Toelichting bij COM(2018)438 - Connecting Europe Facility

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(2018)438 - Connecting Europe Facility.
bron COM(2018)438 NLEN
datum 06-06-2018
1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Dit voorstel creëert de rechtsgrondslag voor de Connecting Europe Facility (CEF) voor de periode na 2020. Het voorziet in een toepassingsdatum, namelijk 1 januari 2021, en is afgestemd op een Unie met 27 lidstaten, in overeenstemming met de kennisgeving van het voornemen van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Europese Unie en Euratom terug te trekken overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat door de Europese Raad werd ontvangen op 29 maart 2017.

Motivering en doel van het voorstel

Op 2 mei 2018 heeft de Commissie haar voorstel 1 voor het meerjarig financieel kader na 2020 voorgesteld. Dat omvat een bedrag van 42,265 miljard EUR voor de Connecting Europe Facility (CEF).

Om de jobcreatie te stimuleren en bij te dragen aan slimme, duurzame en inclusieve groei heeft de Unie behoefte aan moderne, hoogwaardige infrastructuur voor de onderlinge verbindingen en integratie van de Unie en al haar regio's in de vervoers-, telecommunicatie- en energiesector. Die verbindingen zijn essentieel voor het vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten. De trans-Europese netwerken moeten grensoverschrijdende verbindingen faciliteren en bijdragen aan een grotere economische, maatschappelijke en territoriale cohesie, aan een meer concurrerende sociale markteconomie en aan de bestrijding van de klimaatverandering.

Europa streeft naar mobiliteit zonder verkeersslachtoffers, zonder uitstoot en zonder papier en wil wereldleider worden op het gebied van hernieuwbare energie en het voortouw nemen in de digitale economie. Een moderne, schone, slimme, duurzame, inclusieve, veilige en beveiligde infrastructuur zal Europese burgers en bedrijven tastbare voordelen bieden en hen in staat stellen op efficiënte wijze te reizen, goederen te verzenden en toegang te verkrijgen tot energie en hoogwaardige digitale diensten.

Daartoe ondersteunt de CEF investeringen in vervoer, energie en digitale infrastructuur via de ontwikkeling van de trans-Europese netwerken (TEN). De Commissie stelt voor in de periode 2021-2027 ook grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de opwekking van hernieuwbare energie te promoten.

De CEF focust op de projecten met de grootste Europese toegevoegde waarde en fungeert als katalysator voor investeringen in projecten met een grensoverschrijdende impact en Europabrede interoperabele systemen en diensten, waarvoor de continuïteit van de financiering na 2020 essentieel is. Dankzij haar efficiënte manier van werken biedt de CEF een antwoord op markttekortkomingen en werkt zij als hefboom voor extra investeringen uit andere bronnen, met name de particuliere sector, in synergie en complementariteit met InvestEU en andere EU-programma’s.

De CEF "is gericht op het bevorderen van investeringen in de trans-Europese netwerken. Samen met grensoverschrijdende samenwerking zijn die netwerken niet alleen van cruciaal belang voor de werking van de eengemaakte markt, zij zijn ook van strategisch belang voor de totstandbrenging van de energie-unie, de digitale eengemaakte markt en de ontwikkeling van duurzame vervoerswijzen. Zonder tussenkomst van de EU zijn particuliere exploitanten en nationale autoriteiten onvoldoende bereid om te investeren in grensoverschrijdende infrastructuurprojecten.” 2

Gelet op het belang van de strijd tegen de klimaatverandering overeenkomstig de verbintenissen van de Unie in het kader van de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering en de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, integreert de Commissie in haar voorstel voor het meerjarig financieel kader 2021-2027 ambitieuzere klimaatdoelstellingen in alle EU-programma’s. 25 % van alle EU-uitgaven moeten bijdragen tot het behalen daarvan. De CEF wordt geacht een belangrijke bijdrage aan deze doelstelling te leveren: 60 % van de CEF-middelen moet bijdragen aan de klimaatdoelstellingen. De bijdrage van dit programma aan de verwezenlijking van die algemene doelstelling zal worden gemonitord met een EU-klimaatindicator, waarbij gegevens tot op een adequaat niveau worden uitgesplitst en in de mate van het mogelijke gebruik wordt gemaakt van nauwkeuriger methodieken. De Commissie blijft via de jaarlijkse ontwerpbegrotingen rapporteren over de vastleggingskredieten.

Om het potentieel van het programma in het kader van de klimaatdoelstellingen volledig te benutten, zal de Commissie bij de voorbereiding, uitvoering, toetsing en evaluatie van het programma op zoek gaan naar relevante acties.

De toekomstige behoeften voor de decarbonisatie en digitalisering van de Europese economie zullen tot een sterkere convergentie van de vervoers-, energie- en digitale sector leiden. Synergieën tussen de drie sectoren moeten derhalve volledig worden benut met het oog op een maximale effectiviteit en efficiency van de door de Unie verleende steun. Voorbeelden van synergieën zijn geconnecteerde en autonome mobiliteit, schone mobiliteit op basis van alternatieve brandstoffen, energieopslag en slimme netwerken. Als stimulans om projecten die meer dan één sector omvatten te promoten wordt voorzien in de mogelijkheid om het hoogste medefinancieringspercentage van de betrokken sectoren te hanteren. Bovendien zal het in elke sector mogelijk zijn aanvullende elementen met betrekking tot een andere sector te aanvaarden als subsidiabele kosten, bijvoorbeeld de opwekking van hernieuwbare energie in een vervoersproject. Om sectoroverschrijdende voorstellen aan te moedigen en te prioriteren, wordt het synergieaspect van een voorgestelde actie beoordeeld op basis van de selectiecriteria. Synergieën zullen worden gerealiseerd via gezamenlijke werkprogramma’s en gezamenlijke financiering met de betrokken sectoren.

Voor vervoer, moet de CEF bijdragen aan de voltooiing van de twee TEN-T-lagen: het strategische kernnetwerk, als ruggengraat, tegen 2030 en het uitgebreide netwerk tegen 2050. Via de CEF wordt steun verleend voor de uitrol van Europese verkeersbeheersystemen voor de verschillende vervoerswijzen, met name voor de luchtvaart en het spoor, en ondersteunt de EU de transitie naar slimme, duurzame, inclusieve, veilige en beveiligde mobiliteit (bv. door de uitrol van een Europees netwerk van oplaadpunten voor alternatieve brandstoffen). Volgens ramingen zal de voltooiing van het TEN-T-kernnetwerk tegen 2030 zorgen voor een arbeidsvolume van 7,5 miljoen manjaar tussen 2017 en 2030 en het bbp van de Unie met 1,6 % doen groeien in 2030.

Na de gezamenlijke mededeling over de verbetering van de militaire mobiliteit in de Europese Unie van 10 november 2017 3 en het actieplan voor militaire mobiliteit dat de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid 4 op 28 maart 2018 hebben aangenomen, moet de EU-financiering van projecten voor tweeledig (civiel en militair) gebruik ten uitvoer worden gelegd via de CEF.

Voor energie ligt de nadruk op het voltooien van de trans-Europese energienetwerken door de ontwikkeling van projecten van gemeenschappelijk belang met het oog op de verdere integratie van de interne energiemarkt en de interoperabiliteit van de netwerken over de grenzen en sectoren heen; duurzame ontwikkeling door de weg vrij te maken voor decarbonisatie, in het bijzonder door de integratie van hernieuwbare energiebronnen; en de continuïteit van de energievoorziening dankzij de digitalisering en de omschakeling naar slimme infrastructuur. De CEF draagt ook bij tot de kosteneffectieve verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering, de energie- en klimaatdoelstellingen voor 2030 en de langetermijndoelstellingen op het gebied van decarbonisatie door de integratie van hernieuwbare energie dankzij de ontwikkeling van adequate infrastructuur en de ondersteuning van een beperkt aantal grensoverschrijdende projecten op het gebied van hernieuwbare energie.

Wat de digitale component betreft, zorgt de CEF ervoor dat alle burgers, bedrijven en overheden maximaal voordeel kunnen halen uit de digitale eengemaakte markt. De uitrol van goed beveiligde digitale netwerken met een zeer hoge capaciteit ondersteunt alle innovatieve digitale diensten, waaronder geconnecteerde mobiliteit en andere diensten van algemeen belang. De faciliteit zorgt er bovendien voor dat alle belangrijke sociaaleconomische actoren zoals scholen, ziekenhuizen, vervoershubs, de belangrijkste aanbieders van openbare diensten en digitaal-intensieve bedrijven in 2025 toegang zullen hebben tot toekomstgeoriënteerde breedbandverbindingen (1 Gbid/seconde). De CEF zal ervoor zorgen dat het hele Europese grondgebied, met inbegrip van de ultraperifere regio’s, aangesloten wordt op het internet.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De overkoepelende doelstelling van de CEF is de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de Unie in de vervoers-, energie- en digitale sector te ondersteunen, enerzijds door investeringen in projecten van gemeenschappelijk belang op de trans-Europese netwerken mogelijk te maken of te versnellen en anderzijds grensoverschrijdende samenwerking inzake de opwekking van hernieuwbare energie te bevorderen. Daarbij wordt gestreefd naar maximale synergieën tussen de CEF-sectoren onderling en met andere EU-programma’s.

In de vervoerssector draagt de CEF bij tot de langetermijndoelstellingen van de EU met betrekking tot de voltooiing van het TEN-T-kernnetwerk tegen 2030 5 en verdere stappen naar de voltooiing van het uitgebreide TEN-T tegen 2050. Dit omvat een transitie naar schone, concurrerende en geconnecteerde mobiliteit 6 , de uitrol van SESAR en het European Rail Traffic Management System (ERTMS) en de omslag naar een koolstofarme economie door middel van innovatieve infrastructuur, met tegen 2025 de ruggengraat van de Europese laadinfrastructuur.

In de energiesector levert de CEF een bijdrage tot de voltooiing van de prioritaire TEN-E-corridors en de thematische gebieden 7 overeenkomstig de doelstellingen van het pakket „Schone energie voor alle Europeanen” 8 , om het goed functioneren van de interne energiemarkt en de continuïteit van de voorziening te waarborgen (onder meer door in te zetten op de digitalisering en slimme infrastructuur) en bij te dragen aan duurzame ontwikkeling en de klimaatdoelstellingen dankzij de integratie van hernieuwbare energiebronnen.

Wat hernieuwbare-energiebronnen betreft, zal de CEF op kostenefficiënte wijze bijdragen aan de verwezenlijking van de voorgestelde EU-streefcijfers voor 2030 door in te zetten op een energietransitie en het mainstreamen van het beleid inzake hernieuwbare energie, inclusief sectorintegratie.

In de digitale sector draagt de CEF bij aan de totstandbrenging van de infrastructuur voor de digitale connectiviteit van de gigabitmaatschappij 9 , als onderliggende voorwaarde voor een goed werkende digitale eengemaakte markt 10 , en tot de uitrol van de digitale infrastructuur als solide basis voor de EU-brede digitale transformatie van de economie en samenleving.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Voor vervoer-, energie- en digitale infrastructuur worden verschillende steunpercentages voorzien via een aantal financiële programma’s en instrumenten van de EU, zoals de CEF, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Cohesiefonds, Horizon Europa, InvestEU en LIFE. Het is belangrijk om de verschillende financieringsprogramma’s en instrumenten van de Unie optimaal te gebruiken om de complementariteit en toegevoegde waarde van de door de Unie gesteunde investeringen te maximaliseren. Dit kan worden bereikt via een gestroomlijnd investeringsproces dat zorgt voor de zichtbaarheid van de portefeuille vervoersprojecten en de samenhang tussen de relevante EU-programma’s in nauwe samenwerking met de lidstaten.

De acties van het programma moeten worden gebruikt om markttekortkomingen of suboptimale investeringsvoorwaarden op evenredige wijze aan te pakken, zonder overlapping met of verdringing van particuliere financiering en met een duidelijke Europese toegevoegde waarde. Een en ander zal de coherentie tussen de acties van het programma en de staatssteunregels van de EU waarborgen, zodat onnodige verstoringen van de mededinging op de interne markt worden vermeden.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De trans-Europese netwerken vallen onder artikel 170 van het VWEU, waarin als volgt is bepaald: […] de Unie [draagt] bij tot de totstandbrenging en ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van vervoers-, telecommunicatie- en energie-infrastructuur." Het recht van de EU om financiering te verlenen voor infrastructuur is vastgesteld in artikel 171, waarin bepaald is dat "de Unie steun kan verlenen aan door de lidstaten gesteunde projecten van gemeenschappelijk belang, (…) met name in de vorm van uitvoerbaarheidsstudies, garanties voor leningen, of rentesubsidies." In artikel 172 van het VWEU is als volgt bepaald: "De in artikel 171, lid 1, bedoelde richtsnoeren en andere maatregelen worden door het Europees Parlement en de Raad vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's."

Het promoten van hernieuwbare energiebronnen valt onder artikel 194 VWEU, waarin dit expliciet als één van de doelstellingen van het Europese energiebeleid wordt genoemd. Aangezien grensoverschrijdende projecten op het gebied van hernieuwbare energie bijdragen tot een kosteneffectieve verwezenlijking van de voorgestelde EU-doelstelling voor 2030, moet het wetgevingsinstrument worden gebaseerd op artikel 194 VWEU.

Het wetgevingsinstrument en het type maatregel (bv. financiering) zijn allebei gedefinieerd in het VWEU, dat als rechtsgrondslag voor de CEF fungeert en waarin wordt verklaard dat de taken, de prioritaire doelstellingen en de organisatie van de trans-Europese netwerken bij verordeningen kunnen worden vastgesteld.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

De omvang van de problemen die door de CEF worden aangepakt, vergt specifieke EU-maatregelen aangezien het om uitdagingen gaat die van nature een EU-dimensie hebben en die efficiënter op dat niveau kunnen worden aangepakt. Dat zorgt voor grotere baten, een snellere uitvoering en een lagere kostprijs als de lidstaten samenwerken. De investeringsbehoeften voor de TEN’s na 2020 zijn zeer groot en overstijgen de middelen die de lidstaten kunnen vrijmaken.

Projecten voor hernieuwbare energie zullen in de toekomst naar verwachting ook meer door de markt worden gefinancierd. Eventuele steun op dit gebied zou uitsluitend de kosten compenseren om de obstakels en het ontbreken van stimulansen voor samenwerking over de lidstaatgrenzen heen en/of tussen de lidstaten aan te pakken en/of de belemmeringen voor de integratie van sectoren weg te werken. Coördinatie tussen de lidstaten kan schaalvoordelen creëren, overlappingen tussen infrastructuur voorkomen, de uitrol van hernieuwbare energie in heel Europa bevorderen om beter in te spelen op het aanwezige potentieel en bijdragen aan convergentie en derhalve een verdere marktintegratie, kennisoverdracht en marktintroductie en verspreiding van innovatieve technologieën in de Europese thuismarkt.

Evenredigheid

Het voorstel voldoet aan het evenredigheidsbeginsel en valt binnen de werkingssfeer van het optreden op het gebied van trans-Europese netwerken, als omschreven in artikel 170 VWEU en artikel 194 VWEU voor grensoverschrijdende projecten op het gebied van hernieuwbare energie. De voorgestelde actie is expliciet beperkt tot de Europese dimensie van de vervoers-, energie-, en digitale infrastructuur en de grensoverschrijdende invoering van hernieuwbare energie.

3. EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Volgens de huidige CEF-verordening 11 moest de Commissie in samenwerking met de lidstaten en de betrokken begunstigden een verslag 12 indienen bij het Europees Parlement en de Raad over de tussentijdse evaluatie van de CEF. Dit verslag is op 13 februari 2018 door de Commissie goedgekeurd en ging vergezeld van een werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD). Daarin werden de algemene prestaties van het programma getoetst aan zijn algemene en sectorale doelstellingen, en vergeleken met de resultaten van nationale of EU-initiatieven. Overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie voor betere regelgeving is de evaluatie verricht aan de hand van vijf criteria: doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, coherentie en EU-meerwaarde.

2.

In het algemeen luidden de conclusies van de tussentijdse evaluatie van de CEF als volgt:


“Uit de evaluatie is gebleken dat de CEF na drie en een half jaar op schema ligt. Gezien het vroege uitvoeringsstadium van het programma is het echter veel te vroeg om de resultaten te meten. Bovendien is gebleken dat het in de verordening opgenomen prestatiekader niet over welomschreven of robuuste indicatoren beschikt. Met dit voorbehoud in gedachten, kan uit de evaluatie het volgende worden afgeleid:

·de CEF is een doeltreffend en doelgericht instrument voor investeringen in de trans-Europese infrastructuur (TEN) voor vervoer, energie en de digitale sector. Sinds 2014 is 25 miljard euro geïnvesteerd, wat in totaal ongeveer 50 miljard euro aan investeringen in infrastructuur in de EU heeft opgeleverd. De CEF draagt bij tot de prioriteiten van de Commissie op het vlak van werkgelegenheid, groei en investeringen, de interne markt, de energie-unie, het klimaat en de digitale eengemaakte markt. Op die manier versterkt de CEF het concurrentievermogen van de Europese economie en draagt zij bij tot haar modernisering.

·De CEF levert een grote Europese toegevoegde waarde voor alle lidstaten door de ondersteuning van connectiviteitsprojecten met een internationale dimensie. De meeste middelen worden toegekend voor projecten die ontbrekende schakels aanvullen en knelpunten wegwerken, en die gericht zijn op de goede werking van de interne markt van de EU en de territoriale samenhang tussen de lidstaten in de vervoers-, energie- en digitale sector. Energieprojecten zorgen ook voor voorzieningszekerheid en zijn cruciaal voor het kosteneffectief koolstofarm maken en moderniseren van de economie. De CEF speelt ook een grote rol in de uitrol van EU-brede nieuwe systemen voor verkeersbeheer en verkeersveiligheid (bv. SESAR voor de luchtvaart en ERTMS voor het spoor), krachtige elektriciteitsleidingen en slimme netwerken voor de snelle integratie van hernieuwbare koolstofarme energiebronnen en de uitrol van breedband en onderling verbonden digitale diensten (zoals open data, e-gezondheid, e-aanbestedingen, e-identificatie en e-handtekeningen).

·Het rechtstreekse beheer van CEF-subsidies is zeer efficiënt gebleken, met een sterke projectenpijplijn, een competitieve selectieprocedure, aandacht voor de beleidsdoelstellingen van de EU, een gecoördineerde uitvoering en de volledige betrokkenheid van de lidstaten. Het uitvoerend agentschap INEA heeft een zeer goede reputatie wat betreft het financieel beheer van de CEF en de optimalisering van de begroting. Dat is vooral te danken aan de flexibiliteit die het aan de dag legt bij het snel herbestemmen van niet uitgegeven middelen voor de financiering van nieuwe acties.

·Voor het eerst is een deel van de middelen voor cohesiebeleid (11,3 miljard euro voor vervoer) aangewend onder rechtstreeks beheer in het kader van de CEF. Alle middelen werden toegekend in de eerste helft van de programmaperiode, bijna uitsluitend voor duurzame vervoerswijzen. De middelen konden snel worden toegewezen dankzij gerichte technische bijstand, lagere administratieve kosten voor de lidstaten, duidelijke financieringsprioriteiten en een gezonde pijplijn van projecten en studies die vroeger werden gesteund door het TEN-T-programma of de instrumenten van het cohesiebeleid en nu in het kader van de CEF worden voortgezet.

·De CEF heeft bijgedragen tot het gebruik en de ontwikkeling van innovatieve financieringsinstrumenten, die echter niet vaak werden ingezet omdat het Europees Fonds voor strategische investeringen nieuwe mogelijkheden bood. Naar verwacht zullen de financiële instrumenten van de CEF meer worden gebruikt in de tweede helft van het programma, als de complementariteit tussen CEF-specifieke financieringsinstrumenten en het EFSI verzekerd zal zijn.” Het Connecting Europe breedbandfonds bouwt voort op de CEF- en EFSI-bijdragen en zal naar verwachting in 2018 operationeel worden voor de financiering van de uitrol van netwerken met zeer hoge capaciteit in gebieden met weinig dekking, hetgeen een belangrijk hefboomeffect genereert.

·“In 2017 werden bij een oproep tot het indienen van vervoersprojecten voor het eerst subsidies gemengd met financieringsinstrumenten, zodat subsidies konden worden gebruikt om zoveel mogelijk private of openbare middelen aan te trekken. De ervaring was heel positief: er werd 2,2 miljard euro aan financiering gevraagd voor een oproep met een indicatief budget van 1 miljard euro.

·Ten minste 20 % van de totale EU-begroting moet worden gespendeerd aan de strijd tegen de klimaatverandering; de CEF-uitgaven op het vlak van vervoer en energie dragen in hoge mate bij tot het behalen van dat streefpercentage.” In de sector energie ging meer dan 50 % van de CEF-middelen voor energie naar elektriciteitstransport en slimme netten als bijdrage tot de energietransitie.

·“In de telecommunicatiesector heeft de dubbele focus van de CEF op internationale digitale diensten van algemeen belang en op communicatie- en computerinfrastructuur aangetoond dat het programma een belangrijke invloed heeft op de verwezenlijking van de doelstellingen van de digitale eengemaakte markt, waardoor burgers en bedrijven in heel Europa toegang krijgen tot digitale diensten van hoge kwaliteit. De faciliteit heeft bijgedragen tot de ontwikkeling en uitvoering van gemeenschappelijke beleidslijnen voor de aanpak van maatschappelijke uitdagingen, waaronder de overgang naar een digitale gezondheidszorg, cyberbeveiliging en de digitalisering van overheden. Vanwege de beperkte middelen kan in het kader van de CEF-Telecom alleen steun worden verleend voor de allereerste stappen naar een volledige grensoverschrijdende digitale infrastructuur voor diensten van openbaar belang.” Gezien de beperkte middelen voor breedband in het kader van de CEF ten opzichte van de omvang van de investeringskloof, moest het programma op innovatieve wijze worden uitgevoerd en moest worden gestreefd naar een maximaal hefboomeffect om de effectiviteit te waarborgen. Echter, vanwege de ingewikkelde opzet van specifieke financiële instrumenten, zullen de investeringen op het terrein pas in een laat stadium van de programmauitvoering plaatsvinden.

·“De CEF heeft ook sectoroverschrijdende synergieën onderzocht, maar botste daarbij op de beperkingen van het huidige juridische en budgettaire kader. De flexibiliteit van de sectorale beleidsrichtsnoeren en het CEF-instrument moet worden vergroot om synergieën te faciliteren en beter te kunnen inspelen op nieuwe technologische ontwikkelingen en prioriteiten zoals digitalisering, de decarbonisatie te versnellen en gemeenschappelijke maatschappelijke problemen aan te pakken, zoals cyberbeveiliging.

·Om de TEN’s overeenkomstig de beleidsprioriteiten van de EU te voltooien, zijn nog steeds aanzienlijke investeringen nodig, die deels afhankelijk zijn van voortgezette EU-steun. Door de beperkte omvang van de CEF kunnen op dit moment slechts een deel van de vastgestelde markttekortkomingen in de drie sectoren worden aangepakt. Er kan meer openbare en private financiering worden aangetrokken als er extra EU-geld beschikbaar wordt gesteld om markttekortkomingen aan te pakken.”

Het voorstel om ook CEF-financiering te verlenen voor grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van hernieuwbare energie wordt ondersteund door relevante resultaten van de REFIT-evaluatie van de richtlijn hernieuwbare energie van 2016 13 .

Raadpleging van belanghebbenden

Als onderdeel van een reeks openbare raadplegingen over het volledige spectrum van de toekomstige EU-financiering ging op 10 januari 2018 een openbare onlineraadpleging van start. Die liep gedurende 8 weken, tot 9 maart 2018. De publieke raadpleging had betrekking op de volledige financiering van strategische infrastructuur (met inbegrip van de CEF, Galileo en ITER), maar meer dan 96 % van de antwoorden gingen over de CEF.

In het algemeen bevestigden belanghebbenden hun steun voor het CEF-programma en wezen zij op zijn cruciale rol voor de voltooiing van de TEN’s, het stimuleren van economische groei en werkgelegenheid in de EU en de omschakeling naar een koolstofarme en vanuit klimaatoogpunt veerkrachtige economie en maatschappij. De belanghebbenden waren voorstander van meer flexibiliteit in het nieuwe programma om verdere synergieën tussen de drie sectoren te bevorderen.

Respondenten in de vervoerssector onderstreepten het belang van de CEF voor het faciliteren van grensoverschrijdende projecten en het wegwerken van knelpunten en missing links.

In de antwoorden in verband met energie werd zeer vaak bevestigd hoe belangrijk de bijdrage van de CEF was voor de voltooiing van het trans-Europese infrastructuurnetwerk voor energie en bij uitbreiding voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de energie-unie ten behoeve van alle Europeanen. De transitie naar een koolstofarme economie kreeg de hoogste score als toekomstige uitdaging.

Belanghebbenden drongen aan op extra middelen om meer vaart te zetten achter de digitalisering en het koolstofvrij maken van de energie- en vervoersector en om tegelijk de connectiviteit in de hele EU te vergroten.

In verband met de digitale component benadrukten de respondenten de centrale rol van breedbandverbindingen als katalysator voor de economische en sociale ontwikkeling in de hele samenleving en de verschillende sectoren. Teneinde het concurrentievermogen van de EU te vergroten, drongen zij aan op meer investeringen in connectiviteit en 5G, hetgeen de economische prestaties ten goede zou komen, werkgelegenheid zou scheppen en zou bijdragen aan een kwaliteitssprong in de overgang naar een digitale samenleving.

De belanghebbenden gaven ook nuttige feedback over de gebieden waarop nog behoefte is aan verbetering of ontwikkeling. Dit wordt verder toegelicht in het verslag van de raadpleging in bijlage 2 van de begeleidende effectbeoordeling.

Effectbeoordeling

Het voorstel van de Commissie is gebaseerd op een effectbeoordeling, die op 21 maart 2018 is voorgelegd aan de Raad voor regelgevingstoetsing en waarover die Raad een positief advies met een voorbehoud (ref. "MFF – CEF") heeft uitgebracht. De Raad drong aan op een betere beschrijving van de regelingen voor het toezicht op en de evaluatie van het programma, een betere toelichting van de coherentie met andere EU-programma’s en nadere toelichting van de manier waarop de uitbreiding van de werkingssfeer van het programma het grensoverschrijdend karakter van de CEF versterkt. De aanbevelingen die de Raad in zijn advies heeft gedaan, zijn verwerkt in de definitieve versie van het effectbeoordelingsverslag 14 .

Overeenkomstig de algemene aanpak voor alle MFK-gerelateerde effectbeoordelingen, werd in de effectbeoordeling voor de CEF gefocust op de wijzigingen en beleidskeuzes in het wetgevingsvoorstel. In het verslag wordt met name toelichting gegeven bij de structuur en prioriteiten van de voorgestelde voortzetting van het CEF-programma en gekeken welke opties een optimaal resultaat opleveren. In het verslag van de effectbeoordeling werd voortgebouwd op de lering die is getrokken uit de huidige CEF en de recente tussentijdse evaluatie van de CEF, die als belangrijkste bron van gegevens is gebruikt (in aanvulling op de resultaten van de openbare raadpleging in het kader van een reeks openbare raadplegingen over het volledige spectrum van de toekomstige EU-financiering en gericht overleg met belanghebbenden over synergieën en hernieuwbare energie).

Aan de hand van de opgedane ervaring en gelet op de nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen (met name inzake digitalisering) is nagegaan of de doelstellingen voor de voortzetting van het programma moesten worden bijgestuurd. De uitdagingen voor het nieuwe CEF-programma werden beschreven en er is onderzocht hoe de CEF zou kunnen bijdragen aan de gemeenschappelijke doelstellingen van het MFK, zoals vereenvoudiging, meer flexibiliteit en betere prestaties. De structuur en de prioriteiten, de kalibratie met de huidige CEF en het verwachte uitvoeringsmechanisme werden besproken in het licht van de daadwerkelijke verwezenlijking van de vastgestelde doelstellingen. Alternatieve opties voor de tenuitvoerlegging werden beoordeeld, met name in het licht van de uitbreiding van de werkingssfeer van het programma, zowel voor de digitale pijler als voor de grensoverschrijdende projecten op het gebied van hernieuwbare energie.


In de effectbeoordeling is ook gezocht naar opties en mogelijkheden om de synergieën tussen de sectoren van het programma te versterken. Er is specifiek nagegaan of gezamenlijke werkprogramma’s kunnen worden vastgesteld die specifieke prioriteiten van verschillende sectoren bestrijken en komaf maken met de obstakels die synergieën in de huidige periode in de weg stonden, met name wat betreft de regels inzake subsidiabiliteit.

Het voorstel van de Commissie is een exacte vertaling van de optie die in de effectbeoordeling als beste naar voren kwam.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Als onderdeel van de algemene vereenvoudigingsmaatregelen van de Commissie in het kader van het MFK voor de periode na 2020, zullen de algemene vereenvoudigingsinspanningen ook een impact hebben op de uitvoering van de CEF. De Commissie gaf het startschot voor de voorbereiding van het volgende MFK met de publicatie van het Witboek over de toekomst van Europa in maart 2017. De volgende stappen waren de publicatie van de discussienota over de toekomst van de EU-financiën in juni 2017 en de richtsnoeren over vereenvoudigde basisbesluiten voor programma’s, die in november/december 2017 door DG BUDG zijn gepubliceerd. De resultaten van dit politieke proces zorgden voor een top-down-sturing voor het volgende MFK, hetgeen een invloed zal hebben op de opzet van de CEF voor de programmeringsperiode na 2020.

In het algemeen is de vereenvoudiging van de CEF-verordening voor de periode na 2020 gebeurd overeenkomstig de hierboven beschreven horizontale richtsnoeren. Dat spoort met alle andere financieringsprogramma’s en zal derhalve gevolgen hebben voor de nieuwe CEF en met name de vereenvoudiging van kostenopties, medefinancieringspercentages, betrokkenheid van belanghebbenden, de ontwikkeling van programmadoelstellingen, monitoring en verslaglegging. Voorts wordt het juridisch kader van de CEF verder vereenvoudigd middels het stroomlijnen van de CEF-verordening en de mogelijkheid om voorwaarden en voorschriften te delegeren aan werkprogramma’s, waardoor verdere synergieën tussen de drie sectoren worden gefaciliteerd en de CEF in staat wordt gesteld in te spelen op toekomstige behoeften.

De vereenvoudiging van het programma zal de regelgevingsdruk en de nalevingskosten voor de belanghebbenden die bij het programma zijn betrokken doen dalen en dus een positief effect hebben op het Europees concurrentievermogen van de betrokken sectoren. Dit maakt tevens de weg vrij voor een verdere digitalisering overeenkomstig de richtsnoeren voor betere regelgeving en overeenkomstig de digitale ondersteuning die reeds beschikbaar is voor de uitvoering van het programma (TENtec-informatiesysteem).

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

3.

Het voorstel van de Commissie voor de Connecting Europe Facility voorziet in de volgende bedragen:


Connecting Europe Facility 2021-2027

(bedragen in lopende prijzen – EUR)
Vervoer:

4.

Met inbegrip van:


5.

Algemene middelen


6.

Bijdrage uit het Cohesiefonds:


7.

Steun voor militaire mobiliteit:

30 615 493 000


8.

12 830 000 000


9.

11 285 493 000


10.

6 500 000 000

Energie8 650 000 000
Digitalisering3 000 000 000
Totaal42 265 493 000

Op basis van de positieve ervaringen met de uitvoering van het huidige CEF-programma, stelt de Commissie voor om de uitvoering van het nieuwe programma, voor de drie CEF-sectoren, voort te zetten met direct beheer door de Europese Commissie en het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken (INEA).

Zoals beschreven in het financieel memorandum, dekt de voorgestelde begroting alle noodzakelijke operationele uitgaven voor de uitvoering van het programma, alsmede de personeelskosten en andere administratieve uitgaven voor het beheer van het programma.

5. OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De uitvoering van het programma wordt gedelegeerd aan het INEA, met uitzondering van bepaalde programmaondersteunende acties die rechtstreeks door de bevoegde directoraten-generaal zullen worden beheerd.

In de tussentijdse evaluatie 15 van de huidige CEF 2014-2020 werd gesteld dat "het rechtstreekse beheer van CEF-subsidies zeer efficiënt is gebleken, met een sterke projectenpijplijn, een competitieve selectieprocedure, aandacht voor de beleidsdoelstellingen van de EU, een gecoördineerde uitvoering en de volledige betrokkenheid van de lidstaten. Het uitvoerend agentschap INEA geniet een zeer goede reputatie wat betreft het financieel beheer van de CEF en de optimalisering van de begroting. Dat is vooral te danken aan de flexibiliteit die het aan de dag legt bij het snel herbestemmen van niet uitgegeven middelen voor de financiering van nieuwe acties.”

Daarom wordt voorgesteld om het huidige uitvoeringsmechanisme te handhaven. Wel wordt gezorgd voor een vereenvoudiging en meer flexibiliteit.

Ten opzichte van de CEF 2014-2020, wordt een eenvoudiger maar robuuster prestatiekader gecreëerd om erop toe te zien dat de doelstellingen van het programma worden verwezenlijkt en dat het programma bijdraagt aan de doelstellingen van het EU-beleid. De indicatoren om toe te zien op de tenuitvoerlegging en voortgang van het programma hebben met name betrekking op:

·Efficiënte en onderling verbonden netwerken en infrastructuur voor slimme, duurzame, inclusieve, veilige en beveiligde mobiliteit alsmede de aanpassing aan de militaire mobiliteitsbehoeften;

·bijdrage aan betere onderlinge verbindingen en integratie van de markten, de continuïteit van de energievoorziening en duurzame ontwikkeling door de decarbonisatie mogelijk te maken; bijdrage aan grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van hernieuwbare energie;

·bijdragen tot de uitrol van infrastructuur voor digitale connectiviteit in de hele EU.


Het INEA zal tijdens de uitvoering en evaluatie van de ondersteunde acties de nodige gegevens verzamelen. Daartoe worden in de voorwaarden voor het aanvragen van een subsidie en de modelsubsidieovereenkomst evenredige eisen opgenomen voor aanvragers en begunstigden om de nodige gegevens te verstrekken.

De Commissie zal een tussentijdse en een ex-post evaluatie uitvoeren om de efficiency, effectiviteit, relevantie, samenhang en meerwaarde van het programma te beoordelen overeenkomstig artikel 34, lid 3, van het Financieel Reglement.

De Commissie zal de conclusies van de evaluaties samen met haar opmerkingen meedelen aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 – Voorwerp

Dit artikel beschrijft het voorwerp van de verordening, namelijk de invoering van de CEF.

Artikel 2 – Definities

In dit artikel staan de definities van de verordening.

Artikel 3 – Doelstellingen

In dit artikel wordt de algemene doelstelling van het programma beschreven, met de nadruk op synergieën tussen de vervoers-, energie- en digitale sector, aangevuld met specifieke doelstellingen voor elke sector.

Artikel 4 – Begroting

In dit artikel is de totale begroting voor het programma vastgesteld. De begroting is onderverdeeld in vervoer (m.i.v. overdrachten uit het Cohesiefonds en steun voor militaire mobiliteit van de cluster defensie), energie en digitalisering.

Dit artikel bevat tevens een bepaling ter dekking van de noodzakelijke uitgaven voor plannings-, monitorings-, controle-, audit-, evaluatie- en andere activiteiten; noodzakelijke studies, vergaderingen van deskundigen, IT-instrumenten, en andere technische en administratieve bijstand die noodzakelijk is voor het beheer van het programma.

In dit artikel is ook bepaald dat de uitgaven voor acties vanaf 1 januari 2021 subsidiabel zijn via de eerste werkprogramma’s.

In dit artikel is bepaald dat de nationale toewijzingen 70 % van de overdracht van het Cohesiefonds in de vervoersector zullen vertegenwoordigen en dat dit aandeel tot en met 31 december 2023 gehandhaafd wordt. Bovendien wordt bepaald dat de lidstaten kunnen verzoeken dat de onder gedeeld beheer aan hen toegewezen middelen worden overgedragen naar de CEF.

Artikel 5 – Deelname van derde landen aan het programma

Dit artikel bevat de voorwaarden waaronder derde landen aan het programma kunnen deelnemen.

Artikel 6 – Uitvoering en vormen van EU-financiering

In dit artikel wordt de beheersmethode van de CEF gedefinieerd als direct beheer in de vorm van subsidies en overheidsopdrachten, alsook in de vorm van financiële instrumenten in het kader van blendingverrichtingen. De uitvoering van het programma kan worden gedelegeerd aan een uitvoerend agentschap.

Artikel 7 – Grensoverschrijdende projecten op het gebied van hernieuwbare energie

Dit artikel heeft betrekking op de selectie van grensoverschrijdende projecten op het gebied van hernieuwbare energie en de specifieke subsidiabiliteitscriteria voor dergelijke projecten.

Artikel 8 – Projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van infrastructuur voor digitale connectiviteit.

Dit artikel betreft de selectie van infrastructuurprojecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van digitale connectiviteit en de specifieke subsidiabiliteits- en prioriteitscriteria voor de ondersteuning van die projecten via het programma.

Artikel 9 – Subsidiabele acties

In dit artikel wordt voor elke specifieke doelstelling bepaald welke acties in aanmerking komen voor financiële bijstand uit hoofde van de verordening.

Dit artikel omvat een bepaling die ruimte laat voor flexibiliteit voor acties die niet alleen bijdragen aan de specifieke doelstellingen van het programma maar ook bijdragen aan het faciliteren van synergieën tussen de vervoers-, energie- en digitale sector.

Artikel 10 – Synergieën

Dit artikel bevat de bepalingen die van toepassing zijn op sectoroverschrijdende synergieacties via hetzij sectoroverschrijdende werkprogramma’s, hetzij medefinanciering van aanvullende onderdelen bij een actie mits bepaalde in dit artikel genoemde voorwaarden zijn vervuld.

Artikel 11 – Subsidiabele entiteiten

In dit artikel zijn de criteria vastgesteld waaronder personen en entiteiten een beroep kunnen doen op het programma. In het artikel is bepaald dat in werkprogramma’s aanvullende voorwaarden kunnen worden opgenomen, zoals de instemming van de lidstaat met het voorstel.

Artikel 12 – Subsidies

In dit artikel is bepaald dat CEF-subsidies worden toegekend en beheerd overeenkomstig het Financieel Reglement.

Artikel 13 – Selectiecriteria

Dit artikel bevat voor de drie sectoren gemeenschappelijke bepalingen inzake de selectiecriteria voor de beoordeling van een voorstel.

Het artikel bevat specifieke voorschriften waardoor in de vervoerssector beter rekening kan worden gehouden met de corridoraanpak en, in voorkomend geval, met de werkplannen voor de corridors en uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EU) nr. 1315/2013 en met het advies van de verantwoordelijke Europese coördinator uit hoofde van artikel 45, lid 8, van diezelfde verordening.

Artikel 14 – Medefinancieringspercentage

In dit artikel zijn voor alle sectoren de maximale medefinancieringspercentages vastgesteld. Er zijn ook maximale medefinancieringspercentages vastgesteld voor sectoroverschrijdende werkprogramma’s die meer dan één sector bestrijken teneinde synergieën te bevorderen.

Dit artikel voorziet ook in een afwijking voor de bedragen die uit het Cohesiefonds zijn overgedragen.

Artikel 15 – Subsidiabele kosten

Dit artikel bevat de subsidiabiliteitscriteria voor kosten, die bovenop artikel 186 van het Financieel Reglement van toepassing zijn.

Artikel 16 – Combinatie van subsidies met andere financieringsbronnen

Dit artikel creëert de mogelijkheid om subsidies te combineren met financiering door de Europese Investeringsbank, nationale stimuleringsbanken, andere ontwikkelingsbanken en openbare financiële instellingen alsmede van particuliere financiële instellingen en investeerders uit de particuliere sector, al dan niet via publiek-private partnerschappen.

Artikel 17 – Verlaging of beëindiging van subsidies

Om een goed financieel beheer te waarborgen en de risico’s die voortvloeien uit grote vertragingen bij omvangrijke infrastructuurprojecten te beperken, is in dit artikel bepaald onder welke voorwaarden subsidies kunnen worden verminderd of ingetrokken. Dat is het geval indien de actie binnen één jaar na de in de subsidieovereenkomst vermelde aanvangsdatum nog niet is gestart of indien uit een voortgangsevaluatie van de actie blijkt dat de uitvoering van de actie zoveel vertraging heeft opgelopen dat de doelstellingen van de actie waarschijnlijk niet zullen worden gehaald.

Artikel 18 – Cumulatieve, aanvullende en gecombineerde financiering

Op grond van dit artikel kan voor een actie waaraan in het kader van het programma steun is toegekend, ook een bijdrage worden toegekend uit een ander EU-programma voor zover die bijdragen niet dezelfde kosten dekken.

Dit artikel biedt de mogelijkheid een voorgestelde maatregel die in het kader van de CEF positief is beoordeeld maar waarvoor geen budgetten beschikbaar zijn te financieren uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) of het Cohesiefonds.

Artikel 19 – Werkprogramma

In dit artikel is bepaald dat het programma wordt uitgevoerd middels door de Commissie via uitvoeringshandelingen overeenkomstig de onderzoeksprocedure vastgestelde werkprogramma’s.

Artikel 20 – Monitoring en rapportering

Dit artikel regelt de link met de bijlage waarin de indicatoren voor de monitoring van het CEF-programma zijn opgenomen. Op grond van dit artikel kunnen die indicatoren worden gewijzigd door middel van een gedelegeerde handeling. Bovendien zal een monitoring- en evaluatiekader worden ontwikkeld om na te gaan welke voortgang het programma boekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen ervan.

Artikel 21 – Evaluatie

Op grond van dit artikel dient de Commissie een tussentijdse en een ex-postevaluatie van het programma uit te voeren en de conclusies daarvan, aangevuld met haar bemerkingen, mee te delen aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Artikel 22 – Comitéprocedure

Dit artikel voorziet in de oprichting van het CEF-Coördinatiecomité als bedoeld in Verordening (EU) nr. 182/2011. Voorts wordt gespecificeerd dat de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing is.

Artikel 23 – Gedelegeerde handelingen

Dit artikel verleent de Commissie de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de delen I, II, III, IV en V van de bijlage.

Artikel 24 – Uitoefening van de delegatie

Dit artikel bevat standaardbepalingen inzake de delegatie van bevoegdheden.

Artikel 25 – Informatie, communicatie en publiciteit

Dit artikel verplicht ontvangers van CEF-financiering om de zichtbaarheid van EU-financiering voor hun acties te waarborgen; de Commissie dient te communiceren over de CEF-acties en resultaten.

Artikel 26 – Bescherming van de financiële belangen van de Unie

Dit artikel heeft betrekking op de bevoegdheid van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer in verband met derde landen die met het programma zijn geassocieerd.

Artikel 27 – Intrekkings- en overgangsbepalingen

Bij dit artikel worden de voormalige CEF-verordening (Verordening (EU) nr. 1316/2013) en Verordening (EU) nr. 283/2014 betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur ingetrokken.

Het bevat eveneens overgangsbepalingen met betrekking tot de CEF-acties en technische en administratieve bijstand.


Artikel 28 – Inwerkingtreding

Op grond van dit artikel is de verordening van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Bijlage — deel I — Indicatoren

Dit deel van de bijlage bevat de lijst van indicatoren die worden gebruikt om de voortgang van het programma te monitoren en te toetsen aan zijn algemene en specifieke doelstellingen.

Bijlage — deel II — Indicatieve percentages voor de vervoerssector

Dit deel van de bijlage bevat indicatieve percentages voor de verdeling van de middelen in de sector vervoer.

Bijlage — deel III — Kernnetwerkcorridors voor en vooraf geselecteerde delen; Vooraf geselecteerde delen van het uitgebreide netwerk

Dit deel van de bijlage beschrijft het tracé van de kernnetwerkcorridors, met inbegrip van de vooraf geselecteerde delen, en bevat een indicatieve lijst van grensoverschrijdende trajecten van het uitgebreide netwerk.

Bijlage – deel IV – Selectie van grensoverschrijdende projecten op het gebied van hernieuwbare energie

1.

Dit deel van de bijlage bevat de criteria en de procedure voor de selectie van grensoverschrijdende projecten op het gebied van hernieuwbare energie


Bijlage — deel V — Infrastructuurprojecten van algemeen belang ten behoeve van de digitale connectiviteit

Dit deel van de bijlage bevat een indicatieve lijst van de vooraf geselecteerde projecten van gemeenschappelijk belang ten behoeve van de digitale connectiviteit.