelang het geval, stelt ESMA onverwijld in kennis indien zij duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds een of meer van de in artikel 21, lid 1, onder a) tot en met i), bedoelde inbreuken heeft gepleegd.

Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel kan ESMA overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 aanbevelingen richten tot de betrokken bevoegde autoriteiten om een van de in lid 2 van dit artikel bedoelde maatregelen te nemen of van dergelijke maatregelen af te zien.”.

 

16)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 21 bis

De overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU aan de bevoegde autoriteiten verleende bevoegdheden, met inbegrip van de bevoegdheden met betrekking tot sancties, worden eveneens uitgeoefend ten aanzien van beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, van deze verordening.”.

 

17)

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

in lid 2 wordt onder a) „22 juli 2017” vervangen door „2 maart 2022”;

 

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„4.   Tegelijk met de evaluatie overeenkomstig artikel 69 van Richtlijn 2011/61/EU onderzoekt de Commissie, met name met betrekking tot overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder b), van die richtlijn geregistreerde beheerders:

 

a)

het beheer van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en de wenselijkheid van het aanbrengen van wijzigingen in het rechtskader, met inbegrip van de optie van een beheerpaspoort, en

 

b)

de geschiktheid van de definitie van „op de markt aanbieden” voor in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en het effect dat die definitie en de uiteenlopende nationale interpretaties ervan hebben op de exploitatie en levensvatbaarheid van in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en op de grensoverschrijdende distributie van dergelijke fondsen.

Na die evaluatie legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor dat zo nodig vergezeld gaat van een wetgevingsvoorstel.”.

Artikel 2

Verordening (EU) nr. 346/2013 wordt als volgt gewijzigd:

 

1)

In artikel 2 wordt lid 2 vervangen door:

„2.   De artikelen 3 tot en met 6, de artikelen 10 en 13, artikel 14, lid 1, onder d), e) en f), de artikelen 15 bis tot en met 20, artikel 21, lid 3, tweede alinea, en de artikelen 22 en 22 bis van deze verordening zijn van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging met een vergunning overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU die portefeuilles van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen beheren en voornemens zijn de benaming „EuVECA” te gebruiken bij het op de markt aanbieden van deze fondsen in de Unie.”.

 

2)

In artikel 3, lid 1, wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:

 

a)

onder d) wordt punt ii) vervangen door:

 

„ii)

als hoofddoel heeft het realiseren van meetbare positieve sociale effecten overeenkomstig haar statuten of elk statutair document of reglement waarbij de onderneming wordt opgericht, voor zover de onderneming:

 

diensten of goederen levert met een sociale opbrengst;

 

een productiemethode voor haar goederen of diensten gebruikt die haar sociale doelstelling belichaamt, of

 

uitsluitend financiële steun verleent aan sociale ondernemingen zoals gedefinieerd onder de eerste twee streepjes;”;

 

b)

punt k) wordt vervangen door:

„k)   „lidstaat van herkomst”: lidstaat waar de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds zijn statutaire zetel heeft;”;

 

c)

punt m) wordt vervangen door:

 

„m)

„bevoegde autoriteit”:

 

i)

voor beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 1, van deze verordening: de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 3, lid 3, onder a), van Richtlijn 2011/61/EU;

 

ii)

voor beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, van deze verordening: de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 7, lid 1, van Richtlijn 2011/61/EU;

 

iii)

voor in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen: de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds gevestigd is;”;

 

d)

het volgende punt wordt toegevoegd:

„n)   „bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst”: de autoriteit van een lidstaat die niet de lidstaat van herkomst is en waar het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds op de markt wordt aangeboden;”.

 

3)

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Zowel intern beheerde in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen als externe beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen beschikken over een aanvangskapitaal van 50 000 EUR.”;

 

b)

de volgende leden worden toegevoegd:

„3.   Het eigen vermogen bedraagt te allen tijde minstens een achtste van de overheadkosten van de beheerder gedurende het voorafgaande jaar. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan dat vereiste aanpassen indien er zich sinds het voorgaande jaar een materiële wijziging in de werkzaamheden van de beheerder heeft voorgedaan. Indien de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds geen volledig boekjaar heeft voltooid, bedraagt het vereiste een achtste van de overheadkosten die volgens zijn bedrijfsplan te verwachten zijn, tenzij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst eist dat dat plan wordt aangepast.

  • 4. 
    Indien de waarde van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds dat door de beheerder wordt beheerd, hoger is dan 250 000 000 EUR, verschaft de beheerder een extra bedrag aan eigen vermogen. Dat extra bedrag is gelijk aan 0,02 % van het bedrag waarmee de totale waarde van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds 250 000 000 EUR te boven gaat.
  • 5. 
    De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds toestaan niet te voorzien in maximaal 50 % van het in lid 4 bedoelde extra bedrag aan eigen vermogen indien die beheerder voor hetzelfde bedrag een garantie geniet van een kredietinstelling of een verzekeringsonderneming waarvan de statutaire zetel gelegen is in een lidstaat of in een derde land waar de kredietinstelling of verzekeringsonderneming onderworpen is aan prudentiële regels die naar het oordeel van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst gelijkwaardig zijn aan die welke in het Unierecht zijn vastgesteld.
  • 6. 
    Het eigen vermogen wordt belegd in liquide middelen of in activa die op korte termijn direct in contant geld kunnen worden omgezet, en omvat geen speculatieve posities.”.
 

4)

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

 

i)

punt e) wordt vervangen door:

 

„e)

informatie betreffende de aard, de waarde en het doel van de andere beleggingen dan de in aanmerking komende beleggingen als bedoeld in artikel 5, lid 1;”;

 

ii)

het volgende punt wordt toegevoegd:

 

„f)

een beschrijving van de wijze waarop bij de beleggingsaanpak van de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen rekening is gehouden met milieu- en klimaatgerelateerde risico's;”;

 

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„5.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verstrekt alle uit hoofde van dit artikel verzamelde informatie tijdig aan de bevoegde autoriteit van elk betrokken in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds, aan de bevoegde autoriteit van elke betrokken lidstaat van ontvangst en aan ESMA, volgens de procedure als bedoeld in artikel 23.”.

 

5)

In artikel 14, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

 

„b)

het bedrag aan eigen vermogen waarover deze beheerder beschikt om toereikende personele en technische middelen aan te houden die noodzakelijk zijn voor het behoorlijke beheer van zijn in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen;”.

 

6)

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

in lid 1 wordt punt e) geschrapt;

 

b)

in lid 2 wordt punt d) geschrapt;

 

c)

de volgende leden worden toegevoegd:

„4.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt de in lid 1 bedoelde beheerder ervan in kennis of hij is geregistreerd als beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en dat uiterlijk twee maanden nadat hij alle in dat lid bedoelde informatie heeft verstrekt.

  • 5. 
    Een registratie overeenkomstig dit artikel vormt een registratie voor de toepassing van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EU met betrekking tot het beheer van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen.
  • 6. 
    Een beheerder van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen als bedoeld in dit artikel stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst in kennis van alle materiële wijzigingen in de voorwaarden voor zijn initiële registratie overeenkomstig dit artikel voordat die wijzigingen worden doorgevoerd.

Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst besluit beperkingen op te leggen of de in de eerste alinea bedoelde wijzigingen af te wijzen, deelt zij dat binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van die wijzigingen mee aan de beheerder van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds. De bevoegde autoriteit kan deze termijn met maximaal één maand verlengen indien zij dit noodzakelijk acht gezien de specifieke omstandigheden van het geval en nadat zij de beheerder van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds daarvan in kennis heeft gesteld. De wijzigingen kunnen worden doorgevoerd indien de betrokken bevoegde autoriteit de wijzigingen niet binnen de vastgestelde beoordelingstermijn afwijst.

  • 7. 
    Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen tot nadere bepaling van de informatie die bij de in lid 1 bedoelde registratieaanvraag aan de bevoegde autoriteiten moet worden verstrekt en van de in lid 2 bedoelde voorwaarden.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 8. 
    Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen betreffende standaardformulieren, templates en procedures voor de verstrekking van informatie aan de bevoegde autoriteiten in de in lid 1 bedoelde registratieaanvraag en de in lid 2 bedoelde voorwaarden.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 9. 
    ESMA organiseert en verricht overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 collegiale toetsingen (peer reviews) om de registratieprocedures die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening volgen, consistenter te maken.”.
 

7)

De volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 15 bis

  • 1. 
    Beheerders van instellingen voor collectieve belegging met een vergunning overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU dienen een aanvraag in tot registratie van de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen waarvoor zij gebruik wensen te maken van de benaming „EuSEF”.
  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde registratieaanvraag wordt ingediend bij de bevoegde instantie van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en omvat de volgende gegevens:
 

a)

het reglement of de statuten van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds;

 

b)

informatie over de identiteit van de bewaarder;

 

c)

de in artikel 15, lid 1, bedoelde informatie;

 

d)

een lijst van de lidstaten waar de in lid 1 bedoelde beheerders in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen hebben gevestigd of voornemens zijn te vestigen.

Voor de toepassing van punt c) van de eerste alinea verwijst de informatie over de regelingen die zijn getroffen om te voldoen aan de vereisten van hoofdstuk II naar de regelingen die zijn getroffen om te voldoen aan de artikelen 5, 6 en 10, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 1, onder d), e) en f).

  • 3. 
    Indien de bevoegde autoriteit van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds niet ook de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst is, vraagt de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst of het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds valt binnen het toepassingsgebied van de vergunning van de beheerder om abi's te beheren, en of aan de in artikel 15, lid 2, onder a), vastgestelde voorwaarden is voldaan.

De bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst ook vragen om verduidelijking en informatie over de in lid 2 bedoelde documenten.

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst antwoordt binnen één maand na de datum van ontvangst van het verzoek van de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds.

  • 4. 
    In lid 1 bedoelde beheerders zijn niet verplicht informatie of documenten te verstrekken die zij reeds krachtens Richtlijn 2011/61/EU hebben verstrekt.
  • 5. 
    Nadat zij de overeenkomstig lid 2 ontvangen documenten heeft beoordeeld en nadat zij in lid 3 bedoelde verduidelijking en informatie heeft ontvangen, registreert de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds elk fonds als een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds indien de beheerder van dat fonds voldoet aan de in artikel 15, lid 2, vastgestelde voorwaarden.
  • 6. 
    De bevoegde autoriteit van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds stelt de in lid 1 bedoelde beheerder ervan in kennis of dat fonds is geregistreerd als een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en dat uiterlijk twee maanden nadat die beheerder alle in lid 2 bedoelde documentatie heeft verstrekt.
  • 7. 
    De registratie overeenkomstig dit artikel is geldig op het volledige grondgebied van de Unie en houdt het recht in om die fondsen onder de benaming „EuSEF” in de hele Unie op de markt aan te bieden.
  • 8. 
    Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen om nader te bepalen welke informatie overeenkomstig lid 2 aan de bevoegde autoriteiten moet worden verstrekt.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 9. 
    Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen betreffende standaardformulieren, templates en procedures voor de verstrekking van informatie aan de bevoegde autoriteiten overeenkomstig lid 2.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 10. 
    ESMA organiseert en verricht overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 collegiale toetsingen om de registratieprocedures die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening volgen, consistenter te maken.

Artikel 15 ter

De lidstaten zorgen ervoor dat elke weigering tot registratie van een beheerder als bedoeld in artikel 15 of van een fonds als bedoeld in artikel 15 bis met redenen wordt omkleed, wordt meegedeeld aan de in die artikelen bedoelde beheerders en vatbaar is voor beroep bij een nationale rechterlijke, administratieve of andere instantie. Dat recht op beroep is ook van toepassing op registratie indien geen besluit over registratie is genomen binnen twee maanden nadat die beheerder alle vereiste informatie heeft verstrekt. De lidstaten kunnen vereisen dat een beheerder alle administratieve beroepsmogelijkheden waarin het nationale recht voorziet, uitput alvorens dat recht op beroep uit te oefenen.”.

 

8)

In artikel 17 worden leden 1 en 2 vervangen door:

„1.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst en ESMA onmiddellijk in kennis van elke registratie of schrapping uit het register van een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds, van elke toevoeging aan of schrapping uit het register van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds, en van elke toevoeging aan of schrapping uit de lijst van lidstaten waar een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds voornemens is die fondsen op de markt aan te bieden.

Voor de toepassing van de eerste alinea stelt de bevoegde autoriteit van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds dat overeenkomstig artikel 15 bis geregistreerd is, de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst en ESMA in kennis van elke toevoeging aan of schrapping uit het register van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds, of van elke toevoeging aan of schrapping uit de lijst van lidstaten waar de beheerder van dat in aanmerking komend durfkapitaalfonds voornemens is dat fonds op de markt aan te bieden.

  • 2. 
    De bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst leggen de beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen geen verplichtingen of administratieve procedures op met betrekking tot het op de markt aanbieden van hun in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen, en verlangen evenmin een vergunning voorafgaand aan het op de markt aanbieden van die fondsen. Met dergelijke verplichtingen of administratieve procedures worden onder meer vergoedingen en andere kosten bedoeld.”.
 

9)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 17 bis

  • 1. 
    Met het oog op het organiseren en verrichten van collegiale toetsingen overeenkomstig artikel 15, lid 9, en artikel 15 bis, lid 10, zorgt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of, indien het niet om dezelfde autoriteit gaat, de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds ervoor dat de definitieve informatie op basis waarvan de registratie werd verleend als bedoeld in artikel 15, leden 1 en 2, en artikel 15 bis, lid 2, na de registratie tijdig aan ESMA ter beschikking wordt gesteld. Die informatie wordt ter beschikking gesteld volgens de in artikel 23 bedoelde procedure.
  • 2. 
    Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen om nader te bepalen welke informatie overeenkomstig lid 1 aan ESMA ter beschikking moet worden gesteld.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

  • 3. 
    Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen voor standaardformulieren, templates en procedures voor de verstrekking van informatie die overeenkomstig lid 1 aan ESMA ter beschikking moet worden gesteld.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”.

 

10)

Artikel 18 wordt vervangen door:

„Artikel 18

  • 1. 
    ESMA houdt een via internet publiekelijk toegankelijke centrale databank bij met alle beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die de benaming „EuSEF” gebruiken, en van de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen waarvoor zij die benaming gebruiken, alsmede van de landen waar deze fondsen op de markt worden aangeboden.
  • 2. 
    Op haar website plaatst ESMA links naar de relevante informatie over derde landen die voldoen aan het toepasselijke vereiste van artikel 3, lid 1, eerste alinea, onder d), v).”.
 

11)

In artikel 19 worden de volgende leden ingevoegd:

„1   bis. Wat beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, betreft, is de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving en de toereikendheid van de regelingen en de organisatie van de beheerder, zodat die beheerder in staat is te voldoen aan de verplichtingen en voorschriften betreffende de samenstelling en het functioneren van alle in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die hij beheert.

1   ter. Wat een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds dat wordt beheerd door een beheerder als bedoeld in artikel 2, lid 2, betreft, is de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de voorschriften van de artikelen 5 en 6 en van artikel 14, lid 1, onder c) en i), door het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds. De bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds is ook verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving door dat fonds van de in het reglement of de statuten van het fonds vastgestelde verplichtingen.”.

 

12)

Aan artikel 20 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„ESMA organiseert en verricht overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 collegiale toetsingen om de procedures met betrekking tot de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening volgen, consistenter te maken.”.

 

13)

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

in lid 2 wordt „16 mei 2015” vervangen door „2 maart 2020”;

 

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„3.   Beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 1, voldoen te allen tijde aan deze verordening en zijn ook aansprakelijk voor inbreuken op deze verordening, met inbegrip van verliezen of schade die daaruit voortvloeien.

Beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, voldoen te allen tijde aan Richtlijn 2011/61/EU. Zij zijn verantwoordelijk voor het verzekeren van de naleving van deze verordening en zijn aansprakelijk overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU. Die beheerders zijn ook aansprakelijk voor verliezen of schade die uit inbreuken op deze verordening voortvloeien.”.

 

14)

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

 

i)

het inleidende gedeelte wordt vervangen door:

„1.   Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel neemt de bevoegde autoriteit de gepaste maatregelen als bedoeld in lid 2, voor zover van toepassing, indien de beheerder van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds:”;

 

ii)

punt c) wordt vervangen door:

 

„c)

de benaming „EuSEF” gebruikt zonder overeenkomstig artikel 15 geregistreerd te zijn, of het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds niet overeenkomstig artikel 15 bis geregistreerd is;”;

 

iii)

punt e) wordt vervangen door:

 

„e)

in strijd met artikel 15 of artikel 15 bis een registratie heeft verkregen via valse verklaringen of op een andere onregelmatige wijze;”;

 

b)

leden 2, 3 en 4 worden vervangen door:

„2.   In de gevallen als bedoeld in lid 1 neemt de bevoegde autoriteit zo nodig de volgende maatregelen:

 

a)

maatregelen om ervoor te zorgen dat de beheerder van een betrokken in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds de artikelen 5 en 6, artikel 7, onder a) en b), en de artikelen 13 tot en met 15 bis, naargelang het geval, naleeft;

 

b)

een verbod voor de beheerder van het betrokken in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds om de benaming „EuSEF” te gebruiken en een schrapping van die beheerder, of van het betrokken in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds, uit het register.

  • 3. 
    De in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit stelt andere betrokken bevoegde autoriteiten, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder d), en ESMA onverwijld in kennis van de schrapping van een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds of van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds uit het register.
  • 4. 
    Het recht om een of meer in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen in de Unie op de markt aan te bieden onder de benaming „EuSEF”, vervalt met onmiddellijke ingang vanaf de datum van de beslissing van de bevoegde autoriteit als bedoeld in lid 2, onder b).”;
 

c)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„5.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of van de lidstaat van ontvangst, naargelang het geval, stelt ESMA onverwijld in kennis indien zij duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds een of meer van de in lid 1, onder a) tot en met i), bedoelde inbreuken heeft gepleegd.

Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel kan ESMA overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 aanbevelingen richten tot de betrokken bevoegde autoriteiten om een van de in lid 2 van dit artikel bedoelde maatregelen te nemen of van deze maatregelen af te zien.”.

 

15)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 22 bis

De overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU aan de bevoegde autoriteiten verleende bevoegdheden, met inbegrip van de bevoegdheden met betrekking tot sancties, worden eveneens uitgeoefend ten aanzien van beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, van deze verordening.”.

 

16)

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

 

a)

in lid 2 wordt onder a) „22 juli 2017” vervangen door „2 maart 2022”;

 

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„4.   Tegelijk met de evaluatie overeenkomstig artikel 69 van Richtlijn 2011/61/EU onderzoekt de Commissie, met name met betrekking tot overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder b), van die richtlijn geregistreerde beheerders:

 

a)

het beheer van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en de wenselijkheid van het aanbrengen van wijzigingen aan het rechtskader, met inbegrip van de optie van een beheerpaspoort, en

 

b)

de geschiktheid van de definitie van „op de markt aanbieden” voor in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en het effect dat die definitie en de uiteenlopende nationale interpretaties ervan hebben op de exploitatie en levensvatbaarheid van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en op de grensoverschrijdende distributie van deze fondsen.

Na die evaluatie legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor dat zo nodig vergezeld gaat van een wetgevingsvoorstel.”.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 maart 2018.

Artikel 10, leden 2 tot en met 6, en artikel 13, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 345/2013, als gewijzigd bij de onderhavige verordening, en artikel 11, leden 2 tot en met 6, en artikel 14, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 346/2013, als gewijzigd bij de onderhavige verordening, zijn niet van toepassing op bestaande bestuurders met betrekking tot in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die bestaan op 1 maart 2018 voor de op die datum resterende looptijd van die fondsen. Dergelijke beheerders moeten ervoor zorgen dat zij te allen tijde kunnen aantonen dat hun eigen vermogen toereikend is om de operationele continuïteit te handhaven.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 25 oktober 2017.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

  • A. 
    TAJANI

Voor de Raad

De voorzitter

  • M. 
    MAASIKAS
 

  • (3) 
    Standpunt van het Europees Parlement van 14 september 2017 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 9 oktober 2017.
  • (4) 
    Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 1).
  • (5) 
    Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 18).
  • (6) 
    Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).
  • (7) 
    Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).
  • (8) 
    Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1).
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.