Toelichting bij COM(2018)205 - Standpunt EU betreffende een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst (De voorbereidende actie van de Unie inzake defensieonderzoek)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER in de bijlage bij het voorstel voor een besluit van de Raad beoogt de wijziging van protocol 31 bij de EER-overeenkomst met het oog op de voortzetting van de deelname van de EER-EVA-staten (Noorwegen) aan de voorbereidende actie van de Unie inzake defensieonderzoek (hierna 'voorbereidende actie' genoemd) in het begrotingsjaar 2018.

Aangezien Liechtenstein en IJsland hun belangstelling niet kenbaar hebben gemaakt om deel te nemen aan deze voorbereidende actie, heeft het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER derhalve alleen betrekking op Noorwegen.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Volgens artikel 78 van de EER-overeenkomst versterken en verbreden de overeenkomstsluitende partijen de samenwerking in het kader van de werkzaamheden van de Europese Unie op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling. De Commissie, die momenteel uitsluitend O&O voor civiel of tweeërlei gebruik financiert met middelen uit het Horizon 2020-programma, beschouwt de voorbereidende actie als een belangrijk instrument om na te gaan welke toegevoegde waarde wordt geboden door defensiegerelateerd onderzoek dat met middelen uit de EU-begroting wordt gefinancierd. 

Noorwegen heeft reeds in 2017 deelgenomen aan de voorbereidende actie. Daarnaast had Noorwegen een samenwerkingsovereenkomst gesloten met het Europese Defensieagentschap en de gerelateerde richtlijn betreffende overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied (Richtlijn 2009/81/EG) is reeds in 2014 in de EER-overeenkomst opgenomen.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Gezamenlijk defensieonderzoek in innovatieve technologieën, producten en diensten is cruciaal om het concurrentievermogen in de defensiesector op lange termijn en uiteindelijk ook de strategische autonomie van Europa veilig te stellen. Derhalve levert de samenwerking met Noorwegen een positieve bijdrage aan de inspanningen van de EU op dit terrein.

De Commissie is zich ervan bewust dat de voorbereidende actie onderdeel is van haar beleid met betrekking tot de interne markt, de industrie en het onderzoek. Verdere verdieping van de samenwerking op dit terrein strookt dus met de doelstellingen van de EER-overeenkomst.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Artikel 54, lid 2, onder b), artikel 84, lid 2, en artikel 124 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 1 in samenhang met artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 2 betreffende bepaalde wijzen van toepassing van de EER-overeenkomst, waarin wordt bepaald dat de Raad met betrekking tot dit soort besluiten op voorstel van de Commissie het standpunt van de Unie vaststelt, vormen de rechtsgrondslagen van het voorstel.

De Commissie dient in samenwerking met de EDEO het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER bij de Raad in met het oog op vaststelling van het standpunt van de Unie. De Commissie hoopt dit standpunt zo spoedig mogelijk in het Gemengd Comité van de EER te kunnen uiteenzetten.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

De doelstelling van het voorstel, namelijk te zorgen voor samenwerking met de EER-EVA-staten op het gebied van defensieonderzoek door een deelname aan een voorbereidende actie die met middelen uit de EU-begroting wordt gefinancierd, kan onvoldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt en kan derhalve, gezien de gevolgen van de maatregelen, beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt.

Evenredigheid

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaat dit voorstel niet verder dan hetgeen nodig is om zijn doelstelling te verwezenlijken - de samenwerking in het kader van de werkzaamheden van de Unie op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling versterken en verbreden. 

Keuze van het instrument

Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst is voor een besluit van het Gemengd Comité van de EER gekozen. Het Gemengd Comité van de EER ziet toe op de doeltreffende uitvoering en werking van de EER-overeenkomst. Het neemt besluiten in de gevallen waarin deze overeenkomst voorziet.

3. RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Niet van toepassing. 

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Noorwegen levert een financiële bijdrage aan begrotingsonderdeel 02 04 77 03: 'Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek'. Het exacte bedrag wordt vastgesteld zodra dit besluit van de Raad is vastgesteld.

5. OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Overeenkomstig het begrotingsbeleid van de EU kan slechts worden deelgenomen aan een EU-activiteit nadat de desbetreffende financiële bijdrage is betaald. De betaling kan evenwel slechts plaatsvinden nadat dit ontwerpbesluit van de Raad is goedgekeurd en de hieruit voortvloeiende door de Europese Commissie opgestelde afroeping van de bedragen door de EER-EVA-staten is ontvangen.

Om de periode tussen januari 2018 en de ontvangst van de desbetreffende betaling te overbruggen wordt het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité derhalve vanaf januari 2018 met terugwerkende kracht van toepassing.

De terugwerkende kracht doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de betrokken personen en neemt het beginsel van het gewettigd vertrouwen in acht.