Uitvoeringsverordening 2015/1013 - Voorschriften met betrekking tot Verordening 273/2004 inzake drugsprecursoren en Verordening 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren

1.

Wettekst

27.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 162/33

 

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1013 VAN DE COMMISSIE

van 25 juni 2015

tot vaststelling van voorschriften met betrekking tot Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende drugsprecursoren (1), en met name artikel 14,

Gezien Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren (2), en met name artikel 6, lid 3, artikel 9, lid 2, derde alinea, en artikel 28,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie (3) zijn bepalingen vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 op het gebied van drugsprecursoren. Zowel Verordening (EG) nr. 273/2004 als Verordening (EG) nr. 111/2005 zijn gewijzigd na de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1277/2005, zodat daarin ook de bevoegdheid is opgenomen om gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 290 en 291 van het verdrag. Daarom moeten nieuwe regels worden vastgesteld in overeenstemming met de nieuwe bevoegdheden.

 

(2)

Hoewel Verordening (EG) nr. 273/2004 betrekking heeft op de binnenlandse handel en Verordening (EG) nr. 111/2005 op de internationale handel, hebben beide verordeningen veel bepalingen gemeenschappelijk. Om de samenhang te waarborgen, is het gerechtvaardigd één uitvoeringshandeling met betrekking tot beide verordeningen vast te stellen.

 

(3)

Om de rechtszekerheid en een coherente handhaving van de bepalingen van deze verordening te waarborgen, dient het begrip „bedrijfsruimten” te worden gedefinieerd.

 

(4)

De huidige bepalingen inzake de procedureregels voor het verlenen van vergunningen, de procedure en het formaat voor het verstrekken van de voor het uitoefenen van toezicht op de handel vereiste informatie, alsmede het formaat en het beheer van invoer- en uitvoervergunningen zijn doeltreffend gebleken en moeten daarom in beginsel krachtens deze verordening blijven gelden.

 

(5)

De procedureregels voor het verlenen van registratie aan marktdeelnemers en gebruikers als gedefinieerd in de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 dienen die voor het verlenen van vergunningen te weerspiegelen.

 

(6)

Om de kwaliteit en de coherentie van de gegevens te waarborgen en doublures te voorkomen in de informatie die in de Europese databank inzake drugsprecursoren wordt ingevoerd, moet elke lidstaat één contactpunt oprichten dat de informatie doorgeeft aan de databank. De informatie moet zo spoedig mogelijk worden doorgegeven. De informatie over een vergunning of een registratie moet de elementen bevatten die nodig zijn voor de identificatie van de marktdeelnemer of gebruiker die houder is van de vergunning of de registratie, alsook van de stoffen die onder de toepassing van de vergunning of de registratie vallen. De toegang tot de informatie moet worden beperkt tot wat de overheid minimaal nodig heeft om haar taken uit te voeren.

 

(7)

Overgangsmaatregelen moeten toestaan dat, overeenkomstig eerdere voorschriften, papieren formulieren die vóór de inwerkingtreding van deze verordening werden afgegeven, worden gebruikt totdat de voorraden van die papieren formulieren zijn uitgeput.

 

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité drugsprecursoren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt uniforme procedureregels vast voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 wat betreft de afgifte van vergunningen aan en de registratie van marktdeelnemers en gebruikers en hun opname in de Europese databank voor drugsprecursoren, het verstrekken van informatie die vereist is om toezicht te kunnen uitoefenen op de handel door marktdeelnemers en de invoer- en uitvoervergunningen op het gebied van drugsprecursoren.

Artikel 2

Definities

Onder „bedrijfsruimten” wordt voor de toepassing van deze verordening verstaan: het (de) gebouw(en) en het bijbehorende terrein die een marktdeelnemer op eenzelfde locatie in gebruik heeft.

Artikel 3

Procedure voor het verlenen van een vergunning

  • 1. 
    Een marktdeelnemer of een gebruiker moet bij de bevoegde instantie naargelang de voorschriften van de betrokken lidstaat een elektronische of schriftelijke aanvraag indienen om de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004 of artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde vergunning te verkrijgen.

Een aanvraag wordt als volledig beschouwd indien zij alle in artikel 3, lid 2, onder b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 van de Commissie (4) genoemde informatie bevat.

  • 2. 
    Bij de beoordeling van een aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning kan de bevoegde instantie ook rekening houden met de resultaten van ongeacht welke eerdere beoordeling of audit van de marktdeelnemer die de aanvraag indient en die de status heeft van geautoriseerde marktdeelnemer (AEO), zoals bedoeld in artikel 5 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (5), voor zover zij relevant zijn voor het onderzoeken van de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning.

In afwijking van artikel 3, lid 1, van deze verordening kan de bevoegde autoriteit marktdeelnemers met AEO-status toestemming verlenen om bij het indienen van een aanvraag niet alle in artikel 3, lid 2, onder b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 genoemde informatie in te dienen.

  • 3. 
    De bevoegde instantie beoordeelt eerst de volledigheid van een aanvraag.

Indien een aanvraag als onvolledig wordt beschouwd, stelt de bevoegde instantie de aanvrager daarvan in kennis en verzoekt zij hem alle ontbrekende of relevante aanvullende informatie te verstrekken.

Indien een aanvraag als volledig wordt beschouwd, ontvangt de aanvrager een bevestiging van de bevoegde instantie dat zij een volledige aanvraag heeft ontvangen.

  • 4. 
    Binnen zestig werkdagen vanaf de datum van ontvangst van een volledige aanvraag in het geval van een nieuwe vergunning en binnen dertig werkdagen in het geval van de verlenging van een vergunning neemt de bevoegde instantie een besluit om al dan niet een vergunning te verlenen.
  • 5. 
    Elk besluit om geen vergunning te verlenen, dient met redenen te zijn omkleed en elektronisch of schriftelijk aan de aanvrager te worden gemeld.
  • 6. 
    De vergunning mag worden afgegeven voor de transacties waarop de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 betrekking hebben.

Artikel 4

Toepassingsgebied van de vergunning

De bevoegde instantie kan een vergunning verlenen:

 

a)

die op alle geregistreerde stoffen en alle transacties per bedrijfsruimte van toepassing is, of

 

b)

die op alle geregistreerde stoffen en alle transacties per lidstaat van toepassing is.

Artikel 5

Formaat van de vergunning

Een vergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004 of artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 wordt in het in bijlage I bij deze verordening vastgestelde formaat afgegeven.

Artikel 6

Latere wijzigingen

Indien na het verlenen van een vergunning bij de aanvraag voor die vergunning verstrekte informatie, met uitzondering van informatie zoals bedoeld in artikel 3, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 is gewijzigd, stelt de houder van de vergunning de bevoegde instantie binnen tien werkdagen elektronisch of schriftelijk van de wijziging in kennis.

Indien na de wijziging nog steeds aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 wordt voldaan en indien de te wijzigen informatie in de vergunning is opgenomen, wijzigt de bevoegde instantie de vergunning dienovereenkomstig.

Artikel 7

Geldigheidsduur, schorsing en intrekking van vergunningen

  • 1. 
    Indien de geldigheidsduur van een vergunning is verstreken of indien een vergunning is ingetrokken, moet de houder van de vergunning de vergunning die niet langer geldig is binnen tien werkdagen na de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur of de datum van de intrekking indienen bij de bevoegde instantie.
  • 2. 
    Indien een bevoegde instantie besluit een vergunning te schorsen of in te trekken, wordt de houder van de vergunning elektronisch of schriftelijk in kennis gesteld van dat besluit en van de redenen die een schorsing of intrekking rechtvaardigen.

Artikel 8

Speciale vergunningen

De artikelen 3 tot en met 7 van deze verordening zijn niet van toepassing op de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde speciale vergunningen.

Artikel 9

Registratieprocedure

  • 1. 
    De artikelen 3, 4, 6 en 7 gelden voor de registratieprocedure op grond van artikel 3, lid 6, van Verordening (EG) nr. 273/2004 of artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005.
  • 2. 
    Registratie op grond van artikel 3, lid 6, van Verordening (EG) nr. 273/2004 of artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 wordt in het in bijlage II vastgestelde formaat verleend.
  • 3. 
    De bevoegde instantie kan in afwijking van lid 2 registratie verlenen op een formulier dat vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening is gedrukt en voldoet aan de nationale voorschriften van vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening totdat de voorraden zijn uitgeput.
  • 4. 
    De leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op de in artikel 3, lid 6, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde speciale registraties.

Artikel 10

Informatie vereist om toezicht te kunnen uitoefenen op de handel

  • 1. 
    Marktdeelnemers verstrekken de in artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde informatie wat betreft de geregistreerde stoffen van de categorieën 1 en 2 van bijlage I bij die verordening naargelang de voorschriften van de betrokken lidstaat elektronisch of schriftelijk en vóór 15 februari van elk kalenderjaar.
  • 2. 
    Marktdeelnemers verstrekken de in artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde informatie naargelang de voorschriften van de betrokken lidstaat elektronisch of schriftelijk en vóór 15 februari van elk kalenderjaar.
  • 3. 
    Marktdeelnemers dienen de in de leden 1 en 2 bedoelde jaarverslagen in, zelfs wanneer in een bepaald jaar geen transacties hebben plaatsgevonden.

Artikel 11

Uitvoer- en invoervergunningen

  • 1. 
    De uitvoer- en invoervergunningen als bedoeld in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 111/2005 hebben respectievelijk het in de bijlagen III en IV bij deze verordening vastgestelde formaat.

In afwijking van de eerste alinea kan het vak voor het nummer van de vergunning een ander formaat hebben in gevallen waarin de uitvoer- of invoervergunning langs elektronische weg wordt verleend.

  • 2. 
    Een uitvoervergunning wordt in vier van 1 tot en met 4 genummerde exemplaren opgemaakt. Exemplaar 1 wordt bewaard door de instantie die de vergunning heeft afgegeven. De exemplaren 2 en 3 vergezellen de geregistreerde stof en worden voorgelegd aan het douanekantoor waar de uitvoeraangifte wordt ingediend en vervolgens aan de bevoegde instantie op de plaats waar de geregistreerde stof het douanegebied van de Unie verlaat. De bevoegde instantie op de plaats van uitgang zendt exemplaar 2 terug aan de instantie die de vergunning heeft afgegeven. Exemplaar 3 vergezelt de geregistreerde stoffen tot bij de bevoegde instanties van het land van invoer. Exemplaar 4 wordt bewaard door de exporteur.
  • 3. 
    Een invoervergunning wordt in vier van 1 tot en met 4 genummerde exemplaren opgemaakt. Exemplaar 1 wordt bewaard door de instantie die de vergunning heeft afgegeven. Exemplaar 2 wordt door de instantie die de vergunning heeft afgegeven, toegezonden aan de bevoegde instanties van het land van uitvoer. Exemplaar 3 vergezelt de geregistreerde stof van de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Unie tot de bedrijfsruimten van de importeur, die dit exemplaar toezendt aan de instantie die de vergunning heeft afgegeven. Exemplaar 4 wordt bewaard door de importeur.
  • 4. 
    Eén invoer- of uitvoervergunning mag op niet meer dan twee geregistreerde stoffen van toepassing zijn.
  • 5. 
    Een vergunning wordt in één of meer officiële talen van de Unie afgegeven. Tenzij de vergunning langs elektronische weg wordt verleend, heeft zij het A4-formaat en is zij voorzien van een geguillocheerde onderdruk die elke vervalsing met mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.
  • 6. 
    Een lidstaat kan de vergunningformulieren zelf drukken of door een door de lidstaat goedgekeurde drukker laten drukken. In dat laatste geval moet op elk vergunningformulier melding worden gemaakt van die goedkeuring en van de naam en het adres van de drukker of een teken worden aangebracht waardoor de drukker kan worden geïdentificeerd.
  • 7. 
    In afwijking van de leden 1 tot en met 6 kan een lidstaat een uitvoer- of invoervergunning afgeven op een formulier dat vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening is gedrukt en voldoet aan Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie totdat de voorraden zijn uitgeput.
  • 8. 
    Uitvoervergunningen die overeenkomstig de vereenvoudigde procedure zijn verleend, worden opgemaakt op de exemplaren 1, 2 en 4 van het formulier waarvan het model in bijlage III is opgenomen. Exemplaar 1 wordt bewaard door de instantie die de vergunning heeft afgegeven. De exemplaren 2 en 4 blijven bij de exporteur. De exporteur vermeldt de gegevens van elke exporttransactie op de keerzijde van exemplaar 2, met name de hoeveelheid van de geregistreerde stof voor elke exporttransactie en de nog beschikbare hoeveelheid. Exemplaar 2 wordt voorgelegd aan het douanekantoor waar de douaneaangifte wordt ingediend. Dat douanekantoor bevestigt de gegevens en zendt exemplaar 2 terug aan de exporteur.
  • 9. 
    De marktdeelnemer vermeldt het nummer van de vergunning en de woorden „vereenvoudigde procedure voor het verlenen van een uitvoervergunning” op de douaneaangifte van elke exporttransactie. Wanneer het douanekantoor van uitgang zich niet op de plaats van uitgang uit het douanegebied van de Unie bevindt, wordt de informatie vermeld op de documenten die de zending vergezellen.
  • 10. 
    De exporteur zendt exemplaar 2 terug aan de instantie die de vergunning heeft afgegeven binnen een termijn van ten hoogste tien werkdagen na het verstrijken van de geldigheidsduur van de uitvoervergunning die overeenkomstig de vereenvoudigde procedure is verleend.

Artikel 12

Opname van marktdeelnemers en gebruikers in de Europese databank voor drugsprecursoren

  • 1. 
    In het kader van de opname in de Europese databank voor drugsprecursoren wijzen marktdeelnemers en gebruikers die overeenkomstig artikel 3, lid 7, van Verordening (EG) nr. 273/2004 een vergunning of een registratie hebben verkregen één contactpunt aan en delen zij de contactgegevens daarvan mee aan de Commissie.
  • 2. 
    Het verantwoordelijke contactpunt geeft de relevante informatie binnen 30 werkdagen na afgifte van de vergunning of de registratie elektronisch door. Indien de betrokken marktdeelnemer wijzigingen aan de relevante informatie doorgeeft aan de bevoegde instantie of indien een vergunning of een registratie wordt geschorst of ingetrokken, werkt het contactpunt de informatie bij binnen 30 werkdagen na de aanvaarding van de wijzigingen of de schorsing of intrekking van de vergunning of de registratie.
  • 3. 
    De Commissie zorgt ervoor dat:
 

a)

de elektronische informatieoverdracht veilig is;

 

b)

de databank beperkt toegankelijk is, namelijk enkel voor de door de lidstaten aangewezen functionarissen en voor de ambtenaren van de Commissie die verantwoordelijk zijn voor de Europese databank.

  • 4. 
    De Commissie en de bevoegde instanties nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat de informatie over marktdeelnemers en gebruikers in de databank enkel wordt gebruikt voor de officiële taken van de aangewezen functionarissen en de ambtenaren van de Commissie.
  • 5. 
    De informatie over marktdeelnemers en gebruikers omvat de volledige naam, het adres, het nummer van de vergunning of de registratie, de geldigheidsstatus van de vergunning of de registratie en de naam en GN-code van de geregistreerde stoffen die onder de toepassing van de betrokken vergunning of registratie vallen.
  • 6. 
    De Commissie bewaart de informatie over vervallen of ingetrokken vergunningen en registraties in de databank gedurende ten minste drie jaar na de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur of de datum van de intrekking.

Artikel 13

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juni 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER

 

  • (3) 
    Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie van 27 juli 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en van Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PB L 202 van 3.8.2005, blz. 7).
  • (4) 
    Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 van de Commissie van 24 april 2015 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie (zie bladzijde 12 van dit Publicatieblad).
 

BIJLAGE I

Toelichting

 

1.

De opmaak van het model is niet bindend.

 

2.

De volgnummers en de tekst van het model zijn bindend. De vetgedrukte vakken moeten worden ingevuld.

 

3.

Verdere uitleg bij de vakken:

 
 

Vak 1 (houder van de vergunning): ook de naam van de verantwoordelijke mag worden vermeld.

 
 

Vak 3 (geldigheid/einde): de datum waarop de geldigheid verstrijkt, vermelden dan wel of de houders van een vergunning op regelmatige tijdstippen en ten minste om de drie jaar moeten aantonen dat nog altijd aan de voorwaarden voor de afgifte van de vergunning is voldaan.

 
 

Vak 4 (geregistreerde stof(fen)): naam vermelden van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage. Indien het een mengsel of een natuurproduct betreft, de naam daarvan vermelden alsmede de naam van alle in het mengsel of het natuurproduct voorkomende geregistreerde stoffen zoals vermeld in de bijlage. Zouten vermelden, waar van toepassing.

 
 

Vak 4 (GN-code): behalve de GN-code mag ook het CAS-nummer worden vermeld.

 
 

Vak 4 (transactie): vermelden of het gaat om invoer, uitvoer en/of intermediaire activiteiten. Indien het invoertransacties betreft, vermelden of het gaat om opslag, bewerking, verwerking, gebruik of gebruikelijke handelingen en typische toepassing en/of het in het vrije verkeer brengen, waar van toepassing. Indien het transacties betreft waarop Verordening (EG) nr. 273/2004 van toepassing is, vermelden of het gaat om opslag, productie, vervaardiging, verwerking, handel, distributie en/of handelsbemiddeling.

 
 

Vak 4 (bedrijfsruimte(n)): indien het intermediaire activiteiten bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 111/2005 betreft, hoeven de bedrijfsruimten niet te worden vermeld.

 

4.

De lidstaten mogen vakken voor nationale doeleinden toevoegen. Deze vakken moeten worden aangeduid met een volgnummer gevolgd door een hoofdletter (bijvoorbeeld 4A).

  • 5. 
    Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is toezicht te houden op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens is artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1.

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/.

 

BIJLAGE II

Image

Toelichting

 

1.

De opmaak van het model is niet bindend.

 

2.

De volgnummers en de tekst van het model zijn bindend. De vetgedrukte vakken moeten worden ingevuld.

 

3.

Verdere uitleg bij de vakken:

 
 

Vak 1 (houder van de registratie): ook de naam van de verantwoordelijke mag worden vermeld.

 
 

Vak 3 (geldigheid/einde): de datum waarop de geldigheid een aanvang neemt, vermelden en in voorkomend geval de datum waarop de geldigheid verstrijkt.

 
 

Vak 4 (geregistreerde stof(fen)): naam vermelden van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage. Indien het een mengsel of een natuurproduct betreft, de naam daarvan vermelden alsmede de naam van alle in het mengsel of het natuurproduct voorkomende geregistreerde stoffen zoals vermeld in de bijlage. Zouten vermelden, waar van toepassing.

 
 

Vak 4 (GN-code): behalve de GN-code mag ook het CAS-nummer worden vermeld.

 
 

Vak 4 (transactie): vermelden of het gaat om invoer, uitvoer en/of intermediaire activiteiten. Indien het invoertransacties betreft, vermelden of het gaat om opslag, bewerking, verwerking, gebruik of gebruikelijke handelingen en typische toepassing en/of het in het vrije verkeer brengen, waar van toepassing. Indien het transacties betreft waarop Verordening (EG) nr. 273/2004 van toepassing is, vermelden of het gaat om opslag, productie, vervaardiging, verwerking, handel, distributie en/of handelsbemiddeling.

 
 

Vak 4 (bedrijfsruimte(n)): indien het intermediaire activiteiten bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 111/2005 betreft, hoeven de bedrijfsruimten niet te worden vermeld.

 

4.

De lidstaten mogen vakken voor nationale doeleinden toevoegen. Deze vakken moeten worden aangeduid met een volgnummer gevolgd door een hoofdletter (bijvoorbeeld 4A).

  • 5. 
    Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is toezicht te houden op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens is artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1.

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/

 

BIJLAGE III

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Toelichting

I.

 

1.

De vergunning wordt ingevuld in één van de officiële talen van de Unie. Wordt het formulier met de hand ingevuld, dient dit te gebeuren met inkt en in drukletters.

 

2.

De aanvrager vult de vakken 1, 3, 5, 7, 9 tot en met 19 in op het tijdstip van de aanvraag. De in de vakken 7, 8, 10 tot en met 13 en 18 verlangde informatie mag echter op een later tijdstip worden verstrekt, indien deze informatie niet bekend is op het tijdstip van de aanvraag. De in vak 18 verlangde informatie moet in voorkomend geval uiterlijk bij de indiening van de uitvoeraangifte worden verstrekt. De aanvullende informatie voor de vakken 7, 8 en 10 tot en met 13 moet worden verstrekt aan de douaneautoriteiten of andere instanties van de plaats waar de goederen het douanegebied van de Unie verlaten, voorafgaand aan de fysieke verzending van de goederen.

 

3.

Vakken 1, 5, 7 en 9: volledige namen en adressen vermelden (telefoon, fax, e-mail).

 

4.

Vak 5: waar van toepassing, het referentienummer van de invoervergunning van het derde land van invoer vermelden (bijvoorbeeld een verklaring van geen bezwaar, een schriftelijke machtiging tot invoer of een andere verklaring van het derde land van bestemming).

 

5.

Vak 7: volledige naam en adres vermelden (telefoon, fax, e-mail) van alle marktdeelnemers die bij de exporttransactie zijn betrokken, zoals vervoerders, tussenpersonen en douane-expediteurs.

 

6.

Vak 9: volledige naam en adres vermelden (telefoon, fax, e-mail) van de persoon of de onderneming waaraan de goederen worden geleverd in het land van bestemming (daarom niet noodzakelijkerwijs de eindgebruiker).

 

7.

Vak 10: waar van toepassing, de naam van de lidstaat, haven, luchthaven of grenspost vermelden.

 

8.

Vak 11: waar van toepassing de naam van het land, de haven, luchthaven of grenspost vermelden.

 

9.

Vak 12: alle vervoermiddelen vermelden waarvan gebruik zal worden gemaakt (bijvoorbeeld vrachtwagen, schip, vliegtuig, trein enz.) Heeft de uitvoervergunning betrekking op meerdere exporttransacties, dan hoeft dit vak niet te worden ingevuld.

 

10.

Vak 13: zo volledig mogelijk aangeven welke reisweg zal worden gevolgd.

 

11.

Vakken 14a, 14b: vermeld de naam van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005, de handelsnaam van het geneesmiddel van categorie 4, het aantal eenheden in de zending, het aantal tabletten/ampullen per eenheid, de inhoud van de geregistreerde stof per eenheid (per tablet/ampul) of, in het geval van mengsels of natuurproducten, vermeld de naam en de achtcijferige GN-code, alsmede de handelsnaam.

 

12.

Vakken 15a, 15b: de achtcijferige GN-code vermelden van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005.

 

13.

Vakken 16a, 16b: vul voor categorie 4 het totale nettogewicht in van de geregistreerde stof die deel uitmaakt van de zending van geneesmiddelen.

 

14.

Vak 19:

 

De naam van de aanvrager in drukletters vermelden of, waar van toepassing, de naam van de gemachtigde vertegenwoordiger die de aanvraag ondertekent.

 

Door het aanvraagformulier te ondertekenen overeenkomstig de in de betrokken lidstaat van kracht zijnde bepalingen verklaart de aanvrager of zijn gemachtigde vertegenwoordiger dat de verstrekte informatie juist en volledig is. Onverminderd de eventuele toepassing van strafrechtelijke bepalingen geldt deze verklaring overeenkomstig de in de lidstaten van kracht zijnde bepalingen als de aanvaarding van verantwoordelijkheid ten aanzien van:

 

de juistheid van de in de aanvraag verstrekte informatie;

 

de echtheid van de bijgevoegde documenten;

 

de inachtneming van alle verplichtingen in verband met de uitvoer van geregistreerde stoffen opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005.

 

Wanneer de vergunning wordt afgegeven door middel van een geautomatiseerde procedure, mag de handtekening van de aanvrager niet in dit vak worden aangebracht, indien de aanvraag als zodanig reeds werd ondertekend.

II.   (Vereenvoudigde procedure voor het verlenen van een uitvoervergunning)

 

1.

Bij een vereenvoudigde procedure voor het verlenen van een uitvoervergunning hoeven de vakken 7, 8, 10 tot en met 13 en 18 niet te worden ingevuld.

 

2.

Op de keerzijde van exemplaar 2 dienen de vakken 24 tot en met 27 voor elke exporttransactie te worden ingevuld.

 

3.

Vak 23: de toegelaten maximumhoeveelheid en het toegelaten maximumnettogewicht vermelden. Vul voor categorie 4 het totale nettogewicht in van de geregistreerde stof die deel uitmaakt van de zending van geneesmiddelen.

Kolom 24: in deel 1 de beschikbare hoeveelheid vermelden en in deel 2 de gedeeltelijke hoeveelheid die wordt uitgevoerd. Vul voor categorie 4 het totale nettogewicht/de totale hoeveelheid in van de geregistreerde stof die deel uitmaakt van de zending van geneesmiddelen.

Kolom 25: de gedeeltelijke hoeveelheid die wordt uitgevoerd, vermelden, voluit geschreven.

Vak 26: referentienummer en datum van de douaneaangifte vermelden.

Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is toezicht te houden op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens is artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1.

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/.

 

BIJLAGE IV

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Toelichting

 

1.

De vergunning wordt ingevuld in één van de officiële talen van de Unie. Wordt het formulier met de hand ingevuld, dient dit te gebeuren met inkt en in drukletters.

 

2.

De aanvrager vult de vakken 1, 4, 6, 8 en 11 tot en met 16 in op het tijdstip van de aanvraag. De in de vakken 7, 9, 10 en 15 verlangde informatie mag echter op een later tijdstip worden verstrekt. In voorkomend geval moet de verlangde informatie worden verstrekt uiterlijk op het tijdstip waarop de goederen het douanegebied van de Unie binnenkomen.

 

3.

Vakken 1 en 4: volledige namen en adressen vermelden (telefoon, fax, e-mail).

 

4.

Vak 6: volledige naam en adres vermelden (telefoon, fax, e-mail) van alle marktdeelnemers die bij de importtransactie zijn betrokken, zoals vervoerders, tussenpersonen en douane-expediteurs.

 

5.

Vak 8: volledige naam en adres vermelden (telefoon, fax, e-mail waar beschikbaar) van de uiteindelijke ontvanger. De importeur kan tevens de uiteindelijke ontvanger zijn.

 

6.

Vak 7: naam en adres vermelden (telefoon, fax, e-mail) van de instantie van het derde land.

 

7.

Vak 9: naam van de lidstaat, haven, luchthaven of grenspost vermelden.

 

8.

Vak 10: alle vervoermiddelen vermelden waarvan gebruik zal worden gemaakt (bijvoorbeeld vrachtwagen, schip, vliegtuig, trein enz.)

 

9.

Vakken 11a, 11b: vermeld de naam van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005, de handelsnaam van het geneesmiddel van categorie 4, het aantal eenheden in de zending, het aantal tabletten/ampullen per eenheid, de inhoud van de geregistreerde stof per eenheid (per tablet/ampul) of, in het geval van mengsels of natuurproducten, vermeld de naam en de achtcijferige GN-code, alsmede de handelsnaam.

 

10.

Vakken 11a, 11b: verpakkingen en stoffen nauwkeurig beschrijven (bijvoorbeeld 2 blikken van 5 liter elk). Betreft het een mengsel, een natuurproduct of een bereiding, de handelsnaam vermelden.

 

11.

Vakken 12a, 12b: de achtcijferige GN-code vermelden van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005.

Vakken 13 a, 13b: vul voor categorie 4 het totale nettogewicht in van de geregistreerde stof die deel uitmaakt van de zending van geneesmiddelen.

 

12.

Vak 16:

 

De naam van de aanvrager in drukletters vermelden of, waar van toepassing, de naam van de gemachtigde vertegenwoordiger die de aanvraag ondertekent.

 

Door het aanvraagformulier te ondertekenen overeenkomstig de in de betrokken lidstaat van kracht zijnde bepalingen verklaart de aanvrager of zijn gemachtigde vertegenwoordiger dat de verstrekte informatie juist en volledig is. Onverminderd de eventuele toepassing van strafrechtelijke bepalingen geldt deze verklaring overeenkomstig de in de lidstaten van kracht zijnde bepalingen als de aanvaarding van verantwoordelijkheid ten aanzien van:

 

de juistheid van de in de aanvraag verstrekte informatie;

 

de echtheid van de bijgevoegde documenten;

 

de inachtneming van alle andere verplichtingen.

 

Wanneer de vergunning wordt afgegeven door middel van een geautomatiseerde procedure, mag de handtekening van de aanvrager niet in dit vak worden aangebracht, indien de aanvraag als zodanig reeds werd ondertekend.

  • 13. 
    Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is toezicht te houden op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens is artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1.

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/.

 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.