Overwegingen bij COM(2023)753 - Wijziging van Verordeningen (EG) nr. 261/2004, (EG) nr. 1107/2006, (EU) nr. 1177/2010, (EU) nr. 181/2011 en (EU) 2021/782 wat betreft de handhaving van passagiersrechten in de Unie

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
(1) Er moeten een aantal wijzigingen worden aangebracht aan Verordening (EG) nr. 261/20046, Verordening (EG) nr. 1107/20067, Verordening (EU) nr. 1177/20108, Verordening (EU) nr. 181/20119 en Verordening (EU) 2021/78210 van het Europees Parlement en de Raad, teneinde te zorgen voor effectieve bescherming van de passagiersrechten in het luchtvervoer, spoorvervoer, vervoer over de zee en de binnenwateren en vervoer per autobus en touringcar in de Unie.

(2) Doeltreffende passagiersrechten moeten reizen met het openbaar vervoer aanmoedigen, een doelstelling die is vastgesteld in de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit die de Commissie in december 2020 heeft goedgekeurd.

(3) In de uitgebreide evaluaties van Verordening (EG) nr. 1107/2006, Verordening (EU) nr. 1177/2010 en Verordening (EU) nr. 181/2011, die de Commissie tussen 2019 en 2020 heeft uitgevoerd, heeft zij geconcludeerd dat de doeltreffendheid van de wetgeving van de Unie inzake passagiersrechten in het gedrang komt doordat passagiers niet op de hoogte zijn van hun rechten en de bestaande bepalingen over de uitoefening ervan. Daarnaast werd in deze evaluaties ook geconcludeerd dat passagiers, onder wie personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, niet ten volle profiteren van hun rechten als gevolg van tekortkomingen in de toepassing ervan door vervoerders, luchthavenbeheerders, stationbeheerders, haventerminalbeheerders, beheerders van busterminals en tussenpersonen enerzijds, en tekortkomingen in de handhaving ervan door de nationale handhavingsinstanties anderzijds11.

(4) Vereenvoudiging, samenhang en harmonisatie van de regels van Verordening (EG) nr. 261/2004, Verordening (EG) nr. 1107/2006, Verordening (EU) nr. 1177/2010 en Verordening (EU) nr. 181/2011 is noodzakelijk, met name wat betreft de regels inzake informatie aan passagiers over hun rechten voor en tijdens de reis, de handhaving van passagiersrechten en de behandeling van klachten van passagiers. De bestaande regels in die verordeningen moeten worden gewijzigd om de onlangs vastgestelde Verordening (EU) 2021/782 van het Europees Parlement en de Raad12 aan te vullen wat betreft aanvraagformulieren voor terugbetaling en compensatie, kwaliteitsnormen voor diensten, verplichtingen voor vervoerders om informatie uit te wisselen met nationale handhavingsinstanties, en verstrekking van informatie over alternatieve geschillenbeslechting aan passagiers door nationale handhavingsinstanties.

(5) Momenteel is het terugbetalingsproces met betrekking tot vliegtickets die via een tussenpersoon worden geboekt, onduidelijk; dit moet worden verduidelijkt. De tussenpersonen zijn op twee verschillende manieren betrokken bij het terugbetalingsproces: ofwel hebben zij de betalingsgegevens van de passagier (creditcard) rechtstreeks doorgegeven aan de vervoerder (doorgeeftussenpersoon), en keert de luchtvaartmaatschappij de oorspronkelijke betalingsstroom om zodat de terugbetaling rechtstreeks op de rekening van de passagier komt; ofwel heeft de tussenpersoon de luchtvaartmaatschappij betaald vanaf zijn eigen rekening (handelaarstussenpersoon), en wanneer de luchtvaartmaatschappij de betalingsstroom omkeert, komt de terugbetaling op de rekening van de tussenpersoon terecht. De tussenpersoon maakt vervolgens de definitieve terugbetaling over aan de passagier. Passagiers weten vaak niet welke terugbetalingsprocedure de tussenpersoon kiest. De tussenpersoon en de luchtvaartmaatschappij moeten de passagier informeren over het terugbetalingsproces. De luchtvaartmaatschappij moet met name publiekelijk aangeven of zij samenwerkt met tussenpersonen voor de verwerking van terugbetalingen, en zo ja, met welke.

(6) De verwerking van de terugbetaling via de tussenpersoon die de betaling aan de luchtvaartmaatschappij heeft gedaan vanaf zijn eigen rekening (handelaarstussenpersoon) is een wijdverbreide praktijk in de luchtvaartsector. Deze mogelijkheid moet derhalve worden geboden aan luchtvaartmaatschappijen.

(7) Als de luchtvaartmaatschappij terugbetalingen via dit type tussenpersoon verwerkt, moet de betalingstermijn aan de passagier worden verlengd tot maximaal 14 dagen om rekening te houden met de twee stappen in het terugbetalingsproces. De luchtvaartmaatschappij moet de terugbetaling binnen maximaal zeven dagen overmaken aan de tussenpersoon en de tussenpersoon moet deze binnen nog eens zeven dagen overmaken aan de passagier. Indien de passagier niet uiterlijk binnen 14 dagen wordt terugbetaald, heeft hij echter recht op rechtstreekse terugbetaling door de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.

(8) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad13 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door luchtvaartmaatschappijen en tussenpersonen. Elke verwerking van persoonsgegevens moet met name plaatsvinden overeenkomstig de vereisten van artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679. Er zij op gewezen dat de verplichtingen om passagiers informatie te verstrekken over hun rechten geen afbreuk doen aan de verplichting van de verwerkingsverantwoordelijke om de betrokkene informatie te verstrekken overeenkomstig de artikelen 12, 13 en 14 van Verordening (EU) 2016/679.

(9) Wanneer de passagier een ticket koopt bij een tussenpersoon, moet de luchtvaartmaatschappij indien nodig rechtstreeks contact met de passagier kunnen opnemen om ervoor te zorgen dat hij de relevante reisinformatie ontvangt en dat de luchtvaartmaatschappij haar verplichtingen uit hoofde van deze verordening en het toepasselijke Unierecht inzake luchtvaartveiligheid en -beveiliging en inzake de exploiterende luchtvaartmaatschappij uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2111/200514 nakomt. De luchtvaartmaatschappij mag de contactgegevens van de passagiers uitsluitend gebruiken om aan deze verplichtingen te voldoen en mag ze niet voor andere doeleinden verwerken. Deze persoonsgegevens moeten binnen 72 uur na de voltooiing van de vervoersovereenkomst worden gewist, tenzij verdere bewaring van de persoonsgegevens gerechtvaardigd is om te voldoen aan verplichtingen met betrekking tot het recht van de passagier op een andere route, terugbetaling of compensatie.

(10) Een risicogebaseerde aanpak van het toezicht op de naleving van passagiersrechten, die niet alleen gebaseerd is op ontvangen klachten, maar ook op activiteiten op het gebied van toezicht op de naleving, zoals inspecties, moet ervoor zorgen dat de nationale handhavingsinstanties beter in staat zijn niet-naleving van de bestaande regels door vervoerders en terminalbeheerders op te sporen en te corrigeren.

(11) Door passagiers voor en tijdens hun reis informatie te verstrekken over hun rechten, zal het bewustzijn worden vergroot. Die informatie moet beknopt zijn en op eenvoudige en prominente wijze rechtstreeks beschikbaar worden gesteld. Ze moet op duidelijke en begrijpelijke wijze en, voor zover mogelijk, langs elektronische weg worden verstrekt.

(12) De nationale handhavingsinstanties moeten met elkaar samenwerken om een geharmoniseerde interpretatie en toepassing van de desbetreffende verordeningen te waarborgen. Een regelmatige informatiestroom van vervoerders, terminalbeheerders en tussenpersonen naar de nationale handhavingsinstanties over alle aspecten die verband houden met de toepassing van de betrokken verordeningen, moet de nationale handhavingsinstanties in staat stellen hun toezichthoudende rol beter uit te oefenen.

(13) Vervoerders en terminalbeheerders moeten kwaliteitsnormen voor de dienstverlening voor alle passagiersdiensten vaststellen, beheren en monitoren, rekening houdend met de operationele kenmerken van elke vervoerswijze. Die kwaliteitsnormen moeten onder meer betrekking hebben op vertragingen, annuleringen, bijstand aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit, klachtenbehandelingsmechanismen, klanttevredenheid en netheid. Vervoerders moeten ook informatie over hun dienstkwaliteitsnormen openbaar maken.

(14) Wat de rechten van luchtvaartpassagiers betreft, moeten luchtvaartmaatschappijen ernaar streven sectorale normen vast te stellen voor het gewicht en de afmetingen van handbagage, teneinde de huidige wildgroei aan verschillende praktijken te beperken en de reiservaring van passagiers te verbeteren; voorts moeten zij verslag uitbrengen over hun naleving van die normen als onderdeel van hun kwaliteitsbeheersystemen. De publicatie van uitvoeringsverslagen door vervoerders over hun kwaliteitsnormen moet gebruikers in staat stellen vervoerders met elkaar te vergelijken en geïnformeerde keuzes te maken, concurrentie op basis van de kwaliteit van de diensten aanmoedigen en uniforme monitoring en handhaving door de nationale handhavingsinstanties vergemakkelijken.

(15) Om het gemakkelijker te maken voor passagiers om overeenkomstig de betreffende verordeningen terugbetaling of compensatie aan te vragen, moeten aanvraagformulieren worden opgesteld die in de hele Unie geldig zijn. Reizigers moeten hun aanvraag met behulp van een dergelijk formulier kunnen indienen.

(16) Passagiers die individueel verhaal zoeken, moeten op de hoogte worden gebracht van de mogelijkheden om bij instanties voor alternatieve geschillenbeslechting een klacht in te dienen over vermeende inbreuken op de desbetreffende verordeningen. De nationale handhavingsinstanties zijn het best geplaatst om dit te doen.

(17) In het licht van artikel 9 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap en teneinde personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit mogelijkheden voor luchtvervoer te bieden die vergelijkbaar zijn met die van andere burgers, moeten luchtvaartmaatschappijen, agenten of touroperators die eisen dat een persoon met een handicap of een persoon met beperkte mobiliteit wordt begeleid door een andere persoon die in staat is de bijstand te verlenen die vereist is op grond van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften die zijn vastgesteld in het internationale, Unie- of nationale recht of door de bevoegde autoriteiten, de begeleider kosteloos laten reizen. Voorts moet dit recht worden afgestemd op de bestaande rechten voor de vervoerswijzen per spoor, autobus en touringcar en over water in de Unie. Daarnaast moet informatie aan personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit in toegankelijke formaten worden verstrekt overeenkomstig de toepasselijke wetgeving, zoals de toegankelijkheidseisen van bijlage I bij Richtlijn (EU) 2019/88215.

(18) Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk zorgen voor effectieve handhaving van de passagiersrechten in het luchtvervoer, het vervoer per spoor, autobus, touringcar en het vervoer over water, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar, omdat het noodzakelijk is dezelfde regels te hebben in de interne markt, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(19) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad16. Voor de vaststelling van de gemeenschappelijke formulieren voor terugbetalings- en compensatieaanvragen moet gebruik worden gemaakt van de onderzoeksprocedure.

(20) Bij deze verordening worden de grondrechten en de beginselen geëerbiedigd die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend, met name de artikelen 21, 26, 38 en 47 inzake respectievelijk het verbod op elke vorm van discriminatie, de integratie van personen met een handicap, het verzekeren van een hoog niveau van consumentenbescherming, en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en het recht op een onpartijdig gerecht.

(21) De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad(17) geraadpleegd en heeft op [ ], een advies uitgebracht.