Toelichting bij COM(2007)190-1 - Ondertekening van de overeenkomst met Oekraïne inzake de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. POLITIEKE EN JURIDISCHE ACHTERGROND

Oekraïne dringt al geruime tijd aan op een visumversoepelingsregeling voor zijn onderdanen. In het Beleidsactieplan EU-Oekraïne , dat door de samenwerkingsraad EU-Oekraïne op 21 februari 2005 werd goedgekeurd, werd aangekondigd dat de EU en Oekraïne een constructieve dialoog over visumversoepeling zouden opzetten om de toekomstige onderhandelingen over een visumversoepelingsovereenkomst voor te bereiden, daarbij rekening houdend met het feit dat er vorderingen zouden moeten worden geboekt bij de lopende onderhandelingen over een overnameovereenkomst tussen de EG en Oekraïne.

De Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen stemde er in zijn conclusies van 21 februari 2005 mee in om met het oog op de onderhandelingen tussen de EU en Oekraïne voor de volgende EU-Oekraïne-top te onderzoeken hoe en in welk kader de afgifte van visa zou kunnen worden versoepeld terwijl de veiligheidsvoorschriften toch strikt worden nageleefd. In dit verband zou vooruitgang bij de lopende onderhandelingen tussen de EU en Oekraïne over een overnameovereenkomst van doorslaggevend belang blijven.

Bij de ministeriële JLS-trojka met Oekraïne van 25 februari 2005 werd door de Commissie opgemerkt dat Oekraïne zeer veel belang hecht aan een visumversoepelingsregeling en dat zij voornemens was de werkzaamheden voort te zetten overeenkomstig het actieplan EU-Oekraïne.

In de ruimere context van het Haags Programma , dat in november 2004 door de Europese Raad werd goedgekeurd, werd de Raad en de Commissie verzocht om met het oog op een gemeenschappelijke aanpak te bezien 'of het in het kader van het EG-overnamebeleid wenselijk is de afgifte van visa voor kort verblijf aan onderdanen van derde landen per geval te vergemakkelijken, indien mogelijk en op basis van wederkerigheid, als onderdeel van een reëel partnerschap in het kader van de externe betrekkingen, waarvan migratievraagstukken een onderdeel vormen'.

Nadat de Raad de Commissie daartoe op 7 november 2005 had gemachtigd, begonnen op 22 november 2005 in Brussel de onderhandelingen met Oekraïne over de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf, terwijl de onderhandelingen over een overnameovereenkomst werden voortgezet. Op 25 januari 2006, 27 februari 2006, 20 juli 2006 en 10 oktober 2006 werden afwisselend in Kiev en Brussel nog vier onderhandelingsronden gehouden, tegelijk met de onderhandelingen over een overnameovereenkomst. Bovendien werden van tijd tot tijd informele deskundigenvergaderingen belegd om de formele onderhandelingen voor te bereiden.

Bij de laatste formele ronde van 10 oktober 2006 heeft de Commissie Oekraïne een totaalakkoord voorgesteld over beide overeenkomsten. Op 25 oktober heeft de Oekraïense ambassadeur bij de EU de Commissie laten weten dat Oekraïne akkoord ging met het totaalakkoord. De definitieve tekst van de visumversoepelings- en de overnameovereenkomst werd op 27 oktober 2006 geparafeerd op de EU-Oekraïne-top in Helsinki.

De Europese Commissie heeft al een visumversoepelingsovereenkomst gesloten met één ander derde land (de Russische Federatie). De ervaring die bij de eerdere onderhandelingen is opgedaan, is erg nuttig gebleken bij de onderhandelingen met Oekraïne.

De lidstaten zijn gedurende alle fasen van de onderhandelingen regelmatig op de hoogte gehouden en geraadpleegd in werkgroepen en comités van de Raad.

Voor de Gemeenschap is artikel 62, punt 2, onder b), juncto artikel 300 van het EG-Verdrag de rechtsgrond voor de overeenkomst.

De bijgevoegde voorstellen vormen de rechtsinstrumenten voor de ondertekening en de sluiting van de overeenkomst. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid. Overeenkomstig artikel 300, lid 3, van het EG-Verdrag moet het Europees Parlement formeel worden geraadpleegd over de sluiting van de overeenkomst.

Het voorgestelde besluit betreffende de sluiting van de overeenkomst bevat de noodzakelijke interne regelingen voor de praktische toepassing van de overeenkomst. Er wordt met name in bepaald dat de Europese Commissie, bijgestaan door deskundigen van de lidstaten, de Gemeenschap vertegenwoordigt in het gemengd comité dat bij artikel 12 van de overeenkomst wordt opgericht.

Krachtens artikel 12, lid 4, kan het gemengd comité voor de versoepeling van de visumafgifte zijn eigen reglement van orde vaststellen. Daarbij zal het standpunt van de Gemeenschap worden vertolkt door de Commissie, na raadpleging van een door de Raad aangewezen bijzonder comité.

Er zij op gewezen dat president Yushchenko op 31 maart 2005 zijn handtekening heeft gezet onder het besluit over de tijdelijke visumvrijstelling voor burgers van de lidstaten van de Europese Unie en de Zwitserse bondsstaat. Volgens dit besluit geldt de visumvrijstelling voor EU-burgers en Zwitserse onderdanen van 1 mei tot 1 september 2005. Vervolgens werd de visumvrijstelling verlengd en per 1 januari 2006 ook ingevoerd voor onderdanen van IJsland en Noorwegen.

In de ontwerpovereenkomst inzake versoepeling van de visumafgifte bepaalt artikel 1, lid 2, dat indien Oekraïne de visumplicht voor EU-burgers weer invoert, op basis van wederkerigheid voor EU-burgers automatisch dezelfde versoepelingen gelden als die welke krachtens de overeenkomst gelden voor de burgers van Oekraïne.

1.

2. ONDERHANDELINGSRESULTAAT


De Commissie is van mening dat de doelstellingen die de Raad in de onderhandelingsrichtsnoeren had geformuleerd, zijn bereikt en dat de ontwerpovereenkomst over de versoepeling van de visumafgifte aanvaardbaar is voor de Gemeenschap.

De overeenkomst houdt uiteindelijk het volgende in:

- in beginsel moet voor alle visumaanvragen binnen tien kalenderdagen worden besloten of al dan niet een visum wordt afgegeven. Deze periode kan worden verlengd tot 30 kalenderdagen indien nader onderzoek nodig is. In dringende gevallen kan de periode voor het nemen van een beslissing worden beperkt tot 2 werkdagen of minder;

- voor het behandelen van een visumaanvraag van burgers van Oekraïne wordt 35 euro in rekening gebracht. Deze leges moeten worden betaald door alle burgers van Oekraïne die een visum aanvragen, zowel voor enkelvoudige als voor meervoudige visa. Bij dringende aanvragen kan – behalve in bepaalde uitzonderingsgevallen – 70 euro worden aangerekend indien de visumaanvraag en de benodigde documenten pas drie dagen of korter voor vertrek worden ingediend zonder dat hiervoor een reden wordt opgegeven. Bovendien worden bepaalde categorieën personen vrijgesteld van de visumleges: naaste familieleden, ambtenaren die deelnemen aan regeringsactiviteiten, studenten, journalisten, gepensioneerden, kinderen jonger dan 18 jaar, humanitaire gevallen en deelnemers aan culturele en educatieve uitwisselingsprogramma's of sportevenementen;

- voor sommige categorieën personen geldt een vereenvoudiging ten aanzien van de over te leggen documenten betreffende het doel van de reis: naaste familieleden, zakenlieden, leden van officiële delegaties, studenten, deelnemers aan wetenschappelijke, culturele en sportieve manifestaties, journalisten, personen die een militaire of civiele begraafplaats bezoeken, en chauffeurs die internationaal goederen- en personenvervoer verzorgen hoeven alleen over de in de overeenkomst genoemde documenten te beschikken om hun reis te motiveren. Andere vormen van motivering, uitnodiging of validering die worden voorgeschreven door de wetgeving van de lidstaten zijn niet nodig;

- ook de criteria voor de afgifte van een meervoudig visum zijn vereenvoudigd voor de volgende categorieën personen:

a) aan leden van nationale en regionale regeringen en parlementen, constitutionele hoven en hoogste rechterlijke instanties, permanente leden van officiële delegaties, journalisten, zakenlieden en echtgenoten en kinderen die op bezoek gaan bij burgers van Oekraïne die legaal in de lidstaten verblijven kan een visum worden verstrekt dat vijf jaar geldig is (of korter, afhankelijk van de duur van het mandaat of de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning);

b) aan deelnemers aan officiële wetenschappelijke en culturele uitwisselingsprogramma's en sportieve evenementen en aan beroepschauffeurs en treinpersoneel, mits zij gedurende de twee voorafgaande jaren goed gebruik hebben gemaakt van een meervoudig visum van een jaar en de redenen voor het aanvragen van een meervoudig visum nog steeds gelden, kan een visum worden verstrekt met een geldigheidsduur van minimaal 2 jaar en maximaal 5 jaar;

- burgers van Oekraïne die houders zijn van een geldig diplomatiek paspoort zijn vrijgesteld van de visumplicht voor een kort verblijf;

- er is een protocol opgesteld waarin wordt bepaald dat de lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen, eenzijdig aan burgers van Oekraïne verstrekte Schengenvisa en –verblijfsvergunningen kunnen erkennen met het oog op doorreis over hun grondgebied, overeenkomstig Beschikking nr. 895/2006/EG van de Raad van 14 juni 2006[1];

- aan de overeenkomst is een verklaring van de Commissie gehecht over de motivering van de beslissing om een visum te weigeren, waarin wordt verwezen naar de voorschriften hiervoor zijn vastgelegd in het voorstel voor een verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode, dat de Europese Commissie op 19 juli 2006 heeft ingediend[2]. Daarnaast is er een verklaring van de EG aan de overeenkomst gehecht over de toegang van visumaanvragers tot informatie en de harmonisatie van informatieprocedures voor de afgifte van visa voor kort verblijf.

De specifieke situatie van Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Ierland wordt belicht in de preambule en in twee gemeenschappelijke verklaringen die aan de overeenkomst zijn gehecht. Ook de nauwe betrokkenheid van Noorwegen en IJsland bij de uivoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis komt tot uiting in een aan de overeenkomst gehechte gemeenschappelijke verklaring.

Omdat de overeenkomst inzake de versoepeling van de visumafgifte en de overnameovereenkomst onderling verband houden, moeten beide overeenkomsten tegelijkertijd worden ondertekend en gesloten en in werking treden.

2.

3. CONCLUSIES


In het licht van de hierboven beschreven resultaten stelt de Commissie voor dat de Raad:

- besluit dat de overeenkomst namens de Gemeenschap wordt ondertekend en de voorzitter van de Raad machtigt om de persoon/personen aan te wijzen die naar behoren is/zijn gemachtigd om de overeenkomst namens de Gemeenschap te ondertekenen;

- na raadpleging van het Europees Parlement de bijgevoegde overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne inzake de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf goedkeurt.