Overwegingen bij COM(2022)707 - Wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
(1) Belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking zijn een grote uitdaging voor de Unie en op mondiaal niveau. De uitwisseling van inlichtingen is van cruciaal belang in de strijd tegen dergelijke praktijken.

(2) Het Europees Parlement heeft gewezen op het politieke belang van billijke belastingheffing en van de bestrijding van belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking, onder meer door middel van meer administratieve samenwerking en uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten.

(3) Op 1 december 2021 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan een verslag van de Raad (Ecofin) waarin de Europese Commissie wordt verzocht in 2022 met een wetgevingsvoorstel te komen voor verdere herzieningen van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad 24 betreffende de uitwisseling van inlichtingen over cryptoactiva en fiscale rulings voor vermogende particulieren 25 .

(4) De Europese Rekenkamer heeft een verslag gepubliceerd waarin het rechtskader en de uitvoering van de richtlijn worden onderzocht. In dat verslag wordt geconcludeerd dat het algemene kader van Richtlijn 2011/16/EU solide is, maar dat sommige bepalingen moeten worden aangescherpt om ervoor te zorgen dat het volledige potentieel van de inlichtingenuitwisseling wordt benut en de doeltreffendheid van de automatische inlichtingenuitwisseling wordt gemeten. In het verslag wordt voorts geconcludeerd dat het toepassingsgebied van de richtlijn moet worden uitgebreid tot aanvullende inkomsten- en vermogenscategorieën, zoals cryptoactiva.

(5) Het belang en de kapitalisatie van de markt voor cryptoactiva is de afgelopen tien jaar aanzienlijk en snel toegenomen. Cryptoactiva zijn een digitale weergave van een waarde die of een recht dat elektronisch kan worden overgedragen en opgeslagen, met gebruikmaking van distributed ledger-technologie of vergelijkbare technologie.

(6) De lidstaten beschikken over regels en richtsnoeren, zij het verschillend per lidstaat, om inkomsten uit transacties in cryptoactiva te belasten. Het gedecentraliseerde karakter van cryptoactiva maakt het voor belastingdiensten van lidstaten echter moeilijk om de naleving van de belastingwetgeving te waarborgen.

(7) Verordening XXX betreffende markten in cryptoactiva van het Europees Parlement en de Raad 26 (Verordening XXX) heeft de reikwijdte van de regelgeving van de Unie uitgebreid tot kwesties met betrekking tot cryptoactiva die tot dusver niet door handelingen van de Unie inzake financiële diensten waren gereguleerd, alsook tot aanbieders van diensten met betrekking tot dergelijke cryptoactiva (“aanbieders van cryptoactivadiensten”). Verordening XXX bevat de definities die voor de toepassing van deze richtlijn worden gebruikt. Deze richtlijn houdt ook rekening met het vergunningsvereiste voor aanbieders van cryptoactivadiensten krachtens Verordening XXX om de administratieve lasten voor aanbieders van cryptoactivadiensten tot een minimum te beperken. Het inherente grensoverschrijdende karakter van cryptoactiva vereist een sterke internationale administratieve samenwerking om doeltreffende regelgeving te waarborgen.

(8) Het Uniekader voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (AML/CFT) breidt het toepassingsgebied van meldingsplichtige entiteiten die onderworpen zijn aan AML/CFT-regels uit tot aanbieders van cryptoactivadiensten die onder Verordening XXX vallen. Daarnaast breidt Verordening XXX 27 de verplichting van betalingsdienstaanbieders om geldovermakingen vergezeld te doen gaan van inlichtingen over de betaler en de begunstigde, uit tot aanbieders van cryptoactivadiensten om de traceerbaarheid van overmakingen van cryptoactiva te waarborgen met het oog op de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering.

(9) Op internationaal niveau is het rapportagekader voor cryptoactiva van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) 28 gericht op de invoering van meer fiscale transparantie met betrekking tot cryptoactiva en de rapportage ervan. De regels van de Unie moeten rekening houden met het door de OESO ontwikkelde kader om de doeltreffendheid van de uitwisseling van inlichtingen te vergroten en de administratieve lasten te verminderen.

(10) Richtlijn 2011/16/EU van de Raad 29 legt verplichtingen vast voor financiële intermediairs om inlichtingen over financiële rekeningen te rapporteren aan belastingdiensten die deze inlichtingen dan moeten uitwisselen met andere betrokken lidstaten. De meeste cryptoactiva hoeven echter niet uit hoofde van die richtlijn te worden gerapporteerd omdat zij geen geld vormen dat op depositorekeningen of in financiële activa wordt aangehouden. Bovendien vallen zowel aanbieders van cryptoactivadiensten als exploitanten van cryptoactiva in de meeste gevallen niet onder de bestaande definitie van financiële instellingen in Richtlijn 2011/16/EU.

(11) Om het hoofd te bieden aan nieuwe uitdagingen die voortvloeien uit het toenemende gebruik van alternatieve betaal- en beleggingsmiddelen, die nieuwe risico’s op belastingontduiking inhouden en nog niet onder Richtlijn 2011/16/EU vallen, moeten de regels inzake rapportage en uitwisseling van inlichtingen betrekking hebben op cryptoactiva en hun gebruikers.

(12) Om de goede werking van de interne markt te waarborgen, moet de rapportage doeltreffend, eenvoudig en duidelijk omschreven zijn. Het is moeilijk belastbare feiten op te sporen die zich voordoen bij het beleggen in cryptoactiva. Rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten zijn het best in staat om de nodige inlichtingen over hun gebruikers te verzamelen en te verifiëren. De administratieve lasten voor de sector moeten tot een minimum worden beperkt om het volledige potentieel binnen de Unie te kunnen ontwikkelen.

(13) De automatische uitwisseling van inlichtingen tussen belastingautoriteiten is essentieel om hun de nodige informatie te verschaffen om de verschuldigde bedragen aan inkomstenbelasting correct te kunnen vaststellen. De rapportageverplichting moet op grensoverschrijdende en binnenlandse transacties betrekking hebben, teneinde de doeltreffendheid van de rapportageregels, de goede werking van de interne markt, een gelijk speelveld en het non-discriminatiebeginsel te waarborgen.

(14) De richtlijn is van toepassing op aanbieders van cryptoactivadiensten die onder Verordening XXX vallen en krachtens deze verordening een vergunning hebben gekregen, en op exploitanten van cryptoactiva voor wie dat niet geldt. Naar beide wordt verwezen als rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten aangezien zij krachtens deze richtlijn verplicht zijn te rapporteren. Het algemene begrip van wat onder “cryptoactiva” wordt verstaan, is zeer breed en omvat ook cryptoactiva die decentraal zijn uitgegeven, evenals stablecoins en bepaalde niet-verwisselbare tokens (NFT’s). Cryptoactiva die voor betalings- of beleggingsdoeleinden worden gebruikt, moeten op grond van deze richtlijn worden gerapporteerd. Daarom moeten rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten per geval overwegen of cryptoactiva voor betalings- en beleggingsdoeleinden kunnen worden gebruikt, rekening houdend met de vrijstellingen waarin Verordening XXX voorziet, met name met betrekking tot een beperkt netwerk en bepaalde gebruikstokens.

(15) Om belastingdiensten in staat te stellen de inlichtingen die zij ontvangen, te analyseren en te gebruiken in overeenstemming met nationale bepalingen, bijvoorbeeld voor het matchen van inlichtingen met de waardering van activa en vermogenswinsten, is het passend te voorzien in de rapportage en uitwisseling van inlichtingen die zijn onderverdeeld met betrekking tot elk cryptoactief ten aanzien waarvan de gebruiker van cryptoactiva transacties heeft verricht.

(16) Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van bepalingen inzake automatische uitwisseling van inlichtingen tussen bevoegde autoriteiten, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om praktische regelingen vast te stellen die nodig zijn voor de uitvoering van de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen die worden gerapporteerd door rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten, met inbegrip van een standaardformulier voor de uitwisseling van inlichtingen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 30 .

(17) Aanbieders van cryptoactivadiensten die onder Verordening XXX vallen, kunnen hun activiteiten in de Unie uitoefenen op basis van de paspoortregeling zodra zij hun vergunning in een lidstaat hebben ontvangen. Daartoe houdt de ESMA een register bij met vergunninghoudende aanbieders van cryptoactivadiensten. Daarnaast houdt de ESMA ook een zwarte lijst bij van exploitanten die cryptoactivadiensten uitoefenen waarvoor een vergunning vereist is uit hoofde van Verordening XXX.

(18) Exploitanten van cryptoactiva die niet onder het toepassingsgebied van die verordening vallen, maar verplicht zijn inlichtingen te rapporteren over de in de EU woonachtige gebruikers van cryptoactiva op grond van deze richtlijn, moeten worden verplicht zich te registreren en te rapporteren in één enkele lidstaat met het oog op de naleving van hun rapportageverplichtingen.

(19) Om de administratieve samenwerking op dit gebied met niet-Unierechtsgebieden te bevorderen, moet het exploitanten van cryptoactiva die zich in niet-Unierechtsgebieden bevinden en diensten aanbieden aan gebruikers van cryptoactiva in de EU, zoals aanbieders van NFT-diensten of exploitanten die op basis van reverse-solicitation diensten aanbieden, worden toegestaan om uitsluitend inlichtingen over in de Unie woonachtige gebruikers van cryptoactiva te rapporteren aan de belastingautoriteiten van een niet-Unierechtsgebied, voor zover de gerapporteerde inlichtingen overeenstemmen met de in deze richtlijn neergelegde inlichtingen en er sprake is van een doeltreffende uitwisseling van inlichtingen tussen het niet-Unierechtsgebied en een lidstaat. Aanbieders van cryptoactivadiensten met een vergunning uit hoofde van Verordening XXX kunnen worden vrijgesteld van het rapporteren van dergelijke inlichtingen in de lidstaten waar zij over de vergunning beschikken, indien de overeenkomstige rapportage plaatsvindt in een niet-Unierechtsgebied en voor zover er een effectieve gekwalificeerde overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten bestaat. Het gekwalificeerde niet-Unierechtsgebied zou die inlichtingen vervolgens weer doorgeven aan de belastingdiensten van die lidstaten waar gebruikers van cryptoactiva ingezetenen zijn. Waar passend moet dat mechanisme kunnen worden gebruikt om te voorkomen dat overeenkomstige inlichtingen meer dan eens worden gerapporteerd en doorgegeven.

(20) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze richtlijn te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om te bepalen of inlichtingen die moeten worden uitgewisseld op grond van een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en een niet-Unierechtsgebied met de in deze richtlijn gespecificeerde inlichtingen overeenkomen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad. Meer in het bijzonder moet de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen bepalen of inlichtingen die moeten worden uitgewisseld op grond van een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en een niet-Unierechtsgebied, overeenstemmen met de in die richtlijn gespecificeerde inlichtingen. Aangezien het sluiten van overeenkomsten met niet-Unierechtsgebieden inzake administratieve samenwerking op het gebied van directe belastingen onder de bevoegdheid van de lidstaten blijft vallen, kan de Commissie ook optreden naar aanleiding van een verzoek van een lidstaat. Daartoe is het noodzakelijk dat de bepaling van overeenstemming, op verzoek van een lidstaat, ook kan geschieden voorafgaand aan de voorgenomen sluiting van een dergelijke overeenkomst. Wanneer de uitwisseling van dergelijke inlichtingen gebaseerd is op een multilaterale overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten, moet het besluit over de overeenstemming worden genomen met betrekking tot het gehele relevante kader dat onder een dergelijke overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten valt. Niettemin moet het mogelijk blijven om, in voorkomend geval, een besluit te nemen over de overeenstemming met betrekking tot een bilaterale overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten.

(21) Voor zover de internationale norm voor de rapportage en automatische uitwisseling van inlichtingen over cryptoactiva (het rapportagekader voor cryptoactiva van de OESO) een minimumnorm of gelijkwaardige norm is, die een minimale reikwijdte en inhoud voor de uitvoering ervan door rechtsgebieden vaststelt, hoeft de Commissie niet door middel van een uitvoeringshandeling de overeenstemming van deze richtlijn met het rapportagekader voor cryptoactiva van de OESO te bepalen, mits er een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten bestaat tussen de niet-Unierechtsgebieden en alle lidstaten.

(22) Hoewel de G20 het rapportagekader voor cryptoactiva van de OESO heeft bekrachtigd en de uitvoering ervan heeft aanbevolen, is er nog geen besluit genomen over de vraag of het als een minimumnorm of gelijkwaardig zou worden beschouwd. In afwachting van dit besluit bevat het voorstel twee verschillende benaderingen voor het bepalen van de overeenstemming.

(23) Deze richtlijn komt niet in de plaats van bredere verplichtingen die voortvloeien uit Verordening XXX.

(24) Om convergentie en consistent toezicht met betrekking tot Verordening XXX te bevorderen, moeten de nationale bevoegde autoriteiten samenwerken met andere nationale bevoegde autoriteiten of instellingen en relevante inlichtingen delen.

(25) De ontheffing van de registratie- en rapportageverplichting waarin deze richtlijn voorziet, die afhankelijk is van de bepaling van overeenstemming van rapportage- en uitwisselingsmechanismen met betrekking tot niet-Unierechtsgebieden en lidstaten, mag alleen worden opgevat als van toepassing op het gebied van de belastingen, met name voor de toepassing van deze richtlijn, en mag niet worden opgevat als een basis voor de erkenning van overeenstemming op andere gebieden van het EU-recht.

(26) Het is van essentieel belang de bepalingen van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de te rapporteren of uit te wisselen inlichtingen aan te scherpen om deze aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen op de verschillende markten en aldus vastgestelde gedragingen op het gebied van belastingfraude, belastingontwijking en belastingontduiking doeltreffend aan te pakken. Die bepalingen moeten de ontwikkelingen weerspiegelen die op de interne markt en op internationaal niveau zijn waargenomen om tot een doeltreffende rapportage en uitwisseling van inlichtingen te komen. De richtlijn bevat derhalve onder andere de meest recente aanvullingen op de gezamenlijke rapportagestandaard van de OESO, de integratie van bepalingen inzake elektronisch geld en digitale centralebankmunten, een duidelijk en geharmoniseerd kader voor nalevingsmaatregelen en de uitbreiding van het toepassingsgebied van grensoverschrijdende rulings tot vermogende particulieren.

(27) E-moneyproducten, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2009/110/EU van het Europees Parlement en de Raad 31 , worden in de Unie vaak gebruikt en het volume van de transacties en de gecombineerde waarde ervan nemen gestaag toe. E-moneyproducten vallen echter niet expliciet onder Richtlijn 2011/16/EU. De lidstaten hanteren uiteenlopende benaderingen van elektronisch geld. Als gevolg daarvan vallen aanverwante producten niet altijd onder de bestaande inkomsten- en vermogenscategorieën van Richtlijn 2011/16/EU. Daarom moeten regels worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat de rapportageverplichtingen van toepassing zijn op elektronisch geld en e-money-tokens uit hoofde van Verordening XXX.

(28) Om mazen in de wetgeving te dichten die belastingontduiking, belastingontwijking en belastingfraude mogelijk maken, moeten de lidstaten worden verplicht inlichtingen uit te wisselen met betrekking tot inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming. Inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming moeten daarom worden opgenomen in de inkomstencategorieën waarvoor een verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen geldt.

(29) Het fiscaal identificatienummer (“FIN”) is van essentieel belang voor de lidstaten om de ontvangen inlichtingen te matchen met de gegevens die aanwezig zijn in de nationale databanken. Het vergroot het vermogen van de lidstaten om de betrokken belastingplichtigen te identificeren en de daarmee verband houdende belastingen correct vast te stellen. Daarom is het belangrijk dat de lidstaten eisen dat het FIN wordt vermeld in het kader van uitwisselingen in verband met financiële rekeningen, voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande prijsafspraken, landenrapporten, meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies en inlichtingen over verkopers op digitale platforms.

(30) Het ontbreken van de uitwisseling van rulings met betrekking tot vermogende particulieren betekent dat de belastingdiensten mogelijk niet op de hoogte zijn van die rulings. Door deze situatie bestaat het gevaar dat er mogelijkheden voor belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking worden gecreëerd. Daarom moet de automatische uitwisseling van voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken ook gelden voor situaties waarin een voorafgaande grensoverschrijdende ruling betrekking heeft op belastingaangelegenheden van vermogende particulieren.

(31) Om te profiteren van de voordelen van de verplichte automatische uitwisseling van voorafgaande grensoverschrijdende rulings voor vermogende particulieren, moet zij ook gelden voor de desbetreffende voorafgaande grensoverschrijdende rulings die tussen 1 januari 2020 en 31 december 2025 zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd en die op 1 januari 2026 nog steeds geldig zijn.

(32) Een aantal lidstaten zal naar verwachting identificatiediensten invoeren als een vereenvoudigd en gestandaardiseerd identificatiemiddel voor dienstenaanbieders en belastingplichtigen. De lidstaten die dat formaat voor identificatie wensen te gebruiken, moeten dit kunnen doen op voorwaarde dat dit geen afbreuk doet aan de stroom en de kwaliteit van de inlichtingen van andere lidstaten die geen gebruik maken van dergelijke identificatiediensten.

(33) Het is van belang dat de inlichtingen die worden verstrekt uit hoofde van Richtlijn 2011/16/EU, in beginsel worden gebruikt voor de vaststelling, de uitvoering en de handhaving van belastingen die onder het materiële toepassingsgebied van die richtlijn vallen. Hoewel dit tot dusver niet was uitgesloten, is er als gevolg van een onduidelijk kader onzekerheid ontstaan over het gebruik van inlichtingen. Gezien de onderlinge verbanden tussen belastingfraude, -ontduiking en -ontwijking en de bestrijding van het witwassen van geld en de synergieën op het gebied van handhaving, is het passend te verduidelijken dat de verstrekte inlichtingen tussen de lidstaten ook kunnen worden gebruikt voor de vaststelling, het beheer en de handhaving van douanerechten en de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

(34) Richtlijn 2011/16/EU voorziet in de mogelijkheid om de uitgewisselde inlichtingen te gebruiken voor andere doeleinden dan voor directe en indirecte belastingdoeleinden, voor zover de verstrekkende lidstaat het voor het gebruik van die inlichtingen toegestane doel in een lijst heeft vermeld. De procedure voor een dergelijk gebruik is echter omslachtig, aangezien de verstrekkende lidstaat moet worden geraadpleegd voordat de ontvangende lidstaat de inlichtingen voor andere doeleinden kan gebruiken. Het schrappen van het vereiste van een dergelijke raadpleging moet de administratieve lasten verlichten en indien nodig snel optreden van de belastingautoriteiten mogelijk maken. Het moet daarom niet worden verplicht om de verstrekkende lidstaat te raadplegen wanneer het voorgenomen gebruik van inlichtingen is opgenomen in een door die lidstaat vooraf opgestelde lijst.

(35) Gezien de omvang en de aard van de inlichtingen die worden verzameld en uitgewisseld op basis van Richtlijn 2011/16/EU, zoals gewijzigd, kunnen zij nuttig zijn op andere gebieden dan belastingen. Hoewel het gebruik van deze inlichtingen op andere gebieden in de regel beperkt moet blijven tot gebieden die door de verstrekkende lidstaat overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn zijn goedgekeurd, moet een ruimer gebruik van de inlichtingen mogelijk worden gemaakt in situaties met bijzondere en ernstige kenmerken en wanneer op Unieniveau is overeengekomen om maatregelen te nemen. Dit zouden met name situaties zijn waar besluiten zijn genomen op grond van artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot beperkende maatregelen. De in het kader van Richtlijn 2011/16/EU uitgewisselde inlichtingen kunnen immers zeer relevant zijn voor de opsporing van schendingen of omzeiling van beperkende maatregelen. Mogelijke inbreuken op de sancties kunnen omgekeerd ook relevant zijn voor belastingdoeleinden, aangezien het vermijden van beperkende maatregelen in de meeste gevallen ook zal neerkomen op belastingontwijking met betrekking tot deze activa. Gezien de te verwachten synergieën en het nauwe verband tussen beide gebieden is het derhalve passend een verder gebruik van de gegevens toe te staan.

(36) Teneinde middelen efficiënter in te zetten, de inlichtingenuitwisseling te vergemakkelijken en te voorkomen dat elke lidstaat soortgelijke veranderingen moet doorvoeren in zijn systemen om de inlichtingen op te slaan, moet een centraal gegevensbestand worden opgezet dat toegankelijk is voor alle lidstaten en alleen voor statistische doeleinden voor de Commissie, en waar de lidstaten de gerapporteerde inlichtingen zouden uploaden en opslaan in plaats van deze per beveiligde e-mail uit te wisselen. De praktische regelingen die nodig zijn voor het opzetten van een dergelijk centraal gegevensbestand, moeten door de Commissie worden vastgesteld.

(37) Om ervoor te zorgen dat lidstaten een correct fiscaal identificatienummer (FIN) kunnen gebruiken, zal de Commissie een instrument ontwikkelen en aan de lidstaten verstrekken waarmee de juistheid van het FIN dat door de belastingplichtige of de rapporterende persoon is verstrekt, elektronisch en automatisch kan worden geverifieerd. Dat IT-instrument moet helpen de matchingpercentages voor belastingdiensten te verhogen en de kwaliteit van de uitgewisselde inlichtingen in het algemeen te verbeteren.

(38) De minimale bewaartermijn van gegevens die zijn verkregen door de uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2011/16/EU, mag niet langer zijn dan noodzakelijk, maar in geen geval korter dan vijf jaar. Lidstaten mogen de inlichtingen niet langer bewaren dan nodig is om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken.

(39) Om de naleving van Richtlijn 2011/16/EU te waarborgen, moeten de lidstaten regels vaststellen voor sancties en andere nalevingsmaatregelen die doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn. Elke lidstaat moet deze regels toepassen in overeenstemming met zijn nationale wetgeving en de bepalingen van deze richtlijn.

(40) Om een adequaat niveau van doeltreffendheid in alle lidstaten te waarborgen, moeten minimumniveaus van sancties worden vastgesteld voor twee gedragingen die als ernstig worden beschouwd: wanneer geen inlichtingen worden verstrekt na twee administratieve aanmaningen, en wanneer de verstrekte inlichtingen onvolledige, onjuiste of valse gegevens bevatten, hetgeen de integriteit en betrouwbaarheid van de gerapporteerde inlichtingen aanzienlijk aantast. Onvolledige, onjuiste of valse gegevens hebben een wezenlijke invloed op de integriteit en betrouwbaarheid van de gerapporteerde inlichtingen wanneer deze meer dan 25 % uitmaken van de totale gegevens die de belastingplichtige of de rapporterende entiteit correct had moeten rapporteren overeenkomstig de in bijlage VI, deel II, onderdeel B, vermelde vereiste inlichtingen. Deze minimumbedragen van sancties mogen de lidstaten niet beletten strengere sancties toe te passen voor deze twee soorten inbreuken. Lidstaten moeten nog steeds doeltreffende, afschrikkende en evenredige sancties toepassen voor andere soorten inbreuken.

(41) Om rekening te houden met mogelijke wijzigingen in de prijzen van goederen en diensten, moet de Commissie de sancties waarin deze richtlijn voorziet om de vijf jaar evalueren.

(42) Met het oog op harmonisatie van het tijdschema voor de evaluatie van de toepassing van Richtlijn 2011/16/EU en de tweejaarlijkse evaluatie van de relevantie van wezenskenmerken in bijlage IV, worden de processen op elkaar afgestemd en zullen zij na 1 januari 2023 om de vijf jaar plaatsvinden.

(43) De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad 32 .

(44) Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Deze richtlijn beoogt te waarborgen dat het recht op bescherming van persoonsgegevens en de vrijheid van ondernemerschap onverkort worden geëerbiedigd.

(45) Daar de doelstelling van Richtlijn 2011/16/EU, namelijk een doeltreffende administratieve samenwerking tussen de lidstaten onder voorwaarden die verenigbaar zijn met het goed functioneren van de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar wegens de vereiste uniformiteit en doeltreffendheid beter op Unieniveau kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan hetgeen nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(46) Richtlijn 2011/16/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.