Overwegingen bij COM(2023)369 - Vaststelling van de digitale euro

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
dossier COM(2023)369 - Vaststelling van de digitale euro.
document COM(2023)369
datum 28 juni 2023
 
a name="_Ref126239952">1) De Commissie heeft in de strategie voor het digitale geldwezen en de strategie voor retailbetalingen20 van september 2020 benadrukt dat een digitale euro, als een retail-CBDC, een katalysator zou zijn voor innovatie op het gebied van betalingen, financiën en handel in de context van de voortdurende inspanningen om de versnippering van de EU-markt voor retailbetalingen tegen te gaan. Tijdens de Eurotop van maart 2021 werd opgeroepen tot een sterkere en innovatievere digitale financiële sector en efficiëntere en veerkrachtigere betalingssystemen. In haar verklaring van 25 februari erkende de Eurogroep ook het potentieel van een digitale euro om innovatie in het financiële stelsel te bevorderen. In dat verband verwelkomde zowel het Europees Parlement21 als de Raad Economische en Financiële Zaken22 in februari en maart 2022 het besluit van de Europese Centrale Bank om vanaf oktober 2021 een tweejarige onderzoeksfase van een project voor een digitale euro te starten.

2) Op 2 oktober 2020 publiceerde de Europese Centrale Bank haar “Report on a digital euro”23 (Rapport over een digitale euro). Dit rapport vormde de basis voor het inwinnen van meningen over de voordelen en uitdagingen van de uitgifte van een digitale euro en over de mogelijke opzet ervan.

3) Centralebankgeld in de vorm van bankbiljetten en munten kan niet worden gebruikt voor onlinebetalingen. Tegenwoordig zijn onlinebetalingen volledig afhankelijk van commerciëlebankgeld. De aanvaardbaarheid en fungibiliteit van commerciëlebankgeld berusten op de een-op-eenconverteerbaarheid ervan in centralebankgeld met de status van wettig betaalmiddel, dat als monetair anker dient. Dat monetaire anker vormt de kern van de werking van monetaire en financiële stelsels. Het ondersteunt het vertrouwen van gebruikers in commerciëlebankgeld en in de euro als munt en is daarom essentieel om de stabiliteit van het monetaire stelsel in een gedigitaliseerde economie en samenleving te waarborgen. Aangezien centralebankgeld in fysieke vorm alleen niet kan voorzien in de behoeften van een snel digitaliserende economie, zou dit het monetaire anker voor commerciëlebankgeld geleidelijk kunnen wegnemen. Daarom is het noodzakelijk een nieuwe vorm van officiële valuta met de status van wettig betaalmiddel in te voeren die risicovrij is en de convertibiliteit a pari van het door verschillende commerciële banken uitgegeven geld helpt te visualiseren.

4) Om tegemoet te komen aan de behoeften van een snel digitaliserende economie, moet de digitale euro een verscheidenheid aan gebruikssituaties van retailbetalingen ondersteunen. Deze gebruikssituaties omvatten betalingen van een persoon aan een persoon, een persoon aan een bedrijf, een persoon aan een overheid, een bedrijf aan een persoon, een bedrijf aan een bedrijf, een bedrijf aan een overheid, een overheid aan een persoon, een overheid aan een bedrijf en een overheid aan een overheid. Daarnaast moet de digitale euro ook kunnen voorzien in toekomstige betalingsbehoeften, met name betalingen tussen machines in de context van Industrie 4.0 en betalingen op het gedecentraliseerde internet (web3). De digitale euro mag niet dienen voor betalingen tussen financiële intermediairs, betalingsdienstaanbieders en andere marktdeelnemers (dat wil zeggen voor wholesalebetalingen), waarvoor systemen voor afwikkeling in centralebankgeld bestaan en waarbij het gebruik van verschillende technologieën verder wordt onderzocht door het Eurosysteem.

5) In een context waarin contant geld alleen niet in de behoeften van een gedigitaliseerde economie kan voorzien, is het essentieel om financiële inclusie te ondersteunen door te zorgen voor universele, betaalbare en gemakkelijke toegang tot de digitale euro voor mensen in de eurozone en door de brede acceptatie ervan bij betalingen te waarborgen. De financiële uitsluiting in de gedigitaliseerde economie kan toenemen, aangezien private digitale betaalmiddelen mogelijk niet specifiek voorzien in de behoeften van kwetsbare groepen in de samenleving of mogelijk niet geschikt zijn in sommige landelijke of afgelegen gebieden zonder (stabiel) communicatienetwerk. Volgens de Wereldbank en de Bank voor Internationale Betalingen zijn “efficiënte, toegankelijke en veilige retailbetalingssystemen en -diensten van cruciaal belang voor een grotere financiële inclusie”24. Deze bevinding werd verder onderbouwd door de studie over nieuwe digitale betaalmethoden in opdracht van de Europese Centrale Bank, waarin werd geconcludeerd dat voor personen zonder bankrekening, personen zonder volledige toegang tot bankdiensten of personen zonder onlineverbinding de belangrijkste kenmerken van een nieuwe betaalmethode zijn: gebruiksgemak, geen technologische vaardigheden vereist, en veilig en kosteloos25. Een digitale euro zou een publiek alternatief bieden voor private digitale betaalmiddelen en zou financiële inclusie ondersteunen aangezien hij op basis van deze doelstellingen zou worden ontworpen, en zou aldus voorzien in vrije toegang, gebruiksgemak en brede toegankelijkheid en acceptatie.

6) De digitale euro moet een aanvulling zijn op eurobankbiljetten en -munten en mag de fysieke vormen van de eenheidsmunt niet vervangen. Als wettig betaalmiddel zijn zowel contant geld als digitale euro’s even belangrijk. Verordening (EU) [referentie invoegen – voorstel voor een verordening betreffende de status van wettig betaalmiddel van eurobankbiljetten en -muntstukken, COM(2023) 364] zou de status van wettig betaalmiddel van contant geld harmoniseren en ervoor zorgen dat contant geld op grote schaal wordt gedistribueerd en effectief wordt gebruikt.

7) Toekomstige ontwikkelingen op het gebied van digitale betalingen kunnen van invloed zijn op de rol van de euro op de markten voor retailbetalingen, zowel in de Europese Unie als daarbuiten. Veel centrale banken over de hele wereld onderzoeken momenteel de uitgifte van digitale centralebankmunten (“CBDC’s”) en sommige landen hebben al een digitale centralebankmunt uitgegeven. Daarnaast zouden zogenaamde stablecoins van derde landen die niet in euro luiden, indien zij op grote schaal voor betalingen worden gebruikt, in euro luidende betalingen in de economie van de Unie kunnen verdringen door te voldoen aan de vraag naar programmeerbare betalingen (die in de context van deze verordening voorwaardelijke betalingen worden genoemd), ook in de elektronische handel, kapitaalmarkten of Industrie 4.0. Een digitale euro zou daarom belangrijk zijn om de rol van de euro in het digitale tijdperk in stand te houden.

8) Derhalve moet een rechtskader worden vastgesteld voor de vaststelling van een digitale vorm van de euro met de status van wettig betaalmiddel voor gebruik door burgers, bedrijven en overheden in de eurozone. Als nieuwe vorm van de euro die beschikbaar is voor het grote publiek, zou de digitale euro belangrijke maatschappelijke en economische gevolgen moeten hebben. Daarom is het noodzakelijk om de digitale euro vast te stellen en de belangrijkste kenmerken ervan te reguleren, als maatregel van monetair recht. De Europese Centrale Bank is bevoegd tot uitgifte van de digitale euro en tot machtiging van de uitgifte ervan door de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben, waarbij zij haar bevoegdheden uit hoofde van de Verdragen uitoefent. Op basis van die bevoegdheden en in overeenstemming met het in deze verordening vastgestelde rechtskader moet de Europese Centrale Bank derhalve kunnen beslissen of, wanneer en voor welke bedragen de digitale euro wordt uitgegeven, en moet zij kunnen beslissen over andere bijzondere maatregelen die intrinsiek verbonden zijn met de uitgifte van de digitale euro, naast bankbiljetten en munten.

9) Net als eurobankbiljetten en -munten moet de digitale euro een rechtstreekse verplichting zijn van de Europese Centrale Bank of van de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben tegenover de gebruikers van de digitale euro. De digitale euro moet worden uitgegeven voor een bedrag dat gelijk is aan de nominale waarde van de overeenkomstige verplichting in de geconsolideerde balans van de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben, met name door de centralebankreserves van betalingsdienstaanbieders te converteren naar aangehouden digitale euro’s om aan de vraag van gebruikers van de digitale euro te voldoen. Gebruikers die digitale euro’s willen aanhouden en gebruiken, moeten slechts een contractuele relatie aangaan met betalingsdienstaanbieders die de digitale euro distribueren om betaalrekeningen in digitale euro’s te openen. Er wordt geen rekening of andere contractuele relatie tot stand gebracht tussen de gebruiker van de digitale euro en de Europese Centrale Bank of de nationale centrale banken. Betalingsdienstaanbieders moeten de rekeningen in digitale euro’s van de gebruikers van de digitale euro namens hen beheren en hun betalingsdiensten in digitale euro’s aanbieden. Aangezien betalingsdienstaanbieders geen partij zijn bij de rechtstreekse verplichting van gebruikers van de digitale euro tegenover de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben, en handelen namens gebruikers van de digitale euro, zou de insolventie van betalingsdienstaanbieders geen gevolgen hebben voor gebruikers van de digitale euro.

10) Op de digitale euro moeten de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn. Zij kunnen worden aangevuld met de gedelegeerde handelingen die de Commissie krachtens de artikelen 11, 34, 35, 36 en 38 mag vaststellen en met de uitvoeringshandelingen die de Commissie krachtens artikel 37 mag vaststellen. Daarnaast kan de Europese Centrale Bank in het kader van deze verordening en haar gedelegeerde handelingen gedetailleerde maatregelen, regels en normen vaststellen op grond van haar eigen bevoegdheden. Indien dergelijke maatregelen, regels en normen gevolgen hebben voor de bescherming van de rechten en vrijheden van het individu in verband met de verwerking van persoonsgegevens, moet de Europese Centrale Bank de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming raadplegen. Met het oog op de rechtszekerheid wordt in de verordening ook verduidelijkt dat de digitale euro onderworpen is aan Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en aan Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie, onverminderd het aangepaste kader voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering dat in deze verordening is vastgesteld voor offlinebetalingstransacties in digitale euro’s. Betalingstransacties in digitale euro’s en de daarmee samenhangende betalingsdiensten vallen ook onder Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, zoals gewijzigd bij Richtlijn [referentie invoegen – voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende betalingsdiensten en elektronischgelddiensten in de interne markt, tot wijziging van Richtlijn 98/26/EG en tot intrekking van de richtlijnen 2015/2366/EU en 2009/110/EG - COM(2023) 366 final] , waarin is bepaald dat onder “geldmiddelen” ook centralebankgeld valt dat is uitgegeven voor retailgebruik (d.w.z. bankbiljetten, munten en digitale centralebankmunten), en onder Verordening (EU) 2021/1230 betreffende grensoverschrijdende betalingen.

11) Om de effectieve bescherming van de status van wettig betaalmiddel van de digitale euro als eenheidsmunt in de hele eurozone en de aanvaarding van betalingen in digitale euro’s te waarborgen, moeten in de lidstaten regels inzake sancties voor inbreuken worden ingevoerd en toegepast.

12) De relevante bepalingen van Richtlijn (EU) 2015/2366, zoals vervangen door Richtlijn (EU) [referentie invoegen – voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende betalingsdiensten en elektronischgelddiensten in de interne markt, tot wijziging van Richtlijn 98/26/EG en tot intrekking van de richtlijnen 2015/2366/EU en 2009/110/EG - COM(2023) 366 final], Richtlijn (EU) 2015/849 zoals vervangen door Richtlijn (EU) [referentie invoegen – voorstel voor een antiwitwasrichtlijn – COM(2021) 423 final] en Verordening (EU) 2016/679 moeten het toezicht door de bevoegde autoriteiten en de sanctieregeling en toezichtregelingen tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst en ontvangst regelen met betrekking tot de activiteiten van betalingsdienstaanbieders die gevestigd zijn in lidstaten die de euro niet als munt hebben. Om een efficiënt toezicht op betalingsdienstaanbieders die de digitale euro distribueren te waarborgen, moeten de bevoegde autoriteiten die krachtens Richtlijn (EU) 2015/2366 verantwoordelijk zijn voor het toezicht op het aanbieden van betalingsdiensten, ook samenwerken met de Europese Centrale Bank met het oog op het toezicht op de toepassing van betalingsgerelateerde verplichtingen die in Verordening (EU) XXX betreffende de vaststelling van de digitale euro zijn vastgelegd. Elke verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening moet in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2016/679 en Verordening (EU) 2017/1725 voor zover zij binnen het respectieve toepassingsgebied ervan valt. Daarom zijn de toezichthoudende autoriteiten krachtens Verordening (EU) 2016/679 en Verordening (EU) 2018/1725 verantwoordelijk voor het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening.

13) De lidstaten, hun bevoegde autoriteiten en betalingsdienstaanbieders moeten informatie- en educatieve maatregelen nemen om te zorgen voor de nodige bekendheid met en kennis van de verschillende aspecten van de digitale euro.

14) Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie 26betekent het begrip “wettig betaalmiddel” met betrekking tot een betaalmiddel dat in een bepaalde munteenheid luidt, in de gewone betekenis ervan, dat dit betaalmiddel in het algemeen niet kan worden geweigerd bij de vereffening van een in dezelfde munteenheid luidende schuld, tegen de volle nominale waarde ervan, resulterend in kwijting van de schuld.

15) De status van wettig betaalmiddel is een bepalend kenmerk van centralebankgeld. In de eurozone zijn eurobankbiljetten en -munten tot nu toe de enige betaalmiddelen met de status van wettig betaalmiddel, overeenkomstig artikel 128, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”) en de artikelen 10 en 11 van Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad 27 over de invoering van de euro28.

16) De digitale euro, als digitale munt met de status van wettig betaalmiddel luidende in euro, uitgegeven door de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben, in het kader van het Eurosysteem, moet algemeen toegankelijk, bruikbaar en aanvaard zijn als betaalmiddel. De toekenning van de status van wettig betaalmiddel aan de digitale euro moet de bruikbaarheid ervan voor betalingen in de hele eurozone ondersteunen en aldus ook de inspanningen om de beschikbaarheid en toegankelijkheid van centralebankgeld in zijn rol van monetair anker te waarborgen, aangezien contant geld alleen niet kan voorzien in de behoeften van een snel digitaliserende economie. Bovendien zorgt de verplichte aanvaarding van betalingen in digitale euro’s als een van de belangrijkste voorwaarden van de status van wettig betaalmiddel ervoor dat mensen en bedrijven profiteren van een brede aanvaarding en een echte keuze hebben om digitaal en op uniforme wijze met centralebankgeld te betalen in de hele eurozone.

17) De digitale euro moet de status van wettig betaalmiddel hebben voor offlinebetalingstransacties in digitale euro’s binnen de eurozone, net als eurobankbiljetten en -munten die in de eurozone de status van wettig betaalmiddel hebben. De digitale euro moet ook de status van wettig betaalmiddel hebben voor onlinebetalingstransacties in digitale euro’s waarbij zowel de begunstigde als de betaler in de eurozone verblijft of gevestigd is. Evenzo moet de digitale euro de status van wettig betaalmiddel hebben voor onlinebetalingstransacties in digitale euro’s waarbij de begunstigde in de eurozone verblijft of gevestigd is maar de betaler niet in de eurozone verblijft of gevestigd is.

18) Aangezien voor de digitale euro vereist is dat digitale betaalmiddelen kunnen worden aanvaard, kan het onevenredig zijn om alle begunstigden te verplichten betalingen in digitale euro’s te aanvaarden. Daarom moet worden voorzien in uitzonderingen op de verplichte aanvaarding van betalingen in digitale euro’s voor natuurlijke personen die handelen in het kader van een louter persoonlijke of huishoudelijke activiteit. Er moet ook worden voorzien in uitzonderingen op de verplichte aanvaarding voor micro-ondernemingen, die in de eurozone bijzonder belangrijk zijn voor innovatie, de ontwikkeling van ondernemerschap en het scheppen van banen en die een cruciale rol spelen bij de vormgeving van de economie. Het beleid en de maatregelen van de Unie moeten de regeldruk voor ondernemingen van deze omvang verminderen. Er moet ook worden voorzien in uitzonderingen op de verplichte aanvaarding voor rechtspersonen zonder winstoogmerk die het algemeen belang bevorderen en dienen en uiteenlopende doelstellingen van maatschappelijk belang nastreven, waaronder gelijkheid, onderwijs, gezondheid, milieubescherming en mensenrechten. Voor micro-ondernemingen en rechtspersonen zonder winstoogmerk zouden de aanschaf van de vereiste infrastructuur en de acceptatiekosten onevenredig zijn. Zij moeten daarom worden vrijgesteld van de verplichting om betalingen in digitale euro’s te aanvaarden. In dergelijke gevallen moeten andere middelen voor de vereffening van geldschulden beschikbaar blijven. Niettemin moeten micro-ondernemingen en rechtspersonen zonder winstoogmerk die vergelijkbare digitale betaalmiddelen van betalers aanvaarden, onderworpen zijn aan de verplichte aanvaarding van betalingen in digitale euro’s. Vergelijkbare digitale betaalmiddelen moeten debetkaartbetalingen, instantbetalingen of andere toekomstige technologische oplossingen die op het punt van interactie worden gebruikt, omvatten, maar mogen geen overmakingen en automatische afschrijvingen die niet op het punt van interactie worden geïnitieerd, omvatten. Micro-ondernemingen en rechtspersonen zonder winstoogmerk die niet aanvaarden dat hun betalers schulden vereffenen met vergelijkbare digitale betaalmiddelen (zij aanvaarden bijvoorbeeld alleen eurobankbiljetten en -munten) maar die wel digitale betalingen kunnen gebruiken ter vereffening van een schuld aan hun begunstigden (zij betalen bijvoorbeeld via overmaking), mogen niet onderworpen zijn aan de verplichting om betalingen in digitale euro’s te aanvaarden. Ten slotte kan een begunstigde een betaling in digitale euro’s ook weigeren indien de weigering te goeder trouw wordt gedaan en indien de begunstigde de weigering rechtvaardigt op legitieme gronden van tijdelijke aard, evenredig met concrete omstandigheden waarop hij geen invloed heeft, waardoor het op het betreffende tijdstip van de transactie onmogelijk is betalingen in digitale euro’s te aanvaarden, zoals een stroomstoring in het geval van onlinebetalingstransacties in digitale euro’s of een defect apparaat in het geval van offline- of onlinebetalingstransacties in digitale euro’s.

19) Om ervoor te zorgen dat aanvullende uitzonderingen op de verplichte aanvaarding van de digitale euro in een later stadium kunnen worden ingevoerd indien zij nodig zijn, bijvoorbeeld vanwege technische bijzonderheden die zich in de toekomst kunnen voordoen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen met betrekking tot de invoering van aanvullende uitzonderingen van monetaire aard op de verplichting om betalingstransacties in digitale euro’s te aanvaarden, die in de hele eurozone op geharmoniseerde wijze van toepassing zouden zijn, rekening houdend met eventuele voorstellen van de lidstaten ter zake. De Commissie mag dergelijke uitzonderingen alleen vaststellen indien deze noodzakelijk zijn, gerechtvaardigd zijn om redenen van algemeen belang, evenredig zijn en ervoor zorgen dat de digitale euro zijn status van wettig betaalmiddel behoudt. De bevoegdheid van de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de invoering van aanvullende uitzonderingen op de verplichting om betalingstransacties in digitale euro’s te aanvaarden, mag geen afbreuk doen aan de mogelijkheid voor de lidstaten om op grond van hun eigen bevoegdheden op gebieden van gedeelde bevoegdheid, nationale wetgeving vast te stellen die voorziet in uitzonderingen op de verplichte aanvaarding die voortvloeit uit de status van wettig betaalmiddel overeenkomstig de voorwaarden die het Hof van Justitie van de Europese Unie in zijn arrest in de gevoegde zaken C-422/19 en C-423/19 heeft vastgesteld.

20) Om ervoor te zorgen dat mensen en bedrijven kunnen profiteren van een breed acceptatienetwerk en de digitale euro effectief kunnen gebruiken voor hun dagelijkse betalingen, mogen begunstigden die verplicht zijn betalingen in digitale euro’s te aanvaarden betalingen in digitale euro’s niet eenzijdig uitsluiten door middel van contractuele voorwaarden waarover niet afzonderlijk is onderhandeld of handelspraktijken.

21) Het belangrijkste doel van de vaststelling van de digitale euro is het gebruik ervan als een vorm van de eenheidsmunt met de status van wettig betaalmiddel in de eurozone. Daartoe en in overeenstemming met de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte kunnen betalingsdienstaanbieders die in de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd betalingsdiensten in digitale euro’s aanbieden aan gebruikers van de digitale euro die in de eurozone verblijven of gevestigd zijn, met inbegrip van consumenten zonder vast adres, asielzoekers en consumenten aan wie geen verblijfsvergunning is verleend maar die om juridische of feitelijke redenen niet kunnen worden uitgezet. Natuurlijke personen en rechtspersonen die reeds betalingsdiensten in digitale euro’s ontvingen omdat zij een betaalrekening in digitale euro’s hebben geopend toen zij verbleven of gevestigd waren in een lidstaat die de euro als munt heeft maar die niet langer in een dergelijke lidstaat verblijven of gevestigd zijn, kunnen nog steeds betalingsdiensten in digitale euro’s door in de Europese Economische Ruimte gevestigde betalingsdienstaanbieders ontvangen, overeenkomstig de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, behoudens eventuele tijdsbeperkingen met betrekking tot de verblijfs- of vestigingsstatus van deze personen die de Europese Centrale Bank kan vaststellen.

22) Overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad wordt onder “geldmiddelen” verstaan bankbiljetten en munten, giraal geld of elektronisch geld. Als een nieuwe vorm van centralebankgeld met de status van wettig betaalmiddel moet digitale euro’s worden beschouwd als “geldmiddelen” in de zin van Richtlijn (EU) 2015/2366. Er moet voor worden gezorgd dat betalingsdienstaanbieders die de digitale euro distribueren, onderworpen zijn aan de vereisten van deze richtlijn, zoals omgezet door de lidstaten, en te dien einde onder toezicht staan van de in deze richtlijn bedoelde bevoegde autoriteiten. Bij de uitgifte van de digitale euro zouden de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben, in het kader van het Eurosysteem, handelen in hun hoedanigheid van monetaire autoriteit en moet derhalve niet onderworpen zijn aan Richtlijn (EU) 2015/2366 overeenkomstig artikel 1, punt e), van die richtlijn.

23) Betaalrekeningen in digitale euro’s zijn een in euro luidende categorie betaalrekeningen waarmee gebruikers van de digitale euro onder meer de volgende transacties kunnen verrichten: geldmiddelen plaatsen, contanten opnemen en betalingstransacties van en naar derden uitvoeren en ontvangen, ongeacht de gebruikte technologie en de structuur van het grootboek of van de gegevens (bv. of digitale euro’s als aangehouden saldi dan wel als waarde-eenheden worden geregistreerd). Indien voor deze activiteiten persoonsgegevens moeten worden verwerkt, moeten de betalingsdienstaanbieders verwerkingsverantwoordelijken zijn.

24) Rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders in de zin van Richtlijn (EU) 2015/2366 moeten hun cliënten afstort- en opnamediensten aanbieden, ongeacht of zij in staat zijn de liquiditeitsbron voor die geldmiddelen in centralebankgeld aan te bieden. Met het oog op de succesvolle uitvoering van afstort- en opnamediensten moeten rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders die een rekening bij de centrale bank mogen hebben, op verzoek van hun cliënten op objectieve, evenredige en niet-discriminerende wijze rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders die geen rekening bij de centrale bank mogen hebben toegang geven tot betalingssystemen en ook overboekingsopdrachten van de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders die geen rekening bij de centrale bank mogen hebben via de afwikkelingsinfrastructuur doorgeven.

25) Met het oog op de correcte handhaving van eventuele door de Europese Centrale Bank vastgestelde aanhoudingslimieten voor het gebruik van de digitale euro, moeten betalingsdienstaanbieders die met de distributie van de digitale euro belast zijn bij de onboarding van gebruikers van de digitale euro, of in voorkomend geval bij controles achteraf, nagaan of hun potentiële of bestaande cliënt al een betaalrekening in digitale euro’s heeft. De Europese Centrale Bank kan betalingsdienstaanbieders ondersteunen bij de handhaving van eventuele aanhoudingslimieten, onder meer door alleen of samen met nationale centrale banken een centraal toegangspunt op te zetten voor identificaties van gebruikers van de digitale euro en de bijbehorende aanhoudingslimieten voor digitale euro’s. De Europese Centrale Bank moet passende technische en organisatorische maatregelen treffen, waaronder geavanceerde beveiligings- en privacybeschermingsmaatregelen, om ervoor te zorgen dat de identiteit van individuele gebruikers van de digitale euro niet kan worden gelinkt aan de informatie in het centrale toegangspunt door andere entiteiten dan betalingsdienstaanbieders waarvan de cliënt of potentiële cliënt de gebruiker van de digitale euro is. Als deze activiteiten de verwerking van persoonsgegevens vereisen, moet de Europese Centrale Bank de verwerkingsverantwoordelijke zijn. Als de Europese Centrale Bank samen met de nationale centrale banken het centrale toegangspunt opricht, moeten zij gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken zijn.

26) Om universele toegang tot de digitale euro voor het grote publiek in de eurozone te ondersteunen en innovatie en een hoge mate van concurrentie op de markt voor retailbetalingen te bevorderen, moeten alle relevante intermediairs de digitale euro kunnen distribueren. Alle rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders in de zin van Richtlijn (EU) 2015/2366, met inbegrip van kredietinstellingen, instellingen voor elektronisch geld, betalingsinstellingen en postcheque-en-girodiensten die krachtens het nationale recht gerechtigd zijn betalingsdiensten aan te bieden, de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben, in het kader van het Eurosysteem, wanneer zij niet optreden in hun hoedanigheid van monetaire autoriteit of andere overheidsinstantie, en lidstaten of hun regionale of lokale autoriteiten wanneer zij niet optreden in hun hoedanigheid van overheidsinstantie moeten betaalrekeningen in digitale euro’s en de bijbehorende betalingsdiensten in digitale euro’s kunnen aanbieden, ongeacht hun locatie in de Europese Economische Ruimte. Aanbieders van cryptoactivadiensten die onder Verordening 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad29 vallen en rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders in de zin van Richtlijn (EU) 2015/2366 zijn, moeten ook de digitale euro kunnen distribueren. Overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/2366 moeten rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders worden verplicht om betalingsinitiatie- en rekeninginformatiedienstaanbieders toegang te verlenen tot gegevens over betaalrekeningen op basis van applicatieprogramma-interfaces (API’s), zodat zij innovatieve aanvullende diensten kunnen ontwikkelen en aanbieden.

27) Als de beschikbaarheid van de digitale euro afhankelijk was van vrije zakelijke beslissingen van alle betalingsdienstaanbieders, zouden de betalingsdienstaanbieders de digitale euro kunnen marginaliseren of zelfs uitsluiten. Dit zou gebruikers kunnen beletten betalingen te verrichten en te ontvangen in een vorm van valuta die de status van wettig betaalmiddel heeft. In dat geval zou het gebruik van de digitale euro als eenheidsmunt in de gehele eurozone, zoals vereist op grond van artikel 133 VWEU, niet gewaarborgd zijn. Het is daarom essentieel dat aangewezen betalingsdienstaanbieders verplicht worden basisdiensten in digitale euro’s te distribueren.

28) Een verplichting om de digitale euro te distribueren moet evenredig zijn met de doelstelling om een effectief gebruik van de digitale euro als wettig betaalmiddel te waarborgen. Door die verplichting te beperken tot kredietinstellingen die al actief zijn op het gebied van zakelijke retaildiensten, zou het effectieve gebruik van de digitale euro als wettig betaalmiddel worden gewaarborgd en zou tegelijkertijd worden voorkomen dat betalingsdienstaanbieders met gespecialiseerde, niet-consumentgerichte bedrijfsmodellen onevenredig worden belast. De verplichting om de digitale euro te distribueren is derhalve beperkt tot kredietinstellingen die op verzoek van hun cliënten betaalrekeningdiensten aanbieden. Dit doet geen afbreuk aan de toepassing van hoofdstuk IV van de richtlijn betaalrekeningen betreffende de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties op de toegang tot rekeningen in digitale euro’s met basisfuncties voor consumenten die geen cliënt van een kredietinstelling zijn.

29) Om een breed gebruik van de digitale euro te waarborgen, ook voor mensen die geen betaalrekening in niet-digitale euro’s hebben, geen betaalrekening in digitale euro’s willen openen bij een kredietinstelling of bij een andere betalingsdienstaanbieder die de digitale euro mag distribueren, of personen met een handicap, functionele beperkingen of beperkte digitale vaardigheden, en voor ouderen, is het essentieel dat overheidsentiteiten, met inbegrip van lokale of regionale overheden, of postkantoren, de digitale euro distribueren. Daartoe moeten de lidstaten entiteiten aanwijzen die deze taak op hun grondgebied moeten uitvoeren. Dergelijke entiteiten moeten, als betalingsdienstaanbieders in de zin van Richtlijn (EU) 2015/2366, voldoen aan de bepalingen van deze verordening, met inbegrip van Richtlijn (EU) 2015/2366 en Richtlijn (EU) 2015/849.

30) Om een breed gebruik van de digitale euro mogelijk te maken en gelijke tred te houden met de innovatie op het gebied van digitale betalingen, moeten betalingsdiensten in digitale euro’s basis- en aanvullende betalingsdiensten in digitale euro’s omvatten. Basisbetalingsdiensten in digitale euro’s zijn betaal-, rekening- of ondersteunende diensten die essentieel worden geacht voor het gebruik van de digitale euro door natuurlijke personen. Dit omvat onder meer het aanbieden van ten minste één betaalinstrument aan natuurlijke personen. Alleen rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders in de zin van Richtlijn (EU) 2015/2366 mogen de volledige reeks basisdiensten in digitale euro’s aanbieden. Naast deze basisbetalingsdiensten in digitale euro’s kunnen rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders en andere betalingsdienstaanbieders overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/2366 aanvullende betalingsdiensten in digitale euro’s ontwikkelen en aanbieden. Aanvullende betalingsdiensten in digitale euro’s omvatten bijvoorbeeld voorwaardelijke betalingstransacties in digitale euro’s zoals diensten met betaling op basis van gebruik of betalingsinitiatiediensten. De infrastructuur voor de digitale euro moet de invoering van dergelijke optionele diensten vergemakkelijken.

31) Overeenkomstig haar bevoegdheden uit hoofde van de Verdragen en in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening moet de Europese Centrale Bank grenzen kunnen stellen aan het gebruik van de digitale euro als waardeopslag. Het effectieve gebruik van de digitale euro als wettig betaalmiddel moet worden gehandhaafd door limieten voor vergoedingen tussen betalingsdienstaanbieders of handelarenvergoedingen vast te stellen.

32) Een onbeperkt gebruik van de digitale euro als waardeopslag zou de financiële stabiliteit in de eurozone in gevaar kunnen brengen, met negatieve gevolgen voor de kredietverlening door kredietinstellingen aan de economie. Dit kan vereisen dat de Europese Centrale Bank, teneinde de stabiliteit van het financiële stelsel te waarborgen en in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, grenzen stelt aan het gebruik van de digitale euro als waardeopslag. De beleidsinstrumenten die voor dit doel zouden kunnen worden gebruikt, zijn onder meer kwantitatieve limieten voor door individuele personen aangehouden digitale euro’s en limieten voor de omzetting van andere categorieën geldmiddelen in digitale euro’s binnen een bepaalde termijn. Bij besluiten over de parameters en het gebruik van de in lid 1 bedoelde instrumenten moet de Europese Centrale Bank het beginsel van een openmarkteconomie met vrije mededinging in acht nemen, overeenkomstig artikel 127, lid 1, VWEU.

33) Limieten mogen niet worden gebruikt ter vervanging van vroegtijdige interventies of andere toezichtmaatregelen. Dergelijke limieten mogen evenmin worden opgelegd om situaties van individuele kredietinstellingen aan te pakken die de bevoegde afwikkelingsautoriteiten of andere betrokken autoriteiten normaal zouden aanpakken door gebruik te maken van instrumenten en bevoegdheden waarover zij beschikken, waaronder opschortingen van betaling, moratoria, maatregelen die beschikbaar zijn op grond van Richtlijn 2013/36/EU, Richtlijn 2014/59/EU of Verordening (EU) nr. 806/2014, of andere soortgelijke maatregelen die gericht zijn op het herstellen van de levensvatbaarheid, het afwikkelen van de betrokken instelling of het anderszins verhelpen van financiële moeilijkheden.

34) Gebruikers van de digitale euro moeten de keuze hebben om de digitale euro online en/of offline te gebruiken, met inachtneming van de limieten die respectievelijk door de Europese Centrale Bank en door een uitvoeringshandeling van de Commissie zijn vastgesteld. De betalingsdienstaanbieders moeten de lokale opslagapparaten voor offlinebetalingstransacties in digitale euro’s van hun cliënten registreren en deregistreren. De betalingsdienstaanbieders mogen de identificator van het lokale opslagapparaat dat voor offline digitale euro’s wordt gebruikt slechts opslaan voor de duur van het faciliteren van de levering van offline digitale euro’s aan hun cliënten. De betalingsdienstaanbieders moeten passende technische en organisatorische maatregelen treffen, met inbegrip van geavanceerde beveiligings- en privacybeschermingsmaatregelen, om ervoor te zorgen dat de identificator van het apparaat van individuele gebruikers van de digitale euro niet voor andere doeleinden kan worden gebruikt dan voor de levering van offline digitale euro’s.

35) De betalingsdienstaanbieders moeten de lokale opslagapparaten voor offlinebetalingstransacties in digitale euro’s van hun cliënten registreren en herregistreren. De betalingsdienstaanbieders mogen de identificator van het lokale opslagapparaat dat voor offline digitale euro’s wordt gebruikt slechts opslaan voor de duur van het faciliteren van de levering van offline digitale euro’s aan hun cliënten. De betalingsdienstaanbieders moeten passende technische en organisatorische maatregelen treffen, met inbegrip van geavanceerde beveiligings- en privacybeschermingsmaatregelen, om ervoor te zorgen dat de identificator van het apparaat van individuele gebruikers van de digitale euro niet kan worden vergeleken met de informatie over de gebruiker van de digitale euro teneinde de betrokkene te identificeren, behalve voor de toepassing van artikel 37.

36) De digitale euro moet een soepele betalingservaring mogelijk maken. Bij alle instrumenten die de Europese Centrale Bank kan gebruiken om de waardeopslagfunctie van de digitale euro te beperken, moet rekening worden gehouden met deze doelstelling. Geautomatiseerde mechanismen die een betaalrekening in digitale euro’s koppelen aan een betaalrekening in niet-digitale euro’s, moeten een onbelemmerde betalingsfunctie van de digitale euro mogelijk maken door ervoor te zorgen dat transacties met succes worden uitgevoerd met inachtneming van individuele aanhoudingslimieten voor digitale euro’s die bindend kunnen worden voor de betaler of de begunstigde. Met name moeten gebruikers van de digitale euro een betalingstransactie in digitale euro’s kunnen initiëren, ook al is het bedrag van de door hen aangehouden digitale euro’s lager dan het bedrag van de transactie, door automatisch geldmiddelen van een betaalrekening in niet-digitale euro’s aan te wenden om het transactiebedrag aan te vullen (“omgekeerde overloopfunctie”). Omgekeerd moeten gebruikers van de digitale euro betalingstransacties in digitale euro’s kunnen ontvangen, ook al overschrijdt het bedrag van de transactie de voor hun aangehouden digitale euro’s vastgestelde limiet, door geldmiddelen die de limiet overschrijden automatisch over te maken naar een betaalrekening in niet-digitale euro’s (“overloopfunctie”). Dergelijke betalingsfuncties moeten uitdrukkelijk worden toegestaan door gebruikers van de digitale euro. Indien een door een betalingsdienstaanbieder aangehouden betaalrekening in digitale euro’s gekoppeld is aan een betaalrekening in niet-digitale euro’s die door een andere betalingsdienstaanbieder wordt aangehouden, moeten zij een overeenkomst aangaan waarin hun respectieve taken en verantwoordelijkheden uit hoofde van de gegevensbeschermingsregels worden gespecificeerd, en moeten zij overeenstemming bereiken over de beveiligingsmaatregelen die nodig zijn om een veilige doorgifte van persoonsgegevens tussen de twee betalingsdienstaanbieders te waarborgen.

37) Hoewel de instrumenten die de Europese Centrale Bank hanteert om een buitensporig gebruik van de digitale euro als waardeopslag te beperken, gericht zijn op het waarborgen van de financiële stabiliteit en financiële intermediatie, kunnen zij van invloed zijn op en interageren met de monetaire-beleidskoers van de Europese Centrale Bank. Dergelijke instrumenten zouden daarom in de hele eurozone op uniforme wijze moeten worden toegepast om het gebruik van de digitale euro als eenheidsmunt en de eenheid van het monetaire beleid te waarborgen. Bovendien zou een uniforme toepassing noodzakelijk zijn om te zorgen voor een gelijk speelveld voor betalingsdienstaanbieders op de eengemaakte markt of om een al te complexe handhaving van een instrument via betalingsdienstaanbieders op basis van het inwonerschap van gebruikers van de digitale euro te vermijden. In het kader van deze verordening mag de digitale euro geen rente dragen om er in de eerste plaats voor te zorgen dat hij als betaalmiddel wordt gebruikt en tegelijkertijd het gebruik ervan als waardeopslag te beperken.

38) Beperkingen op het gebruik van de digitale euro voor gebruikers van de digitale euro die buiten de eurozone verblijven of gevestigd zijn, mogen niet gunstiger zijn dan voor gebruikers van de digitale euro die in de eurozone verblijven of gevestigd zijn, ook om tegemoet te komen aan bezorgdheid over monetaire soevereiniteit en financiële stabiliteit, zowel binnen als buiten de eurozone.

39) Eventuele beperkingen van de waardeopslagfunctie waartoe de Europese Centrale Bank heeft besloten, moeten bindend zijn voor en worden uitgevoerd door de betalingsdienstaanbieders die de digitale euro distribueren. Hoewel natuurlijke of rechtspersonen bij dezelfde betalingsdienstaanbieder of bij verschillende betalingsdienstaanbieders een of meer betaalrekeningen in digitale euro’s kunnen hebben, moet voor hen een individuele aanhoudingslimiet gelden die een gebruiker van de digitale euro over verschillende betalingsdienstaanbieders mag verdelen. Betalingsdienstaanbieders kunnen gebruikers van de digitale euro de mogelijkheid bieden om wettelijk over een gezamenlijke betaalrekening in digitale euro’s te beschikken. In dat geval moet elke op de gezamenlijke betaalrekening in digitale euro’s toegepaste aanhoudingslimiet gelijk zijn aan de som van de toegewezen aanhoudingslimieten van de gebruikers van de digitale euro. Indien een betaalrekening in digitale euro’s wettelijk door slechts één gebruiker van de digitale euro wordt aangehouden maar technisch toegankelijk is voor en kan worden gebruikt door meerdere personen, op basis van een feitelijke of wettelijke machtiging door de gebruiker van de digitale euro, moet elke op de betaalrekening in digitale euro’s toegepaste aanhoudingslimiet gelijk blijven aan de aanhoudingslimiet die is vastgesteld voor een betaalrekening in digitale euro’s die door één gebruiker van de digitale euro wordt aangehouden, om te voorkomen dat de aanhoudingslimieten worden omzeild.

40) Om een brede toegang tot en een breed gebruik van de digitale euro te waarborgen, in overeenstemming met zijn status als wettig betaalmiddel, en ter ondersteuning van de rol van de digitale euro als monetair anker in de eurozone, mogen natuurlijke personen die in de eurozone verblijven, natuurlijke personen die een rekening in digitale euro’s hebben geopend toen zij in de eurozone verbleven maar die daar niet meer verblijven, alsook bezoekers geen kosten worden aangerekend voor basisbetalingsdiensten in digitale euro’s. Dat betekent dat dergelijke gebruikers van de digitale euro geen directe vergoedingen in rekening mogen worden gebracht voor hun basistoegang tot en basisgebruik van de digitale euro, noch transactiekosten of andere kosten die rechtstreeks verband houden met de levering van diensten in verband met het basisgebruik van de digitale euro. Gebruikers van de digitale euro mogen niet worden verplicht een betaalrekening in niet-digitale euro’s te hebben of te openen of andere producten in niet-digitale euro’s te aanvaarden. Indien de gebruiker van de digitale euro instemt met een dienstenpakket dat niet-digitale-eurodiensten en basisbetalingsdiensten in digitale euro’s omvat, moet de betalingsdienstaanbieder dat dienstenpakket naar eigen goeddunken in rekening kunnen brengen. In dat geval mogen er geen verschillende kosten in rekening worden gebracht voor de niet-digitale-eurodiensten wanneer deze afzonderlijk worden aangeboden of als onderdeel van een pakket dat basisbetalingsdiensten in digitale euro’s omvat. Indien de gebruiker van de digitale euro bij een betalingsdienstaanbieder alleen basisbetalingsdiensten in digitale euro’s wenst te ontvangen, mogen die diensten niet in rekening worden gebracht, ook niet voor overloopfuncties en omgekeerde overloopfuncties indien de gebruiker van de digitale euro ook een betaalrekening in niet-digitale euro’s bij een andere betalingsdienstaanbieder heeft. Betalingsdienstaanbieders moeten gebruikers van de digitale euro kosten kunnen aanrekenen voor aanvullende betalingsdiensten in digitale euro’s naast de basisbetalingsdiensten in digitale euro’s.

41) De Europese Centrale Bank en het Eurosysteem rekenen de kosten die zij maken ter ondersteuning van de levering van digitale-eurodiensten door betalingsdienstaanbieders aan gebruikers van de digitale euro niet aan betalingsdienstaanbieders aan.

42) De digitale euro is een vorm van de eenheidsmunt met de status van wettig betaalmiddel, en dus mogen betalingsdienstaanbieders geen buitensporige kosten aanrekenen voor betalingstransactie in digitale euro’s. Met name de toekenning van de status van wettig betaalmiddel aan de digitale euro, met de daaruit voortvloeiende verplichte aanvaarding, betekent dat handelaren geen andere keuze zouden hebben dan betalingstransacties in digitale euro’s te aanvaarden. Bovendien eroderen alle kosten of vergoedingen per transactie of periode direct of indirect de nominale waarde van ontvangen betalingen, wat een essentieel element van de status van wettig betaalmiddel is. Het is daarom essentieel dat kosten of vergoedingen, als een beperking van de nominale waarde van de digitale euro, objectief gerechtvaardigd zijn en evenredig zijn met de doelstelling om een effectief gebruik van de digitale euro als wettig betaalmiddel te waarborgen.

43) Om ervoor te zorgen dat vergoedingen en kosten in de hele eurozone uniform en evenredig zijn, moet de Europese Centrale Bank de hoogte ervan regelmatig controleren en op basis daarvan de desbetreffende bedragen samen met een toelichtend verslag publiceren. De vaststelling van een maximale vergoeding of maximale kosten moet vrije concurrentie tussen intermediairs onder dat niveau mogelijk maken. Vergoedingen of kosten mogen niet hoger zijn dan de relevante kosten die betalingsdienstaanbieders maken voor het leveren van betalingsdiensten in digitale euro’s in verband met betalingstransacties in digitale euro’s, die objectieve elementen zijn, en mogen een redelijke winstmarge omvatten. Daartoe dient de Europese Centrale Bank gebruik te maken van een raming van de representatieve gemiddelde kosten die betalingsdienstaanbieders in de eurozone maken en moet zij derhalve relevante gegevens van betalingsdienstaanbieders kunnen verzamelen. De relevante kosten voor het leveren van betalingsdiensten in digitale euro’s in verband met betalingstransacties in digitale euro’s moeten gebaseerd zijn op de kosten die een representatieve groep van de meest efficiënte betalingsdienstaanbieders in een bepaald jaar maakt. De door de lidstaten aangewezen bevoegde autoriteiten moeten erop toezien dat betalingsdienstaanbieders deze maximumvergoedingen of -kosten niet overschrijden.

44) Om een effectief gebruik van de digitale euro te waarborgen, is het bovendien belangrijk dat de vergoedingen of kosten niet hoger zijn dan die welke voor vergelijkbare private digitale betaalmiddelen worden gevraagd. Internationale kaartschema’s die onder Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad vallen30, nationale kaartschema’s en instantbetalingen op het punt van interactie die door betalingsdienstaanbieders worden aangeboden, moeten als vergelijkbare betaalmiddelen worden beschouwd.

45) Aangezien betalingsdienstaanbieders die de digitale euro distribueren natuurlijke personen geen vergoedingen zouden mogen aanrekenen voor basisbetalingsdiensten in digitale euro’s, kan een vergoeding tussen betalingsdienstaanbieders nodig zijn om die betalingsdienstaanbieders te compenseren voor de distributiekosten. De vergoeding tussen betalingsdienstaanbieders moet voldoende compensatie bieden voor de distributiekosten van zowel de distribuerende als de verwervende betalingsdienstaanbieder, met inbegrip van een redelijke winstmarge.

46) De distributie van de digitale euro door natuurlijke of rechtspersonen die buiten de eurozone verblijven of gevestigd zijn, zou het internationale gebruik van de euro bevorderen. Dit zou ook voordelen opleveren voor de eurozone en andere economieën door grensoverschrijdende betalingen voor handelsdoeleinden of geldtransfers te vergemakkelijken, in overeenstemming met de agenda van de G20.

47) Een buitensporige distributie van de digitale euro buiten de eurozone zou ongewenste gevolgen kunnen hebben voor de grootte en samenstelling van de geconsolideerde balans van de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken. De gevolgen voor de monetaire soevereiniteit en de financiële stabiliteit van landen buiten de eurozone kunnen ook verschillen, afhankelijk van het gebruik van de digitale euro buiten de eurozone. Deze gevolgen kunnen schadelijk zijn als de digitale euro de lokale valuta vervangt bij een groot aantal binnenlandse transacties. Met name een situatie waarin de digitale euro dominant wordt in een lidstaat die de euro niet als munt heeft, waardoor de nationale munt de facto wordt vervangen, zou kunnen interfereren met de in artikel 140 VWEU vastgestelde criteria en procedure voor invoering van de euro. Om ongewenste effecten te vermijden en risico’s op het gebied van monetaire soevereiniteit en financiële stabiliteit, zowel binnen als buiten de eurozone, te voorkomen, moet de Unie overeenkomsten kunnen sluiten met derde landen te sluiten en moet de Europese Centrale Bank regelingen kunnen treffen met de nationale centrale banken van lidstaten die de euro niet als munt hebben en met de nationale centrale banken van derde landen, teneinde de voorwaarden te specificeren voor de regelmatige levering van betalingsdiensten in digitale euro’s aan gebruikers van de digitale euro die buiten de eurozone verblijven of gevestigd zijn. Dergelijke overeenkomsten en regelingen mogen niet gelden voor bezoekers van de eurozone, aan wie in de Europese Economische Ruimte31 gevestigde betalingsdienstaanbieders, overeenkomstig de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, rechtstreeks betalingsdiensten in digitale euro’s mogen leveren.

48) Het aanbieden van betalingsdiensten in digitale euro’s aan gebruikers van de digitale euro die verblijven of gevestigd zijn in een lidstaat die de euro niet als munt heeft, moet onderworpen zijn aan een voorafgaande regeling tussen de Europese Centrale Bank en de nationale centrale bank van de lidstaat die de euro niet als munt heeft, na verzoek van de lidstaat die de euro niet als munt heeft. In overeenstemming met de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte kunnen in de Europese Economische Ruimte gevestigde betalingsdienstaanbieders betalingsdiensten in digitale euro’s aanbieden aan gebruikers van de digitale euro die in een lidstaat buiten de eurozone verblijven of gevestigd zijn.

49) Het aanbieden van betalingsdiensten in digitale euro’s aan gebruikers van de digitale euro die in een derde land verblijven of gevestigd zijn, met uitsluiting van derde landen of gebieden waarmee de Unie een monetaire overeenkomst heeft gesloten, moet onderworpen zijn aan een voorafgaande overeenkomst tussen de Unie en dat derde land. Dit moet ook gelden voor staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of het Verdrag tot oprichting van de Europese Vrijhandelsassociatie. Een dergelijke overeenkomst moet worden aangevuld met een regeling tussen de Europese Centrale Bank en de nationale centrale bank van het derde land. Intermediairs die gevestigd zijn in hetzelfde land als het land waar gebruikers van de digitale euro verblijven of gevestigd zijn, alsook betalingsdienstaanbieders die in de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn, mogen betalingsdiensten in digitale euro’s aanbieden aan gebruikers van de digitale euro die in een derde land verblijven of gevestigd zijn. Intermediairs die in derde landen betalingsdiensten in digitale euro’s aanbieden, moeten onderworpen zijn aan passende regelgevings- en toezichtvereisten, met als doel ervoor te zorgen dat de digitale euro, die centralebankgeld is, veilig en adequaat wordt gedistribueerd en dat er geen misbruik van wordt gemaakt. De regelgevings- en toezichtvereisten moeten worden vastgesteld in het kader van de sluiting van de internationale overeenkomst, op basis van evenredige, objectieve en uniforme criteria. Overeenkomsten en regelingen met derde landen met een hoog risico die zijn geïdentificeerd overeenkomstig Verordening [referentie invoegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 421 final) moeten worden beperkt, opgeschort of beëindigd.

50) Het aanbieden van betalingsdiensten in digitale euro’s aan gebruikers van de digitale euro die in een derde land of gebied verblijven of gevestigd zijn, in het kader van een monetaire overeenkomst met de Unie, moet door monetaire overeenkomsten worden geregeld. Intermediairs die gevestigd zijn in hetzelfde land als het land waar gebruikers van de digitale euro verblijven of gevestigd zijn, alsook betalingsdienstaanbieders die in de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn, mogen in het kader van een monetaire overeenkomst met de Unie betalingsdiensten in digitale euro’s aanbieden aan gebruikers van de digitale euro die in een derde land of gebied verblijven of gevestigd zijn.

51) Het gebruik van de digitale euro voor grensoverschrijdende betalingen zou bovendien het internationale gebruik van de euro bevorderen. Dit zou ook voordelen opleveren voor de eurozone en andere economieën door grensoverschrijdende betalingen voor handelsdoeleinden of geldtransfers te vergemakkelijken, in overeenstemming met de agenda van de G20.

52) Gebruikers van de digitale euro, ongeacht of zij in de eurozone verblijven of gevestigd zijn, kunnen mogelijk ook betalingen tussen de digitale euro en een lokale valuta ontvangen of initiëren. In regelingen tussen de Europese Centrale Bank en nationale centrale banken van lidstaten die de euro niet als munt hebben en van derde landen moeten de voorwaarden worden gespecificeerd voor de toegang tot en het gebruik van interoperabele betalingssystemen met het oog op betalingen in meerdere valuta’s waarbij de digitale euro betrokken is.

53) Overeenkomsten en regelingen in verband met het aanbieden van betalingsdiensten in digitale euro’s of betalingen in meerdere valuta’s waarbij de digitale euro betrokken is, moeten op vrijwillige basis worden gesloten, bij voorrang met lidstaten buiten de eurozone. De Europese Centrale Bank moet samenwerken met nationale centrale banken van lidstaten die de euro niet als munt hebben met het oog op betalingen in meerdere valuta’s waarbij de digitale euro betrokken is.

54) Het technische ontwerp van de digitale euro moet deze breed toegankelijk en bruikbaar maken voor het grote publiek. Dat ontwerp moet met name de toegang ondersteunen van financieel uitgesloten personen of personen die het risico lopen financieel uitgesloten te raken, personen met een handicap door ervoor te zorgen dat de toegankelijkheidsvoorschriften in bijlage I bij Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad32 (Europese toegankelijkheidswet) worden nageleefd, personen met een functionele beperking die ook baat zouden hebben bij toegankelijkheid, of personen met beperkte digitale vaardigheden en ouderen. Daartoe moet de digitale euro gebruiksfuncties hebben die eenvoudig en gemakkelijk te hanteren zijn en moet hij voldoende toegankelijk zijn via een breed scala aan hardwareapparaten om tegemoet te komen aan de behoeften van verschillende bevolkingsgroepen. Voorts moeten betalingsdienstaanbieders betalingsdiensten in digitale euro’s aanbieden aan gebruikers van de digitale euro, ongeacht of die gebruikers een betaalrekening in niet-digitale euro’s hebben. Bovendien moet worden toegestaan dat die gebruikers betaalrekeningen in digitale euro’s hebben bij andere betalingsdienstaanbieders dan die waarbij zij betaalrekeningen in niet-digitale euro’s hebben.

55) De digitale euro moet de programmering van voorwaardelijke betalingstransacties in digitale euro’s door betalingsdienstaanbieders ondersteunen. De digitale euro mag echter geen “programmeerbaar geld” zijn, dat wil zeggen eenheden die vanwege intrinsiek bepaalde bestedingsvoorwaarden alleen voor de aankoop van specifieke soorten goederen of diensten kunnen worden gebruikt of waarvoor termijnen gelden waarna zij niet langer bruikbaar zijn. Voorwaardelijke betalingstransacties zijn betalingen die automatisch door software worden geïnitieerd op basis van vooraf vastgestelde en overeengekomen voorwaarden. Voorwaardelijke betalingen mogen niet tot doel of tot gevolg hebben dat de digitale euro als programmeerbaar geld wordt gebruikt. Betalingsdienstaanbieders zouden verschillende soorten logica kunnen ontwikkelen om een reeks voorwaardelijke betalingstransacties aan te bieden aan gebruikers van de digitale euro, met inbegrip van geautomatiseerde betalingstransacties voor het deponeren of opnemen van digitale euro’s, doorlopende betalingsopdrachten die automatische betalingen van een specifiek bedrag op een specifieke datum in gang zetten, en betalingen tussen machines die zijn geprogrammeerd om automatisch betalingen voor hun eigen reserveonderdelen te initiëren na bestelling ervan, voor het laden en betalen van elektriciteit tegen de gunstigste marktvoorwaarden, en voor het betalen van verzekeringspremies, leasekosten en onderhoudskosten op gebruiksbasis.

56) Om het gebruik van de digitale euro en het aanbieden van innovatieve diensten te vergemakkelijken, moet het Eurosysteem het aanbieden van voorwaardelijke betalingstransacties in digitale euro’s ondersteunen. Ten eerste zouden sommige soorten voorwaardelijke-betalingsdiensten kunnen worden ondersteund door middel van gedetailleerde maatregelen, regels en normen die betalingsdienstaanbieders kunnen helpen interoperabele toepassingen te ontwikkelen en te exploiteren die voorwaardelijke logica uitvoeren. Dit kan een reeks technische tools omvatten, zoals applicatieprogramma-interfaces. Ten tweede zou het Eurosysteem in de afwikkelingsinfrastructuur voor de digitale euro aanvullende functionaliteiten kunnen bieden die nodig zijn om voorwaardelijke-betalingsdiensten aan te bieden aan gebruikers van de digitale euro. Dit zou de reservering van geldmiddelen in de afwikkelingsinfrastructuur voor de toekomstige uitvoering van bepaalde voorwaardelijke betalingen kunnen vergemakkelijken. Betalingsdienstaanbieders moeten de bedrijfslogica voor voorwaardelijke betalingstransacties in digitale euro’s aanpassen in overeenstemming met de normen en applicatieprogramma-interfaces die het Eurosysteem kan vaststellen om dergelijke transacties te vergemakkelijken.

57) Europese portemonnees voor digitale identiteit zouden digitale transacties kunnen vergemakkelijken door authenticatie, identificatie en de uitwisseling van attributen, waaronder licenties en certificaten, mogelijk te maken. Europese portemonnees voor digitale identiteit moeten bijdragen tot de effectieve universele toegang tot en het effectieve universele gebruik van de digitale euro. De lidstaten moeten Europese portemonnees voor digitale identiteit uitgeven op basis van gemeenschappelijke normen en praktijken die in de uitvoeringswetgeving zijn vastgelegd. De Europese portemonnee voor digitale identiteit moet sterke en specifieke waarborgen hebben om de gegevensbescherming en beveiligingscertificering op hoog niveau te waarborgen. Bij front-endoplossingen die door de Europese Centrale Bank moeten worden ontwikkeld, moet daarom terdege rekening worden gehouden met de technische specificaties voor de Europese portemonnee voor digitale identiteit. Dit zou de relevante interoperabiliteit met de Europese portemonnee voor digitale identiteit mogelijk maken, waardoor deze voordelen kunnen worden benut. Op basis van de keuze van de gebruiker moet interoperabiliteit met de Europese portemonnee voor digitale identiteit het ook mogelijk maken cliëntenonderzoek uit te voeren in het kader van Verordening (EU) [referentie invoegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 421 final). Met het oog op een coherente cliëntervaring zouden intermediairs er bovendien voor kunnen kiezen om hun front-enddiensten met betrekking tot de digitale euro volledig te integreren in de specificaties voor de Europese portemonnee voor digitale identiteit.

58) Gebruikers moeten desgewenst betalingen met de digitale euro kunnen initiëren en goedkeuren door gebruik te maken van de Europese portemonnee voor digitale identiteit. Betalingsdienstaanbieders moeten daarom worden verplicht de Europese portemonnee voor digitale identiteit te aanvaarden voor de verificatie van de identiteit van zowel potentiële als bestaande cliënten, in overeenstemming met Verordening (EU) [referentie invoegen – voorstel voor een antiwitwasverordening – COM(2021) 421 final]. Om het openen van rekeningen in digitale euro’s in de hele Unie te vergemakkelijken, moeten betalingsdienstaanbieders ook kunnen vertrouwen op gekwalificeerde attesteringen die worden verstrekt door de Europese portemonnee voor digitale identiteit, onder meer voor het op afstand uitvoeren van een cliëntenonderzoek. Betalingsdienstaanbieders moeten ook het gebruik van Europese portemonnees voor digitale identiteit aanvaarden indien de betaler de portemonnee wil gebruiken voor de autorisatie van betalingstransacties in digitale euro’s. Om contactloze offlinebetalingen in digitale euro’s te vergemakkelijken, moet het bovendien mogelijk zijn de Europese portemonnee voor digitale identiteit te gebruiken om digitale euro’s in het betaalapparaat op te slaan.

59) Om een geharmoniseerde gebruikerservaring te bevorderen, moeten de regels, normen en processen voor de digitale euro die de Europese Centrale Bank op grond van haar eigen bevoegdheden kan vaststellen, ervoor zorgen dat elke gebruiker van de digitale euro betalingstransacties in digitale euro’s kan verrichten met elke andere gebruiker van de digitale euro in de hele eurozone, ongeacht de betrokken betalingsdienstaanbieders en de gebruikte front-enddiensten. Om de versnippering van de Europese markt voor retailbetalingen tegen te gaan en de concurrentie, efficiëntie en innovatie op die markt en de ontwikkeling van betaalinstrumenten in de hele Unie te ondersteunen, in overeenstemming met de doelstelling van de strategie voor retailbetalingen van de Commissie, moet de digitale euro zovele mogelijk verenigbaar zijn met private digitale betaaloplossingen, voortbouwend op functionele en technische synergieën. De Europese Centrale Bank moet er met name naar streven dat de digitale euro verenigbaar is met private digitale betaaloplossingen op het punt van interactie, en bij betalingen tussen personen, waar de versnippering van de EU-markt voor retailbetalingen momenteel aanzienlijk is. Het gebruik van open normen, gemeenschappelijke regels en processen, en eventueel gedeelde infrastructuur, zou een dergelijke verenigbaarheid kunnen ondersteunen. Hoewel bestaande oplossingen als hefboom kunnen worden gebruikt wanneer zij geschikt worden geacht om die verenigbaarheid te waarborgen, met name om de totale aanpassingskosten tot een minimum te beperken, mogen die bestaande oplossingen niet leiden tot onnodige afhankelijkheden die de aanpassing van de digitale euro aan nieuwe technologieën zouden kunnen verhinderen of die onverenigbaar zouden zijn met de kenmerken van de digitale euro. Om deze doelstellingen te verwezenlijken en zonder marktdeelnemers afdwingbare rechten toe te kennen, moet de Europese Centrale Bank ernaar streven dat de digitale euro verenigbaar is met private digitale betaaloplossingen, op basis van een inspanningsverbintenis en waar dit passend wordt geacht.

60) Om de beslechting van geschillen te vergemakkelijken, moet de Europese Centrale Bank betalingsdienstaanbieders en gebruikers van de digitale euro technische en functionele ondersteuning voor geschillenbeslechting bieden, ten minste met betrekking tot technische en fraudegeschillen of de aanloop naar dergelijke geschillen. Technische geschillen omvatten onder meer situaties waarin het transactiebedrag verschilt, waarin er sprake is van dubbel uitgevoerde transacties of waarin er geen toestemming of voorafgaande validering is. Fraudegeschillen betreffen onder meer identiteitsdiefstal, identiteitsfraude door de handelaar en namaakgoederen.

61) Om toegang te krijgen tot en gebruik te maken van de digitale euro in het kader van betalingsdiensten in digitale euro’s moeten gebruikers van de digitale euro front-enddiensten aangeboden krijgen. Deze gebruikers moeten toegang kunnen krijgen tot en gebruik kunnen maken van betalingsdiensten in digitale euro’s via de front-enddiensten die betalingsdienstaanbieders en de Europese Centrale Bank leveren. Betalingsdienstaanbieders moeten ervoor kunnen kiezen gebruik te maken van front-enddiensten die door andere belanghebbenden, waaronder de Europese Centrale Bank, worden geleverd, met name ingeval de kosten voor de ontwikkeling en exploitatie van front-enddiensten, met inbegrip van applicaties, onevenredig zijn. Indien gebruikers van de digitale euro kunnen kiezen tussen verschillende front-enddiensten, moet de keuze voor een bepaalde front-enddienst uiteindelijk bij die gebruikers liggen en mag deze niet worden opgelegd door betalingsdienstaanbieders of de Europese Centrale Bank. In dit verband moeten betalingsdienstaanbieders in staat zijn om gebruikers van de digitale euro de mogelijkheid te bieden toegang te krijgen tot en gebruik te maken van betalingsdiensten in digitale euro’s via de front-enddiensten van de Europese Centrale Bank. De Europese Centrale Bank en de betalingsdienstaanbieders moeten passende technische en organisatorische maatregelen nemen, waaronder geavanceerde beveiligings- en privacybeschermingsmaatregelen, om ervoor te zorgen dat de ECB geen toegang heeft tot de identiteit van individuele gebruikers van de digitale euro via haar front-endoplossing.

62) Om inmenging in de cliëntrelaties van betalingsdienstaanbieders en hun rol in de distributie van de digitale euro te voorkomen, moeten de door de Europese Centrale Bank geleverde front-endoplossingen beperkt blijven tot het aanbieden van een interface tussen gebruikers van de digitale euro en de betalingsinfrastructuren van betalingsdienstaanbieders. Met name zou het Eurosysteem geen contractuele relatie hebben met gebruikers van de digitale euro, zelfs als die gebruikers gebruikmaken van de front-enddiensten van de Europese Centrale Bank. De ECB en de betalingsdienstaanbieders moeten passende technische en organisatorische maatregelen nemen, waaronder geavanceerde beveiligings- en privacybeschermingsmaatregelen, om ervoor te zorgen dat de ECB geen toegang heeft tot de identiteit van individuele gebruikers van de digitale euro via haar front-endoplossing.

63) Om een soepele gebruikerservaring mogelijk te maken, moeten betalingsdienstaanbieders die gebruikers van de digitale euro front-enddiensten aanbieden om toegang te krijgen tot en gebruik te maken van de digitale euro, ervoor zorgen dat gebruikers van de digitale euro snel en gemakkelijk toegang kunnen krijgen tot en gebruik kunnen maken van de digitale euro. Met name betaalrekeningen in digitale euro’s moeten duidelijk worden gelabeld door het gebruik van het officiële logo van de digitale euro. Betaalrekeningen in digitale euro’s moeten op gelijke voet met betaalrekeningen in niet-digitale euro’s toegankelijk zijn via een van de hoofdpagina’s van de website of een applicatie, of via andere front-enddiensten.

64) Om onmiddellijke afwikkeling mogelijk te maken, moeten zowel online- als offlinetransacties in digitale euro’s, onder meer in het kader van afstorten en opnemen en als overloopfunctie en omgekeerde overloopfunctie, onder normale omstandigheden onmiddellijk, in slechts enkele seconden, worden afgewikkeld. Onlinebetalingstransacties in digitale euro’s moeten worden afgewikkeld in de door het Eurosysteem goedgekeurde afwikkelingsinfrastructuur voor de digitale euro. Onlinebetalingstransacties in digitale euro’s moeten binnen enkele seconden worden afgewikkeld, zoals gespecificeerd in de door de Europese Centrale Bank vastgestelde functionele en technische vereisten. De definitieve afwikkeling van onlinebetalingstransacties in digitale euro’s moet worden gerealiseerd op het moment dat de betrokken digitale euro’s van de betaler en de begunstigde in de door de Europese Centrale Bank goedgekeurde afwikkelingsinfrastructuur voor de digitale euro worden geregistreerd, ongeacht of de digitale euro’s als aangehouden saldi dan wel als waarde-eenheden zijn geregistreerd, en ongeacht de gebruikte technologie. De afwikkelingsinfrastructuur voor de digitale euro moet erop gericht zijn de aanpassing aan nieuwe technologieën, met inbegrip van “distributed ledger”-technologie, te waarborgen.

65) Wegens het ontbreken van netwerkconnectiviteit moeten contactloze offlinebetalingen in digitale euro’s worden afgewikkeld in de lokale opslag van het betaalapparaat van respectievelijk de betaler en begunstigde. Contactloze offlinebetalingen in digitale euro’s moeten binnen enkele seconden worden afgewikkeld, zoals gespecificeerd in de door de Europese Centrale Bank vastgestelde functionele en technische vereisten. De definitieve afwikkeling moet plaatsvinden op het moment dat de registratie van relevante aangehouden digitale euro’s in de lokale opslagapparaten van respectievelijk de betaler en de begunstigde wordt bijgewerkt, ongeacht of de digitale euro’s als aangehouden saldi dan wel als waarde-eenheden zijn geregistreerd, en ongeacht de gebruikte technologie.

66) Aangezien betalingsdienstaanbieders geen partij zijn bij een betalingstransactie in digitale euro’s tussen twee gebruikers van de digitale euro, houden betalingstransacties in digitale euro’s geen systeemrisico’s in en rechtvaardigen zij derhalve geen aanmerking als een systeem in de zin van artikel 2, punt a), van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad33. . Betalingstransacties in digitale euro’s moeten binnen enkele seconden worden afgewikkeld en daarom mogen geen opties voor verrekening worden toegestaan.

67) Om redenen van contractvrijheid en om de concurrentie te waarborgen, moeten gebruikers van de digitale euro de mogelijkheid hebben om hun betaalrekeningen in digitale euro’s naar een andere betalingsdienstaanbieder over te zetten. Op verzoek van gebruikers van de digitale euro moeten betalingsdienstaanbieders dan de overzetting van de betaalrekeningen in digitale euro’s mogelijk maken, met behoud van de rekeningidentificatoren. In uitzonderlijke omstandigheden waarin een betalingsdienstaanbieder niet in staat is deze taak uit te voeren, bijvoorbeeld omdat hij de aan de betrokken betaalrekening in digitale euro’s gerelateerde gegevens is kwijtgeraakt, moet de Europese Centrale Bank toestemming kunnen geven voor het overzetten van betaalrekeningen in digitale euro’s zodat de door de gebruiker van de digitale euro aangewezen nieuwe betalingsdienstaanbieder de informatie over de aangehouden digitale euro’s van de gebruiker van de digitale euro kan opvragen en de overzetting kan voltooien zonder een beroep te doen op de niet-beschikbare betalingsdienstaanbieder. Dit proces moet een gebruiker van de digitale euro in staat stellen om vervolgens via de nieuwe aangewezen betalingsdienstaanbieder toegang te blijven krijgen tot zijn aangehouden digitale euro’s. De Europese Centrale Bank zou geen operationele rol spelen bij de overzetting naar een andere rekening in “going concern”-situaties en in uitzonderlijke omstandigheden.

68) Het voorkomen van fraude door betalingsdienstaanbieders is essentieel voor de bescherming van burgers die de digitale euro gebruiken, voor de integriteit van de persoonsgegevens die bij betalingen in digitale euro’s worden verwerkt, en voor de soepele en efficiënte werking van de digitale euro. Fraudepreventie speelt een essentiële rol bij het behoud van het vertrouwen in de eenheidsmunt. Hiertoe kan de Europese Centrale Bank een algemeen mechanisme voor opsporing en preventie van fraude opzetten ter ondersteuning van de fraudebeheersactiviteiten die betalingsdienstaanbieders uitvoeren met betrekking tot onlinebetalingstransacties in digitale euro’s. Een algemeen mechanisme voor opsporing en preventie van fraude vervult een reeks essentiële functies om fraudepatronen op te sporen die een betalingsdienstaanbieder alleen niet kon opsporen. Vaak heeft een individuele betalingsdienstaanbieder geen volledig zicht op alle elementen die tot tijdige opsporing van fraude kunnen leiden. De opsporing kan echter doeltreffender worden gemaakt met informatie over mogelijk frauduleuze activiteiten die afkomstig is van andere betalingsdienstaanbieders. Deze algemene fraudeopsporingsfunctie bestaat in vergelijkbare betalingssystemen en is nodig om aantoonbaar lage fraudepercentages te bereiken teneinde de digitale euro veilig te houden voor zowel consumenten als handelaren. De doorgifte van informatie tussen betalingsdienstaanbieders en het mechanisme voor opsporing en preventie van fraude moet onderworpen zijn aan geavanceerde beveiligings- en privacybeschermingsmaatregelen om ervoor te zorgen dat individuele gebruikers van de digitale euro niet worden geïdentificeerd door het centrale mechanisme voor opsporing en preventie van fraude.

69) Om online- of offlinebetalingen in digitale euro’s te verwerken, is het essentieel dat aanbieders van front-enddiensten voor de digitale euro en uitgevers van Europese portemonnees voor digitale identiteit toegang krijgen tot technologie voor directe communicatie (Near Field Communication, NFC) op mobiele apparaten. Deze componenten omvatten met name, maar niet uitsluitend, NFC-antennes en de zogenaamde beveiligde elementen van mobiele apparaten (bv. Universal Integrated Circuit Card (UICC), embedded SE (eSE), microSD enz.). Daarom moet ervoor worden gezorgd dat “original equipment manufacturers” (OEM’s) van mobiele apparaten of aanbieders van elektronische-communicatiediensten de toegang tot NFC-antennes en beveiligde elementen niet weigeren wanneer dat nodig is om digitale-eurodiensten te leveren. Centralebankgeld met de status van wettig betaalmiddel moet breed toegankelijk zijn. Om dit ook in de digitale economie te waarborgen, hebben aanbieders van front-enddiensten voor de digitale euro en exploitanten van Europese portemonnees voor digitale identiteit het recht software op relevante mobiele apparaten op te slaan om transacties in digitale euro’s zowel online als offline technisch mogelijk te maken. Daartoe moeten OEM’s van mobiele apparaten en aanbieders van elektronische-communicatiediensten worden verplicht om op eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toegang te verlenen tot alle hardware- en softwarecomponenten wanneer dat nodig is voor online- en offlinetransacties in digitale euro’s. In alle gevallen zouden dergelijke exploitanten verplicht zijn ervoor te zorgen dat relevante hardware en softwarefuncties in mobiele apparaten voldoende capaciteit hebben om onlinebetalingstransacties in digitale euro’s te verwerken en om digitale euro’s op mobiele apparaten op te slaan voor offlinebetalingstransacties in digitale euro’s. Deze verplichting mag geen afbreuk doen aan artikel 6, lid 7, van Verordening (EU) 2022/1925, op grond waarvan poortwachters verplicht zijn kosteloos effectieve interoperabiliteit met en, met het oog op interoperabiliteit, toegang tot het besturingssysteem, de hardware en de softwarefuncties van mobiele apparaten te bieden, hetgeen van toepassing is op bestaande en nieuwe digitale betaalmiddelen, met inbegrip van de digitale euro.

70) Het recht op privacy en het recht op bescherming van persoonsgegevens zijn grondrechten die zijn verankerd in artikel 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Zoals het Europees Comité voor gegevensbescherming heeft benadrukt34, is een hoog niveau van privacy en gegevensbescherming van cruciaal belang om het vertrouwen van de Europeanen in de toekomstige digitale euro te waarborgen. Dit is ook in overeenstemming met de Public Policy Principles for Retail Central Bank Digital Currencies van de G7. De verwerking van persoonsgegevens voor nalevingsdoeleinden en in het kader van deze verordening zou plaatsvinden in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/67935 en Verordening (EU) 2018/171536, alsook, indien van toepassing, Richtlijn 2002/58/EG37.

71) De digitale euro moet derhalve zodanig worden ontworpen dat de verwerking van persoonsgegevens door betalingsdienstaanbieders en door de Europese Centrale Bank tot een minimum wordt beperkt, d.w.z. tot wat noodzakelijk is om de goede werking van de digitale euro te waarborgen. De digitale euro moet offline beschikbaar zijn, met een niveau van privacy ten opzichte van betalingsdienstaanbieders dat vergelijkbaar is met de privacy bij de opname van bankbiljetten bij een geldautomaat. De afwikkeling van transacties in digitale euro’s moet zodanig worden opgezet dat noch de Europese Centrale Bank, noch de nationale centrale banken gegevens kunnen linken aan een geïdentificeerde of identificeerbare gebruiker van de digitale euro.

72) In alle gegevensverwerkingsystemen die in het kader van deze richtlijn worden ontwikkeld en gebruikt, moeten de beginselen “gegevensbescherming door ontwerp” en “gegevensbescherming door standaardinstellingen” in acht worden genomen. De verwerking van persoonsgegevens moet onderworpen zijn aan passende waarborgen ter bescherming van de rechten en vrijheden van de betrokkene. Deze waarborgen moeten ervoor zorgen dat er technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om met name de naleving van de gegevensbeschermingsbeginselen van Verordening (EU) 2016/679 en Verordening (EU) 2018/1715 te waarborgen, met inbegrip van minimale gegevensverwerking en doelbinding.

73) Betalingsdienstaanbieders moeten persoonsgegevens kunnen verwerken voor zover dit noodzakelijk is om taken die essentieel zijn voor de goede werking van de digitale euro te vervullen. Overeenkomstig artikel 6, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2016/679 moeten verwerkingsactiviteiten ten aanzien van de digitale euro als rechtmatig worden beschouwd indien en voor zover zij noodzakelijk zijn om te voldoen aan een wettelijke verplichting waaraan de verwerkingsverantwoordelijke krachtens deze verordening is onderworpen. In het kader van deze verordening zijn de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de handhaving van aanhoudingslimieten, het initiëren van het afstorten en opnemen van aangehouden bedragen van een gebruiker en het beheer van lokale opslagapparaten voor offlinebetalingen in digitale euro’s taken van algemeen belang die essentieel zijn voor de bescherming van burgers die gebruikmaken van de digitale euro en voor de stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel van de Unie. Wat deze taken betreft, zijn de betalingsdienstaanbieders de verwerkingsverantwoordelijken. Daarnaast mogen betalingsdienstaanbieders persoonsgegevens verwerken om bestaande taken van algemeen belang uit te voeren of om te voldoen aan een wettelijke verplichting uit hoofde van het Unierecht die van toepassing is op geldmiddelen zoals gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2015/2366. Deze taken hebben betrekking op het aanbieden van betalingsdiensten en het voorkomen en opsporen van fraude overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/2366, de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/849, de nakoming van verplichtingen in verband met belastingheffing en belastingontwijking, en het beheer van operationele en beveiligingsrisico’s overeenkomstig Verordening (EU) 2022/255.

74) Elke verwerking van persoonsgegevens om na te gaan of gebruikers op de lijst geplaatste personen of entiteiten zijn op grond van beperkende maatregelen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 215 VWEU, moet in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad. De verwerking van de namen en de identificatoren van betaalrekeningen van natuurlijke personen is evenredig en noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de overeenkomstig artikel 215 VWEU vastgestelde beperkende maatregelen die voorzien in de bevriezing van tegoeden of in een verbod op het beschikbaar stellen van geldmiddelen of economische middelen, worden nageleefd.

75) Offlinebetalingstransacties in digitale euro’s zijn betalingen die in de onmiddellijke fysieke nabijheid (“face-to-face”) plaatsvinden. Zij vertonen gelijkenissen met transacties in contanten en moeten op een vergelijkbare manier worden behandeld wat privacy betreft. Betalingsdienstaanbieders mogen daarom geen persoonsgegevens met betrekking tot offlinebetalingstransacties in digitale euro’s verwerken, maar alleen persoonsgegevens die verband houden met het deponeren of opnemen van digitale euro’s op respectievelijk van betaalrekeningen in digitale euro’s om deze op de lokale opslagapparaten te laden of van de lokale opslagapparaten op de betaalrekeningen in digitale euro’s. Dit omvat de identificator van de lokale opslagapparaten die betalingsdienstaanbieders toewijzen aan een gebruiker van de digitale euro die offline digitale euro’s aanhoudt. Dat niveau van privacy zou vergelijkbaar zijn met de privacy bij de opname van bankbiljetten bij een geldautomaat wanneer betalingsdienstaanbieders persoonsgegevens verwerken die verband houden met de identiteit van een gebruiker en gegevens met betrekking tot de wijze waarop afstort- en opnametransacties zijn uitgevoerd. Dit betekent dat er bij offlinebetalingstransacties in digitale euro’s geen monitoring van transactiegegevens mag plaatsvinden.

76) De Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken mogen persoonsgegevens verwerken voor zover dit noodzakelijk is om taken die essentieel zijn voor de goede werking van de digitale euro te vervullen. In het kader van deze verordening zijn de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de afwikkeling van betalingstransacties in digitale euro’s en het beheer van de beveiliging en integriteit van de infrastructuur voor de digitale euro taken van algemeen belang die essentieel zijn voor de bescherming van burgers die gebruikmaken van de digitale euro en voor de stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel van de Unie. De taak om de veiligheid en integriteit van de digitale euro-infrastructuur te handhaven, omvat activiteiten die verband houden met het waarborgen van de stabiliteit en operationele veerkracht van de digitale euro. De Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken zouden wat deze taken betreft de verwerkingsverantwoordelijke van persoonsgegevens zijn. De Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken zouden voor deze taken persoonsgegevens verwerken met behulp van geavanceerde beveiligings- en privacybeschermingsmaatregelen, zoals pseudonimisering of versleuteling, om te waarborgen dat gegevens niet kunnen worden gebruikt om een specifieke gebruiker van de digitale euro rechtstreeks te identificeren.

77) Om de aanhoudingslimieten te doen naleven en ervoor te zorgen dat betaalrekeningen in digitale euro’s in noodsituaties op verzoek van de gebruiker van de digitale euro uitzonderlijk worden overgezet, is een centraal toegangspunt voor identificaties van gebruikers van de digitale euro en de bijbehorende aanhoudingslimieten voor digitale euro’s nodig om de efficiënte werking van de digitale euro in de hele eurozone te waarborgen, aangezien gebruikers van de digitale euro betaalrekeningen in digitale euro’s kunnen hebben in verschillende lidstaten. Bij de oprichting van het centrale toegangspunt moeten de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken ervoor zorgen dat de verwerking van persoonsgegevens tot het strikt noodzakelijke wordt beperkt en dat gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen wordt ingebouwd. De Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken moeten, waar passend en om het risico op gegevensinbreuken tot een minimum te beperken, het gebruik van decentrale gegevensopslag overwegen.

78) Met het op 21 juli 2021 door de Commissie aangenomen pakket ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en terrorismefinanciering38 (“AML-pakket”) heeft de Commissie voorgesteld om de antiwitwasregels in de hele Unie aanzienlijk aan te scherpen. In overeenstemming met die doelstelling en om te waarborgen dat de AML/CFT-vereisten effectief op de digitale euro worden toegepast, moet in deze verordening worden bepaald dat onlinebetalingstransacties in digitale euro’s onderworpen zijn aan de AML/CFT-vereisten die in Richtlijn (EU) 2015/849 zijn vastgelegd.

79) Om het wijdverbreide gebruik van de digitale euro te bevorderen, is het essentieel dat toekomstige gebruikers van de digitale euro in de hele eurozone gemakkelijk en op geharmoniseerde wijze toegang kunnen krijgen tot betalingsdiensten in digitale euro’s die door betalingsdienstaanbieders worden aangeboden. Daarom is het passend dat de antiwitwasautoriteit van de Unie (“AMLA”), zonder afbreuk te doen aan de risicobenadering die aan het AML-pakket ten grondslag ligt, de opening van betaalrekeningen in digitale euro’s aan de orde stelt in haar technische reguleringsnormen inzake cliëntenonderzoek. Voor transacties of zakelijke relaties met een laag risico moet de AMLA relevante vereenvoudigde cliëntenonderzoeksmaatregelen vaststellen die betalingsdienstaanbieders moeten toepassen. De AMLA moet prioriteit geven aan de ontwikkeling van deze technische reguleringsnormen.

80) In tegenstelling tot offlinebetalingstransacties in digitale euro’s zijn onlinebetalingstransacties in digitale euro’s niet beperkt tot transacties in fysieke nabijheid en kunnen zij worden gebruikt om geldmiddelen op afstand tussen gebruikers van de digitale euro over te maken. Voor onlinebetalingstransacties in digitale euro’s zou digitaal centralebankgeld grotere AML/CFT-risico’s kunnen inhouden dan contant geld, omdat het zou fungeren als een instrument waarvan de liquiditeit vergelijkbaar is met die van contant geld, maar zonder de beperkingen op overdraagbaarheid die impliciet verbonden zijn aan contant geld. Daarom moet worden bepaald dat Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad van toepassing zijn op onlinebetalingstransacties in digitale euro’s39.

81) Teneinde een consistente toepassing van de vereisten inzake wettig betaalmiddel te waarborgen en gelijke tred te houden met de technologische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot aanvullende uitzonderingen op de verplichte aanvaarding en de soorten persoonsgegevens die door betalingsdienstaanbieders, de Europese Centrale Bank, nationale centrale banken en verleners van ondersteunende diensten worden verwerkt. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt, ook op deskundigenniveau. Bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen moet de Commissie ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op gepaste wijze worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

82) Hoewel offlinebetalingstransacties in digitale euro’s gelijkenissen vertonen met transacties in contanten en op soortgelijke wijze moeten worden behandeld wat privacy betreft, zijn specifieke aanhoudings- en transactielimieten voor contactloze offlinebetalingen essentieel om AML/CFT-risico’s te beperken.

83) Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van aanhoudings- en transactielimieten voor contactloze offlinebetalingen te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad40. De onderzoeksprocedure moet worden gebruikt voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen waarin de transactie- en aanhoudingslimieten voor offlinebetalingstransacties in digitale euro’s worden gespecificeerd, aangezien die handelingen bijdragen tot de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.

84) Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel is het voor de verwezenlijking van de basisdoelstelling om ervoor te zorgen dat de euro in een gedigitaliseerde economie als een eenheidsmunt wordt gebruikt, noodzakelijk en passend om regels vast te stellen betreffende met name zijn status van wettig betaalmiddel, distributie, gebruik en essentiële kenmerken. Deze verordening gaat overeenkomstig artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

85) De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Europees Comité voor gegevensbescherming zijn geraadpleegd overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad41 en hebben op [XX XX 2023] een gezamenlijk advies uitgebracht.