Bijlagen bij COM(2021)421 - Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

bijlage V te worden opgenomen.

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidig meerjarig financieel kader 

◻    Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidig meerjarig financieel kader

✓    Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarig financieel kader

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

Er moet een nieuwe begrotingslijn worden gecreëerd voor de oprichting van een nieuw EU-agentschap. Daarnaast moet het meerjarig financieel kader 2021-2027 worden geprogrammeerd om nodige middelen beschikbaar te stellen voor de tenuitvoerlegging van deze wetgeving. Zoals hierboven is uiteengezet, zal de voorgestelde aanvullende begroting met name worden gefinancierd door een herschikking van een klein deel van de voor de Europese Bankautoriteit (EBA) bestemde bijdrage van de Unie (en posten), een kleine herschikking van de toewijzing voor het programma voor de eengemaakte markt (in verhouding tot de kosten van het hosten van het IT-systeem voor FIU.net) en voornamelijk door het gebruik van de marge onder rubriek 1.

◻    Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarig financieel kader 70 .

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.5.Bijdragen van derden 

◻    Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

✓    Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

20232024202520262027Totaal

2021 – 2027
Vergoedingen van onder direct toezicht staande entiteiten en vergoedingen/heffingen voor indirect toezicht op financiële instellingen 7136.17939.30275.481
TOTAAL medegefinancierde kredieten36.17939.30275.481


Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

✓    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

◻    Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

◻    voor de eigen middelen

◻    voor overige ontvangsten

◻    Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredietenGevolgen van het voorstel/initiatief 72
Jaar 
N
Jaar 
N+1
Jaar 
N+2
Jaar 
N+3
zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
Artikel ………….

Voor de diverse ontvangsten die worden “toegewezen”, vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.


BIJLAGE – AANNAMES

1. Algemene aannames

De AMLA

Titel I - Personeelsuitgaven

De volgende specifieke aannames zijn toegepast bij de berekening van de personeelsuitgaven op basis van de vastgestelde personeelsbehoeften die hieronder zijn uiteengezet.

·De wettelijke oprichting van de autoriteit vindt onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze verordening (waarschijnlijk begin 2023) plaats, maar in 2023 zal de autoriteit alleen administratieve taken in verband met haar oprichting uitvoeren en nog geen operationele taken vervullen. Het in 2023 aangeworven personeel (18 personeelsleden) zal uitsluitend worden ingezet voor administratieve en HR-taken.

·Het directe toezicht op alle geselecteerde entiteiten zal in 2026 van start gaan, wat betekent dat de personeelsbezetting voor direct toezicht (100 medewerkers) eind 2025 volledig moet zijn.

·Medio 2025 zal het proces voor de selectie van entiteiten voor direct toezicht afgerond zijn en zullen de vergoedingen/heffingen zijn vastgesteld (de lijst entiteiten die vergoedingen/heffingen verschuldigd zijn, zal langer zijn dan die van onder direct toezicht staande entiteiten). Vanaf 2026 zou de autoriteit grotendeels met vergoedingen/heffingen worden gefinancierd.

·Wat andere operationele activiteiten dan direct toezicht betreft, zal de autoriteit in 2024 met haar taken van start gaan en zal de volledig personeelsbezetting naar verwachting eind 2026, na een periode van drie jaar, worden bereikt. In 2026 aangeworven personeel zal zich bezighouden met indirect toezicht op de niet-financiële sector en ondersteuning van FIE’s. 2027 zal het eerste jaar zijn waarin de autoriteit een volledig jaar over een complete personeelsbezetting beschikt.

·In 2023, 2024, 2025 en 2026 aangeworven personeel wordt voor zes maanden begroot, gezien de tijd die naar verwachting nodig is om de extra personeelsleden aan te werven, maar de twintig nieuwe personeelsleden die begin 2024 in functie treden, worden voor een volledige periode van twaalf maanden begroot, aangezien hun aanwervingsprocedure in 2023 zou plaatsvinden.

·Voor 2021 bedragen de gemiddelde jaarlijkse kosten voor een tijdelijk functionaris 152 000 EUR, voor een arbeidscontractant 82 000 EUR en voor een gedetacheerde nationale deskundige 86 000 EUR. 25 000 EUR daarvan zijn “habillage”-kosten in het kader van titel II (gebouwen, IT, enz.). Deze cijfers zijn geïndexeerd met 2 % per jaar vanaf 2023, zodat het financieel memorandum in lopende prijzen kan worden gepresenteerd.

·Er wordt geen positieve of negatieve correctiecoëfficiënt toegepast, aangezien niet bekend is waar de zetel van de autoriteit zich zal bevinden (de locatie van de zetel wordt doorgaans niet gespecificeerd in voorstellen van de Commissie voor de oprichting van een nieuw agentschap).

·De pensioenbijdragen van de werkgever voor tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten zijn gebaseerd op de standaardbasissalarissen die zijn vervat in de gemiddelde jaarlijkse standaardkosten voor 2021, namelijk respectievelijk 96 724 EUR en 54 200 EUR, eveneens geïndexeerd met 2 % per jaar vanaf 2023 om het voorstel in lopende prijzen te kunnen presenteren.

Titel II − Infrastructuur- en operationele uitgaven

De kosten zijn gebaseerd op het vermenigvuldigen van het aantal personeelsleden met het deel van het jaar dat ze in dienst zijn met de standaardkosten voor “habillage”, namelijk 25 000 EUR plus 2 500 EUR per personeelslid 73 ter dekking van andere administratieve uitgaven. Beide bedragen zijn in prijzen van 2021 weergegeven en geïndexeerd om het voorstel in lopende prijzen te kunnen presenteren.

In de loop van het eerste jaar waarin de AMLA effectief operationeel zal zijn (2024), zal er echter kantoorruimte moeten worden gehuurd die groot genoeg is voor de volledige personeelsbezetting. Daarom is naast de standaardberekening voor “habillage” (25 000 EUR vermenigvuldigd met 82,5 VTE’s) een extra bedrag van 2 miljoen EUR (in lopende prijzen) begroot voor huur en eventuele inrichtingskosten.

De Commissie

Op basis van recente ervaring met de oprichting van nieuwe agentschappen wordt ervan uitgegaan dat er voor 2023 en 2024 een taskforce van twaalf personen (acht AD-ambtenaren en vier arbeidscontractanten) nodig zal zijn om de autoriteit efficiënt en snel op te zetten (inclusief een door de Commissie gedetacheerde uitvoerend directeur ad interim), alsook een team van specialisten op het gebied van HR, IT, financiën en aankopen. De Commissie zal deze personen beschikbaar stellen via een interne herverdeling van haar personeel. Omdat de taskforce maar voor een korte termijn wordt ingesteld, zal het taskforcepersoneel gedeeltelijk bestaan uit arbeidscontractanten (vier in deze raming). Er zullen dienstreizen nodig zijn, vooral vanaf 2024, wanneer de autoriteit haar zetel in gebruik neemt. Het personeel van de taskforce is voor 2021 begroot op gemiddeld 152 000 EUR per personeelslid voor een ambtenaar (inclusief “habillage”-kosten – voor gebouwen en IT) en 82 000 EUR voor een arbeidscontractant.

2. Specifieke informatie

Personeelsbezetting

Zoals vermeld in bijlage 5 van de effectbeoordeling bij dit voorstel, wordt voor de autoriteit, in de volledig operationele fase, een personeelsbestand van 250 gepland, waarvan 100 voor direct toezicht op bepaalde meldingsplichtige entiteiten. Is de autoriteit echter gevestigd in de buurt van een bestaand EU-agentschap waarmee zij ondersteunende functies kan delen, dan zou een totaal personeelsbestand van iets minder dan 250 volstaan. In dat geval moet dit financieel memorandum tijdens het wetgevingsproces worden gewijzigd.

Basis voor het aantal van 100 personeelsleden voor direct toezicht is de hypothese dat twaalf tot twintig entiteiten onder direct toezicht van de autoriteit zullen staan en per entiteit gemiddeld vijf tot acht personeelsleden nodig zullen zijn. Bijna alle 100 personeelsleden zullen gevestigd zijn in de lidstaten, niet in de zetel van de autoriteit. Zij zullen de leiding hebben over gezamenlijke toezichtteams waaraan personeelsleden van nationale AML/CFT-toezichthouders zullen deelnemen.

De 150 personeelsleden die niet voor direct toezicht worden ingezet, is het minimum dat nodig is om alle taken van de autoriteit uit te voeren. Dit aantal ligt aanzienlijk lager dan het gemiddelde personeelsbestand van de drie ETA’s in 2020. De 150 personeelsleden van de autoriteit die niet voor direct toezicht worden ingezet, zullen de volgende functies vervullen:

·leden van de raad van bestuur, uitvoerend directeur en voorzitter (zeven VTE’s);

·centrale administratie en ondersteuning (begroting, aankoop, HR, IT, enz.);

–indirect toezicht (coördinatie van en toezicht op nationale toezichthouders) in de financiële sector;

–indirect toezicht (coördinatie van en toezicht op nationale toezichthouders) in de niet-financiële sector;

·coördinatie en ondersteuning van het werk van FIE’s.

In de ontwerpverordening tot oprichting van de autoriteit is het aantal leden van de raad van bestuur, plus de voorzitter, vastgesteld op vijf. Zij zijn onafhankelijke voltijdse ambtsdragers – geen vaste personeelsleden van de autoriteit. Uitgaande van de ervaring met de ETA’s wordt het aantal personeelsleden voor centrale administratie en ondersteuning geraamd op twintig (minder, als ondersteunende diensten worden gedeeld met een ander agentschap). De exacte toewijzing van de resterende 123 aan de andere activiteiten wordt overgelaten aan de autoriteit zelf, maar naar schatting zullen ongeveer 70 VTE’s zich bezighouden met indirect toezicht op de financiële sector (dit is relevant voor de vergoedingen/heffingen – zie hieronder).

Kosten in het kader van titel III – Operationele uitgaven

De kosten worden geraamd aan de hand van de volgende aannames.

·De vertaalkosten in de volledig operationele fase worden geraamd op iets meer dan 0,5 miljoen EUR per jaar, in prijzen van 2021 en geïndexeerd om tot lopende prijzen te komen. Voor 2024 en 2025 worden ze geraamd op respectievelijk 50 % en 75 %.

·De overgangskosten op het gebied van IT omvatten de eenmalige IT-kosten voor de overheveling van IT-systemen naar de AMLA en andere IT-opstartkosten voor de AMLA, geraamd op 1 miljoen EUR in 2023 en 400 000 EUR in 2024 (beide in prijzen van 2021).

·De kosten voor toezicht ter plaatse bedragen 2 500 EUR per persoon per bezoek. Het budget voor dienstreizen van 2 miljoen EUR (in prijzen van 2021) in de volledig operationele fase (d.w.z. vanaf 2027) is goed voor 800 individuele dienstreizen (het dienstreisbudget voor 2024 bedraagt 50 % en dat voor 2025 75 % daarvan).

·De proceskosten hebben betrekking op het inschakelen van externe juridische adviseurs wanneer er zich geschillen voordoen, hetzij met onder direct toezicht staande entiteiten over tot hen gerichte besluiten, hetzij met aan vergoedingen/heffingen onderworpen entiteiten over de hoogte van vergoedingen/heffingen, hetzij met nationale toezichthouders die, naar de mening van de autoriteit, tekortschieten in het toezicht op een entiteit en daarom, op voorstel van de autoriteit, de toezichtbevoegdheden aan de autoriteit zouden moeten overdragen. De jaarlijkse proceskosten worden geraamd op 0,75 miljoen EUR in de volledig operationele fase (in prijzen van 2021).

De autoriteit zal de AML-databank overnemen die de EBA op grond van Verordening (EU) 2019/2175 (ESA-herzieningsverordening) moest opzetten en waarnaar wordt verwezen in artikel 9 bis van de EBA-verordening (zie punt 1.5.5 van het financieel memorandum). Op grond van die wetgeving zijn voor het eerst AML-bevoegdheden aan de EBA verleend en zijn acht posten voor AML-taken aan de EBA toegewezen. Voor het vervullen van deze aanvullende bevoegdheden voorzag het financieel memorandum bij het betrokken voorstel van de Commissie (COM(2018) 646 final) in een doorlopende toewijzing van 0,53 miljoen EUR per jaar uit de begroting van de Unie (40 % van de totale kosten vanwege de gemengde financiering van de ETA’s). Deze (naar behoren geïndexeerde) financiering zou worden overgeheveld naar de AMLA.

De AMLA zal ook de hosting van het informatie-uitwisselingssysteem voor FIE’s (FIU.net) overnemen van de Commissie. De hosting van dit netwerk wordt in 2021 tijdelijk overgeheveld van Europol naar de Commissie, totdat de autoriteit deze permanent kan overnemen. De kosten voor het hosten van FIU.net, onafhankelijk van de aan de overheveling verbonden kosten, bestaan hoofdzakelijk uit IT-kosten (onderhoud van beveiligde hardware en software voor grensoverschrijdende uitwisseling van gevoelige informatie tussen FIE’s). De jaarlijkse kosten van het hosten van FIU.net door de Commissie bedragen volgens een voorzichtige raming ongeveer 2 miljoen EUR, maar dit bedrag is enkel bedoeld om de veiligheid van het systeem tijdelijk te waarborgen. De autoriteit zal aanvullende functies moeten ontwikkelen om doeltreffende instrumenten voor de uitwisseling van informatie tussen FIE’s ter beschikking te stellen. De voor FIU.net geraamde begroting bedraagt daarom 3 miljoen EUR (in prijzen van 2021), waarvan ongeveer 2 miljoen EUR (in lopende prijzen) een besparing op de EU-begroting zal vormen als gevolg van de overheveling van FIU.net van de Commissie naar de AMLA vanaf medio 2025 (het eerste jaar waarin die overheveling realistisch gezien mogelijk is).

Inkomsten uit vergoedingen/heffingen

De inkomsten uit vergoedingen/heffingen dienen voor het financieren van kosten die de autoriteit maakt in verband met direct toezicht en indirect toezicht op de financiële sector. Wat titel I en titel II betreft, wordt het totale aantal VTE’s dat zich in de volledig operationele fase met deze twee activiteiten zal bezighouden, geraamd op 192. Wat titel III betreft, zijn de kosten die geacht worden onder deze categorie te vallen allemaal titel III-kosten, met uitzondering van de werking van FIU.net en 20 % van de kosten voor vertaling, dienstreizen en procesvoering. Voor een volledig operationeel jaar bedragen deze kosten 4,9 miljoen EUR van de 9 miljoen EUR voor titel III (beide bedragen in lopende prijzen). De totale inkomsten uit vergoedingen bedragen volgens deze ramingen ongeveer 40 miljoen EUR in een volledig operationeel jaar, wat overeenkomt met ongeveer 75 % van de uitgaven van de autoriteit. Dit betekent dat iets meer dan 13,3 miljoen EUR aan uitgaven ten laste komt van de begroting van de Unie.

In de jaren 1 en 2 waarin de autoriteit effectief operationeel is (2024 en 2025), zijn geen inkomsten uit vergoedingen/heffingen gepland, aangezien de autoriteit dan nog niet in staat zal vergoedingen/heffingen op te leggen. De selectie van entiteiten die vergoedingen/heffingen moeten betalen, zal het eerste anderhalve jaar in beslag nemen. De lijst van entiteiten zal in augustus 2025 worden bekendgemaakt en de facturen voor vooraf te betalen bijdragen voor 2026 zullen onmiddellijk daarna worden verstuurd. Uitgaande van al deze aannames zullen de kosten van de autoriteit die ten laste van de begroting van de Unie komen (exclusief de kosten van de nieuwe tijdelijke taskforce van de Commissie die belast wordt met de oprichting van de autoriteit), ongeveer 1 miljoen EUR bedragen in 2023, iets minder dan 16 miljoen EUR in 2024, 30 miljoen EUR in 2025, 12,8 miljoen EUR in 2026 en iets meer dan 13 miljoen EUR in 2027 en daarna.

Vergoedingen/heffingen die overeenkomen met subsidiabele uitgaven in het jaar N worden geïnd in het jaar N-1 op basis van de ontwerpbegroting voor het jaar N. Als de geraamde uitgaven voor direct toezicht in een bepaald jaar hoger of lager zijn dan begroot, moeten de vergoedingen/heffingen die in het volgende jaar worden geïnd, worden aangepast om dit te corrigeren.

Wat betreft de meldingsplichtige entiteiten die vergoedingen/heffingen moeten betalen, sluit de ontwerpverordening tot oprichting van de autoriteit meldingsplichtige entiteiten uit de niet-financiële sector uit en beperkt zij de betaling van vergoedingen/heffingen tot een selectie van entiteiten uit de financiële sector. Hiertoe moet een gedelegeerde handeling van de Commissie worden vastgesteld.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de geplande ontwikkeling van de inkomsten uit vergoedingen/heffingen voor de autoriteit.

EU-Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering (AMLA) – Financiering uit vergoedingen en heffingen2024202520262027TOTAAL

2023 – 2027
Titel 1: (Inclusief pensioenbijdragen van de werkgever)Vastleggingen(1)26,03328,57354,606
Betalingen(2)26,03328,57354,606
Titel 2:Vastleggingen(1a)5,3435,83011,173
Betalingen(2a)5,3435,83011.173
Titel 3:Vastleggingen(3a)4,8034,8999,702
Betalingen(3b)4,8034,8999,702
TOTAAL uit vergoedingen en heffingen gefinancierde kredieten 
voor de AMLA
Vastleggingen=1+1a+3a36,17939,30275,481
Betalingen=2+2a

+3b
36,17939,30275,481


(1) Europol, From suspicion to action – Converting financial intelligence into greater operational impact (Van verdenking tot actie – financiële inlichtingen omzetten in grotere operationele resultaten), 2017.
(2) Mededeling van de Commissie – Naar een betere toepassing van het kader voor de bestrijding van het witwassen van geld en het financieren van terrorisme (COM(2019) 360 final), verslag van de Commissie over de beoordeling van recente vermeende gevallen van het witwassen van geld waarbij EU-kredietinstellingen betrokken zijn (COM(2019) 373 final), en andere verslagen.
(3) COM(2020) 605 final.
(4) Mededeling van de Commissie inzake een actieplan voor een alomvattend EU‐beleid voor de preventie van witwassen en financieren van terrorisme, C/2020/2800 (PB C 164 van 13.5.2020, blz. 21): https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52020XC0513%2803%29 .
(5) Resolutie van het Europees Parlement van 10 juli 2020 over een alomvattend EU-beleid voor de preventie van witwassen en financieren van terrorisme - Actieplan van de Commissie en andere recente ontwikkelingen (2020/2686 (RSP)), P9_TA (2020) 0204; https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2020-0204_NL.html .
(6) https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-12608-2020-INIT/nl/pdf .
(7) De reikwijdte van het toezicht door de EU-AML/CFT-toezichthouder moet in dit stadium gericht zijn op: kredietinstellingen, betalingsinstellingen, wisselkantoren, instellingen voor elektronisch geld, aanbieders van cryptoactivadiensten die onder de FATF-aanbevelingen vallen, e.a., met de mogelijkheid om in de toekomst een uitbreiding van het toezicht tot andere risicovolle meldingsplichtige entiteiten te overwegen, maar ook rekening houdend met het homogenere karakter van de financiële sector en het hoge niveau van harmonisatie van de prudentiële vereisten ten opzichte van de niet-financiële sector. Bij het risicogebaseerde toezicht van de EU moet rekening worden gehouden met de volgende parameter: het risico dat voortvloeit uit de aard van de bedrijfsactiviteiten van de meldingsplichtige entiteit – met name haar cliëntenbasis, producten, leveringskanalen, geografische blootstelling, en rekening houdend met grensoverschrijdende aspecten; opkomende risico’s in verband met de zich ontwikkelende distributiemethoden, met name de uitdagingen op het gebied van AML/CFT die voortvloeien uit de digitalisering van de financiële diensten, en de gevolgen indien deze risico’s werkelijkheid worden.
(8) Zie voor meer details de begeleidende effectbeoordeling. [link naar SWD(2021) 190 invoegen]
(9) EBA/Rep/2020/06, beschikbaar op: https://eba.europa.eu/file/744071/download?token=Tf9XDqWX .
(10) Niet openbaar beschikbaar.
(11) Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer “De EU-inspanningen ter bestrijding van witwassen in de bankensector zijn gefragmenteerd en de uitvoering ervan is ontoereikend”: https://www.eca.europa.eu/Lists/ECADocuments/SR21_13/SR_AML_NL.pdf .
(12) Zie voor meer details de begeleidende effectbeoordeling [link naar SWD(2021) 190 invoegen].
(13) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 43).
(14) Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1781/2006 (Voor de EER relevante tekst) (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 1).
(15) De Richtlijnen (EU) 2015/2366, (EU) 2014/92 en (EU) 2009/110.
(16) Richtlijn (EU) 2019/1153.
(17) Zaak C-217/04, Verenigd Koninkrijk/Parlement en Raad, EU:C:2006:279, punt 44, en zaak C-270/12, Verenigd Koninkrijk/Parlement en Raad, EU:C:2014:18, punt 104.
(18) https://ec.europa.eu/info/publications/190724-anti-money-laundering-terrorism-financing-communication_en .
(19) Toegekend aan de EBA bij Verordening (EU) 2019/2175 (ESA-herzieningsverordening).
(20) Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering.
(21) Werkdocument van de diensten van de Commissie SWD(2021) 190 – Effectbeoordeling bij het pakket wetgevingsvoorstellen van de Commissie betreffende de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (AML/CFT), en rechtshandhaving, met inbegrip van: ontwerpverordening inzake AML/CFT, ook tot wijziging van de bestaande verordening inzake geldovermakingen (Verordening (EU) 2015/847); ontwerp tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake AML/CFT; ontwerpverordening tot oprichting van een EU-autoriteit voor AML/CFT, in de vorm van een regelgevend agentschap; ontwerp tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1153 ter vergemakkelijking van het gebruik van financiële en andere informatie voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van bepaalde strafbare feiten.
(22) Zie de begeleidende effectbeoordeling [link naar SWD(2021) 190 invoegen].
(23) Zie voor verdere reflectie over het ondersteunings- en coördinatiemechanisme voor FIE’s de begeleidende effectbeoordeling [link naar SWD(2021) 190 invoegen].
(24) Verordening (EU) 2018/1725 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.
(25) Deze databank is opgericht bij Verordening (EU) 2019/2175 (ESA-herzieningsverordening), waarbij tegelijkertijd de bevoegdheid van de EBA op het gebied van AML/CFT werd uitgebreid.
(26) FIU.net wordt sinds 2016 gehost door Europol, maar zal naar verwachting vóór september 2021 tijdelijk aan de Commissie worden overgedragen, in afwachting van de oprichting van de autoriteit. Dit volgt op een besluit van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming van december 2019, volgens welk de hosting van FIU.net door Europol verder gaat dan het mandaat van Europol op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens.
(27) Deze databank is opgericht bij Verordening (EU) 2019/2175 (ESA-herzieningsverordening), waarbij tegelijkertijd de bevoegdheid van de EBA op het gebied van AML/CFT werd uitgebreid.
(28) FIU.net wordt sinds 2016 gehost door Europol, maar zal naar verwachting vóór september 2021 tijdelijk aan de Commissie worden overgedragen, in afwachting van de oprichting van de autoriteit. Dit volgt op een besluit van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming van december 2019, volgens welk de hosting van FIU.net door Europol verder gaat dan het mandaat van Europol op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens.
(29) https://europa.eu/european-union/sites/europaeu/files/docs/body/joint_statement_and_common_approach_2012_nl.pdf
(30) PB C [...], [...], blz. .
(31) [referentie toevoegen] PB C [...], [...], blz. .
(32) https://europa.eu/european-union/sites/default/files/docs/body/joint_statement_and_common_approach_2012_nl.pdf .
(33) Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad van 10 februari 2021 tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 1).
(34) Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(35) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(36) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1).
(37) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52013JC0001 .
(38) Verordening nr. 31/EEG, nr. 11/EGA, tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB P 45 van 14.6.1962, blz. 1385).
(39) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(40) Verordening nr. 1 van de Raad tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB 17 van 6.10.1958, blz. 385).
(41) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(42) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(43) Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).
(44) Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).
(45) Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 149).
(46) Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
(47) Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).
(48) Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).
(49) Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1781/2006 (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 1)
(50) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).
(51) Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
(52) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).
(53) Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1).
(54) Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).
(55) Besluit (EU, Euratom) nr. 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).
(56) Verordening (EG) nr. 2965/94 van de Raad van 28 november 1994 tot oprichting van een Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (PB L 314 van 7.12.1994, blz. 1).
(57) In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(58) Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx .
(59) GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(60) EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(61) Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, aspirant-kandidaten van de Westelijke Balkan.
(62) Raming voor 2023 en 2024 gezien de verschillende grondslagen (zie hierboven) die moeten worden toegepast voor de uitgaven van de rubrieken 1 en 7.
(63) Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(64) Zoals beschreven in punt 1.4.2. “Specifieke doelstelling(en)…”.
(65) Vanaf 2026 zullen 192 van de in totaal 250 posten (d.w.z. 77 %) worden gefinancierd met vergoedingen/heffingen, waarvan 164 tijdelijke functionarissen (141 AD’s en 23 AST’s), 25 arbeidscontractanten en 3 gedetacheerde nationale deskundigen. 
(66) Totaal – uitgaande van de geplande volledige personeelsbezetting. 
(67) AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Junior Professionals in Delegations (jonge deskundige in delegaties).
(68) Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen).
(69) Voornamelijk voor de fondsen van het cohesiebeleid van de EU, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Fonds voor maritieme visserij en aquacultuur (EFMZVA).
(70) Zie de artikelen 12 en 13 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027.
(71) Volledige personeelskosten (inclusief overeenkomstige kosten en pensioenbijdragen in het kader van titel II) en operationele kosten die voortvloeien uit directe toezichtactiviteiten en indirect toezicht op financiële instellingen. 
(72) Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.
(73) In hun begrotingen voor 2021 variëren de kosten van de ETA’s in het kader van titel II, met uitzondering van gebouwen en ICT, van 1 700 EUR tot bijna 5 000 EUR per werknemer.