Toelichting bij COM(2013)896 - Aanpassing met ingang van 1 juli 2012 van de beloning en pensioenen van personeel van de EU, met inbegrip van alle correcties

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

Achtergrond van het voorstel

Motivering en doel van het voorstel


Na het arrest van het Europees Hof van Justitie van 19 november 2013 in de zaak C-63/12 moet de Commissie een nieuw voorstel indienen op basis van artikel 10 van bijlage XI bij het Statuut. Overeenkomstig dit artikel moet de Commissie passende voorstellen indienen bij het Europees Parlement en de Raad, die een besluit nemen overeenkomstig artikel 336 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Op 31 augustus 2012 heeft de Commissie bij de Raad een verslag betreffende de uitzonderingsclausule (artikel 10 van bijlage XI bij het Statuut) (COM(2012) 476) ingediend en op 5 december 2012 heeft zij een werkdocument van de diensten van de Commissie met betrekking tot de uitzonderingsclausuele bij de Raad ingediend (SWD (2012) 428). Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat wanneer de beoordelingen die de Commissie en de Raad hebben verricht tot tegengestelde conclusies hebben geleid, de Commissie verplicht is om aan het Europees Parlement en de Raad passende voorstellen op grond van dit artikel voor te leggen, om het Parlement in het besluitvormingsproces te betrekken en de wetgevers in staat te stellen een beslissing te nemen over passende maatregelen in het licht van de bestaande sociaaleconomische toestand binnen de Unie (overweging 76). Volgens het arrest beschikt de Commissie over een beoordelingsmarge ten aanzien van het passende karakter van de voorstellen, gelet op de sociaaleconomische gegevens en, in voorkomend geval, andere factoren die in aanmerking moeten worden genomen, zoals die welke betrekking hebben op het personeelsbeheer en meer bepaald de behoefte tot aanwerving van personeel (overweging 74). In de hierboven vermelde verslagen van de Commissie wordt systematisch verwezen naar een stagnerende economie en een voortdurende crisis alsook naar een aanzienlijk werkloosheidspercentage en hoge overheidsschulden en -tekorten in de Europese Unie, waarbij evenwel niet wordt geconcludeerd dat de voorwaarden bedoeld in artikel 10 van bijlage XI bij het Statuut zijn vervuld. Aangezien het Hof van Justitie van oordeel was dat de Commissie geen beoordelingsmarge heeft om te besluiten al dan niet een beroep te doen op de uitzonderingsclausule met betrekking tot deze criteria, vormt de procedure bedoeld in artikel 10 van bijlage XI bij het Statuut de enige mogelijkheid om bij de aanpassing van de bezoldigingen rekening te houden met een economische crisis en dientengevolge om de in artikel 3, lid 2, van die bijlage vastgelegde criteria buiten toepassing te laten. De Commissie houdt rekening met deze economische en sociale gegevens bij het voorstellen van passende maatregelen om af te wijken van de strikte toepassing van de methode. Tegelijkertijd hebben sinds 2011 een aantal belangrijke ontwikkelingen plaatsgevonden. Het Europees Parlement en de Raad hebben een hervorming van het Statuut goedgekeurd, die onder meer voorziet in een opschorting van de aanpassing van de bezoldigingen, toeslagen en pensioenen in 2013 en 2014, hetgeen resulteert in een bevriezing van de bezoldigingen, toeslagen en pensioenen gedurende twee jaar en verscheidene aanzienlijke wijzigingen in de arbeidsomstandigheden van de personeelsleden van de EU-instellingen zoals maatregelen met betrekking tot de wekelijkse arbeidstijd, de loopbaan, de pensioenen en de verlofdagen, waardoor belangrijke besparingen tot stand komen. Rekening houdend met het resultaat van de normale toepassing van de methode in 2012, de sociaaleconomische toestand, de hervorming van het Statuut alsook de situatie in de voorbije jaren met betrekking tot de aanwerving en beheer van personeel komt de Commissie tot de conclusie dat het onderhavige voorstel alsook het voorstel voor de aanpassing van 2011 passende maatregelen zouden zijn die door de wetgever op grond van artikel 10 van bijlage XI van het Statuut kunnen worden genomen. Overeenkomstig artikel 65 van het Statuut worden de bezoldigingen en pensioenen vóór het einde van elk jaar aangepast. In dit verband vormt de dringende tenuitvoerlegging van de op 19 november 2013 gedane uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak C-63/12 een gegronde reden voor snelle vaststelling van deze verordening. Onderdelen van de nieuwe methode die van belang zijn voor de inhoud van het voorstel Het verslag van Eurostat is op 5 december 2012 bij de Raad ingediend (SWD (2012) 427). Volgens dit verslag is de gemiddelde ontwikkeling van de koopkracht van de bezoldigingen van de nationale ambtenaren voor de referentieperiode, gemeten met de specifieke indicator, gelijk aan -1,1 %. De ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud in Brussel voor de referentieperiode bedraagt 2,8 %. De waarde van de aanpassing is gelijk aan het product van de specifieke indicator en het door Eurostat berekende internationale indexcijfer van Brussel. De voorgestelde aanpassing van de bezoldigingen en pensioenen in België en Luxemburg was derhalve 1,7 %. Het bedrag van de aanpassing moet worden gecorrigeerd om rekening te houden met de bovenvermelde elementen. Wat de strikte toepassing van de methode betreft, acht de Commissie het derhalve passend om de voorgestelde aanpassing van de bezoldigingen en pensioen in België en Luxemburg te verlagen tot 0,9% in plaats van 1,7%.

De economische pariteiten voor de bezoldigingen zorgen voor gelijkwaardigheid in koopkracht van de bezoldigingen tussen de referentiestad Brussel en de andere standplaatsen. Eurostat heeft deze pariteiten berekend in overleg met de nationale diensten voor de statistiek. De economische pariteiten voor de pensioenen zorgen voor gelijkwaardigheid in koopkracht van de pensioenen tussen het referentieland België en de andere landen van verblijf. Eurostat heeft deze pariteiten berekend in overleg met de nationale diensten voor de statistiek. Voor het parallelle voorstel voor 2011 zou dezelfde benadering resulteren in een aanpassing van 0,9% in plaats van 1,7%. Met de nieuwe voorstellen voor 2011 en 2012 zou het effect van de normale toepassing van de in 2011 en 2012 geldende methode dus eigenlijk met 47% worden verminderd.

Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied


Artikel 65, artikel 10 van bijlage XI en artikel 19 van bijlage XIII van het gewijzigde Statuut

1.

Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling



||

Raadpleging van belanghebbende partijen



Wijze van raadpleging, voornaamste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten Over de elementen van het voorstel is volgens de geldende procedures overleg gepleegd met de vertegenwoordigers van het personeel.

Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden


In het voorstel wordt rekening gehouden met de adviezen van de geraadpleegde partijen.

2.

Gevolgen voor de begroting



De gevolgen van de aanpassing van de bezoldigingen en pensioenen voor de administratieve uitgaven en voor de ontvangsten worden uiteengezet in bijgaand financieel memorandum.