Toelichting bij COM(2023)41 - Standpunt EU mbt het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen in verband met de voorstellen tot wijziging van bijlage A bij dat verdrag

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft het besluit tot bepaling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de elfde vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen in verband met de beoogde aanneming van besluiten om bijlage A te wijzigen door opname van Dechlorane Plus, methoxychloor en UV‑328.

2. Achtergrond van het voorstel

2.1.Het Verdrag van Stockholm

Het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen (hierna “het Verdrag” genoemd) heeft tot doel de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen persistente organische verontreinigende stoffen (persistent organic pollutants, afgekort POP’s). Het Verdrag is op 17 mei 2004 in werking getreden. De Europese Unie is partij bij het Verdrag 1 . Het Verdrag biedt, op basis van het voorzorgsbeginsel, een kader voor de beëindiging van de productie, het gebruik, de invoer en de uitvoer van POP’s, de veilige hantering en verwijdering ervan, alsook de beëindiging of vermindering van de lozing van bepaalde onopzettelijk geproduceerde POP’s.

2.2.De Conferentie van de partijen

De Conferentie van de Partijen, ingesteld bij artikel 19 van het Verdrag, is het bestuursorgaan van het Verdrag van Stockholm. Dit orgaan komt normaliter om de twee jaar samen om toezicht te houden op de uitvoering van het Verdrag. Het beoordeelt ook de chemische stoffen die door de Toetsingscommissie persistente organische verontreinigende stoffen (“de toetsingscommissie”) ter overweging naar voren zijn gebracht.

Partijen hebben overeenkomstig artikel 8, lid 1, van het Verdrag bij het Secretariaat voorstellen ingediend voor opname van Dechlorane Plus, methoxychloor en UV‑328 in bijlage A bij het Verdrag, die volgens artikel 8, leden 3 en 4, door de toetsingscommissie zijn geëvalueerd. De toetsingscommissie heeft de Conferentie van de Partijen aanbevolen methoxychloor zonder specifieke uitzonderingen in bijlage A op te nemen en Dechlorane Plus en UV‑328 met specifieke uitzonderingen in bijlage A op te nemen. De procedure voor het vaststellen van wijzigingen van de bijlagen is geregeld bij artikel 22 van het Verdrag.

Overeenkomstig artikel 23 van het Verdrag heeft elke partij één stem. Regionale organisaties voor economische integratie, zoals de EU, oefenen hun stemrecht echter uit met een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van hun lidstaten die partij zijn bij het Verdrag.

2.3.De beoogde handeling van de Conferentie van de partijen

Tijdens de elfde gewone vergadering zal de Conferentie van de Partijen zich beraden op de aanneming van een besluit om Dechlorane Plus, methoxychloor en UV‑328 op te nemen in bijlage A (Beëindiging), bijlage B (Beperking) en/of bijlage C (Onopzettelijke productie) bij het Verdrag.

De besluiten omvatten de opname van de stoffen in de bijlagen A, B en/of C, hetgeen tot gevolg heeft dat de chemische stoffen zullen worden onderworpen aan maatregelen die erop gericht zijn de productie en het gebruik ervan te beëindigen of te beperken, waaronder de beperking of beëindiging van lozingen van onopzettelijk geproduceerde POP’s.

De beoogde handelingen zullen voor de partijen bindend zijn overeenkomstig artikel 22, lid 4, van het Verdrag, waarin het volgende is bepaald: “Voor het voorstellen, de aanneming en de inwerkingtreding van wijzigingen van bijlage A, B of C gelden dezelfde procedures als voor het voorstellen, de aanneming en de inwerkingtreding van aanvullende bijlagen bij dit Verdrag, met dien verstande dat een wijziging van bijlage A, B of C niet in werking treedt ten aanzien van een partij die een verklaring met betrekking tot de wijzigingen van die bijlagen heeft gedaan in overeenstemming met artikel 25, vierde lid, in welk geval een dergelijke wijziging ten aanzien van die partij in werking treedt 90 dagen na de datum van de indiening bij de depositaris van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of datum van de goedkeuring van, of toetreding met betrekking tot een dergelijke wijziging.”.

3. Namens de Unie in te nemen standpunt

Het namens de Unie tijdens de elfde vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen in te nemen standpunt, moet erin bestaan om, in overeenstemming met de desbetreffende aanbevelingen van de Toetsingscommissie persistente organische verontreinigende stoffen (POPRC), haar steun te geven aan de opneming van Dechlorane Plus, methoxychloor en UV‑328.

Partijen hebben overeenkomstig artikel 8, lid 1, van het Verdrag bij het Secretariaat voorstellen ingediend voor opname van Dechlorane Plus, methoxychloor en UV‑328 in bijlage A bij het Verdrag, die volgens artikel 8, leden 3 en 4, door de toetsingscommissie zijn geëvalueerd. De toetsingscommissie heeft de voorstellen onderzocht door toepassing van de selectiecriteria overeenkomstig bijlage D bij het Verdrag en is tot de conclusie gekomen dat aan de criteria is voldaan. Na de risicoprofielen voor Dechlorane Plus, methoxychloor en UV‑328 te hebben geëvalueerd en te hebben geconcludeerd dat deze stoffen, als gevolg van de verspreiding ervan over grote afstand in het milieu waarschijnlijk tot grote nadelige gevolgen kunnen leiden voor de gezondheid van de mens en voor het milieu, zodat wereldwijde actie gerechtvaardigd is, heeft de toetsingscommissie de Conferentie van de Partijen aanbevolen om de opneming van methoxychloor in bijlage A zonder specifieke uitzonderingen en de opname van Dechlorane Plus en UV‑328 in bijlage A met specifieke uitzonderingen te overwegen.

Ter bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu tegen verdere lozingen van Dechlorane Plus, methoxychloor en UV‑328 moeten de productie en het gebruik van die chemische stoffen wereldwijd worden beperkt of beëindigd en moet hun opname in de desbetreffende bijlagen bij het Verdrag worden ondersteund. Het voorstel is in overeenstemming met en vormt een aanvulling op de uitvoering van Verordening (EU) 2019/1021, die het Verdrag van Stockholm in de Unie ten uitvoer legt. Het strookt volledig met de doelstelling het milieu en de gezondheid van de mens te beschermen tegen POP’s.

Het voorstel is in overeenstemming met de algemene aanpak van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en Verordening (EU) nr. 528/2012 ten aanzien van PBT-stoffen, aangezien beide handelingen voorzien in criteria die in beginsel het in de handel brengen en het gebruik van persistente, bioaccumulerende en toxische werkzame stoffen niet toestaan. Met betrekking tot beperkingen en toelatingsvoorwaarden wordt in een Common Understanding Paper 2 de relatie tussen het Verdrag van Stockholm, Verordening (EU) 2019/1021 en Verordening (EG) nr. 1907/2006 onderzocht om de coherentie te waarborgen.

4. Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

1.

4.1.1.Beginselen


Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen ook instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt” 3 .

2.

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval


De Conferentie van de Partijen is een lichaam dat is ingesteld krachtens een overeenkomst, te weten het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen.

De door de Conferentie van de Partijen vast te stellen handelingen zijn handelingen met rechtsgevolgen. De beoogde handeling zal overeenkomstig artikel 22 van het Verdrag van Stockholm volkenrechtelijk bindend zijn.

De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van het Verdrag.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

3.

4.2.1.Beginselen


De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.

4.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval


De doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op het milieu.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 192 VWEU.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 192, lid 1, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.