Toelichting bij COM(2007)488-1 - Ondertekening van de overeenkomst met Moldavië inzake de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. POLITIEKE EN JURIDISCHE ACHTERGROND

De Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) die op 28 november 1994 werd ondertekend en op 1 juli 1998 van kracht werd, vormt de rechtsgrond voor de betrekkingen tussen de EU en Moldavië. De PSO biedt de structuur voor een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen.

Sinds de goedkeuring van het actieplan EU-Moldavië in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) in februari 2005 is Moldavië een ENB-partnerland. Nu Roemenië lid is van de EU, grenst Moldavië aan de Unie. Het ENB-actieplan biedt een basis voor aanzienlijk intensievere samenwerking tussen de EU en de Republiek Moldavië op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

Tijdens de frequente contacten hebben de Moldavische autoriteiten herhaaldelijk aangegeven dat zij veel belang hechten aan persoonlijke contacten en visumkwesties; zij hebben een aantal non-papers over de ontwikkelingen op JLS-gebied ingediend.

In het kader van het ENB-actieplan EU-Moldavië is op 7 juni 2006 met de Moldavische autoriteiten een technische ad-hocvergadering gehouden over de mogelijkheden voor visumversoepeling overeenkomstig het Schengenacquis.

Voor de Europese Gemeenschap zijn visumversoepelingsovereenkomsten een nieuw instrument in het kader van het beleid inzake visa voor kort verblijf: in het Haags Programma wordt de Raad en de Commissie verzocht om met het oog op een gemeenschappelijke aanpak te bezien 'of het in het kader van het EG-overnamebeleid wenselijk is de afgifte van visa voor kort verblijf aan onderdanen van derde landen per geval te vergemakkelijken, indien mogelijk en op basis van wederkerigheid, als onderdeel van een reëel partnerschap in het kader van de externe betrekkingen, waarvan migratievraagstukken een onderdeel vormen'. De EU heeft dit instrument ontwikkeld en voor het eerst gebruikt in haar betrekkingen met Rusland en Oekraïne, en later ook in die met Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië.

In december 2005 hebben de lidstaten, op het niveau van het Coreper, overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijke aanpak voor de ontwikkeling van het EU-beleid inzake de versoepeling van de visumplicht en vastgesteld op basis van welke criteria moet worden besloten onderhandelingen met derde landen te beginnen over de versoepeling van de visumafgifte.

De Raad JBZ van 24 juli 2006 heeft de Commissie verzocht in de desbetreffende organen van de Raad met de lidstaten overleg te plegen over de mogelijkheid onderhandelingen op gang te brengen over een visumversoepelings- en een overnameovereenkomst met Moldavië. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Commissie een non-paper opgesteld met een analyse van de criteria die zijn vastgesteld in de gemeenschappelijke aanpak van de versoepeling van de visumafgifte en heeft zij in de desbetreffende werkgroepen van de Raad met de lidstaten overlegd. Dit overleg leverde een gunstig resultaat op.

Nadat de Raad de Commissie daartoe op 19 december 2006 had gemachtigd, begonnen op 9 februari 2007 in Brussel de onderhandelingen met de Republiek Moldavië over de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf, tegelijk met de onderhandelingen over een overnameovereenkomst. Bij die bijeenkomst verklaarden de Moldavische autoriteiten echter dat zij niet wilden onderhandelen over visumversoepeling, maar over visumliberalisering. Na verschillende diplomatieke overlegrondes met de Moldavische autoriteiten konden de onderhandelingen echter worden voortgezet en werd op 17 april 2007 in Brussel nog een onderhandelingsronde gehouden, tegelijk met de onderhandelingen over een overnameovereenkomst tussen de EG en de Republiek Moldavië. Aan deze formele onderhandelingsronde gingen twee informele bijeenkomsten van deskundigen vooraf.

Op 25 april 2007 werd de definitieve tekst van de visumversoepelings- en van de overnameovereenkomst geparafeerd in Chisinau.

De Europese Commissie heeft al over een visumversoepelingsovereenkomst onderhandeld met zeven andere derde landen (de Russische Federatie, Oekraïne, Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië). De ervaring die bij deze eerdere onderhandelingen is opgedaan, is nuttig gebleken voor de onderhandelingen met de Republiek Moldavië.

De lidstaten zijn na de formele onderhandelingsronde op 17 april twee maal geïnformeerd en geraadpleegd in de regionale werkgroep van de Raad.

Voor de Gemeenschap is artikel 62, punt 2, onder b), juncto artikel 300 van het EG-Verdrag de rechtsgrond voor de overeenkomst.

De bijgevoegde voorstellen vormen de rechtsinstrumenten voor de ondertekening en de sluiting van de overeenkomst. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Overeenkomstig artikel 300, lid 3, van het EG-Verdrag moet het Europees Parlement formeel worden geraadpleegd over de sluiting van de overeenkomst.

Het voorgestelde besluit betreffende de sluiting van de overeenkomst bevat de noodzakelijke interne regelingen voor de praktische toepassing van de overeenkomst. Er wordt met name in bepaald dat de Europese Commissie, bijgestaan door deskundigen van de lidstaten, de Gemeenschap vertegenwoordigt in het gemengd comité dat bij artikel 12 van de overeenkomst wordt opgericht.

Overeenkomstig artikel 12, lid 4, stelt het gemengd comité zijn reglement van orde vast. Daarbij zal het standpunt van de Gemeenschap worden vertolkt door de Commissie, na raadpleging van een door de Raad aangewezen bijzonder comité.

Europese burgers zijn door de Republiek Moldavië per 1 januari 2007 vrijgesteld van de visumplicht. In de ontwerpovereenkomst inzake versoepeling van de visumafgifte bepaalt artikel 14 dat indien de Republiek Moldavië de visumplicht voor EU-burgers weer invoert, op basis van wederkerigheid voor EU-burgers automatisch dezelfde versoepelingen gelden als die welke krachtens de overeenkomst gelden voor de burgers van de Republiek Moldavië.

2. ONDERHANDELINGSRESULTAAT

De Commissie is van mening dat de doelstellingen die de Raad in de onderhandelingsrichtsnoeren had geformuleerd, zijn bereikt en dat de ontwerpovereenkomst over de versoepeling van de visumafgifte aanvaardbaar is voor de Gemeenschap.

1.

De overeenkomst houdt uiteindelijk het volgende in:


- in beginsel moet voor alle visumaanvragen binnen 10 kalenderdagen worden besloten of al dan niet een visum wordt afgegeven. Deze periode kan worden verlengd tot 30 kalenderdagen indien nader onderzoek nodig is. In dringende gevallen kan de periode voor het nemen van een beslissing worden beperkt tot 2 werkdagen of minder;

- voor het behandelen van een visumaanvraag van burgers van Moldavië wordt 35 euro in rekening gebracht. Deze leges moeten worden betaald door alle burgers van Moldavië die een visum aanvragen, zowel voor enkelvoudige als voor meervoudige visa. Bovendien worden bepaalde categorieën personen vrijgesteld van de visumleges: naaste familieleden, ambtenaren die deelnemen aan regeringsactiviteiten, studenten, gehandicapten, humanitaire gevallen, deelnemers aan culturele en educatieve uitwisselingsprogramma's en sport- of culturele evenementen, journalisten, kinderen die jonger zijn dan 18 jaar en ten laste van de aanvrager komende kinderen van jonger dan 21 jaar, gepensioneerden, chauffeurs die internationaal goederen- en personenvervoer verzorgen en beoefenaars van vrije beroepen;

- voor sommige categorieën personen geldt een vereenvoudiging ten aanzien van de over te leggen documenten betreffende het doel van de reis: leden van officiële delegaties, beoefenaars van vrije beroepen, zakenlieden, chauffeurs die internationaal goederen- en personenvervoer verzorgen, treinpersoneel, journalisten, deelnemers aan wetenschappelijke, culturele en sportieve evenementen, studenten, deelnemers aan uitwisselingsprogramma's, naaste familieleden, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, personen die aanwezig zijn bij een uitvaartplechtigheid, personen die een militaire of civiele begraafplaats bezoeken en personen die om medische redenen komen, hoeven alleen over de in de overeenkomst genoemde documenten te beschikken om hun reis te motiveren. Andere vormen van motivering, uitnodiging of validering die worden voorgeschreven door de wetgeving van de lidstaten zijn niet nodig;

2.

- ook de criteria voor de afgifte van een meervoudig visum zijn vereenvoudigd voor de volgende categorieën personen:


a) aan leden van nationale en regionale regeringen en parlementen, het grondwettelijk hof en de hoogste rechterlijke instantie, permanente leden van officiële delegaties, echtgenoten en kinderen die op bezoek gaan bij burgers van Moldavië die legaal in de lidstaten verblijven, zakenlieden en journalisten kan een visum worden verstrekt dat vijf jaar geldig is (of korter, afhankelijk van de duur van het mandaat of de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning);

b) aan deelnemers van officiële delegaties, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, beoefenaars van vrije beroepen, chauffeurs die internationaal goederen- en personenvervoer verzorgen, treinpersoneel, deelnemers aan officiële wetenschappelijke en culturele uitwisselingsprogramma's en sportevenementen, en studenten mits zij gedurende de twee voorafgaande jaren goed gebruik hebben gemaakt van een meervoudig visum van een jaar en de redenen voor het aanvragen van een meervoudig visum nog steeds gelden, kan een visum worden verstrekt met een geldigheidsduur van minimaal 2 jaar en maximaal 5 jaar;

- burgers van de Republiek Moldavië die houders zijn van een geldig diplomatiek paspoort zijn vrijgesteld van de visumplicht voor een kort verblijf;

- er is een protocol opgesteld waarin wordt bepaald dat de lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen, eenzijdig aan burgers van Moldavië verstrekte Schengenvisa en ‑verblijfsvergunningen kunnen erkennen met het oog op doorreis over hun grondgebied, overeenkomstig Beschikking nr. 895/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 20061. Er is een verwijzing opgenomen naar de toekomstige wijziging van Beschikking nr. 895/2006/EG om deze ook op Bulgarije en Roemenië van toepassing te laten zijn;

- er is een verklaring van de Europese Gemeenschap aan de overeenkomst gehecht over de toegang van visumaanvragers tot informatie en over de harmonisatie van informatieprocedures voor de afgifte van visa voor kort verblijf;

- in antwoord op een specifiek verzoek van de Republiek Moldavië is een verklaring van de Europese Gemeenschap aan de overeenkomst gehecht over vertegenwoordiging en het gemeenschappelijk aanvraagcentrum in Chisinau.

Op alle aangelegenheden die niet bij de overeenkomst zijn geregeld, blijven de normale Schengenregels of de nationale wetgeving van toepassing, zoals op het weigeren van een visum, de erkenning van reisdocumenten, bewijs van voldoende middelen van bestaan, de mogelijkheid om bij twijfel aanvragers uit te nodigen voor een persoonlijk onderhoud, alsmede de bestaande versoepelingsregels voor bonafide reizigers.

De specifieke situatie van Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Ierland wordt belicht in de preambule en in twee gemeenschappelijke verklaringen die aan de overeenkomst zijn gehecht. Ook de nauwe betrokkenheid van Noorwegen en IJsland bij de uivoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis komt tot uiting in een aan de overeenkomst gehechte gemeenschappelijke verklaring.

Omdat de overeenkomst inzake de versoepeling van de visumafgifte en de overnameovereenkomst onderling verband houden, moeten beide overeenkomsten tegelijkertijd worden ondertekend, gesloten en in werking treden.

3. CONCLUSIES

3.

Rekening houdend met de hierboven beschreven resultaten, stelt de Commissie voor dat de Raad:


- besluit dat de overeenkomst namens de Gemeenschap wordt ondertekend en de voorzitter van de Raad machtigt om de persoon/personen aan te wijzen die naar behoren is/zijn gemachtigd om de overeenkomst namens de Gemeenschap te ondertekenen;

- na raadpleging van het Europees Parlement de bijgevoegde overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf goedkeurt.