Overwegingen bij COM(2023)705 - Sluiting van een overeenkomst met Armenië betreffende samenwerking tussen het Agentschap van de EU voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) en de voor justitiële samenwerking in strafzaken bevoegde autoriteiten van Armenië

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
(1)In artikel 47, lid 1, en artikel 52, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad 10 is bepaald dat Eurojust op basis van een samenwerkingsstrategie samenwerking met autoriteiten van derde landen kan aangaan en onderhouden.

(2)In artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad is tevens bepaald dat Eurojust persoonsgegevens aan een autoriteit van een derde land mag overdragen onder meer op basis van een ingevolge artikel 218 VWEU gesloten internationale overeenkomst tussen de Unie en het derde land, waarin passende waarborgen zijn opgenomen betreffende de bescherming van het privéleven en van de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers.

(3)Overeenkomstig Besluit (EU) [XXXX] van de Raad 11  is de Overeenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, betreffende samenwerking tussen het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) en de voor justitiële samenwerking in strafzaken bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië (hierna “de overeenkomst” genoemd) ondertekend op [XX.XX.XXXX], onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.

(4)De overeenkomst maakt de doorgifte van persoonsgegevens tussen Eurojust en de bevoegde autoriteiten van Armenië mogelijk met het oog op de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme en de bescherming van de veiligheid van de Unie en haar burgers.

(5)De overeenkomst waarborgt de volledige eerbiediging van de grondrechten van de Unie, met name het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, zoals erkend in artikel 7, het recht op bescherming van persoonsgegevens, zoals erkend in artikel 8, en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, zoals erkend in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie 12 . De overeenkomst bevat met name passende waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens die door Eurojust in het kader van de overeenkomst worden doorgegeven.

(6)Overeenkomstig artikel 218, lid 7, VWEU is het passend dat de Raad de Commissie machtigt om namens de Unie de wijzigingen van de bijlagen I, II en III bij de overeenkomst goed te keuren, de Commissie machtigt om nadere regels vast te stellen voor het verdere gebruik en de opslag van de informatie die reeds uit hoofde van de overeenkomst tussen de partijen is meegedeeld, en de Commissie machtigt de informatie over de geadresseerde van de kennisgevingen bij te werken.

(7)Bij Besluit (EU) 2019/2006 van de Commissie 13 is de deelname van Ierland aan Verordening (EU) 2018/1727 bevestigd. Ierland is gebonden door Verordening (EU) 2018/1727 en neemt derhalve deel aan de vaststelling van dit besluit.

(8)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken.

(9)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming heeft op [xx.xx.xxxx] Advies [xxx] uitgebracht.

(10)De overeenkomst moet namens de Unie worden goedgekeurd.