Overwegingen bij COM(2017)753 - Kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (herschikking) - Parlementaire monitor

Parlementaire monitor
Woensdag 3 juni 2020
kalender

Overwegingen bij COM(2017)753 - Kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (herschikking)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
⇩ nieuw

(1) Richtlijn 98/83/EG van de Raad 66 is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd 67 . Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van die richtlijn te worden overgegaan.


🡻 1998/83 overweging 1 (aangepast)

In overweging genomen dat Richtlijn 80/778/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water 68 aan de vooruitgang van wetenschap en technologie dient te worden aangepast; dat de ervaring bij de uitvoering van genoemde richtlijn heeft geleerd dat er voor de lidstaten een adequaat, flexibel en doorzichtig wettelijk kader dient te worden gecreëerd om op te treden in gevallen waarin niet aan de normen wordt voldaan; dat de richtlijn bovendien opnieuw moet worden bezien in het licht van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in het bijzonder in het licht van het subsidiariteitsbeginsel;


🡻 1998/83 overweging 2 (aangepast)

In overweging genomen dat in artikel 3 B van het Verdrag wordt bepaald dat het optreden van de Gemeenschap niet verder gaat dan hetgeen nodig is om de doelstellingen van dit Verdrag te verwezenlijken; dat Richtlijn 80/778/EEG derhalve dient te worden herzien, teneinde de nadruk te leggen op de naleving van parameters die van essentieel belang zijn voor kwaliteit en gezondheid, terwijl de lidstaten daaraan andere parameters kunnen toevoegen wanneer dit hun goeddunkt;


🡻 1998/83 overweging 3

In overweging genomen dat de communautaire maatregelen, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, de maatregelen van de bevoegde autoriteiten in de lidstaten moeten steunen en aanvullen;


🡻 1998/83 overweging 4

In overweging genomen dat overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel wegens de natuurlijke en sociaal-economische verschillen tussen de regio’s in de Unie de meeste beslissingen inzake controle, analyse en maatregelen tot herstel van tekortkomingen op lokaal, regionaal of nationaal niveau dienen te worden genomen, voorzover deze verschillen de vaststelling van het reglementaire wetgevings- en administratief kader dat in de onderhavige richtlijn wordt bepaald, niet in de weg staan;


🡻 1998/83 overweging 5

In overweging genomen dat Gemeenschapsnormen voor essentiële en preventieve met de gezondheid verband houdende kwaliteitsparameters met betrekking tot voor menselijke consumptie bestemd water, nodig zijn om de minimale doelstellingen voor de milieukwaliteit de bepalen die in samenhang met andere communautaire maatregelen moeten worden verwezenlijkt zodat het duurzame gebruik van voor menselijke consumptie bestemd water wordt gewaarborgd en bevorderd;


🡻 1998/83 overweging 6 (aangepast)

⇨ nieuw

(2) ⇨ Bij Richtlijn 98/83/EG is het rechtskader vastgesteld voor de bescherming van de volksgezondheid tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van voor menselijke consumptie bestemd water door ervoor te zorgen dat het gezond en schoon is. Met deze richtlijn moet hetzelfde doel worden nagestreefd. ⇦ In overweging genomen dat gezien het belang voor de volksgezondheid van de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water, ⌦ Daartoe moeten ⌫ op ⌦ het niveau van de Unie ⌫ Gemeenschapsniveau de essentiële kwaliteitsnormen moeten ⇨ minimumvereisten ⇦ worden vastgesteld waaraan voor dit doel bestemd water moet voldoen;. ⇨ De lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat voor menselijke consumptie bestemd water vrij is van micro-organismen, parasieten en stoffen die, in bepaalde gevallen, een potentieel gevaar voor de volksgezondheid vormen, en dat het aan deze minimumvereisten voldoet. ⇦ 


🡻 1998/83 overweging 7

In overweging genomen dat deze normen ook dienen te gelden voor in de levensmiddelenindustrie gebruikt water, tenzij kan worden vastgesteld dat het gebruik van dergelijk water niet van invloed is op de gezondheid van het eindproduct;


🡻 1998/83 overweging 8

In overweging genomen dat, opdat de bedrijven die water leveren de kwaliteitsnormen kunnen naleven, door het toepassen van adequate beschermende maatregelen moet worden gewaarborgd dat grond- en oppervlaktewateren schoon blijven; dat hetzelfde doel kan worden bereikt door voorafgaand aan de levering passende waterbehandelingsmaatregelen toe te passen;


🡻 1998/83 overweging 9 (aangepast)

In overweging genomen dat het in het belang van de samenhang van het Europese waterbeleid noodzakelijk is dat te zijner tijd een adequate kaderrichtlijn inzake water wordt vastgesteld;


🡻 1998/83 overweging 10 (aangepast)

⇨ nieuw

(3) In overweging genomen dat hHet is noodzakelijk is, natuurlijk mineraalwater en als geneesmiddel gebruikt water van deze richtlijn uit te sluiten, aangezien voor dergelijke soorten water speciale voorschriften zijn vastgesteld; ⇨ deze soorten water respectievelijk vallen onder Richtlijn 2009/54/EG van het Europees Parlement en de Raad 69 en Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad 70 . Richtlijn 2009/54/EG heeft echter zowel betrekking op natuurlijk mineraalwater als op bronwater, en alleen de eerstgenoemde categorie moet van het toepassingsgebied van deze richtlijn worden uitgesloten. Overeenkomstig artikel 9, lid 4, derde alinea, van Richtlijn 2009/54/EG, moet bronwater aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen. In het geval van voor menselijke consumptie bestemd water voor verkoop in flessen of verpakkingen, of voor gebruik bij de vervaardiging, de bereiding of de behandeling van levensmiddelen, moet het water aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen tot aan de plaats waar aan de kwaliteitseisen moet worden voldaan (d.w.z. de kraan), overeenkomstig artikel 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad 71 . ⇦ 


🡻 1998/83 overweging 11

In overweging genomen dat maatregelen vereist zijn voor alle rechtstreeks voor de gezondheid relevante parameters en voor andere parameters ingeval zich een achteruitgang in de kwaliteit heeft voorgedaan; dat dergelijke maatregelen voorts zorgvuldig moeten worden gecoördineerd met de uitvoering van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen 72 en Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden 73 ;


⇩ nieuw

(4) Na de afsluiting van het Europees burgerinitiatief inzake het recht op water (Right2Water) 74 , is een openbare raadpleging en een evaluatie in het kader van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit) van Richtlijn 98/83/EG uitgevoerd 75 . Uit die exercitie is gebleken dat het nodig was sommige bepalingen van Richtlijn 98/83/EG bij te werken. Er zijn vier gebieden aangewezen waar er ruimte voor verbetering is, te weten de lijst met parameterwaarden op kwaliteitsbasis, het beperkte gebruik van een op risico’s gebaseerde benadering, de vage bepalingen over consumentenvoorlichting en de verschillen tussen de goedkeuringssystemen voor materialen die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water. Daarnaast heeft het Europees burgerinitiatief inzake het recht op water nog op het bijkomende probleem gewezen dat een deel van de bevolking, met name gemarginaliseerde groepen, geen toegang heeft tot voor menselijke consumptie bestemd water, terwijl het waarborgen van die toegang ook een verplichting in het kader van duurzameontwikkelingsdoelstelling 6 van de Agenda 2030 van de VN vormt. Tot slot is nog het probleem geconstateerd dat er sprake is van een algemeen gebrek aan bewustzijn omtrent waterlekken, die gerelateerd zijn aan een gebrek aan investeringen in onderhoud en vernieuwing van de waterinfrastructuur, zoals ook wordt opgemerkt in het speciale verslag van de Europese Rekenkamer over de waterinfrastructuur 76 .

(5) Het Regionaal Bureau voor Europa van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft een uitvoerige evaluatie van de in Richtlijn 98/83/EG vastgestelde lijst met parameters en parameterwaarden uitgevoerd, teneinde vast te stellen of er behoefte is deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang. In het licht van de resultaten van die evaluatie 77 moet op maag-darmpathogenen en Legionella worden gecontroleerd, en moeten zes chemische parameters of parametergroepen worden toegevoegd en drie representatieve hormoonontregelende stoffen in aanmerking worden genomen met als voorzorgsmaatregel bedoelde benchmarkwaarden. Voor drie van de nieuwe parameters moeten op grond van het voorzorgsbeginsel parameterwaarden worden vastgesteld die strenger zijn dan door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voorgesteld, maar wel nog steeds haalbaar zijn. Voor lood heeft de WHO opgemerkt dat de concentraties zo laag als redelijkerwijs haalbaar moeten zijn, en de waarde voor chroom wordt momenteel nog door de WHO onderzocht; daarom moet voor beide parameters een overgangsperiode van tien jaar in acht worden genomen voordat de waarden worden verstrengd.

(6) De WHO heeft tevens aangeraden drie parameterwaarden te versoepelen en vijf parameters van de lijst te schrappen. Deze wijzigingen worden echter niet noodzakelijk geacht aangezien de bij Richtlijn (EU) 2015/1787 van de Commissie 78 ingevoerde op risico’s gebaseerde benadering onder bepaalde voorwaarden toelaat dat de waterleveranciers een parameter uit de lijst van te controleren parameters schrappen. Behandelingstechnieken om aan die parameterwaarden te voldoen, zijn reeds beschikbaar.


🡻 1998/83 overweging 12

In overweging genomen dat het noodzakelijk is voor stoffen die in de gehele Gemeenschap belangrijk zijn, afzonderlijk parameterwaarden vast te stellen die streng genoeg zijn om te garanderen dat het doel van de richtlijn wordt bereikt;


🡻 1998/83 overweging 13

In overweging genomen dat de parameterwaarden berusten op de beschikbare wetenschappelijke kennis en dat het voorzorgsbeginsel ook in aanmerking is genomen; dat deze waarden zijn gekozen om ervoor te zorgen dat voor menselijke consumptie bestemd water veilig gedurende een leven lang kan worden gebruikt en derhalve een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid bieden;


🡻 1998/83 overweging 14

In overweging genomen dat een evenwicht moet worden geschapen om zowel microbiologische als chemische risico’s te voorkomen; dat daartoe, en in het licht van een toekomstige evaluatie van de parameterwaarden, de vaststelling van parameterwaarden met betrekking tot voor menselijke consumptie bestemd water gebaseerd moet zijn op volksgezondheidsoverwegingen en op een methode voor de risicobeoordeling;


🡻 1998/83 overweging 15

In overweging genomen dat er momenteel onvoldoende bewijs is waarop communautaire parameterwaarden met betrekking tot voor het endocrine stelsel schadelijke chemicaliën kunnen worden gebaseerd, maar dat er toch groeiende zorg bestaat over de mogelijke gevolgen voor mens, fauna en flora van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid;


🡻 1998/83 overweging 16

In overweging genomen dat met name de normen in bijlage I in het algemeen gebaseerd zijn op de richtwaarden voor de drinkwaterkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie en het advies van het Raadgevend Wetenschappelijk Comité van de Commissie voor het onderzoek naar de toxiciteit en ecotoxiciteit van chemische verbindingen;


🡻 1998/83 overweging 17 (aangepast)

(7) ⌦ Wanneer dit ter bescherming van de volksgezondheid op hun grondgebied noodzakelijk is, moeten ⌫ In overweging genomen dat de lidstaten ⌦ ertoe worden verplicht ⌫ waarden voor andere aanvullende, niet in bijlage I opgenomen parameters moeten vaststellen wanneer dit ter bescherming van de volksgezondheid op hun grondgebied noodzakelijk is;.


🡻 1998/83 overweging 18 (aangepast)

In overweging genomen dat de lidstaten waarden voor andere aanvullende, niet in bijlage I opgenomen parameters kunnen vaststellen wanneer dit noodzakelijk wordt geacht om de kwaliteit van de productie, distributie en inspectie van moor menselijke consumptie bestemd water te waarborgen;


🡻 1998/83 overweging 19

In overweging genomen dat de lidstaten wanneer zij de vaststelling nodig achten van strengere normen dan die in bijlage I, delen A en B, of van normen voor aanvullende parameters die niet in bijlage I zijn opgenomen maar nodig zijn om de volksgezondheid te beschermen, van deze normen kennis moeten geven aan de Commissie;


🡻 1998/83 overweging 20

In overweging genomen dat de lidstaten bij de invoering of handhaving van strengere beschermingsmaatregelen de beginselen en voorschriften van het Verdrag moeten naleven zoals die door het Hof van Justitie worden uitgelegd;


⇩ nieuw

(8) Preventieve veiligheidsplanning en op risico’s gebaseerde elementen zijn slechts in beperkte mate in Richtlijn 98/83/EG aan bod gekomen. De eerste elementen van een op risico’s gebaseerde benadering zijn reeds in 2015 ingevoerd bij Richtlijn (EU) 2015/1787, waarbij Richtlijn 98/83/EG werd gewijzigd om het de lidstaten toe te staan af te wijken van de controleprogramma’s die zij hebben vastgesteld, mits geloofwaardige risicobeoordelingen worden uitgevoerd, die gebaseerd kunnen zijn op de Richtsnoeren voor de kwaliteit van drinkwater van de WHO 79 . Die richtsnoeren, waarin het zogenaamde „waterveiligheidsplan” wordt vastgesteld, vormen, samen met norm EN 15975-2 inzake het veiligstellen van de drinkwatervoorziening, internationaal erkende beginselen waarop de productie, de distributie, de controle en de analyse van de parameters van voor menselijke consumptie bestemd water zijn gebaseerd. Zij moeten in deze richtlijn worden gehandhaafd. Om ervoor te zorgen dat die beginselen niet tot controleaspecten beperkt blijven, om tijd en middelen vooral te richten op belangrijke risico’s en kosteneffectieve maatregelen aan de bron, en om te voorkomen dat analyses en inspanningen worden verspild aan irrelevante kwesties, is het passend een complete, op risico’s gebaseerde benadering in te voeren in de hele toeleveringsketen, van het onttrekkingsgebied via de distributie tot aan de kraan. Die benadering moet uit drie onderdelen bestaan: in de eerste plaats een beoordeling door de lidstaat van de gevaren in verband met het onttrekkingsgebied („gevarenbeoordeling”), overeenkomstig de richtsnoeren en het handboek voor het waterveiligheidsplan van de WHO 80 ; in de tweede plaats een mogelijkheid voor de waterleverancier om de controle aan te passen aan de belangrijkste risico’s („leveringsrisicobeoordeling”); en op de derde plaats een beoordeling door de lidstaat van de mogelijke risico’s die voortvloeien uit het huishoudelijk leidingnet (bv. Legionella of lood) („risicobeoordeling van het huishoudelijk leidingnet”). Die beoordelingen moeten op gezette tijden worden herzien, onder meer naar aanleiding van bedreigingen ten gevolge van klimaatgerelateerde extreme weersomstandigheden, bekende veranderingen in de menselijke activiteit in het onttrekkingsgebied, of brongerelateerde incidenten. De op risico’s gebaseerde benadering zorgt voor een voortdurende uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten en de waterleveranciers.

(9) De gevarenbeoordeling moet zijn gericht op vermindering van het vereiste niveau van de behandeling voor de productie van voor menselijke consumptie bestemd water, bijvoorbeeld door het terugdringen van belastende factoren die zorgen voor de verontreiniging van waterlichamen die voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water worden gebruikt. Daartoe moeten de lidstaten gevaren en mogelijke bronnen van verontreiniging identificeren die van belang zijn voor die waterlichamen en controleren op verontreinigende stoffen die zij als relevant aanmerken, bijvoorbeeld op grond van de geïdentificeerde gevaren (bv. microplastics, nitraten, bestrijdingsmiddelen of geneesmiddelen die krachtens Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad 81 zijn geïdentificeerd), op grond van hun natuurlijke aanwezigheid in het onttrekkingsgebied (bv. arseen) of op grond van informatie van de waterleveranciers (bv. plotselinge toename van een specifieke parameter in ruw water). Die parameters moeten als markers worden gebruikt die de bevoegde autoriteiten ertoe zetten maatregelen te nemen om de druk op de waterlichamen te verminderen, bijvoorbeeld preventieve of verzachtende maatregelen (waar nodig met inbegrip van onderzoek naar de effecten op de gezondheid), en om die waterlichamen te beschermen en de verontreinigingsbron aan te pakken, in samenwerking met de waterleveranciers en belanghebbenden.

(10) Wat betreft de gevarenbeoordeling schrijft Richtlijn 2000/60/EG voor dat de lidstaten de waterlichamen die voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water worden gebruikt, aanwijzen, deze controleren en de nodige maatregelen nemen teneinde het niveau van zuivering dat voor de productie van voor menselijke consumptie geschikt water vereist is, te verlagen. Om overlap van verplichtingen te voorkomen, moeten de lidstaten bij de uitvoering van de gevarenbeoordeling gebruikmaken van de uit hoofde van de artikelen 7 en 8 van Richtlijn 2000/60/EG en bijlage V bij die richtlijn uitgevoerde monitoring en van de maatregelen die in hun maatregelenprogramma’s zoals bedoeld in artikel 11 van Richtlijn 2000/60/EG zijn opgenomen.


🡻 1998/83 overweging 21 (aangepast)

⇨ nieuw

(11) In overweging genomen dat aAan de parameterwaarden ⌦ die worden gebruik om de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water te beoordelen, ⌫ moet worden voldaan op de plaats waar voor menselijke consumptie bestemd water voor de verbruiker beschikbaar is.; ⇨ De kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water kan echter door het huishoudelijk leidingnet worden beïnvloed. De WHO stelt vast dat Legionella in de Unie het grootste probleem voor de gezondheid vormt waar het watergedragen ziekteverwekkers betreft. Legionella wordt door warmwatersystemen via inademing overgedragen, bijvoorbeeld tijdens het douchen. Er is derhalve een duidelijk verband met het huishoudelijk leidingnet. Aangezien het opleggen van een eenzijdige verplichting om alle particuliere en openbare percelen op deze ziekteverwekker te controleren, tot onredelijk hoge kosten zou leiden, is een risicobeoordeling van het huishoudelijk leidingnet derhalve beter geschikt om deze kwestie aan te pakken. Daarnaast moeten ook de mogelijke risico’s van producten en materialen die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water, in aanmerking worden genomen in de risicobeoordeling van het huishoudelijk leidingnet. De risicobeoordeling van het huishoudelijk leidingnet moet daarom onder meer bestaan uit gerichte controle van prioritaire percelen, beoordeling van de risico’s die voortvloeien uit het huishoudelijk leidingnet en de daarmee samenhangende producten en materialen, en controle van de prestaties van bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water, op basis van de prestatieverklaring overeenkomstig Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad 82 . Samen met de prestatieverklaring moet ook de in de artikelen 31 en 33 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad 83 bedoelde informatie worden verstrekt. Op basis van deze beoordeling moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om er onder meer voor te zorgen dat er geschikte controle- en beheersmaatregelen (bv. in het geval van uitbraken) van kracht zijn, in lijn met de richtsnoeren van de WHO 84 , en dat de migratie uit bouwproducten geen gevaar voor de volksgezondheid inhoudt. Onverminderd Verordening (EU) nr. 305/2011 moeten, wanneer deze maatregelen zouden leiden tot beperkingen van het vrije verkeer van producten en materialen in de Unie, deze beperkingen echter naar behoren worden gemotiveerd en strikt evenredig zijn, en mogen zij geen middel tot willekeurige discriminatie noch een verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten vormen. ⇦


⇩ nieuw

(12) De bepalingen van Richtlijn 98/83/EG inzake de waarborging van de kwaliteit van behandeling, installatie en materialen zijn er niet in geslaagd belemmeringen voor de interne markt aan te pakken waar het het vrije verkeer van bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water betreft. Er zijn nog steeds nationale goedkeuringsregelingen voor producten van kracht, met regels die van de ene lidstaat tot de andere verschillen. Hierdoor is het moeilijk en duur voor de fabrikanten om hun producten in de hele EU op de markt te brengen. De opheffing van technische belemmeringen kan alleen doeltreffend worden verwezenlijkt door geharmoniseerde technische specificaties voor bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water vast te stellen in het kader van Verordening (EU) nr. 305/2011. Die verordening voorziet in de ontwikkeling van Europese normen voor het harmoniseren van beoordelingsmethoden voor bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water en in het vaststellen van drempelniveaus en klassen met betrekking tot het prestatieniveau van een essentieel kenmerk. Daartoe is in het werkprogramma 2017 voor normalisatie 85 een normalisatieverzoek opgenomen waarin specifiek wordt verzocht om normalisatiewerkzaamheden op het gebied van hygiëne en veiligheid voor producten en materialen die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water in het kader van Verordening (EU) nr. 305/2011, en uiterlijk in 2018 moet een norm hieromtrent zijn uitgevaardigd. De bekendmaking van deze geharmoniseerde norm in het Publicatieblad van de Europese Unie zal zorgen voor rationele besluitvorming bij het in de handel brengen of op de markt aanbieden van veilige bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water. Bijgevolg moeten de bepalingen inzake installaties en materiaal die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water worden geschrapt, deels worden vervangen door bepalingen inzake de risicobeoordeling van het huishoudelijk leidingnet, en worden aangevuld met de desbetreffende geharmoniseerde normen in het kader van Verordening (EU) nr. 305/2011.


🡻 1998/83 overweging 22

In overweging genomen dat de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water door het huishoudelijk leidingnet kan worden beïnvloed; dat bovendien erkend wordt dat de lidstaten niet noodzakelijkerwijs verantwoordelijk zijn voor het huishoudelijk leidingnet of het onderhoud ervan;


🡻 1998/83 overweging 23 (aangepast)

⇨ nieuw

(13) In overweging genomen dat dDe lidstaten ⌦ moeten ervoor zorgen dat ⌫ programma’s ⌦ worden vastgesteld ⌫ moeten vaststellen om te controleren of voor menselijke consumptie bestemd water aan de voorschriften van deze richtlijn voldoet.; dat dergelijke controleprogramma’s bij de lokale behoeften moeten aansluiten en aan de minimale voorschriften van deze richtlijn inzake controle moeten voldoen; ⇨ Het grootste deel van de krachtens deze richtlijn uitgevoerde controles wordt door de waterleveranciers verricht. De waterleveranciers moet een zekere soepelheid worden gegund wat betreft de parameters waarop zij voor de leveringsrisicobeoordeling controleren. Indien een parameter niet wordt aangetroffen, moeten de waterleveranciers de mogelijkheid hebben de controlefrequentie te verlagen of de controles op die parameter helemaal stop te zetten. De leveringsrisicobeoordeling moet op de meeste parameters worden toegepast. Er moet echter een lijst met kernparameters zijn waarop met een bepaalde minimumfrequentie wordt gecontroleerd. Deze richtlijn bevat vooral bepalingen over de controlefrequentie ten behoeve van nalevingscontroles en slechts beperkte bepalingen inzake controle voor operationele doeleinden. Aanvullende controle voor operationele doeleinden kan noodzakelijk zijn om de correcte werking van de waterbehandeling te waarborgen, naar goeddunken van de waterleveranciers. In dat verband kunnen waterleveranciers de richtsnoeren en het handboek voor het waterveiligheidsplan van de WHO raadplegen. ⇦ 


⇩ nieuw

(14) De op risico’s gebaseerde benadering moet geleidelijk worden toegepast door alle waterleveranciers, waaronder kleine waterleveranciers, aangezien uit de evaluatie van Richtlijn 98/83/EG is gebleken dat de uitvoering ervan door die leveranciers tekortschiet, in sommige gevallen vanwege de kosten voor het uitvoeren van onnodige controlewerkzaamheden. Bij het toepassen van de op risico’s gebaseerde benadering moet rekening worden gehouden met beveilingskwesties.


🡻 1998/83 overweging 24

In overweging genomen dat de methoden voor de analyse van de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water betrouwbare en vergelijkbare resultaten dienen op te leveren;


🡻 1998/83 overweging 25 (aangepast)

⇨ nieuw

(15) In overweging genomen dat dDe betrokken lidstaten moeten in geval van niet-naleving van de normen van deze richtlijn ⇨ onmiddellijk ⇦ een onderzoek naar de oorzaak moeten instellen en ervoor moeten zorgen dat zo spoedig mogelijk de nodige maatregelen worden getroffen om de waterkwaliteit te herstellen.; ⌦ In gevallen waarin de watervoorziening een potentieel gevaar voor de volksgezondheid vormt, moet de levering van dergelijk water worden verboden of het gebruik ervan worden ingeperkt. ⌫ ⇨ Daarnaast is het belangrijk om te verduidelijken dat niet-naleving van de minimumvereisten voor de waarden die betrekking hebben op microbiologische en chemische parameters, door de lidstaten automatisch als een potentieel gevaar voor de volksgezondheid moet worden beschouwd. ⇦ ⌦ In gevallen waarin maatregelen voor het herstel van de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water noodzakelijk zijn, moet overeenkomstig artikel 191, lid 2, van het Verdrag voorrang worden gegeven aan maatregelen die het probleem bij de bron oplossen. ⌫ 


🡻 1998/83 overweging 26 (aangepast)

In overweging genomen dat het van belang is potentieel gevaar voor de volksgezondheid als gevolg van verontreinigd water te voorkomen; dat de levering van dergelijk water verboden of het gebruik ervan ingeperkt dient te worden;


🡻 1998/83 overweging 27

In overweging genomen dat in geval van niet-naleving van een parameter met een indicatorfunctie de betrokken lidstaat dient te onderzoeken of daardoor een risico voor de volksgezondheid ontstaat; dat hij maatregelen moet treffen om de waterkwaliteit te herstellen wanneer dat met het oog op de bescherming van de volksgezondheid noodzakelijk is;


🡻 1998/83 overweging 28 (aangepast)

In overweging genomen dat in geval dergelijke maatregelen voor het herstel van de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water noodzakelijk zijn, overeenkomstig artikel 130 R, lid 2, van het Verdrag voorrang moet worden gegeven aan maatregelen die het probleem bij de bron oplossen;


🡻 1998/83 overweging 29 (aangepast)

⇨ nieuw

(16) In overweging genomen dat dDe lidstaten ⇨ mogen niet langer ⇦ het recht moeten hebben onder bepaalde voorwaarden afwijkingen van deze richtlijn toe te staan;. ⇨ Oorspronkelijk werd gebruikgemaakt van afwijkingen om de lidstaten maximaal negen jaar de tijd te geven om een niet-naleving van een parameterwaarde te verhelpen. Deze procedure is voor zowel de lidstaten als de Commissie belastend gebleken. Daarnaast leidde zij in sommige gevallen tot vertragingen bij het nemen van herstelmaatregelen, aangezien de mogelijkheid tot afwijking als een overgangsperiode werd opgevat. De bepaling inzake afwijkingen moet derhalve worden geschrapt. Wanneer er parameterwaarden worden overschreden, moeten, omwille van de bescherming van de volksgezondheid, de bepalingen inzake herstelmaatregelen onmiddellijk van toepassing zijn, zonder dat het mogelijk is om een afwijking van de parameterwaarde toe te staan. Door de lidstaten overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 98/83/EG toegestane afwijkingen die op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn nog steeds van toepassing zijn, moeten echter van toepassing blijven tot de afloop van hun termijn, maar mogen niet worden verlengd. ⇦ dat het bovendien noodzakelijk is een passend kader voor dergelijke afwijkingen vast te stellen, mits deze afwijkingen geen potentieel gevaar voor de volksgezondheid vormen en de levering van voor de menselijke consumptie bestemd water in het betrokken gebied niet langs enige andere redelijke weg kan worden gehandhaafd;


⇩ nieuw

(17) In haar antwoord op het Europees burgerinitiatief „Right2Water” van 2014 86 heeft de Commissie de lidstaten verzocht de toegang tot een minimale watervoorziening te waarborgen voor alle burgers, in overeenstemming met de aanbevelingen van de WHO. De Commissie verplichtte zich er ook toe te blijven werken aan „verbetering van de toegang tot veilig drinkwater [...] voor iedereen via het milieubeleid” 87 . Dit is in lijn met duurzameontwikkelingsdoelstelling 6 van de VN en de daarmee samenhangende doelstelling om universele en billijke toegang tot veilig en betaalbaar drinkwater voor iedereen te verwezenlijken. Het begrip billijke toegang omvat een breed scala van aspecten zoals de beschikbaarheid (bijvoorbeeld als gevolg van geografische omstandigheden, gebrek aan infrastructuur of de specifieke situatie van bepaalde delen van de bevolking), kwaliteit, aanvaardbaarheid, of financiële haalbaarheid. Met betrekking tot de betaalbaarheid van water is het van belang eraan te herinneren dat de lidstaten bij het bepalen van watertarieven volgens het beginsel van kostenterugwinning zoals beschreven in Richtlijn 2000/60/EG rekening kunnen houden met verschillen in de economische en sociale omstandigheden van de bevolking en derhalve sociale tarieven kunnen vaststellen of maatregelen kunnen nemen ter bescherming van sociaaleconomische achtergestelde bevolkingsgroepen. Deze richtlijn heeft met name betrekking op die aspecten van de toegang tot water die te maken hebben met kwaliteit en beschikbaarheid. Om die aspecten aan te pakken, als gedeeltelijk antwoord op het Europees burgerinitiatief, en om bij te dragen tot het in praktijk brengen van beginsel 20 van de Europese pijler van sociale rechten 88 („Iedereen heeft recht op toegang tot essentiële diensten van goede kwaliteit, waaronder water [...]”) moeten de lidstaten ertoe worden verplicht de kwestie van de toegang tot water op nationaal niveau aan te pakken, waarbij zij wel moeten beschikken over enige vrijheid ten aanzien van het exacte soort te nemen maatregelen. Dit kan gebeuren door middel van acties die onder meer gericht zijn op het verbeteren van de toegang tot voor menselijke consumptie bestemd water voor iedereen, bijvoorbeeld met vrij toegankelijke drinkwaterfonteinen in steden, en het gebruik van dat water te bevorderen door de gratis verstrekking van voor menselijke consumptie bestemd water in openbare gebouwen en restaurants aan te moedigen

(18) Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie over de follow-up van het Europees burgerinitiatief „Right2Water” 89 opgemerkt „dat de lidstaten speciale aandacht zouden moeten schenken aan de behoeften van kwetsbare groepen in de samenleving” 90 . De specifieke situatie van minderheidsculturen, zoals Roma, Sinti, Travellers, Kalé, Gens du voyage enz., ook als zij sedentair leven – met name hun gebrek aan toegang tot drinkwater – is ook bevestigd in het verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van het EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma 91 en van de aanbeveling van de Raad over doeltreffende maatregelen voor integratie van de Roma in de lidstaten 92 . In het licht van deze algemene context is het passend dat de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan kwetsbare en gemarginaliseerde groepen, door de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat deze groepen toegang hebben tot water. Onverminderd het recht van de lidstaten die groepen te omschrijven, moeten daartoe ten minste vluchtelingen, nomadische gemeenschappen, dak- en thuislozen en minderheidsculturen zoals de Roma, Sinti, Travellers, Kalé, Gens du voyage enz., ook als zij sedentair leven, worden gerekend. Dergelijke maatregelen om de toegang tot water te waarborgen, de keuze waarvoor aan de beoordeling van de lidstaten wordt overgelaten, zouden bijvoorbeeld kunnen bestaan uit het beschikbaar stellen van alternatieve watervoorzieningssystemen (individuele waterbehandelingssystemen), levering van water via tankers (vrachtwagens en cisternes) en te zorgen voor de nodige infrastructuur voor kampen.


🡻 1998/83 overweging 30

In overweging genomen dat, aangezien ter bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water bepaalde stoffen of materialen nodig kunnen zijn, voorschriften voor het gebruik daarvan vereist zijn teneinde eventuele schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid te voorkomen;


🡻 1998/83 overweging 31

In overweging genomen dat de wetenschappelijke en technische vooruitgang een snelle aanpassing van de in de bijlagen II en III vastgelegde technische voorschriften noodzakelijk kan maken; dat, teneinde de uitvoering van de daartoe noodzakelijke maatregelen te vergemakkelijken, bovendien in een procedure moet worden voorzien volgens welke de Commissie, bijgestaan door een uit vertegenwoordigers van de lidstaten samengesteld comité, dergelijke aanpassingen kan vaststellen;


🡻 1998/83 overweging 32

In overweging genomen dat de verbruikers goed en naar behoren dienen te worden ingelicht over de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water, over door de lidstaten toegestane afwijkingen en over de door de bevoegde autoriteiten genomen herstelmaatregelen; dat bovendien rekening moet worden gehouden met de technische en statistische behoeften van de Commissie, alsmede met het recht van een ieder op voldoende informatie omtrent de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water;


🡻 1998/83 overweging 33

In overweging genomen dat het onder uitzonderlijke omstandigheden en met betrekking tot geografisch afgebakende gebieden nodig kan zijn de lidstaten een langere termijn toe te staan om aan sommige bepalingen van deze richtlijn te voldoen;


🡻 1998/83 overweging 34 (aangepast)

In overweging genomen dat deze richtlijn de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage IV vermelde termijn voor de omzetting van de richtlijn in nationale wetgeving en voor de toepassing daarvan onverlet laat,


⇩ nieuw

(19) In het zevende milieuactieprogramma voor de periode tot en met 2020 „Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet” 93 , is bepaald dat het publiek toegang moet hebben tot duidelijke informatie over het milieu op nationaal niveau. Richtlijn 98/83/EG voorzag enkel in passieve toegang tot informatie, hetgeen betekent dat de lidstaten er enkel voor hoefden te zorgen dat er informatie beschikbaar was. Die bepalingen moeten derhalve worden vervangen om ervoor te zorgen dat actuele informatie gemakkelijk toegankelijk is, bijvoorbeeld op een website waarvan de link actief moet worden verspreid. De actuele informatie moet niet alleen bestaan uit de resultaten van de controleprogramma’s, maar ook aanvullende informatie omvatten die nuttig zou kunnen zijn voor het publiek, zoals informatie over indicatoren (ijzer, hardheid, mineralen enz.), die vaak van invloed zijn op de perceptie die de consument van het kraanwater heeft. Daartoe moeten de indicatorparameters van Richtlijn 98/83/EG die geen gezondheidsgerelateerde informatie leverden, worden vervangen door online informatie over die parameters. Voor zeer grote waterleveranciers moet ook aanvullende informatie over onder meer energie-efficiëntie, beheer, bestuur, kostenstructuur en de toegepaste behandeling online beschikbaar zijn. Er wordt van uitgegaan dat een betere kennis van de consumenten en meer transparantie zullen bijdragen tot een groter vertrouwen van de burgers in het aan hen geleverde water. De verwachting is dat dit er vervolgens weer toe zal leiden dat meer gebruik wordt gemaakt van kraanwater, hetgeen bijdraagt tot vermindering van de hoeveelheid kunststofzwerfvuil en broeikasgasemissies en positieve effecten heeft op de mitigatie van klimaatverandering en op het milieu als geheel.

(20) Om dezelfde redenen, en om consumenten bewuster te maken van de gevolgen van hun waterverbruik, moeten zij ook informatie ontvangen (bijvoorbeeld op hun factuur of door middel van slimme applicaties) over de verbruikte hoeveelheid, de kostenstructuur van het door de waterleverancier in rekening gebrachte tarief, met inbegrip van vaste en variabele kosten, alsook over de literprijs van het voor menselijke consumptie bestemde water, waardoor het mogelijk wordt deze te vergelijken met de prijs van water in flessen.

(21) De beginselen waarmee rekening moet worden gehouden bij het vaststellen van watertarieven, namelijk het beginsel van de terugwinning van de kosten van waterdiensten en het beginsel dat de vervuiler betaalt, zijn neergelegd in Richtlijn 2000/60/EG. De financiële houdbaarheid van de levering van waterdiensten is echter niet altijd gewaarborgd, wat soms leidt tot achterblijvende investeringen in het onderhoud van de waterinfrastructuur. Dankzij verbeterde controletechnieken worden de lekkagepercentages – die vooral te wijten zijn aan dergelijke achterblijvende investeringen – steeds duidelijker zichtbaar, en op het niveau van de Unie moet het terugdringen van waterverliezen worden gestimuleerd om de doelmatigheid van de waterinfrastructuur te verbeteren. Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel moet dat vraagstuk worden aangepakt door de transparantie te vergroten en meer informatie aan de consument te verstrekken over lekkagepercentages en energie-efficiëntie.

(22) Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad 94 heeft tot doel het recht op toegang tot milieu-informatie in de lidstaten te waarborgen, overeenkomstig het Verdrag van Aarhus. Zij omvat ruime verplichtingen met betrekking tot zowel de terbeschikkingstelling van milieu-informatie op verzoek als de actieve verspreiding van dergelijke informatie. Ook Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad 95 heeft een ruim toepassingsgebied, en heeft betrekking op uitwisseling van ruimtelijke informatie, met inbegrip van gegevensverzamelingen over verschillende milieugerelateerde onderwerpen. Het is van belang dat de bepalingen van deze richtlijn inzake toegang tot informatie en afspraken voor gegevensdeling een aanvulling vormen op die richtlijnen, en geen afzonderlijke wettelijke regeling in het leven roepen. Daarom moeten de bepalingen van deze richtlijn inzake de voorlichting van het publiek en informatie over het toezicht op de implementatie de Richtlijnen 2003/4/EG en 2007/2/EG onverlet laten.

(23) Bij Richtlijn 98/83/EG waren geen rapportageverplichtingen voor kleine leveranciers vastgesteld. Om dit probleem te verhelpen en tegemoet te komen aan de behoefte aan informatie over implementatie en handhaving, moet een nieuw systeem worden ingevoerd op grond waarvan de lidstaten verplicht zijn gegevensverzamelingen samen te stellen, bij te houden en beschikbaar te stellen aan de Commissie en het Europees Milieuagentschap, die uitsluitend relevante gegevens bevatten, zoals overschrijdingen van de parameterwaarden en incidenten van een bepaalde orde van grootte. Dit moet ervoor zorgen dat de administratieve lasten voor alle entiteiten zo beperkt mogelijk blijven. Om te zorgen voor een passende infrastructuur voor publieke toegang, rapportage en uitwisseling van gegevens tussen overheidsinstanties, moeten de lidstaten de gegevensspecificaties baseren op Richtlijn 2007/2/EG en de uitvoeringsbesluiten daarvan.

(24) Door de lidstaten gerapporteerde gegevens zijn niet alleen nodig voor controle op de naleving, maar zijn ook onontbeerlijk om de Commissie in staat te stellen de werking van de wetgeving te controleren en beoordelen ten opzichte van de doelstellingen ervan, ter onderbouwing van toekomstige evaluaties van de wetgeving overeenkomstig punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 2016 96 . In dat verband bestaat er behoefte aan relevante gegevens die een betere beoordeling van de doeltreffendheid, doelmatigheid, relevantie en meerwaarde op EU-niveau van de richtlijn mogelijk maken; om die reden moet worden gezorgd voor geschikte rapportagemechanismen die ook kunnen dienen als indicatoren voor toekomstige evaluaties van deze richtlijn.

(25) Overeenkomstig punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord „Beter wetgeven” moet de Commissie een evaluatie uitvoeren van deze richtlijn binnen een bepaalde termijn na de uiterste datum voor de omzetting ervan. Die evaluatie moet zijn gebaseerd op de ervaring die is opgedaan en de gegevens die zijn verkregen tijdens de implementatie van de richtlijn, op relevante wetenschappelijke, analytische en epidemiologische gegevens, alsmede op eventueel beschikbare aanbevelingen van de WHO.

(26) Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Met name wordt met deze richtlijn beoogd de beginselen inzake gezondheidszorg, toegang tot diensten van algemeen economisch belang, milieubescherming en consumentenbescherming te bevorderen.

(27) Zoals het Hof van Justitie herhaaldelijk heeft geoordeeld, zou het onverenigbaar zijn met de dwingende werking die in artikel 288, derde alinea, van het Verdrag aan een richtlijn wordt toegekend, om principieel uit te sluiten dat een daarbij opgelegde verplichting door de betrokkenen kan worden ingeroepen. Deze overweging geldt met name voor een richtlijn waarvan het doel is gelegen in de bescherming van de volksgezondheid tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van voor menselijke consumptie bestemd water. Derhalve dienen de leden van het betrokken publiek, overeenkomstig het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden 97 , toegang te hebben tot de rechter, aangezien dit bijdraagt tot de bescherming van het recht te leven in een milieu dat passend is voor de gezondheid en het welzijn van elke persoon. Daarnaast moeten, indien een groot aantal personen zich in een „situatie van massaschade” bevinden als gevolg van dezelfde illegale praktijken die betrekking hebben op de schending van aan deze richtlijn ontleende rechten, die personen de mogelijkheid hebben gebruik te maken van mechanismen voor collectief verhaal, waar dergelijke mechanismen overeenkomstig Aanbeveling 2013/396/EU van de Commissie 98 door de lidstaten zijn opgezet.

(28) Teneinde deze richtlijn aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, of teneinde controlevoorschriften te specificeren voor de gevarenbeoordeling en de risicobeoordeling van het huishoudelijk leidingnet, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met IV bij deze richtlijn te wijzigen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. Daarnaast is de machtiging in bijlage I, deel C, opmerking 10, bij Richtlijn 98/83/EG om de controlefrequentie en -methoden voor radioactieve stoffen aan te nemen, overbodig geworden door de vaststelling van Richtlijn 2013/51/Euratom van de Raad 99 en moet zij derhalve worden geschrapt. De machtiging in bijlage III, deel A, tweede alinea, bij Richtlijn 98/83/EG betreffende wijzigingen van de richtlijn is niet langer nodig en moet worden geschrapt.

(29) Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze richtlijn, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend voor het vaststellen van het formaat voor, en de modaliteiten voor de presentatie van, de informatie over voor menselijke consumptie bestemd water die aan alle personen aan wie dat water wordt geleverd, moet worden verstrekt, alsmede voor het vaststellen van het formaat voor, en de modaliteiten voor de presentatie van, de door de lidstaten te verstrekken en door het Europees Milieuagentschap samen te brengen informatie over de implementatie van deze richtlijn. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 100 .

(30) Onverminderd de voorschriften van Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad 101 moeten de lidstaten voorschriften vaststellen ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van de bepalingen van deze richtlijn en ervoor zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(31) Richtlijn 2013/51/Euratom voorziet in specifieke regels voor het toezicht op radioactieve stoffen in voor menselijke consumptie bestemd water. In de onderhavige richtlijn moeten daarom geen parameterwaarden voor radioactiviteit worden vastgesteld.

(32) Daar de doelstelling van deze richtlijn, te weten de bescherming van de volksgezondheid, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(33) De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in intern recht dient te worden beperkt tot de bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijnen materieel zijn gewijzigd. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige richtlijnen.

(34) Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage V, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in intern recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,


🡻 1998/83 (aangepast)

⇨ nieuw