Toelichting bij COM(2007)593 - Typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(2007)593 - Typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof.
bron COM(2007)593 NLEN
datum 10-10-2007
1) ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel



Doel van het voorstel is geharmoniseerde voorschriften voor de constructie van motorvoertuigen vast te stellen om de goede werking van de interne markt en een hoog niveau van openbare veiligheid en milieubescherming te garanderen.

Voor een goede werking van de interne markt in de EU zijn gemeenschappelijke normen nodig voor de goedkeuring van voertuigen op waterstof. Door maatregelen op communautair niveau te treffen, kan worden voorkomen dat de lidstaten uiteenlopende productnormen vaststellen, wat tot fragmentatie van de interne markt en onnodige belemmeringen voor het intracommunautaire handelsverkeer zou leiden.

Aangezien het gebruik van waterstof voor de aandrijving van voertuigen soms met veiligheidsrisico's wordt geassocieerd, moet tegelijkertijd worden gegarandeerd dat waterstofsystemen even veilig zijn als de traditionele aandrijftechnologieën.

Algemene context



Waterstof is geen energiebron maar een veelbelovende energiedrager.

Het gebruik van waterstof als brandstof voor wegvoertuigen biedt een milieuvriendelijke oplossing voor de mobiliteitsproblematiek. Door het gebruik van waterstof als brandstof, hetzij in brandstofcellen, hetzij in verbrandingsmotoren, stoot het voertuig immers geen koolstofdeeltjes of broeikasgassen uit. Indien de brandstof op duurzame wijze wordt geproduceerd, kan het gebruik van deze aandrijftechnologie sterk bijdragen tot een schoner milieu.

Op dit moment zijn voertuigen op waterstof echter niet opgenomen in het communautaire typegoedkeuringssysteem voor voertuigen. Dat leidt tot een gefragmenteerde interne markt voor deze voertuigen, wat de invoering van deze milieuvriendelijke technologie ontmoedigt.

Waterstof heeft bovendien andere kenmerken dan de brandstoffen die traditioneel worden gebruikt om voertuigen aan te drijven. Het gebruik van waterstofvoertuigen kan voordelen opleveren voor het milieu, maar dan moet hun aandeel in het totale wagenpark groeien. Het vertrouwen van de mensen in deze nieuwe technologie is cruciaal om meer waterstofvoertuigen op de weg te krijgen.

Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied



Er bestaan nog geen bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied.

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU



Het voorstel beantwoordt volledig aan de doelstellingen van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling en draagt in aanzienlijke mate bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Lissabonstrategie.

2)

1.

Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling



Raadpleging van belanghebbende partijen



Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten



Bij de opstelling van het voorstel heeft de Commissie de belanghebbenden op de volgende wijzen geraadpleegd:

- Er is overleg gepleegd met de deskundigen van de werkgroep Waterstof, die de Commissie adviseert inzake de typegoedkeuring van waterstofvoertuigen. Aan de werkzaamheden van deze groep nemen talrijke belanghebbende partijen deel, met name nationale overheden, voertuigfabrikanten, toeleveringsbedrijven en brancheorganisaties.

- In juni 2006 kregen de belanghebbenden een vragenlijst toegestuurd over beleidsopties met betrekking tot het kader voor de goedkeuring van waterstofvoertuigen. Doel was hun mening te vragen over de te verkiezen optie en de kosten van de goedkeuring volgens de verschillende scenario's.

- Er werd een consultant aangesteld om input voor de effectbeoordeling te leveren en technisch advies te verstrekken over het ontwerpvoorstel voor mogelijke regelgeving.

- Om een volledig beeld van de gevolgen van de beleidsopties te krijgen, heeft de consultant vergaderingen belegd met belangrijke ondernemingen uit de automobielsector die bij de ontwikkeling van waterstoftechnologie betrokken zijn, om bijkomende gegevens over de veiligheid, de technologie en de bijbehorende kosten te verzamelen.

- In de tweede helft van 2006 en begin 2007 zijn de werkzaamheden van de consultant gepresenteerd aan de voornaamste belanghebbenden van de werkgroep Waterstof.

- In juli 2006 vond een openbare raadpleging plaats over het voorbereidende ontwerpvoorstel voor een verordening betreffende de typegoedkeuring van waterstofvoertuigen. Daarop kwamen ongeveer twintig reacties van verschillende belanghebbenden.

Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden



Bij de raadpleging op internet brachten de belanghebbenden een aantal kwesties te berde[1]. In de effectbeoordeling bij dit voorstel komen de belangrijkste geopperde kwesties uitgebreid aan bod en wordt toegelicht hoe daarmee rekening is gehouden.

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid



Betrokken wetenschaps- en kennisgebieden



Voor het voorstel was een analyse van de noodzakelijke veiligheidsbepalingen vereist en een beoordeling van de beleidsopties en de bijbehorende impact voor economie, maatschappij en milieu.

Gebruikte methode



De consultant heeft de volgende werkzaamheden verricht:

- studie van relevante literatuur om na te gaan welke veiligheids- en milieuproblemen de invoering van waterstofvoertuigen met zich meebrengt;

- verzamelen en beoordelen van informatie over de impact van de verschillende beleidsopties op de openbare veiligheid, het milieu en de economie;

- analyse van de antwoorden op de vragenlijst over de verschillende beleidsopties die de diensten van de Commissie in juni 2006 naar de belanghebbenden hebben gestuurd;

- vergelijking van de impact van de verschillende beleidsopties op de openbare veiligheid, het milieu en de economie uit kwalitatief en kwantitatief oogpunt;

- analyse van de technische voorschriften van een ontwerpvoorstel voor mogelijke regelgeving, om na te gaan of ze een oplossing kunnen bieden voor de veiligheidsvraagstukken.

Belangrijkste geraadpleegde organisaties en deskundigen



De input voor de effectbeoordeling en het technisch advies over het ontwerpvoorstel voor mogelijke regelgeving werden verstrekt door TRL Ltd (Verenigd Koninkrijk).

Samenvatting van de ontvangen en gebruikte adviezen



De Commissie heeft het verslag van de consultant benut bij de analyse van de verschillende beleidsopties. De te verkiezen beleidsoptie is geselecteerd op grond van een kosten-batenanalyse, zoals wordt toegelicht in de effectbeoordeling bij het voorstel.

Wijze waarop het deskundigenadvies beschikbaar is gemaakt voor het publiek



Het verslag van TRL is beschikbaar op de website van DG Ondernemingen en industrie[2].

Effectbeoordeling



Er zijn vier beleidsopties in overweging genomen:

geen beleidswijziging: deze optie zou geen verandering brengen in de huidige situatie. Op dit moment vallen voertuigen op waterstof niet binnen het toepassingsgebied van het communautaire typegoedkeuringssysteem. De lidstaten mogen dus individuele goedkeuringen verlenen zonder wetgeving vast te stellen.

Als het beleid betreffende de goedkeuring van waterstofvoertuigen niet verandert, bestaat er een groot risico dat de werking van de interne markt wordt verstoord. Dat zou tot aanzienlijke kosten voor de fabrikanten leiden en gevolgen kunnen hebben voor de openbare veiligheid.

Als het beleid niet verandert, is de kans groot dat de slechte luchtkwaliteit en de hoge geluidsniveaus in de Europese steden een probleem zullen blijven, aangezien luchtverontreiniging en lawaai de gezondheid van de mens zullen blijven schaden.

Door deze beleidsoptie zouden voertuigfabrikanten wat de goedkeuringsprocedure voor voertuigen betreft ongelijk worden behandeld en in onzekerheid verkeren bij het ontwerpen van voertuigen. Het beleid niet wijzigen zou voorts een ernstig obstakel zijn voor de ontwikkeling van waterstoftechnologie in de EU.

Daarom wordt deze beleidsoptie niet realiseerbaar geacht.

wetgeving op het niveau van de lidstaten: bij deze beleidsoptie moet wetgeving op het niveau van de lidstaten worden vastgesteld om de invoering van waterstofvoertuigen te regelen.

Gezien de uiteenlopende normen in de verschillende lidstaten zou de gefragmenteerde situatie omtrent de goedkeuring van voertuigen blijven bestaan, waardoor fabrikanten met buitengewoon hoge ontwikkelings- en goedkeuringskosten en een beperkte toegang tot de markt zouden worden geconfronteerd. Deze beleidsoptie zou geen oplossing bieden voor de huidige onzekerheid over de goedkeuring van waterstofvoertuigen, waardoor bijkomende investeringen in waterstoftechnologie zouden worden ontmoedigd.

In vergelijking met de derde optie zou deze beleidsoptie veel beperktere milieuvoordelen opleveren en niet kunnen garanderen dat waterstofvoertuigen ten minste even veilig zijn als traditionele voertuigen.

Deze optie zou dus tot een gefragmenteerde interne markt leiden en niet kunnen garanderen dat de beleidsdoelstellingen worden gehaald. Daarom is dit niet de juiste aanpak.

wetgeving op EU-niveau: bij deze optie wordt het toepassingsgebied van het communautaire typegoedkeuringssysteem uitgebreid tot voertuigen op waterstof en worden geharmoniseerde bepalingen voor deze voertuigen vastgesteld.

Door wetgeving op communautair niveau vast te stellen, kan worden voorkomen dat de lidstaten uiteenlopende productnormen vaststellen, wat tot fragmentatie van de interne markt en onnodige belemmeringen voor het intracommunautaire handelsverkeer zou leiden. Geharmoniseerde normen voor waterstofvoertuigen leveren schaalvoordelen op omdat voor de hele Europese markt kan worden geproduceerd. Met deze beleidsoptie zouden markten worden geopend in een aantal lidstaten waar waterstofvoertuigen op dit moment niet kunnen worden verkocht.

Zoals in de effectbeoordeling wordt aangetoond, heeft deze optie duidelijk als voordeel dat ze bijdraagt tot de goede werking van de interne markt, een hoog niveau van openbaar veiligheid tot stand brengt in alle lidstaten van de EU en de geluids- en luchtkwaliteitsniveaus sneller verbetert. Dit komt op zijn beurt de volksgezondheid ten goede en helpt dus de overheidsuitgaven te drukken.

Voorts zou op deze manier worden verzekerd dat de Europese Unie wat de invoering van geavanceerde technologie betreft gelijke tred houdt met andere grote spelers uit de automobielindustrie en kan het internationale concurrentievermogen van de Europese industrie worden verbeterd.

Bijgevolg wordt in het voorstel voor deze optie gekozen.

niet-regelgevende aanpak: zelfregulering door via onderhandelingen aangegane verbintenissen van de auto-industrie om voorschriften voor waterstofvoertuigen vast te stellen.

Het is niet duidelijk of zelfregulering kan garanderen dat waterstofvoertuigen even veilig zullen zijn als traditionele voertuigen. Ook is het onduidelijk of bij inbreuken op de zelfregulering de nodige sancties zullen worden getroffen. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat deze aanpak garandeert dat waterstofvoertuigen in de typegoedkeuringsprocedure op gelijke voet worden behandeld als traditionele voertuigen. Het is ook niet zeker dat een vrijwillige aanpak extra voordelen voor het bedrijfsleven, de overheid of het grote publiek oplevert.

Daarom is de optie van een vrijwillige aanpak niet verder in overweging genomen.

De diensten van de Commissie hebben een effectbeoordeling verricht die in het werkprogramma is opgenomen onder referentie 2006/ENTR/044.

3)

2.

Juridische elementen van het voorstel



Samenvatting van de voorgestelde maatregel



De effectbeoordeling heeft uitgewezen dat de te verkiezen beleidsoptie de vaststelling van een EU-verordening is om waterstofvoertuigen van de categorieën M1, M2, M3, N1, N2 en N3 op te nemen in het communautaire typegoedkeuringssysteem voor complete voertuigen.

Het voorstel voorziet in de wijziging van de kaderrichtlijn[3] om waterstofvoertuigen in de goedkeuringsprocedure op te nemen. Het voorziet ook in technische voorschriften voor de typegoedkeuring van onderdelen van een waterstofsysteem (waterstoftanks en andere onderdelen dan tanks), om ervoor te zorgen dat met waterstof verband houdende onderdelen goed en veilig werken. Het bevat ook voorschriften voor de typegoedkeuring van voertuigen wat de installatie van waterstofsystemen of onderdelen daarvan in voertuigen betreft. Het voorstel voorziet in de wijziging van de bijzondere richtlijnen en verordeningen inzake typegoedkeuring om er specifieke voorschriften voor waterstofvoertuigen in op te nemen.

Rechtsgrondslag



De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 95 van het Verdrag.

Subsidiariteitsbeginsel



Het subsidiariteitsbeginsel wordt nageleefd, aangezien de beleidsdoelstellingen niet voldoende door maatregelen van de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en beter door een optreden van de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt. Een optreden op EU-niveau is nodig omdat moet worden voorkomen dat belemmeringen voor de interne markt worden opgeworpen.

De doelstellingen van het voorstel kunnen beter door een communautaire maatregel worden verwezenlijkt omdat daarmee fragmentatie van de interne markt wordt voorkomen en de veiligheid van waterstofvoertuigen wordt gegarandeerd.

Evenredigheidsbeginsel



Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, omdat het niet verder gaat dan nodig is om de goede werking van de interne markt te garanderen en tegelijk voor een hoog niveau van openbare veiligheid en milieubescherming te zorgen.

Keuze van instrumenten



Het voorgestelde instrument is een verordening. Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn:

- het gebruik van een verordening wordt passend geacht omdat een verordening de nodige garanties voor naleving biedt en niet in nationale wetgeving hoeft te worden omgezet.

Het voorstel is opgezet volgens een 'opsplitsing in twee niveaus', een aanpak waarvoor oorspronkelijk op verzoek van het Europees Parlement is gekozen en die ook al in andere wetteksten is gebruikt, bv. in de richtlijn betreffende de emissies van zware bedrijfsvoertuigen[4] en in de verordening betreffende de emissies van lichte bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6)[5]. Daarbij wordt de wetgeving volgens twee verschillende maar parallelle procedures voorgesteld en goedgekeurd:

- enerzijds leggen het Europees Parlement en de Raad de fundamentele bepalingen volgens de medebeslissingsprocedure vast in een verordening op basis van artikel 95 van het EG-Verdrag (het 'medebeslissingsvoorstel');

- anderzijds stelt de Commissie, bijgestaan door een regelgevend comité, de technische specificaties ter uitvoering van de fundamentele bepalingen vast in een verordening (het 'comitévoorstel').

4)

3.

Gevolgen voor de begroting



Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap.

5)

4.

Aanvullende informatie



Simulatie, proefperiode en overgangsperiode

Het voorstel voorziet in algemene overgangsperiodes om de voertuigfabrikanten voldoende tijd te gunnen.

Vereenvoudiging



Het voorstel voorziet in vereenvoudiging van de administratieve procedures voor de (nationale of Europese) overheidsinstanties. Het voorstel is in het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie opgenomen onder referentie 2006/ENTR/044.

Intrekking van bestaande wetgeving



De vaststelling van het voorstel leidt niet tot intrekking van bestaande wetgeving.

Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling



Het voorstel bepaalt dat de technische voorschriften van de verordening aan de technische vooruitgang zullen worden aangepast.

Europese Economische Ruimte



De voorgestelde maatregel betreft een onderwerp dat onder de EER-overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte.