Overwegingen bij COM(2020)857 - Goedkeuring van de overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en Euratom voor samenwerking op het gebied van het veilige en vreedzame gebruik van kernenergie

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
(1) Op 25 februari 2020 machtigde de Raad de Europese Commissie met het Verenigd Koninkrijk onderhandelingen te openen over een nieuwe partnerschapsovereenkomst. Na onderhandelingen bereikten de partijen op het niveau van de onderhandelaars overeenstemming over een handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk, anderzijds (“de handels- en samenwerkingsovereenkomst”), en een Overeenkomst tussen de regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor samenwerking op het gebied van het veilige en vreedzame gebruik van kernenergie.

(2) De handels- en samenwerkingsovereenkomst bestrijkt gebieden die onder de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (“de Gemeenschap”) vallen, namelijk de associatie met het onderzoeks- en opleidingsprogramma van Euratom en de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER, waarop de bepalingen van deel vijf van de handels- en samenwerkingsovereenkomst van toepassing zijn [deelname aan programma’s van de Unie, gezond financieel beheer en financiële bepalingen]. De handels- en samenwerkingsovereenkomst moet daarom ook namens de Gemeenschap worden gesloten wat betreft aangelegenheden die onder het Euratom-Verdrag vallen. De ondertekening en sluiting van de handels- en samenwerkingsovereenkomst namens de Europese Unie zijn onderworpen aan een afzonderlijke procedure.

(3) Er zij op gewezen dat bilaterale ontwerpovereenkomsten tussen een lidstaat van de Gemeenschap en het Verenigd Koninkrijk binnen het kader van het Euratom-Verdrag, met inbegrip van overeenkomsten voor de uitwisseling van wetenschappelijke en industriële informatie op nucleair gebied, kunnen worden gesloten mits is voldaan aan de voorwaarden en de procedures als bedoeld in de artikelen 29 en 103 van dat Verdrag.

(4) De sluiting, door de Commissie, van de Overeenkomst tussen de regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor samenwerking op het gebied van het veilige en vreedzame gebruik van kernenergie moet worden goedgekeurd.

(5) De sluiting, door de Commissie, handelend namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst moet worden goedgekeurd.

(6) De inwerkingtreding van de handels- en samenwerkingsovereenkomst is een bijzonder dringende aangelegenheid. Als voormalige lidstaat heeft het Verenigd Koninkrijk veel banden met de Unie op economisch gebied en op andere gebieden. Indien na de overgangsperiode, die eindigt op 31 december 2020, geen kader van toepassing is ter regulering van de betrekkingen tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk, worden deze betrekkingen ingrijpend verstoord, hetgeen ten koste zou gaan van individuen, ondernemingen en andere belanghebbenden. Gezien de uitzonderlijke positie van het Verenigd Koninkrijk ten opzichte van de Unie, de urgentie van de situatie waarbij de overgangsperiode eindigt op 31 december 2020, alsmede de noodzaak om het Europees Parlement en het Europees Parlement voldoende tijd te geven om de tekst van de handels-en samenwerkingsovereenkomst naar behoren te controleren, moet die overeenkomst voorlopig worden toegepast, ook wat betreft aangelegenheden die onder het Euratom-Verdrag vallen. De voorlopige toepasselijkheid moet in de tijd worden beperkt, zoals voorgeschreven in artikel FINPROV.11(2) [Inwerkingtreding en voorlopige toepassing] van de handels- en samenwerkingsovereenkomst,