Toelichting bij COM(2010)33 - Standpunt in het gemengd comité EU-Noorwegen over de wijziging van bijlage II (de lijst van oorsprongverlenende be- en verwerkingen) bij protocol 3 als gevolg van de inwerkingtreding van het geharmoniseerd systeem 2007

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel



De Werelddouaneorganisatie (WCO) heeft haar laatste wijziging van het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, het zogenaamde 'geharmoniseerd systeem', gepubliceerd. Deze wijziging werd van kracht op 1 januari 2007.

De GS-nomenclatuur is een systeem voor de indeling van goederen dat door meer dan 190 landen, waaronder de Europese Unie en haar lidstaten, als basis voor hun douanetarief en de opstelling van internationale handelsstatistieken wordt gebruikt.

De WCO is verantwoordelijk voor het GS en herziet het om de vijf jaar om ervoor te zorgen dat het in overeenstemming is met technische veranderingen of wijzigingen in de internationale handelsstromen.

De lijst die is opgenomen in bijlage II van het protocol betreffende de definitie van het begrip 'producten van oorsprong' en de methoden van administratieve samenwerking (het 'protocol inzake de oorsprong') bij de overeenkomsten van de toenmalige EG met derde landen is op het GS gebaseerd.

Voor de thans geldende overeenkomsten is bijlage II gebaseerd op de GS-versie van 2002. Daar sommige wijzigingen die in de versie van 2007 zijn opgenomen gevolgen hebben voor de lijst met oorsprongsregels, is bijlage II bij de protocollen inzake de oorsprong gewijzigd teneinde de status quo op het gebied van de oorsprongsregels te handhaven, daar de herzieningen van de GS nooit ten doel hebben de oorsprongsregels te wijzigen.

De wijzigingen hebben betrekking op zeven hoofdstukken van de GS, namelijk 28 (anorganische chemische producten), 30 (farmaceutische producten), 38 (diverse producten van de chemische industrie), 65 (hoofddeksels), 84 en 85 (machines) en 95 (speelgoed).

Deze wijzigingen zijn besproken door de deskundigen in de pan-Euro-med-werkgroep die bestaat uit vertegenwoordigers van de Europese Commissie, de lidstaten, de EVA-landen (Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland), het EVA-secretariaat, Turkije, de Faeröer, Andorra en San Marino en de landen die deelnemen een het EU-mediterrane partnerschap, gebaseerd op de Verklaring van Barcelona van 1995.

Algemene context



De herziening van de GS van 2007 is van invloed op de preferentiële oorsprongsregels. Dit heeft geleid tot de wijziging van de oorsprongsregels in bijlage II bij het protocol inzake de oorsprong bij de overeenkomsten van de toenmalige EG met de volgende derde landen: IJsland, Noorwegen, Zwitserland, de Faeröer, Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) namens de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, Syrië, Tunesië, Turkije (voor landbouwproducten en voor kolen- en staalproducten) en van de Europese Economische Ruimte.

Bijlage II bij elk protocol inzake de oorsprong is voor alle bovenbedoelde overeenkomsten steeds hetzelfde. De ontwerp-besluiten tot wijziging van bijlage II worden goedgekeurd door de betrokken associatieraad of het soortgelijke orgaan waarin de verschillende overeenkomsten voorzien. Daarom gaat één bijlage II hierbij en veertien ontwerp-besluiten.

Wat de overeenkomst tussen de EG en Zwitserland betreft, is momenteel een schriftelijke procedure gaande waarbij het besluit van het gemengd comité moet worden goedgekeurd tot wijziging van het protocol inzake de oorsprong als gevolg van de wijzigingen van de GS 2007 en de laatste uitbreiding van de Europese Unie. Overeenkomstig de aanvullende overeenkomst betreffende de geldigheid van de overeenkomst tussen de EG en Zwitserland voor het Vorstendom Liechtenstein, is dit besluit eveneens op Liechtenstein van toepassing.

Naast de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, heeft de EU ook bilaterale overeenkomsten met Noorwegen en IJsland die een protocol inzake de oorsprong bevatten met een bijlage II. Als gevolg hiervan moet bijlage II bij deze twee protocollen inzake de oorsprong ook worden aangepast.

Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied



De protocollen inzake de oorsprong bij bovengenoemde overeenkomsten van de EG werden voor de laatste maal gewijzigd om de pan-Europese cumulatie van de oorsprong uit te breiden tot de Mediterrane landen.

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU



De voorgestelde besluiten zijn in overeenstemming met EU-beleid op het gebied van de in- en uitvoer van goederen.

1.

Raadpleging van belanghebbenden en effectbeoordeling



Raadpleging van belanghebbenden



Belanghebbenden werden geraadpleegd in het kader van de pan-Euro-Med-werkgroep en de definitieve tekst van dit voorstel is het resultaat van de besprekingen in deze groep.

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid



Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid.

Effectbeoordeling



Er is geen behoefte aan een effectbeoordeling, daar de voorgestelde wijzigingen louter technisch zijn en het thans geldende protocol inzake de oorsprong niet inhoudelijk wijzigen.

2.

Juridische elementen van het voorstel



Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en)



Bijlage II bij het protocol inzake de oorsprong bij de hierboven genoemde overeenkomsten van de EG met derde landen wordt gewijzigd als gevolg van de inwerkingtreding van het geharmoniseerd systeem 2007. De gehele tekst gaat hierbij.

Rechtsgrond



Artikel 207, lid 4, eerste alinea, in verbinding met artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Subsidiariteitsbeginsel



Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de EU valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

Evenredigheidsbeginsel



Het voorstel is om de volgende reden(en) in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

Er is in onderhavig geval geen andere mogelijkheid. Dit is de meest eenvoudige maatregel die mogelijk is.

Er zijn geen bijkomende financiële en administratieve lasten.

Keuze van instrumenten



Voorgesteld(e) instrument(en): besluit van de Raad.

Andere instrumenten zouden om de volgende reden(en) ongeschikt zijn.

Door de inwerkingtreding van het geharmoniseerd systeem 2007 moet het protocol inzake de oorsprong worden gewijzigd. De oorsprongsregels die zijn opgenomen in het protocol inzake de oorsprong en de bijlagen worden gewijzigd door een besluit van de associatieraad of een soortgelijk orgaan waarin elke overeenkomst voorziet.

3.

Gevolgen voor de begroting



Het voorstel heeft geen gevolgen voor de EU-begroting.

4.

Aanvullende informatie



Er is geen herzienings- of vervalclausule.