Toelichting bij COM(2015)50 - Sluiting van het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Op de Ministeriële Conferentie van 1996 te Singapore is handelsfacilitatie aan het werkprogramma van de WTO toegevoegd.

Het startschot voor de Doha-ronde van handelsbesprekingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (ook wel de Ontwikkelingsagenda van Doha of 'DDA' genoemd) viel in 2001; de besprekingen bestreken een breed scala aan onderwerpen, waaronder landbouw, industriële goederen, diensten, subsidies voor de industrie en ontwikkeling. De onderhandelingen over handelsfacilitatie zijn evenwel pas na juli 2004 van start gegaan, toen de Algemene Raad van de WTO zijn goedkeuring hechtte aan het 'Kaderpakket van de WTO-Doha-ronde', met een bijlage D met het onderhandelingskader voor handelsfacilitatie.

Vanaf de start van de onderhandelingen over handelsfacilitatie luidde het mandaat om de ter zake dienende aspecten van verschillende artikelen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994 ("GATT 1994"), te weten artikel V (Vrijheid van doorvoer), artikel VIII (Retributies en formaliteiten bij in- en uitvoer) en artikel X (Bekendmaking en uitvoering van handelsregelingen), te verduidelijken en te verbeteren met als doel het verkeer, de vrijgave en de vrijmaking van goederen, met inbegrip van goederen in doorvoer, verder te bespoedigen. Daarnaast hield het mandaat in dat 'in het kader van de onderhandelingen ook ernaar wordt gestreefd regels op te stellen voor een doeltreffende samenwerking tussen de douaneautoriteiten of alle andere bevoegde autoriteiten op het gebied van handelsfacilitatie en naleving van de douanevoorschriften'. Ten slotte moest volgens het mandaat bij de uitkomst van de onderhandelingen tevens ten volle rekening worden gehouden met het beginsel van speciale en gedifferentieerde behandeling van ontwikkelingslanden en minst ontwikkelde landen. Dit houdt onder meer in dat de omvang van de verplichtingen en het tijdschema voor het aangaan daarvan worden gerelateerd aan de uitvoeringscapaciteiten van de Leden die ontwikkelingsland zijn en de Leden die minst ontwikkeld land zijn.

Tijdens de 9e Ministeriële Conferentie van de WTO (MC9), die van 3 tot en met 6 december 2013 heeft plaatsgevonden, is er consensus bereikt over een reeks onderwerpen die op de DDA stonden, onder meer over de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie. In dit verband was de voornaamste uitkomst van MC9 het Ministerieel Besluit inzake handelsfacilitatie (WT/MIN(13)/36 WT/L/911), waarbij:

· de onderhandelingen over de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie werden afgesloten, onder voorbehoud van inhoudelijke juridische toetsing;

· een Voorbereidend Comité voor handelsfacilitatie werd ingesteld dat zorg moest dragen voor de snelle inwerkingtreding van de overeenkomst en voorbereidingen moest treffen met het oog op de doeltreffende werking van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie zodra die in werking treedt;

· de ministers de Algemene Raad opdroegen een protocol aan te nemen waarbij de overeenkomst wordt ingevoegd in bijlage 1A bij de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, en het protocol tot en met 31 juli 2015 open te stellen voor aanvaarding.

De inhoudelijke juridische toetsing van de overeenkomst werd in de eerste helft van 2014 voltooid. Het was de bedoeling dat het protocol uiterlijk eind juli 2014 werd aangenomen; in de Algemene Raad van de WTO op 24-25 juli werd de aanneming van het protocol evenwel geblokkeerd door een Lid dat niet tevreden was met de vorderingen op het gebied van de programma's voor overheidsvoorraden (die het voorwerp waren van een ander ministerieel besluit in Bali). Na harde onderhandelingen tussen met name India en de VS werd in november 2014 een akkoord bereikt waarmee de impasse werd doorbroken.

Op 26 november 2014 heeft de Algemene Raad derhalve zijn goedkeuring gehecht aan het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, en het protocol overeenkomstig zijn interne procedures opengesteld voor aanvaarding door elk WTO-lid. Het protocol treedt in werking overeenkomstig artikel X, lid 3, van de WTO-Overeenkomst en wordt voor de Leden die het hebben aanvaard van kracht na aanvaarding door twee derde van de WTO-leden.

3.

2. RESULTATEN VAN DE ONDERHANDELINGEN


De Overeenkomst inzake handelsfacilitatie is de eerste overeenkomst in de geschiedenis van de WTO die een reeks maatregelen bevat ter verbetering van het grensoverschrijdende verkeer van goederen door middel van meer transparantie, stroomlijning van de douaneprocedures en terugdringing van de bureaucratische rompslomp. Ten aanzien van ontwikkelingslanden voorziet de overeenkomst tevens in innovatieve flexibiliteitsinstrumenten die standaardelementen kunnen worden van toekomstige overeenkomsten houdende normatieve bepalingen. De door de overeenkomst geboden voordelen werden zeer aanzienlijk geacht. Volgens ramingen aan de hand van de OECD Trade Facilitation Indicators zouden door de volledige toepassing van alle maatregelen van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie de totale kosten van de handel in ontwikkelde landen met 10 % en in ontwikkelingslanden met 13-15,5 % verminderen.

De overeenkomst is opgebouwd uit twee afdelingen:

· Afdeling I bevat bepalingen voor de bespoediging van het verkeer, de vrijgave en de vrijmaking van goederen; hierin worden de desbetreffende artikelen (V, VIII en X) van de GATT 1994 verduidelijkt en verbeterd.

· Afdeling II bevat bepalingen inzake speciale en gedifferentieerde behandeling voor ontwikkelingslanden en minst ontwikkelde landen, die zijn bedoeld om deze landen te helpen bij de toepassing van de bepalingen van de overeenkomst.

De in afdeling I behandelde verplichtingen zijn ruim en handelen over de bekendmaking van wetten, regelingen en procedures, onder meer op het internet; voorafgaande besluiten; retributies en heffingen; verwerking van goederen vóór aankomst; gebruikmaking van elektronische betaling; snelle vrijgave van goederen; handelsfacilitatiemaatregelen voor erkende marktdeelnemers; snelle vrijgave van versnelde zendingen en aan bederf onderhevige goederen; minder formaliteiten en documentatievereisten; bevordering van het gebruik van een éénloketsysteem; uniforme toepassing van grensprocedures; tijdelijke invoer van goederen; verbeterde en vereenvoudigde procedures bij doorvoer; en douanesamenwerking.

Daarnaast biedt de overeenkomst unieke flexibiliteitsinstrumenten inzake speciale en gedifferentieerde behandeling voor steun aan ontwikkelingslanden en minst ontwikkelde landen bij het invoeren van hervormingen op het gebied van handelsfacilitatie. Zodra de overeenkomst in werking treedt, is zij in al haar onderdelen verbindend voor de ontwikkelde landen; desalniettemin wordt daarin erkend dat sommige leden die ontwikkelingsland of minst ontwikkeld land zijn technische bijstand nodig hebben voordat zij sommige verplichtingen kunnen uitvoeren die krachtens de overeenkomst op hen rusten. Bijgevolg is overeengekomen dat de leden die ontwikkelingsland of minst ontwikkeld land zijn hun verplichtingen indelen in verschillende categorieën die elk voorzien in een verschillend tempo voor de uitvoering van de verplichtingen.

Elk ontwikkelingsland en elk minst ontwikkeld land bepaalt zelf het tijdschema voor de uitvoering van zijn verplichtingen en het tijdstip waarop die ingaan, aan de hand van de volgende categorieën:

· categorie A: verplichtingen die een Lid heeft aangewezen voor uitvoering bij de inwerkingtreding van de overeenkomst;

· categorie B: verplichtingen die een Lid heeft aangewezen voor uitvoering na afloop van een overgangsperiode;

· categorie C: verplichtingen die een Lid heeft aangewezen voor uitvoering na afloop van een overgangsperiode en zodra uitvoeringscapaciteit is verworven via de verstrekking van technische bijstand en ondersteuning voor capaciteitsopbouw.

Een groot aantal ontwikkelingslanden heeft reeds kennis gegeven van de verplichtingen die zij hebben aangewezen voor indeling in categorie A.

Er is een complexe procedure voor vroegtijdige waarschuwing opgezet voor situaties waarin een land moeilijkheden ondervindt om de vereiste ondersteuning te verkrijgen of moeilijkheden ondervindt bij de uitvoering zonder technische bijstand, en genoodzaakt is bepaalde verplichtingen van categorie B naar categorie C te verschuiven. Alle verplichtingen die ter kennis zijn gebracht van het Comité voor handelsfacilitatie worden aan de overeenkomst gehecht en maken integrerend deel daarvan uit.

De Overeenkomst inzake handelsfacilitatie treedt in werking nadat zij door twee derde van de WTO-leden is aanvaard. Het is in het belang van de Europese Unie en de overige leden van de WTO dat de overeenkomst snel in werking treedt en op korte termijn wordt uitgevoerd, aangezien de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie zal bijdragen tot de economische ontwikkeling van alle leden van de WTO.

1.

Juridische elementen van het voorstel



Rechtsgrondslag



De Overeenkomst inzake handelsfacilitatie heeft als hoofddoelstellingen de douaneprocedures te vereenvoudigen en ervoor te zorgen dat de handelsstromen zo vlot en voorzienbaar mogelijk verlopen. Derhalve bestrijkt de overeenkomst aangelegenheden die onder de gemeenschappelijke handelspolitiek vallen. De rechtsgrondslag voor dit voorstel is artikel 207, lid 4, in samenhang met artikel 218, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

4.

Voorgestelde maatregelen


Artikel 218, lid 6, VWEU bepaalt dat de Raad, op voorstel van de Commissie, het besluit houdende sluiting van de overeenkomst vaststelt, na goedkeuring door het Europees Parlement. Met dit voorstel wordt de Raad verzocht het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie te sluiten. Het Europees Parlement zal worden verzocht met de sluiting van het protocol in te stemmen.

2.

Gevolgen voor de begroting



Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.